Identiteit
‘Integrity simply means not violating one's own identity’ Erich Fromm
|
8 mei 2010
Ik heb niemand iets verteld, Roland en Frans niet; zelfs Maaike weet van niks. Maaike, aan wie ik toch menig vrouwengeheimpje dat ik koester verklap. Niet dat ze het zou verraden. Nee. Dat zou ze nooit doen.
Dit is echter iets waarmee ik iedereen wil verrassen.
Dit is niet voorbestemd geheim te blijven.
Dit is juist bedoeld om te laten zien, maar pas wanneer Roland en Maaike terug zijn.
Hoe zullen die drie onmisbare mensen in mijn leven reageren?
Verrast?
Geschokt?
Verdrietig?
Of juist opgelaten?
Enthousiast?
Hoe zal Roland reageren? Hij bovenal. De man die in mijn hart verankerd zit. De man die ik in mijn bloed heb toegelaten, bloed dat sinds die allereerste ontmoeting heet door mijn slagaderen bonst als hij alleen maar
naar me kijkt. Mijn bloed vloeit door mijn lijf, dik van hartstocht, en doet elke gevoelscel van mijn lichaam aan, zinnenprikkelend, en laat daar een laaiend vuur in me ontbranden zodra hij me alleen maar aanraakt.
Roland wordt met de dag meer de noodzaak van mijn leven; de stroomstoot die mijn hartslag opjaagt als zijn handen, zijn lippen, zijn lichaam me raken.
Hoe zal hij reageren? Ik weet het niet.
Er is trouwens geen weg terug; of het moet een lange periode van afwezigheid zijn.
Een heel lange periode.
Een periode die een onpeilbaar diep verdriet in mijn leven zou brengen.
Mijn overpeinzingen leiden me terug naar een moment van intimiteit met hem, niet eens zo lang geleden.
Lang uitgestrekt lig ik naast hem, op mijn zij, de benen op elkaar.
Een arm steunt mijn hoofd, omdat ik naar hem wil kijken. Zoals ik dat altijd wel wil.
Ik voel zijn sterke vingers door mijn lange, donkerbruine haren woelen. Haren die door hem tot een verwarde bos zijn omgetoverd. Soms doet Roland dat.
Je kunt er nooit op rekenen en juist daarom betekent het zoveel voor me. Dan woelt hij met zijn vingers wijd gespreid door mijn sieraad, de dikke bos haren op mijn hoofd, de vingertoppen stevig drukkend tegen de
hoofdhuid. Van achter naar voor, of opzij. Wanneer hij dat doet schieten er vonken langs mijn huid, vonken die mijn tepels doen verharden.
In de andere hand voel ik de warmte van zijn geslacht. Zacht; warm en week nog en onschuldig. Ik hoef maar met mijn vingertoppen achter de balzak de huid te kietelen of zijn schacht groeit, zoals altijd. Eigenlijk
hoef ik hem daarvoor niet eens te raken, naar hem kijken is vaak al genoeg daarvoor.
Dit is een van de intieme momenten die we samen delen; naakt en dicht tegen elkaar geplakt. Onze wereld niet groter dan de omtrek van het bed. Wanneer we samen onze lichamen delen; van tweeën een.
Voorzichtig buig ik me voorover en beroer zacht met mijn lippen en tong de mannelijke tepels, klein, lichtbruin, en de haartjes eromheen.
Ze glimmen als ik er vocht op achterlaat, voor ik mijn mond naar boven beweeg, naar zijn gezicht.
Wanneer mijn lippen over zijn lippen glijden, voel ik zijn adem langs me strijken. De verleiding is groot, maar ik stop niet.
Pas wanneer ik zijn oren heb gezoend en gelikt, er zachtjes aan heb gezogen en geknabbeld, en kusjes op zijn buikspieren heb gedrukt, trek ik mijn mond van zijn lichaam terug.
Tevreden zie ik hoe Roland zijn ogen gesloten houdt, om extra te genieten van elke aanraking die ik hem bezorg. Ik spiegel alle liefkozingen waaraan ikzelf de voorkeur geef wanneer Roland mij in vuur en vlam weet
te zetten.
