In het leven van elke vrouw komt een keer het moment dat ze zichzelf vragen gaat stellen die alleen een vrouw zich kan stellen. Zo'n moment ervoer ikzelf nog maar kortgeleden, toen ik op een zonovergoten dag
ontwaakte.
'Ben ik toe aan een kindje?'
Het overkwam me de laatste weken regelmatig dat ik met deze gedachte ontwaakte voor het me weer net zo snel ontvlood, als ware het een vluchtige droom.

Ik drukte mijn hielen in de matras en steunde op mijn schouders. Mijn hoofd hield ik voorover geknikt, maar nog altijd diep in het kussen.
De slaapademhaling van Ro roezemoesde door de kamer. Op zijn rug liggend, naast me, werd zijn gezicht omkranst door licht dat zich door de kier tussen de gordijnen de kamer in verspreidde.
Ik wilde hem niet wakker maken. Nog niet.
De avond ervoor was het laat geworden.
Eerst moesten we naar zijn wedstrijd en daarna gingen we tot in de vroege uurtjes naar de discotheek. Maaike was erbij. Wat geniet ik van die momenten saampjes. Die nacht echter had ik hem voor mij alleen en was
net zo gelukkig.

Mijn biologische klok koekoekte me wakker. Als altijd steevast op dezelfde tijd, hoe kort ook mijn nachtrust duurde.
Op mijn schouders en hielen balancerend drukte ik mijn bekken omhoog en trok de handdoek onder me voor ik me terug liet zakken. De badstof voelde ruw aan tegen de huid van mijn billen. Het ding lag klaar onder het
bed, speciaal voor momenten als deze.
De bewegingen die ik maakte veroorzaakten stofdeeltjes die in een chaotisch patroon kriskras vanaf het dekbed opstegen in de warmte van de zonnestralen die fel naar binnen schenen. In de thermiek voortgestuwd
wervelden ze omhoog, schitterend belicht.

Dit was de eerste dag van het nieuwe jaar dat zo vroeg op de dag de zon al scheen. Uitbundig lachte onze ster de aarde toe. Levenbrenger en heraut van een ontluikend voorjaar.
De wereld ontwaakte voor een nieuwe lente en veroorzaakte kriebels onderin mijn buik. Hordes mierenpootjes krieuwelden diep vanbinnen en zetten me in vuur en vlam. Zo voelde het.
Achteloos trok ik mijn knieën op en raakte met mijn hand het borstelige bont op mijn schaamheuvel. De opening eronder was nog dicht en droog.
Zou ik me weer eens scheren, vroeg ik me af, of juist de haartjes laten staan?
Ik had me een paar dagen al niet geschoren en van lieverlee begon het gekende gekriebel de kop op te steken. Een teken dat de haartjes alweer langer worden.

Af en toe laat ik voor Ro mijn mofje groeien. Hij veroorzaakte dat zelf, door de woorden die hij sprak toen we naast elkaar lagen aan het vennetje in het bos, kort nadat hij voor altijd in mijn leven kwam.
“Je bent al helemaal bruin!" had hij verbaasd geroepen, toen hij zag dat ik over mijn hele lijf gebruind  was.
"En je hebt je haartjes laten groeien!”
Dat laatste riep hij uit nadat ik mijn bikinibroekje afstroopte en hij het donkerbruine bosje schaamhaar op mijn onderbuik aanschouwde.
“Mooi hoor. Ze passen perfect bij je bruine huid.”
Hoe vaak had hij daarna al niet met zijn neus door mijn vachtje gewoeld?
Zeker, hij hield ervan als ik me volkomen kaalgeschoren had vanonder, maar eens in de zoveel tijd wilde hij ook graag met mijn haartjes kroelen. Soms liet ik ze daarom groeien, maar alleen onder op mijn buik. Rondom
mijn spleet wil ik schoon en fris zijn en daar wil ik hem of Maaike voelen tegen mijn huid. Niet gehinderd door wat dan ook.

Al snel reageerde mijn lichaam op de gedachteloze strelingen van mijn hand.
Mijn vingertoppen voelden de schaamlippen opzwellen en pardoes was ook de stroefheid verdwenen. Dikglibberig vocht maakte me glad omdat het met mijn vingertoppen uitgesmeerd werd over mijn spleet.
Terwijl ik de eerste keer mijn clitoris raakte trok een rilling door mijn lijf en wijdde ik me echt aan mijn lusten.
Ik voerde het tempo van mijn vingers op, gleed op en neer door de zachtzompige spleet en dook af en toe diep de holte in naar binnen. Wild en gepassioneerd, want als ik zover heen ben als op dat moment, gebeurt
niets me te hard.
Mijn orgasme dreigde door te breken, maar ik vertraagde. Dat wilde ik nog niet.

