Bezoeken

Het eerste bezoek met Tara had ik vooral bedoeld als een kennismakingsbezoek. Voor wat ik van plan was, was het noodzakelijk dat de vier Tara kenden en vertrouwden.
Ergens in mijn achterhoofd knaagde mijn geweten, omdat ik het gevoel had dat ik Tara misbruikte. Aan de andere kant was het een uitgelezen gelegenheid om meer te weten te komen en inderdaad,
die avond merkte ik dat alleen door het feit dat Tara gekleurd was er sneller een vertrouwensband tussen hen ontstond dan tussen hen en mij.
Wat mij betreft was die avond daarmee geslaagd.
We keuvelden over van alles en nog wat voordat Tara en ik ’s morgens vroeg huiswaarts keerden.
Op zich had ik niets wetenswaardigs vernomen, maar ik kon rustig stellen dat ik de bodem bemest had en dat uit die grond iets moois kon groeien, voor mij dan.
Nog een aantal bezoeken volgden en al die tijd groeide het vertrouwen tussen Tara en haar kleurgenoten.

In de tijd tussen de visites probeerde ik zoveel mogelijk informatie te verzamelen dat me inzicht konden geven in wat zich tot dan toe buiten mijn gezichtsveld had afgespeeld. In mijn brein had zich een
theorie genesteld dat misschien een van die vier meiden de moordenaar was die ik zocht. De meest voor de hand liggende kandidaat was in dat geval Lyndi, doodgewoon omdat zij de eigenaar van het
huis was en zij me de leider van de club leek. Zij deed bij de eerste ontmoeting de deur open, zij voerde meestentijds het woord en in het algemeen merkte ik dat de anderen haar ‘volgden’. Meer dan
een verdenking was het op dat moment echter niet en dus was het zaak meer ondersteunend materiaal te verzamelen.

Er waren verschillende dingen die ik uitzocht.
Een paar collega‘s zette ik aan het uitzoeken of de vermiste vrouwen ooit reizen hadden geboekt naar Afrika en zo ja, wanneer. Omdat ik de meiden in het huis niets van mijn verdenkingen wilde laten
blijken, moest dat uitzoeken uiterst omzichtig gebeuren.
Daarvoor liet ik mijn collega‘s bij de Nederlandse en Duitse luchtvaartautoriteiten informeren naar de passagierslijsten van de vluchten naar de thuislanden van de verdwenen vrouwen van de afgelopen 5
jaar. Dat leek me een redelijke termijn.
Hoewel het doornemen van die lijsten een vervelend karwei was, bleek mijn ingeving een schot in de roos. Alle vrouwen hadden reizen gemaakt, de eerste 3,5 jaar geleden en de laatste, de vrouw van
het hoofd, tijdens de zomer van 2003. En dat niet alleen: ze hadden allemaal met een dochter gereisd.
En het werd allemaal nog veel mooier toen bleek dat al die reizen waren geboekt via het reisbureau waar Lyndi werkte!

De uitkomst dat de vrouwen allemaal met een dochter hadden gereisd, zorgde er voor dat zich een angstig vermoeden bij me begon te ontwikkelen.
Ik had op de sites gelezen dat besnijdenis bij jonge meisjes plaatsvindt. Sommige bronnen spraken zelfs over meisjesbesnijdenis en niet over vrouwenbesnijdenis. Zou het waar kunnen zijn dat die
dochters een reis hadden gemaakt naar hun noodlot?
Had ik hier wellicht het motief voor de moorden? Speelde wraak een rol? Wraak op de moeders die dit hun dochters hadden aangedaan?
Om dat uit te zoeken moest ik absoluut te weten komen of Lyndi of een van haar vriendinnen besneden was en of de verdwenen moeders en hun dochters besneden waren en zo ja, wanneer. Als dat
laatste het geval was, dan kon het inderdaad betekenen dat de wrok die een mogelijke besnijdenis bij Lyndi of een van de anderen teweeg had gebracht de drijfveer was voor de moorden.