Glimlachend kijk ik naar de hand waarin zijn zwans zich opricht. Met de handrug leunend op de haartjes onder aan zijn buik, ligt het opstijvende lid in de kromming van mijn vingers. Ik voel het gewicht van het vlees
lichtjes drukken in de palm van mijn hand en sluit langzaam de hand eromheen. Zonder te knijpen, want ik wil slechts de warmte voelen.
Bloed dringt onweerstaanbaar naar binnen, ik voel het kloppen tegen de huid van mijn vingertoppen. Er is geen uitweg voor het bloed, en ik verwonder me erover hoe makkelijk en snel het gaat. De gezwollen staaf
rust even later gevuld in mijn hand; dat geweldig mannelijke ding, hard en tegelijk zacht. Viriel, een tikkeltje agressief, maar met ook iets van een vrouw. Dat is die zachte, roze, zo vrouwelijke kleur. De parelmoeren
glans die ook de binnenhuid van mijn intiemste delen siert.
Soms, wanneer ik met mijn benen wijd voor de spiegel sta en mijn schelpje spreidt en mezelf vanbinnen bekijk, me open, dan zie ik daar diezelfde kleur. Als de glans van een oester; lichtroze glanzend. Kwetsbaar,
ontvankelijk, vertrouwelijk. Zo volkomen eigen.
Onbewust van wat ik doe, schuift de hand om zijn staaf omhoog en omvat de gevoelige knop. Het topje van de duim volgt het strakke koordje dat de voorhuid tegenhoudt, ver opgestropt op de roede zelf. Droog.
Ik breng de hand naar mijn mond en drup zoet speeksel in het kommetje van mijn handpalm. Wanneer ik de hand terugleg, sluiten mijn vingers zich rond de knop en verdelen het vocht. Bedachtzaam duw ik het
topje van mijn duim tegen het gaatje en wrijf het mondwater er in, voor ik me voorover buig en druppel voor druppel speeksel op de stam laat vallen. Even later glanst de hele staaf en glad als hij is, glijden mijn
handen makkelijk van boven naar beneden. Op en neer, met een luie beweging, en ik geniet van elke streek.
Zijn stijfheid vult mijn hand: de stam, het zakje met de eironde ballen, de haartjes erop. Zijn man-zijn; het vult mijn hand geheel.
Gespannen open ik de deur van mijn huis. Een reden voor nervositeit heb ik niet, want Roland en Maaike kunnen er niet zijn. Nog niet. Morgenochtend pas, nadat ik de laatste lange nacht alleen in het kille, lege bed heb
doorgebracht.
Gedachteloos kijk ik naar de tv. Zonder te zien. Later lees ik een boek, maar net als de beelden op tv zijn de letters betekenisloos. Krioelende zwarte mieren zijn het, die dansen over het papier, alsof ik teveel gedronken
heb. Ongedurig leg ik het boek weg. Mijn hoofd is met heel andere dingen bezig.
Voor ik het klamme bed in ga, neem ik een douche en was mijn lichaam en haar, zoveel gemakkelijker. Dan schieten weer de twijfels door mijn hoofd. De nasleep van het genomen besluit.
Wat maakt de identiteit van een vrouw? Wat bepaalt míjn identiteit en hoe gemakkelijk verandert die? Waaruit bestaat mijn identiteit? Hoe broos is die? Voor mezelf of voor een ander? Eerder vandaag volvoerde ik
een keuze die onomkeerbaar is. Voor mezelf voelt het goed, dat geef ik mezelf volmondig toe. Drastisch, dat zeker. Wel wat ik wil. Maar hoe zullen Ro en Maaike en Frank mijn keuze ervaren? Net als ik? Of tè drastisch?
Het idee galmde al zo lang door mijn hoofd.
Heerlijk warm water stroomt over mijn huid. Met de ogen dicht richt ik mijn gezicht op naar de masserende stralen. Alsof de kracht van het water de onzekerheid moet wegspoelen. Het water stroomt over mijn gezicht, van
mijn schouders en borsten, over mijn buik, door het bontje op mijn onderbuik, langs de plooien van mijn vrouwelijkheid, mijn dijen, knieën en schenen, mijn voeten. Langs heel mijn lijf. Langs heel mijn buitenkant. De twijfel
nooit weggespoeld.
Ben ik dàt? Die twijfel? Zo herken ik me zelf niet. Dat is niet Carlijn.
