Vrouw
Vrijdag, 5 voor twaalf

Het adres op het kaartje met het logo dat ik in mijn hand hou is van een appartement in Londen.
Samen met een huissleutel heb ik het adres toegestuurd gekregen in een blanco envelop met alleen mijn adres erop en gefrankeerd met een Engelse postzegel.
Ik heb voor deze vrijdag verlof genomen en vanmorgen vroeg stapte ik op Schiphol op het vliegtuig voor de één uur durende vlucht naar Heathrow Airport.
Een klassieke, zwarte taxi wachtte me op en bracht me van het vliegveld tot voor het gebouw waar ik nu sta.
Lichtelijk nerveus steek ik de sleutel in het slot en open de deur.
Als ik de drempel over stap, markeert dat mijn point of no return.
‘After entering the apartment, please stay on the doormat and await further instructions’
Het staat geschreven onder het adres in een keurig, vrouwelijk handschrift.
De deur zwaait naar binnen open en het eerste dat zich aan me opdringt is dat het een onstuimig weekend gaat worden. Het heftigste dat ik tot nu toe heb meegemaakt.
In de kamer, verspreidt over 2 banken en een paar fauteuils, zitten 8 mannen. Pal voor me staat een vrouw.

“Welcome. May I see our card please?” vraagt de vrouw.
Het kaartje met logo van SNIC dient als bewijs dat ik ben wie ik verondersteld wordt te zijn.
Ik knik gehoorzaam en geef het kaartje aan de vrouw.
Spreken doe ik niet omdat ik niet weet of dit is toegestaan. Bij deze sessies is het altijd weer uitvinden wat wel en niet mag.
“Did you apply for this session and do you want to go through with what we planned?”
De vrouw kijkt me recht in de ogen.
Weer knik ik bevestigend, ondanks dat ik niet precies weet wat er de komende dagen op het programma staat.
“Then be so kind as to close the door. You may undress where you are standing. Please put your clothes on the cabinet to your right.”

Vrijwel het hele jaar ben ik het fatsoen zelve.
Dat is één kant van mijn leven, de dagzijde.
Op de universiteit waar ik kwantummechanisch en kwantumelektromechanisch onderzoek verricht, sta ik bekend als een enigszins afstandelijke vrouw. Intelligent en altijd keurig en beleefd. Hongerend naar kennis.
Een beetje saai misschien.
Zo ben ik in het volle licht, als ik voor iedereen zichtbaar ben:  degelijk, betrouwbaar en een gewaardeerd begeleidster van de natuurkundestudenten en de doctoraalkandidaten die onder me vallen.
Voorwaar niet gek op mijn 29e!
Maar: net zoals veel in mijn vakgebied een tegenhanger kent - quarks en antiquarks, elektronen en  positronen, materie en antimaterie - zo heb ik een tegengestelde zijde.
Dat heeft iets van twee persoonlijkheden, alsof ik twee verschillende mensen ben, in één lichaam verenigd.
Die keerzijde leef ik twee of drie keer per jaar uit in een uitzinnig weekend.
Buiten de faculteit.














In mijn zichtbare leven draait alles 24/7 om mijn vakgebied en het onderzoek en in dat leven is geen ruimte voor een partner. Dat is de reden dat ik enkele keren per jaar ontsnappen moet: in een door SNIC voor
mij georganiseerd weekend.
’s Avonds laat, wanneer ik met de laatste onderzoeksgegevens uit de wetenschappelijke wereld van mijn vakgebied de capaciteit van mijn brein zwaar heb belast, zoek ik vertier op het Internet. Vanaf mijn 26e doe
ik dat bij SNIC, een groep van intelligente, hoogopgeleide vrouwen die via internationale contacten deelnemer zijn geworden aan deze exclusieve groep.
SNIC staat voor Submissive Nymphomaniacs Internet Community en die naam zegt eigenlijk alles.
SNIC is een organisatie voor naar seks dorstende vrouwen, met de voor de doelstelling onmisbare inzet van een vaste groep streng geselecteerde, mannelijke hulpbronnen.
Dat, is de voor niet-ingewijden onzichtbare kant van mijn bestaan.
De avond waarop laag in mijn onderbuik het gevoel begon te borrelen dat ik weer toe was aan zo’n relaxende sessie, had ik me thuis urenlang beziggehouden met de onzekerheidsrelatie van Heisenberg in een
kwellende onoplosbaarheid die ik tegenkwam in mijn onderzoek.
Formule na formule krabbelde ik geëxalteerd op het white board in mijn woonkamer en wiste die vervolgens weer uit, omdat ik de wiskundige logica niet kloppend kon krijgen.
De broodnodige flits van inzicht kwam niet die avond.
Teleurgesteld probeerde ik ter compensatie van mijn falen gegevens te analyseren die me toegestuurd waren door collegae van de LHC (Large Hadron Collider), de deeltjesversneller van CERN (Conseil
Européen pour la Recherche Nucléaire.)
In de foto van een botsing van atomen en het begeleidende energiediagram die ze mij toestuurden, trof ik een anomalie aan waarvan de betekenis me ontschoot.
Ook al!