Deze gedachte betekende dat ik aan medische informatie moest zien te komen en dat leverde zoals zo vaak bij dit soort onderzoeken een probleem op. Met hun ambtsgeheim als reden weigerden de
doktoren ook maar iets los te laten over hun patiënten, zelfs nu het om een moordzaak ging en ik duidelijk kon aangeven dat ik met hun kennis nieuwe slachtoffers kon voorkomen. Het was onmogelijk
voor me aannemelijk te maken dat de vrouwen dood waren en dus beschouwden de doktoren hun patiënten als levend. En zonder toestemming van de vrouw gaven zij hun informatie niet door.
De dokter in Duitsland, arts van de enige met zekerheid overleden vrouw, bleek onbereikbaar.
Ik pijnigde mijn hoofd met de vraag hoe ik achter die noodzakelijke informatie kon komen.
Gelukkig beschikte ik over Tara als troefkaart, die ondertussen een prima band met Lyndi en haar vriendinnen had opgebouwd.
Het was duidelijk dat er ondanks de vele indirecte bewijzen, nog steeds geen sterke zaak stond. Als ik  met al die niet-onderbouwde verdenkingen bij de rechter-commissaris aan zou kloppen, hoefde ik
niet op veel medewerking te rekenen en dus vestigde ik mijn hoop op Tara. Misschien kon die in een onbewaakt ogenblik iets loskrijgen waar ik wat mee kon.
Een tweede optie was om terug te keren naar Lingen en te proberen daar een antwoord te krijgen.

De gedachte aan die dochter in Lingen riep een beeld bij me op dat woede in me wakker maakte.
Ik zag het magere meisje weer voor me dat vrolijk lachend de hoek van het huisje om kwam rennen, haar broertje achter haar aan. Wat zou er met haar gebeurd zijn in Afrika tijdens die vakantie met haar
moeder? Was het mogelijk dat de vagina van dit meisje mij het overtuigende bewijs kon leveren dat meisjesbesnijdenis inderdaad een rol speelde in dit drama?
Daar kon ik maar op een manier achterkomen: ik moest er naartoe.

’s Avonds in bed besprak ik mijn verdenking met Tara; zowel het plan dat ik voor haar had gesmeed, als het idee om terug te gaan naar die Duitse Afrikaner met zijn tienjarige dochter. Het kostte me
geen moeite haar voor mijn plannetjes te winnen, omdat ze inzag waar het over ging en dat ik niet over alternatieven beschikte.
Met een hand op haar buik en mijn hoofd op haar schouder vertelde ik haar van de emotionele confrontaties die deze zaak me had opgeleverd. Ik sprak met haar over besnijdenis en vroeg wat dat met
haar gedaan zou hebben. Ik was al langere tijd haar partner in bed, maar toen pas vertelde ze me dit deel van haar levensverhaal.

Tara ’s verhaal

Tara ’s moeder werd op 8-jarige leeftijd op een afschuwelijke manier besneden. Vrijwel alles was zonder enige hygiëne weggehaald, wat een wekenlange infectie had veroorzaakt. Ze had
ternauwernood de ontsteking overleefd en haar hele leven bleef ze last houden van de ingreep. Door urineretentie en het niet goed weg kunnen vloeien van het menstruatiebloed, waren ontstekingen aan
de urinewegen en de vagina aan orde van de dag. In Somalië had zij haar eerste kind gekregen, waarvoor ze voor de geboorte geopend moest worden. Alleen die defibulatie deed al ongelooflijk veel
pijn en toen het kindje ook nog eens dood geboren werd, was het leed onafzienbaar. De talrijke infecties hadden hun moordende werk gedaan.
In de zeer traditionele gemeenschap waar haar moeder leefde, werd zij na de geboorte opnieuw dichtgenaaid, zo schreef het gebruik voor.

Later kwam ze met haar man naar Nederland, vluchtend voor plunderende, moordende en verkrachtende legers van warlords die de gebieden waarin haar ouders van oudsher woonden, afstruinden op
zoek naar vrouwen en buit. Mannen die werden aangetroffen stierven een gruweldood door marteling of onthoofding met machetes. Kinderen mochten kiezen: een korte of een lange mouw. Dan werd
een deel van de armen afgehakt, meer of minder, te verschrikkelijk voor woorden was het.
Pas in Nederland en na een positieve beslissing op de asielaanvraag, werd de schade die haar moeder was aangedaan zo goed en kwaad als het ging hersteld. Een plastisch chirurg had haar vagina
geopend en voorzover dat mogelijk was gereconstrueerd. Veel bleef echter onherstelbaar beschadigd.
Wat de restauratie van haar geslachtsorgaan als voordeel opleverde was, dat de urineweginfecties grotendeels achterwege bleven en geslachtsgemeenschap minder pijnlijk verliep. Ze werd opnieuw
zwanger.
Het tweede kindje dat geboren werd overleefde en lag toen naast me.
“Dat was ik”, vertelde ze en haar blik verried dat haar gedachten ergens anders vertoefden.