Vormt de buitenkant dan Carlijn? vraag ik me af, terwijl ik met het hoofd achterover het water uit mijn ogen wrijf. Het water vloeit naar achter, over mijn voorhoofd en door de haren. Het klettert op mijn schouders, glijdt af
langs mijn rug, tussen mijn billen, raakt daar elk stukje van mijn achterkant en voegt zich bij het water van de voorzijde, voor het wegloopt in het putje.
Ik kan dat niet geloven. Er moet meer zijn dan de twijfel en de buitenkant.
Sommige momenten met Roland schieten me te binnen, vooràl momenten met Roland, al speelt Maaike ook in mijn gedachten mee. Wat maakt Carlijn Carlijn voor hem? Mijn lijf? Of is er meer?
Het speeksel laat zijn penis glimmen en ik vind het een opwindend gevoel een hand eromheen geslagen omhoog en omlaag te trekken. Plagend langzaam. Ik voel de dikke zwellichamen, bol van bloed, als ik die
verend in druk. Ik voel de hardheid, met de o zo zachte huid. De knop voelt verrukkelijk, met de stevige rand die met meer weerstand door mijn handpalm schuift, tot ik mijn vingers aan de top tegen elkaar knijp. En
dan weer terug. Keer op keer.
Ik kijk niet langer naar wat ik met die hand doe. Dat voel ik wel. Ik kijk naar zijn gezicht, terwijl zijn hand door mijn lange, donkere haren blijft kroelen. Zijn hoofd rust in het kommetje van zijn andere hand, op het
kussen. Gefluister ontmoet mijn oor.
“Ik hou van je, Carlijn.”
Ik glimlach, maar dat ziet hij niet; hij houdt zijn ogen gesloten.
“Waar hou je van?” fluister ik in zijn oor terug.
“Van alles.”
“Wàt is alles? Mijn hand?”
Schijnbaar verongelijkt door mijn vraag opent hij zijn ogen.
“Hoe kun je dat nu zeggen? Nee, niet alleen je hand.”
“Zeg me wat dan wel, Roland. Een vrouw wil dat graag horen.”
Met een serieuze trek op zijn gezicht begint hij het op te sommen.
“ Die hand, ja, ook. Je stem, je lach, je lekkere lijf, en wat je doet; en laat! Je huid, je ogen, gewoon wie je bent. Vanaf het moment met je neefjes, die eerste keer dat ik je zag, ben je nooit uit mijn gedachten geweest.
Geen dag. En niet alleen om wat je toen en later in je bed met me deed. En doet! Geen moment vergeet ik het blauwe, zomersgebloemde jurkje dat je aanhad toen ik je die warme dag weer terugvond. Na die zes
eenzame maanden. Die stralende lach vergeet ik niet en je prachtige ogen. De vrouw die je bent, intelligent, die durft, en sociaal is naar anderen. Het gemak waarmee je dingen accepteert. Ik hou van je omdat je met
alles wat je bent mijn leven completeert. En dus bij me past.”
Onverstoorbaar blijft mijn hand de hardheid die oprijst van tussen zijn benen strelen. Zijn ogen vallen weer dicht en hij laat gewillig toe wat ik doe. Ik pak zijn zak weer vast, knijp speels en zacht, masseer de huid
eronder, vlucht met mijn vingers weer naar voren, over de harde stam die ik van alles aan hem het liefst omklem. Ik sluit de handpalm weer rond de knop; ik weet hoe ik hem daarmee plezier. En hij weet hoe ik dit
vind.
“Wil je op je knieën, Roland?” lispel ik in zijn oor.
Een nauwelijks merkbaar schudden is zijn antwoord.
Verrassend!
31 jaar ben ik, en over ruim een week 32. Sinds enkele jaren lijkt het of met de tijd mijn identiteit verandert. Of misschien zie ik alleen de tekenen helderder dan daarvoor. De onstuimigheid van vroeger is er niet meer.
De betekenis van mijn lotgevallen zoals die bij de Blue Druids zijn vervaagd met de jaren. De drang die me toen beheerste is er niet meer. Steeds meer hecht ik aan de vaste partners die ik heb. Aan Roland en Maaike
heb ik tegenwoordig genoeg. Frank is een ander verhaal. Niet echt een partner bij seksualiteit, maar meer een geestverwant, al deelt hij waar het kan nog steeds in onze erotiek.