Verhit sloeg ik het dekbed van me af en tilde mijn hoofd op. Tussen mijn dijen broeide en gloeide het. Alsof ze van een vreemdeling was zag ik de hand waarmee ik mezelf verwende rusten naast de haartjes, net op de
grens van mijn buik en mijn benen.
De stralen van de lentezon vielen precies op mijn driehoekje en kleine druppeltjes liefdeshoning sierden als dauw op gras op een koele ochtend de stugge, donkerbruine haartjes. Speels roerde ik er door en Ro
ontwaakte.
Zijn ogen volgden mijn hand tot ik de natte vingers naar zijn gezicht bracht en mijn vocht over zijn bovenlip uitstreek. Hij inhaleerde en richtte zich op.

Zijn dekbed gleed van hem af en onthulde zijn opwinding. De grote, roze kop glansde me tegemoet. Kwiek. Een spiegel van voorpret.
Hij draaide zich naar me toe, steunde op een elleboog op zijn zij.
Grijpvingers reikten naar mijn borsten, plukten aan de tepels en gleden lager, over mijn buik, en verder omlaag, de venusberg af, en  door het donkere woud van haartjes.
De druppels vaginasap op de krulletjes verlokten hem, zoals de zoetige parels op haar blaadjes de vliegen lokken naar de zonnedauw. Voor hem echter was het dikvloeibare verleidingssap van mijn bloem geen lokster
van de dood. Het vormde integendeel het omen voor een innige beleving.
Met mijn benen wijd likte hij mijn lokstof op, schraapte zijn tong over de haartjes en door de groef  daaronder.
Met een mannelijke hand over de lengte van mijn lekkende vrouwenpoort, duwde ik me ongegeneerd hard ertegenaan en maakte hij af wat ik bij mezelf begonnen was.

Geen moment ontkwam ik aan zijn attenties. Wilde dat ook niet.
Krols beet ik op mijn tong om het genot niet uit te krijsen, toen ik hem op me voelde kruipen en hij in één stoot bij me binnendrong.
Mijn orgasme denderde onstopbaar voort terwijl hij toestootte en trok en toestootte en trok en weer, en ik hem voelde ontladen; diep in mijn buik, en hij me vulde met warm zaad.
Onze monden zogen zich als remora's vast op elkaar, zolang zijn penis nodig had om slap en dun uit me te glippen. Met de terugtrekking voelde ik een sliert van het sperma mee naar buiten vloeien, warm en traag
tussen mijn billen zakken. Daar was de handdoek voor.
Als een luier trok ik het weefsel tussen mijn benen en ving zo al het plakkerigs op dat tussen de lipjes door mijn lichaam verliet.
Ik genoot na, kroop dicht tegen hem aan en koesterde me in zijn warmte.
Terwijl ik met gesloten ogen in zijn armen wegdroomde, drong de eerste gedachte van die dag zich weer aan me op.

De tijd tikt onverdroten voort en nu ik de dertig nader dringt zich steeds vaker de vraag aan me op of ik ooit aan een kind wil beginnen. Als ik een kind van iemand wil, dan van Roland, zoveel is zeker. Alleen is hij nog zo
jong, zoveel jonger dan ik, en studeert hij zeker nog een jaar of drie.
En ben ik er zelf wel aan toe?
Ik opende mijn ogen en keek hem recht aan. Hij keek vrijmoedig terug.

Ik lag op mijn buik en steunde op mijn ellebogen, mijn hoofd boven zijn borst.
"Ro? Waarom hou je eigenlijk van mij?"
De kalmte die erop volgde was veelzeggend.
"Moet daar een reden voor zijn? Kan ik niet gewoon van je houden, omdat jij jij bent?"
"Maar er moet toch iets zijn?" drong ik aan.
"Waarom hou jij van mij?" kaatste hij terug. "Kun jij me dàt uitleggen?"
Een vragende blik in zijn ogen.
Ik haalde mijn schouders op en liet ze weer zakken. Ik zweeg, onmachtig snel een antwoord te vinden.
"Wil je graag iets horen Car? Wil je horen dat je mooi bent? Nou, dat ben je. Of dat je lief bent? Dat ben je ook. Of dat je zo heerlijk ongedwongen vrijt? Is het dat wat je wil horen?"
Ik dacht er nog over na terwijl hij verder ging.
"Dat is het niet, meisje."