Drie jaar na de geboorte van Tara overleed haar moeder aan de complicaties van de zoveelste infectie. Haar lichaam had teveel geleden onder de doorlopende ontstekingen uit het verleden en gaf de
strijd  op. Het hart weigerde nog langer te kloppen.
Mijn ogen liepen vol tranen tijdens het aangrijpende verhaal. Onmachtig iets te zeggen kroop ik nog dichter tegen mijn vriendin aan en duwde mijn gezicht beschaamd tegen haar hals. Ik kon haar op dat
moment van plaatsvervangende schaamte niet in de ogen kijken.

“Mijn vader vertelde me toen ik ouder was de laatste wens van mijn moeder.
Toen ik geboren werd en bleek dat ik een meisje was, liet ze mijn vader op de Koran zweren dat hij het nooit toe zou staan dat ik besneden zou worden en daar heeft hij zich aan gehouden. Mijn vader
kwam zelf ook uit het traditionele milieu waarin mijn moeder was opgegroeid, maar hier in Nederland heeft hij leren inzien hoe infernaal besnijdenis is. Hoewel hij een heel stille man was, die nooit over
emoties sprak, vergeet ik nooit de dag waarop hij onverwachts bij mijn kamer aanklopte. Ik was toen zestien.
Hij opende de deur en vroeg of hij binnen mocht komen.

Natuurlijk mocht hij dat.
Hij ging op het bed zitten, pakte mijn hand en begon ontroostbaar te huilen.
Je moet weten dat ik mijn vader nooit eerder had zien huilen, maar die keer? Het leek wel of alle verdriet dat hij in zijn leven was tegengekomen in een waterval naar buiten kwam.
Op de rand van het bed vertelde hij alles wat er met mijn moeder gebeurd was. Voor die tijd had ik zelfs nog nooit van besnijdenis gehoord.

Nadat hij het had verteld, zakte hij op zijn knieën voor het bed om vroeg me met gebogen hoofd om vergeving voor het leed dat mijn moeder was aangedaan. Niet dat hij daar direct schuld aan had, maar
zo voelde hij het wel. Ook hij had het in Somalië belangrijk gevonden dat mijn moeder ‘zoals het hoort’ het huwelijk inging en daarmee voor zijn gevoel het gebruik gelegitimeerd.
Hij vroeg me hem die vergeving te schenken, uit naam van mijn moeder, en wie was ik om hem die vergiffenis te onthouden?
Vanaf dat moment waren we meer vader en dochter dan we ooit geweest waren. Vanaf dat moment ook praatten we veel over mijn moeder en hun leven in Afrika en ik ben hem eeuwig dankbaar dat hij
zich aan zijn belofte gehouden heeft.”

Steunend op mijn ellebogen hief ik mijn gezicht op en keek Tara aan. Ze zag het traanvocht in mijn ooghoeken drijven en fluisterde “Wil je vanavond alsjeblieft heel lief met me vrijen?”
Die avond, na die belijdenis, had ik niet anders gekund.
Tara is altijd een heftige vrijer, heerlijk wild en somtijds extravagant, maar die avond was het daar het moment niet voor. Die nacht moest het teder zijn, liefde zonder lust.
Mijn rustende vlinders warrelden op in de stijgingswind van mijn emoties en hun bontgedanste Flamenco voerde me terug, naar die allereerste blik op haar gezicht, dat omen van verliefdheid.

Mijn lippen vonden haar mond en mijn tong danste lichtvoetig langs de hare. Niks wilds, geen harde verovering, het werd een zachtaardige ontmoeting.
Een hand van me gleed over de bolling van de buik die zich begon af te tekenen. Het was geen seksuele handeling, het was een liefkozing. De druk van de volle borsten tegen mijn handpalm
stimuleerden haar tepels te groeiden tot ze kiezelhard tegen mijn huid aan drukten.
Mijn hoofd zakte af naar haar borsten en mijn lippen sloten zich om de tepels om die te kussen, net als de warme, stevige bollen die ze bekroonden.