Onvoorspelbaar, maar regelmatig, duiken die weifelende verlangens naar een kind op. Wanneer zijn die begonnen? Als ik er een wil, dan is het handig om er niet al te lang meer mee te wachten.
Met de jaren verandert ook mijn lichaam. Om mijn vorm te houden moet ik er meer voor doen dan ‘vroeger’. Wat een akelig woord is ‘vroeger’, en zo droefstemmend definitief. Een woord dat je gebruikt op leeftijd. Ben
ik dat, op leeftijd, met de jaren die ik nu heb bereikt? Met een lang verleden achter me?
Ik kan langer thuisblijven en gewoon stilzitten, zonder ongedurig te worden. Ik kan lezen, met opgetrokken knieën in een hoekje van de bank. Mijn leven kent meer rust.
De grootste verandering was ongetwijfeld de aankoop van het nieuwe huis, een oude boerderij tussen de weiden van de polder. Een vrijhaven, waarin we met ons vieren samenwonen. Meer dan voldoende kamers en
met alle noodzakelijke voorzieningen voor de verzorging van Frank. Met z’n drieën hebben we hard gewerkt aan het opknappen van de hoeve, tot het ‘ons’ huis was geworden.
Roland die bijna is afgestudeerd. Master of earth sciences straks. Binnenkort gaat hij werken voor zijn centjes en leeft dan niet meer van het studiegeld. Maaike studeert nog wat langer, maar ook dat loopt binnen
afzienbare tijd af. De tijd tikt onstuitbaar verder. En er zijn twee pups, twee Jackies: Sistah, een teefje en Sorellah, haar tweelingzus. Netjes gesteriliseerd.
Huisje, boompje, beestje?
Soms denk ik nog weleens terug aan het begin; alleenstaand en angst door een partner geclaimd te worden. Ro en Maaike mogen me claimen.
En dan is er nog wat ik vandaag heb laten doen. Terwijl ik me afdroog na de douche, kijk ik ernaar in de spiegel en vraag ik me nogmaals af hoe Roland en Maaike zullen reageren. Het is een grote verandering die ik
heb ondergaan en omdat ik ze in het ongewisse heb gelaten zal het een complete verrassing voor hen zijn. Ach, denk ik, er bestaat geen weg terug. Er is geen ruimte voor spijt, te laat is het, en met die gedachte stap ik
het lege bed in en trek het dekbed tot tegen mijn kin. Morgenochtend komen Roland en Maaike terug van een weekje naar New York. Ik heb zelf op hun reis aangedrongen, heb de reis zelfs voor beiden betaald.
Meivakantie! Zij twee waren vrij en ik kon absoluut niet weg. Hebben ze nog iets meegekregen van die toestand op Times Square? Dat vraag ik me af. Maar vooral ben ik benieuwd hoe vaak ze hebben gevreeën, want
dat is voor ons drieën gewoon geworden. Maaike verdient het zo, en ik gun het haar!
Verrast, dat kun je wel zeggen, ben ik door zijn knikken. Altijd als ik Roland met mijn handen bedien, vindt hij het het lekkerst als hij op zijn knieën zit, de benen uit elkaar. Nooit vergeet ik die eerste keer dat hij me
dat vroeg.
Als hij erom vraagt of wanneer ik het uit mezelf doe, leg ik een handdoek languit op het bed en ga achter zijn omhoogstekende billen zitten. Met een hand tussen zijn gespreide benen door omvat ik zijn staaf, die in
dit standje erbij hangt als van een stier achter een tochtige koe. Dan zie ik zijn scrotum slingeren. De balzak, de zachte haartjes erop en de eironde ballen erin passen precies in het kommetje van een hand.
Het is heel anders dit te doen dan wanneer hij op zijn rug ligt. Dan zakt zijn scrotum weg terwijl hierbij het spulletje juist omlaag hangt, vrij van de rest van zijn lijf.
“Dan voel ik je handen veel beter;” vertelde hij me een keer na afloop, “Net of ik veel gevoeliger ben op die manier.”