Daar was dat meisje weer. Dat simpele woordje dat hij af en toe gebruikt en dat liefdespijlen recht op mijn hart afvuurt. Ik voelde verliefdheid tot in mijn botten. Een van zijn handen kroelde door mijn haren tot achter op
mijn hoofd.
"Er bestaat voor mij geen reden om van iemand te houden. Niet van jou, niet van een ander. Volgens mij zijn er geen redenen. Liefde is er gewoon. Zonder dat ik weet waar het vandaan komt voel ik dat ik bij jou wil zijn.
Is dat niet wat het zou moeten zijn? Gewoon een emotie die me overspoelt en die ... 'er is'?
Altijd als ik je zie, of ruik of voel. Zelfs als je niet bij me bent. Het is het 'weten' dat je bestaat en het gevoel dat jij mijn leven doordrenkt. Als er al een reden is, dan is die reden onnoembaar."

Een glimlach vormde zich rond mijn mondhoeken voor ik mijn lippen straktrok tegen mijn tanden, geroerd door zijn woorden. Deze woorden hadden uit de mond van Maaike kunnen komen, zo ... filosofisch klonk het.
Hij drukte zijn lippen tegen de mijne en knabbelde aan een oor.
"Waarom vroeg je het, mooi meisje?" lispelde hij.
Ik voelde zijn lippen tegen de oorschelp, de adem waarmee hij sprak binnenin mijn oor.Kippenvel.
Met elk woord dat hij uitte werd ik alleen maar verliefder.
Ik liet mijn hoofd zakken, waarbij mijn krullen voor mijn gezicht vielen. Een gordijn tussen hem en mij. Waarom eigenlijk? Onzekerheid over wat er door mijn hoofd spookte? Ik kan het niet verklaren.
Met een hand veegde Roland mijn haren tot over mijn schouders, kwam met zijn gezicht pal voor het mijne en keek me indringend aan.
"Is het de bedoeling dat je je voor me verstopt?"
Ik schudde en tilde mijn hoofd weer op.

"Heb je een geheimpje?" vroeg hij en ik zag schrik en een begin van wat verdriet kon worden in zijn ogen.
Toch weer geen zelfvernietiging, dit keer?
Dat was het laatste dat ik wilde, hem pijn doen en ik trok hem krampachtig tegen me aan. Wangen tegen elkaar.
"Nee, lieverd," zei ik, "dat is het niet. Denk niet daaraan. Ik zal je nooit meer verdriet doen. Het is wat anders."
Toen pas vertelde ik hem mijn tot dan toe verborgen gedachten.
Was de kinderwens een zaadje ooit door Frank in mij geplant?

Lang spraken we met elkaar erover.
De voors en tegens.
Zijn leeftijd, de mijne. Wat het zou betekenen voor het leven dat wij leiden, onze relatie. Het geld. Zijn studie. Onze vakanties. Maaike en Frank. De uitjes na de wedstrijden. Ro's vader en moeder, geen grootouders van
mijn kant.
Een wirwar van rationele en irrationele gedachten was het, zonder begin of eind. Er ontkiemde geen conclusie. Achteraf gezien omdat we er niet uitkwamen. Hoe kun je in vredesnaam overzien wat het later met je doet?
Over maanden, jaren? Moet je dat wel willen? Moet je niet gewoon 'het' laten gebeuren? Waarom moet je over van alles nadenken? Was ik maar niet zo rationeel, dan was het zoveel gemakkelijker.
Dacht ik.

Ik weet dat Ro gek is op kinderen. Altijd als we bij vrienden zijn die allang getrouwd zijn en kinderen hebben, speelt hij met ze. Ze komen haast als vanzelf op hem af.
Ik weet ook dat ìk van kinderen hou. Niet voor niets zit ik in het onderwijs en heb een kleine praktijk als speltherapeute. Ik kan echt van ze genieten, zoals ze zijn: puur en primair, nog  onbedorven. Ik weet wat Ro en ik
een kind kunnen bieden. Ik zou een goede moeder zijn, geloof ik, en Ro een goede vader. Dacht ik alweer.

Ach ...?
Zonnedauw