Bovenop de bolling van haar buik drukte ik een zoentje op de navel, die al wat uit begon te puilen, voor ik verder naar beneden knuffelde, een zoentjesspoor trekkend over de gespannen huid tot in de
donkere krulletjes.
Tara opende haar dijen voor me en ik zag haar zwarte roos voor me open bloeien. De fijne blaadjes die het roze omsloten en die bolronde poortwachter aan de ingang van de tunnel waar over niet al te
lange tijd ons kindje uit zou komen.
Ik overzag de schoonheid van Tara ’s vrouwelijkheid en vroeg me af hoe iemand er in godsnaam toe kwam zoiets fraais en natuurlijks, zo gruwelijk te verminken. Dat ging mijn begrip werkelijk te boven.

Nauwelijks haar huid rakend, plaatste ik mijn lippen over de bloedgevulde spleet en likte met alleen het uiterste puntje van mijn tong het knobbeltje aan de bovenzijde. Ik likte het zo luchtig mogelijk,
eigenlijk vlinderde ik over het spleetje en alles daaromheen.
Het onderdrukte gesteun van Tara zei me dat ze genoot van wat mijn mond daar deed en dat was wat ik wilde bereiken. Die avond draaide het alleen om haar.

Nadat ik tussen haar benen gekropen was en die wijd uiteen boog, haar knieën naast haar borst, bracht ik haar huid op spanning. Daarvan wist ik hoe opgewonden ze zou raken. Ze stond snaarstrak en
door het stimuleren van de clitoris met mijn lippen en tong, begon de vloed te breken.
De eerste straal kletterde tussen mijn borsten en droop langs mijn buik naar beneden, de nagolven vloeiden langs haar zwarte sterretje omlaag op de handdoek. Direct daarna kwam Tara klaar, niet
uitbundig zoals ik gewend was, maar ingetogen, als een geleidelijke ontlading.

Er schalde dit keer geen kreet, geen ontembare spasmen rolden door haar lichaam. Integendeel, er vloden slechts vage golfjes door haar buik omhoog. Als ik haar van onder zoende was er niets wilds,
eerder trage bewegingen van haar bekken en ik liet het bij een paar keer.
Hierna kroop ik bovenop haar, waarbij onze borsten elkaar raakten en ik zoende haar, mijn mond dwars over de hare.
“Dank je, bleekscheetje”, fluisterde ze in mijn oor en rolde me van haar af. “Mijn buik zit in de weg.”
Ze draaide zich naar me toe en legde een arm over mijn schouders, drukte een kusje onder tegen mijn kin.
“Ik hou onwijs veel van je”, was het laatste waarvan ik me bewust was.

De ochtend erna snelde ik in mijn Landcruiser naar Lingen, Duitsland, vastbesloten achter het geheim van de vrouw en mogelijk haar dochter te komen. Doorlopend probeerde ik me voor te stellen hoe
ik dat aan kon pakken.
Tara ondertussen, bezocht de vrouwen in hun huis en ’s avonds laat bracht ze me verslag uit van wat er zich had afgespeeld. Het werd zo goed als de bevestiging van mijn vermoedens.

Tara ’s verslag

“Je had gelijk. Ze waren inderdaad veel opener nu dan toen jij erbij was. Het was waarschijnlijk toch vertrouwder zo, met ons vijven onder elkaar.”
Op de bank vertelde Tara me wat er die dag ter sprake was gekomen.
“Het begon allemaal heel onschuldig, koetjes en kalfjes, je kent dat wel. In het begin was het nogal afwachtend, al kreeg ik de indruk dat ze me aan het uitpeilen waren. Al snel ging het over jou en de
relatie die wij hebben en ik heb ze alles eerlijk verteld. Ik heb ook gezegd dat ik in verwachting ben van Mark. Als ze al geschokt waren door mijn verhaal lieten ze dat niet blijken.
Daarna vroegen ze openlijk naar mijn etnische afkomst en toen ik zei dat ik een Somalische vader en een Malinese moeder had, zag ik ze blikken van verstandhouding uitwisselen. Ik deed echter net
alsof ik niks in de gaten had en ik voelde dat ik ze zo ver kon krijgen dat ze over dat wat jij wilde weten aan het praten gingen. Het enige dat ik moest hebben was geduld en een dosis tact. Het
onderwerp zou door hen aangekaart moeten worden en niet door mij.