Als ik dan mijn handen doorsteek voel ik zijn trots fier naar voren steken. Met mijn hand onder zijn stijve trek ik hem af, zijn scrotum schuift daarbij over mijn pols en onderarm, net zolang tot hij klaarkomt en dat duurt
op deze manier meestal niet zo lang. Dan voel ik zijn lichaam samentrekken en het sperma in golf na golf zijn lichaam verlaten. Stroperig sijpelt het tussen mijn vingers door, waarna het dik drupt op de handdoek.
Deze keer trek ik hem af zoals hij ligt en wanneer zijn spieren zich spannen en de kramp in zijn onderbuik het sperma gaat lozen, buig ik me voorover en vang het op, in mijn mond. De zoutige smaak van het zaad
prikkelt mijn tong, voor ik het met de knop in mijn mond tussen mijn lippen door op zijn buik laat lopen. Pas als hij leeg is en ik het laatste druppeltje mannelijk vocht uit hem heb gezogen, schuif ik mijn mond verder
over zijn stam. De warmte van de staaf gloeit in mijn mond, tot de zwelling afneemt en er niet meer dan de slappe piemel rest.
Met mijn tanden trek ik behoedzaam de voorhuid tot over de eikel terug.
Zwevend tussen slapen en waken in hoor ik ’s ochtends de sleutel in de voordeur gestoken worden. Ro en Maaike zijn met een taxibus van Schiphol naar huis gebracht. Loom van de warmte in het bed blijf ik liggen
wanneer iemand gehaast de trap naar de slaapkamer op stommelt. Roland. De tred verraadt het. Met een klap sluit de voordeur.
Roland bereikt de overloop die leidt naar kamer waar ik lig te wachten; de deur gaat open en dan staat hij daar, een vage, zwarte vlek in het schemerduister van de kamer.
Hij zegt niks, maar hij weet dat ik lig te wachten. Plagerd!
Naast het bed kleedt hij zich uit. Terwijl het langzaam lichter wordt probeer ik te volgen wat hij doet. Mijn Ro, met zijn lange, gespierde lijf.
Als hij alleen zijn onderbroek nog aan heeft, gooi ik het dekbed naar het voeteneind en spreidt mijn benen. Hij is er helemaal klaar voor, merk ik en ik bewonder zijn stijfheid; staand, vlak voor het bed. Hij en ik zijn stil.
Woorden zijn overbodig.
Met mijn speeksel maak ik dit keer mezelf glad en Ro’s ogen volgen alles wat ik doe. Hij staat daar in zijn blootje, een hand achteloos om zijn opgerichte geslacht geslagen. Als een schaduw stapt hij over me heen. Een
groot lijf waaronder ik totaal kan verdwijnen.
Hoewel ik al glad ben, open ik met beide handen mijn lipjes en voel hoe zijn koele lichaam zich op me neervlijt en zich over me uitstrekt. Heel even krijg ik kippenvel. Van de kou? Van de verwachting? Wat maakt het uit?
Ik wil hem in me hebben. Naar hem smachtend voel ik zijn stijve in me schuiven, tot onze bekkens botsen en hij niet dieper in me kan. Zijn lippen kruisen de mijne, ingetogen, met een zachte begroeting.
De wereld lijkt stil te staan. We tasten elkaar af, lichamelijk en geestelijk, na een week van elkaar gescheiden te zijn geweest.
Pas wanneer hij zijn hoofd opricht en me de kans geeft, vraag ik het hem.
“Ben je lief voor haar geweest?”
Haar, dat is natuurlijk Maaike. Het was de eis die ik aan hem stelde en een belofte die hij moest maken voor ik hem met haar liet gaan. Ze verdient het zo.
Hij knikt en humt.
“Hoe vaak hebben jullie het gedaan? En was je net zo lief bij haar als je bij mij altijd bent?”
Ik wil zijn stem horen.
“We deden het vaak.”
God, wat heb ik die stem gemist.
“Meestal twee keer per dag, als zij dat wilde. ’s Morgens en ’s avonds. Alleen vandaag niet, want we vonden dat ik me voor jou in moest houden, zodat ik nu met jou kan doen wat ik heel de week met haar heb gedaan. En
ja, ik heb geprobeerd net zo lief met haar te zijn als met jou. Maar alleen van jou hou ik.”
Pas als ik dat gehoord heb, trek ik zijn hoofd naar me toe en kus hem hard.