Als lid van een internationaal forum doe ik mee aan de zoektocht naar het graviton, een hypothetisch elementair deeltje dat in de theorie beschouwd wordt als het deeltje dat de zwaartekracht zou moeten
overbrengen in kwantumzwaartekrachtsystemen. Kennis van dit deeltje achten de leden van het forum  noodzakelijk om een universele theorie van de zwaartekracht te kunnen formuleren en daarmee het heelal te
kunnen verklaren. Een theorie die de omissies in de algemene relativiteitstheorie van Einstein op kan vullen.
Einsteins theorie kan geen verklaring geven voor de gebeurtenissen bij de Big Bang, toen alle materie en de ruimtetijd zelf gevormd werden.  
Alle materie waaruit alle sterrenstelsels bestaan, zat in den beginne samengebald in een oneindig klein punt, kleiner dan een atoom, waar de ons bekende natuurwetten niet golden. Dat onmeetbare punt noemen
sommigen het Goddeeltje, omdat daaruit alles ontstond.
Om die alomvattende theorie te bereiken, ontbreekt nog steeds iets aan de theorie van de zwaartekracht.
Het graviton wordt daarvoor verantwoordelijk geacht.

Nog nooit heeft iemand dit graviton op welke manier dan ook waargenomen.
De anomalie die ik bestudeerde, betrof verdwijnende energie bij die botsing. Dat verdwijnen van de energie gaat in tegen de eerste wet van thermodynamica (de hoofdwet), die postuleert dat energie niet verloren
kan gaan.
Volgens de huidige opvatting verdwijnt de vrijkomende energie dan ook deels in een dimensie anders dan één van de aan ons bekende. Zoiets voorstellen is onmogelijk voor mensen die in een driedimensionale
wereld leven, maar van wezenlijk belang binnen de theorie. Maar waar blijft dat graviton of die energie dan?
Uiteraard speelt hierbij de beroemde formule van Einstein een rol omdat die voorschrijft dat E=〖mc〗^2, waaruit blijkt dat energie en massa uitwisselbaar zijn.
Zelfs voor mij gaat het hierbij om een pittig theorema.

De teleurstelling die de uitdaging me die vroege ochtend bezorgde, gaf me opeens dat op onverwachte momenten opkomende, warme gevoel in dat vrouwelijke orgaan tussen mijn benen dat ik vrijwel uitsluitend
gebruik om te plassen.
In het andere gebruik van dat ding daar beneden schiet ik schromelijk te kort als ik verdiept ben in mijn werk.
Seksueel gezien sta ik bijna 355 dagen per jaar gortdroog daardoor; op die paar weekenden na dus!
Met dat opkomende gevoel in mijn onderbuik moest ik ineens aan Erwin Schrödinger denken.

Toen ik nog studeerde vertelde mijn professor tijdens een college eens een anekdote over hem.
Schrödinger was theoretisch gezien de tegenhanger van Heisenberg. Het verhaal ging dat hij in 1925 tijdens een seksdoordrenkte week in Zwitserland met een jongere vriendin in zijn bed, zijn bekende
golfvergelijking had opgesteld.
En hij was lang niet de enige natuurkundige die seks als ontspanningsmiddel gebruikte!
Gaf mijn lichaam me onwillekeurig een signaal dat iets dergelijks mij kon helpen met beide problemen?
Voor even de geest met rust laten en het lichaam geven waar het voor gemaakt is?