Na al dit voorzichtige aftasten en nadat we meer met elkaar vertrouwd raakten, ging opeens het gesprek over de Islam. Ik weet eigenlijk niet hoe we er op kwamen.
Ze zeiden dat ze alle vier islamitisch zijn. Daar deden ze op dat moment nog behoorlijk geheimzinnig over. Nadat zij dat verteld hadden, werd er heel nadrukkelijk naar mijn geloofsopvattingen gevraagd.
Ik heb ze verteld dat ik in Nederland ben geboren en dat mijn ouders Moslim zijn, ik dus in de traditie van de Islam werd opgevoed, maar dat ik al snel nadat ik volwassen werd niet gelovig bleef. Er zijn
voor mij in het geloof teveel conflicten met de moderne maatschappij en mijn eigen opvattingen om me ermee verbonden te kunnen blijven voelen. De rol van de vrouw, de onverzettelijkheid en de weinig
democratische beginselen, dat kon in mijn ogen nooit de bedoeling zijn geweest van een Schepper. En toen ik tot overmaat van ramp nog verliefd werd op jou, was het helemaal gedaan. Wanneer ik als
moslima met een vrouw zou zijn gaan samenwonen in een Islamitisch land, zo filosofeerde ik verder, zou ik waarschijnlijk op grond van de Sjari’ah zijn ingegraven en gestenigd. Dat was mijn laatste
argument en dat brak het ijs. Toen al die vertrouwelijkheden eenmaal open en bloot op tafel lagen, kon er opeens van alles gezegd worden!
Op dat moment voelde ik dat het moment waarop ik wachtte naderde.

Ik zei al dat het leek alsof ze me uithoorden. Ze gaven me de indruk dat ze eerst alles van me wilden weten, voor ze zelf hun verhaal durfden doen. Omdat jij me erom gevraagd had, ben ik er ver in
meegegaan, wat ik anders zeker niet gedaan zou hebben.
Het gesprek boog af naar de ouders en daarmee werd het interessant. Het gevoel dat ze naar iets specifieks op zoek waren werd met de minuut sterker en via allerlei slinkse wendingen zorgden ze
ervoor dat het onderwerp besnijdenis ter sprake kwam. Zelfs non-verbaal was het overduidelijk dat we steeds ‘closer’ werden. Dat was letterlijk zo omdat we op het puntje van onze stoelen zaten en
voorover leunden naar elkaar. Duidelijker had het niet kunnen zijn.
Farah begon er als eerste over. Ze maakte een terloopse opmerking en als ik er door wat jij me eerder vertelde niet alert op was geweest, was die misschien onopgemerkt voorbijgegaan. Het begon
heel algemeen over cultuur en besnijdenis, maar het werd me al snel duidelijk dat ze mijn mening erover wilden weten. Ik heb toen plompverloren gezegd dat ik niet besneden ben en dat ik er faliekant
tegen ben.
De rest van de middag werd er over niets anders gesproken dan vrouwenbesnijdenis!

Het gesprek werd steeds openhartiger en op zeker moment wist ik van alle vier dat hun moeders besneden waren voordat ze naar Nederland kwamen en dat ook zij alle vier dat lot ondergingen toen ze
jonger waren. Hun moeders hadden ze meegenomen uit Nederland naar het geboorteland van de moeder en daar waren zij ‘tot vrouw gemaakt’, zoals het eufemistisch werd uitgedrukt.
We voelden ons tenslotte zo met elkaar verbonden, dat ze me zelfs lieten zien hoe ze besneden waren. Dat was afschuwelijk.