“Vrij dan nu maar weer met mij.”
Het is een onbeschrijflijke ervaring die bijna niet in woorden uit te drukken is; hoe volledig twee lichamen een kunnen worden wanneer ze al hun bewegingen tot in de kleinste finesses op elkaar afstemmen, zoals Ro en
ik dat door ervaring hebben geleerd, met alleen dat ene doel voor ogen: samenkomst.
Twee lichamen bewegen zich in een beheerste cadans, een koppeling van twee verlangende lijven, naadloos afgestemd op elkaar in een ritme dat in liefde ontstaat. Zijn strelingen raken dieper dan mijn huid. Ons vrijen is
meer dan puur lichamelijk. Mezelf onvoorwaardelijk openstellen voor hem, dat kan ik direct; en hij voor mij. Zijn aanrakingen bereiken moeiteloos mijn diepste binnenste, daar waar datgene huist dat mijn ziel moet zijn. Ze
beroeren me tot in mijn diepst vertrouwelijke zelf.
Zijn kussen eindigen niet op mijn lippen, bij mijn tong of op mijn ogen, maar boren zich naar binnen, tot bij mijn meest basale emoties, die ze ontroeren, onnoemlijk ver verstopt en diep in mij verborgen. Daar verspreiden
ze gelukzaligheid en warmte en licht, en onvoorwaardelijke liefde. Ik voel hemzelf binnen in me, veel verder, dieper dan daar waar wij fysiek samengeklonken zijn, en we versmelten tot ondeelbaar een.
Telkens als ik met hem de liefde bedrijf, ervaar ik die eenwording met hem. Dan voel ik hem niet meer in me, maar ben ik hem en is hij mij. Ongewone, hartstochtelijke harmonie. De tijd zelf staat stil en ik ervaar
miljarden jaren van de kosmos als een periode van intens geluk. Dan voel ik me verenigd met de goden, totdat laag in mijn essentiële vrouw-zijn de zich langzaam opkroppende energie zich ontlaadt en mijn uiting van
passie voor hem als vloedgolven door mijn lichaam trekken. Ik ben dan blind en stom en doof, ervaar alleen die golven van gevoel die onhoudbaar uit mijn onderbuik uitwaaieren.
En als ik terugben op aarde en zijn handen door de haren op mijn hoofd voel kroelen, merkt Roland het. Hij richt zich op en trekt aan het koordje boven het hoofdeind van het bed. Warm slaapkamerlicht dringt zich in mijn
ogen.
“Je hebt je haar kort laten knippen!”
Mijn ‘geheim’ ontdekt.
Gisteren heb ik me inderdaad laten kortwieken. De lange, bruine haren die ik zolang ik me kan herinneren tot bijna op mij billen heb gedragen zijn er niet meer. Dat deel van wie ik was, is verdwenen. In een blad zag ik een
foto van een model met superkort haar, dat sluik langs haar hoofd viel. Ik vond het schitterend. Het zaadje was gepland en heel lang heb ik daarna met een dilemma voor de spiegel gestaan of gezeten, mezelf afvragend
hoe zoiets bij mij zou staan.
De vorm van het hoofd van het model leek wel wat op dat van mij en dus trok ik na lang dubben de stoute schoenen aan en ging naar mijn kapper. Ik toonde hem de foto en vroeg zijn raad. Hij was het met me eens dat
het mij zou staan. Hij legde me uit dat het de kenmerken van mijn gezicht zou doen oplichten en liet het me zien door mijn haar strak naar achter te trekken.
Ik was echter nog lang niet zeker van mezelf. Hoe lang had ik niet dat golvende, lange haar gehad? Die haardracht was een deel van mijn zelf geworden, een deel dat je niet zomaar even af laat knippen.
Angst voor verandering?
Tijdens een tweede bezoek had mijn kapper een soort pruik voor me, waarmee hij me nog beter kon laten zien hoe het er ongeveer uit zou gaan zien als ik doorzette. Ik vond het toen al mooi, maar hij waarschuwde -
onnodig - dat het, wanneer hij eenmaal begon, definitief zou zijn. Ik moest het dus wel heel erg zeker weten.
Vier weken kostte het me vervolgens nog om het besluit te nemen en toen eenmaal de kogel door de kerk was, overtuigde ik me ervan dat kort haar beter staat bij vrouwen van boven de 30.