Die gedachte op zijn beurt triggerde automatisch de herinnering aan een boek dat ik nog niet zolang geleden las: ‘Het slimme onbewuste’ van de Nijmeegse hoogleraar psychologie Ap Dijksterhuis.
Hij stelt in het boek dat ‘op het moment dat de hoeveelheid informatie toeneemt, de kwaliteit van bewust nadenken snel afneemt, omdat de capaciteit ervan overbelast wordt. Onbewust nadenken is geschikter voor
complexe beslissingen.’ Hij noemde dat het ‘deliberation without attention-effect.’ (pagina 132)
Moest ik in navolging van zijn stelling niet gewoon afstand nemen van beide vraagstukken?
Deze gedachten die door mijn hoofd speelden en het opkomende gevoel daarbeneden, gaven het zetje dat ik nodig had het Internet op te gaan en contact te zoeken.


(In de verdere gebeurtenissen van dit weekend was Engels de voertaal, ondanks dat aan accenten te beluisteren viel dat er een keur aan internationale mannen aanwezig was. De vrouw was onmiskenbaar een native speaker.
Voor diegenen van de lezers die minder thuis zijn in het Engels, heb ik alle conversatie naar het Nederlands vertaald.)

Gehoorgevend aan de opdracht van de vrouw (in het vervolg noem ik haar voor het gemak Ann. Haar echte naam kwam ik nooit te weten) kleed ik me uit, mijn bh en slipje als laatste.
“Ik zal voor je kleding zorgen en je krijgt het zondagmiddag terug,” zegt Ann.
Netjes opgevouwen leg ik mijn oerdegelijke kleding op het kastje rechts en ga rechtop staan. Bloot.
Ann neemt de kleding mee en gaat tussen de mannen op een fauteuil zitten.
Negen paar taxerende blikken glijden over mijn lichaam, waarna Ann verder gaat.
“Links naast je liggen op het tafeltje twee enkel- en twee polsbanden. Doe die om.”
Nog steeds spreekt alleen Ann.
Ik neem de banden van het tafeltje en gordt ze om.
Aan elk zit een roestvrijstalen ring.
“De halsband ook.”

Aan de halsband hangt aan een korte, stalen draad een musketonhaak.
Zodra ik de band om heb, bengelt de haak koel tegen mijn buik met de draad tussen mijn borsten door.
Opnieuw ga ik rechtop staan. Ik blijf waar ik ben.
Ik word geacht onderdanig te zijn en alleen te doen wat me wordt opgedragen.
Enigszins bekomen, bekijk ik de kamer voor me.
Tussen de banken en de fauteuils is een grote ruimte waarin een massagetafel staat. Tegen een muur rechts staat een soort bok of schraag, met daar weer naast een bench; een draadstalen kooi met aan één kant een
deurtje, zoals die voor honden gebruikt wordt.
Een hond heb ik niet gezien.
Dwars door de kamer zijn in diverse richtingen kabels op reikhoogte gespannen. Het doet sterk denken aan een spinnenweb dat tot in alle hoeken van de kamer reikt.
Ann gaat onverstoord verder.

“Voor je op de grond staan 8 blikjes. In elk blikje zit een lootje met een nummer. Maak de blikjes één voor één open en lees het nummer op het papiertje voor.”
Ik buk me en pak het eerste metalen blikje, open het en lees het nummer voor dat op een klein papiertje staat.
“5.”
“Yes, yes, yes, yes” hoor ik één van de mannen uitgelaten roepen. Juichend gooit hij zijn armen de lucht in.
Ik heb geen idee waarom!
De rest van de blikjes volgt.
“1 – 7 – 8 – 2 – 4 – 6 – 3.”
Het zijn de nummers waaronder ik de mannen zal leren kennen. Namen zijn taboe.
Pas als ik het laatste nummer opgenoemd heb, staan de mannen op en komen op me toe.
Quark - anti-quark
      Home                          Fantasia                         Vervolg