En dus … werd het een korte, platte coupe en geloof me … het staat echt geweldig. Ik ben er trots op.
Alleen wilde ik dat van Ro en Maaike nog wel even horen.
Twee uur na de hernieuwde vrijage met Ro betreedt Maaike de intimiteit die zich heeft opgebouwd in onze slaapkamer. Maar ze mag, ze is altijd welkom. In een dun nachtponnetje staat ze in de deuropening.
Ik lig knus in de armen van Ro te soezen wanneer ze binnenstapt. Doezelend sla ik het dekbed ook voor haar uitnodigend open. De pon verdwijnt over haar hoofd en ze kruipt naast me. In haar blootje kruipt ze lekker close
tegen me aan.
“Ben je bij Frank geweest?” vraag ik en ze knikt. Natuurlijk, daar wilde ze per se het eerst naartoe.
“Ja. Maar ik wil je bedanken voor Roland en die week in New York. Ik zal dit nooit vergeten.”
“Was hij lief voor je?”
“Super. Ik had me geen aardiger escorte kunnen wensen. Je bent een gelukkige vrouw, Carlijn.”
Met een arm van Ro nog om me heen richt ik me op en kus Maaike licht op haar mond, zoals ik zonet deed bij Ro. Ze slaat als antwoord de armen om me heen. Liefkozend streel ik haar huid, vanaf de wangen naar
beneden. De nog altijd jongemeisjesborstjes reiken omhoog naar mijn hand, met lonkende tepels. Over de vlakke buik en de navel schuif ik verder, tot waar ik het zijdezachte schaamhaar onder mijn vingers voel, naar de
gezwollen vrouwelijkheid tussen haar benen. Daar hou ik halt, verken de gladde lipjes met mijn vingertoppen en het kleine knopje van haar clitoris. De gladheid, vanbinnen in haar onderbuik, is verleidelijk. Ik wil met haar
vrijen, zoals met Ro daarstraks, blij dat ook zij weer thuis is. Met mijn rug naar Ro voel ik aan elk stukje huid tussen haar benen.
Ro drukt zijn handen tegen mijn billen en kust me in mijn nek; die is bloot omdat ik daar flink opgeschoren ben. Opnieuw krijg ik kippenvel als hij zijn adem tegen de daar onervaren huid hijgt, een huid die extra gevoelig
is omdat die voor het eerst echt bloot ligt. Ik zucht.
Mijn hand rust op de vochtige vagina van Maaike en een vinger glipt onderzoekend naar binnen.
“Nee, Maaike. We, wij met ons vieren zijn gelukkig. Frank, Ro, jij en ik. Want we hebben elkaar om lief te hebben.”
Na mijn laatste woorden duiken we samen in de vergetelheid die ons vrijen ons biedt. Ik voel het verlangen me met haar te herenigen, zoals ik dat met Roland deed. Ook in haar durf ik me te verliezen en daarmee liefde te
winnen.
Maaike heeft wel gelijk. Ik ben een gelukkige vrouw.
Carlijn
Naschrift:
Het vrijen met Maaike was de vervolmaking van de ochtend. De geur van haar huid in mijn neus en de smaak van haar romige vrouwelijkheid op mijn tong maakten de ochtend compleet. Lange tijd brachten we
gedrieën door in bed, met niets meer aan ons hoofd dan elkaars aanwezigheid.
Uren na de vrijpartijen met Roland en Maaike, doet Maaike mijn haar. Ze vond het mooi zoals het was, maar stelde toch iets anders voor. Of ik maar even wilde gaan zitten!
Ze dacht aan iets anders dan bij het model, het haar niet zo strak langs mijn hoofd. Met stylingmousse op haar vingertoppen modelleert ze mijn haar naar haar idee. In de spiegel volg ik alles wat haar handen doen en
verbaas me met de minuten die voorbij vliegen meer en meer.
Mijn ‘wilde’ jaren mag ik dan achter de rug hebben, Maaike coupe geeft me iets van die voor mij kenmerkende jeugdige identiteit terug. Alsof een woeste wind door mijn haren gewaaid is, staat het … wild. Een ander
woord heb ik er niet voor, maar o, wat staat het fantastisch. Omdat het zo goed bij me past.