Vier van die mooie, jonge vrouwen die zo toegetakeld zijn. Toen ze op eigen benen stonden, hebben ze er alle vier voor gekozen hier in Nederland de schade te laten herstellen, maar dat ging niet verder
dan het openmaken van de hechtingen. De weggesneden delen konden natuurlijk niet meer aangezet worden. Het waren nog steeds afschuwelijke wonden om te zien.
De tranen die stroomden en de toonzetting van hun woorden maakten me ondubbelzinnig duidelijk dat er in die vier een enorme haat schuilt jegens iedereen die een ander zoiets aandoet. Het doet hun
onnoemelijk verdriet, want hoe durfden ze ooit een man nog onder ogen te komen, zo zeiden ze.
Ze zien hun ouders nooit meer, omdat ze die niet kunnen vergeven wat er uit hun naam lang geleden gebeurd is.
Je begrijpt wat een impact deze gebeurtenis op hun leven heeft gehad en nog heeft.

De wederwaardigheden die Tara me vertelde, pasten wonderwel bij mijn ervaring van die dag in Duitsland.
Al vroeg op de morgen was ik bij het huisje aan het kanaal en werd ik met achting binnengehaald. Direct vertelde de man me dat hij ons dankbaar was dat we zekerheid over het lot van zijn vrouw
hadden gegeven. Hoe zwaar die wetenschap ook woog, het was beter dan niets te weten.
Gesterkt door zijn opmerking, viel ik bij een kop koffie met de deur in huis en vertelde de man dat ik in het belang van het onderzoek iets bijzonders te weten moest komen. Ik vroeg hem of hij wilde dat ik
de moordenaar van zijn vrouw te pakken zou krijgen en dat wilde hij uiteraard.
“Dat vraagt dan wel dat u mij eerlijk antwoord geeft op een heel persoonlijke vraag. Een vraag die u  misschien niet wilt beantwoorden, maar die essentieel is voor mijn onderzoek”, zo introduceerde ik
de impertinente vraag die ik hem wilde stellen.
“Vraagt u maar, dan zie ik wel of u antwoord krijgt of niet”, was zijn reactie en ik meende een vorsende blik in zijn ogen te zien.

“Goed. Neemt u gerust de tijd voor u antwoordt.
Uw vrouw en u, u bent beide van Afrikaanse afkomst. Wat ik zou moeten weten is of uw vrouw besneden was toen u trouwde.”
Ik probeerde zo min mogelijk veroordeling in mijn vraag te leggen.
De zware wimpers van de man zakten traag voor zijn pikzwarte ogen en pas toen hij na enige tijd zijn ogen opsloeg, knikte hij.
Op dat moment moest ik doorprikken en vuurde direct mijn tweede vraag op hem af.
“En is uw dochter besneden?”
Dit keer hield hij zijn ogen open en zag ik een klein beetje vocht in de ooghoeken stromen. Een trage knik bevestigde mijn vermoeden. Zat daar iets van schaamte? Hij moest het er toen toch mee eens
zijn geweest dat het gebeurde.
“Als u niet wilt antwoorden, mag dat, maar is uw dochtertje besneden tijdens een reis naar het geboorteland van uw vrouw?”
Opnieuw een knikje.
“Wanneer was dat?”
Met moeite kon de man het eruit brengen en het bleek tijdens de zomervakantie van 2003 gebeurd te zijn.

Ik wist genoeg, maar wilde helemaal zeker zijn.
“Heeft uw vrouw die reis in Nederland geboekt?”
Ook dat bleek het geval.
“Dan heb ik nog een laatste verzoek aan u. Wilt u mij toestemming geven om bij uw arts na te vragen of er inderdaad sprake is van besnijdenis en van welke vorm?”
Die toestemming kreeg ik zwart op wit en direct die middag bevestigde de huisarts van de man wat hij me zelf al had verteld. Gelukkig was hij er die dag wel.
Het jonge meisje was besneden, maar op een minder ingrijpende manier dan haar moeder. Alleen de clitoris was verwijderd.

Met de door Tara en mij vergaarde informatie van die dag wist ik vrijwel zeker dat de theorie die zich in mijn hoofd genesteld had, bewaarheid moest zijn.
Het kon niet anders of een van die vier vrouwen in dat huis was de moordenaar. De meest voor de hand liggende bleef Lyndi, simpelweg omdat zij werkte voor het reisbureau dat zich gespecialiseerd
had in de reizen naar Afrika en dus kon beschikken over alle benodigde informatie, zoals de namen en adressen van de vrouwen en hun dochters. Bovendien was zij duidelijk de informele leidster van
het stel.
Als een donderslag bij heldere hemel schoot me op dat moment ook weer de naam van hun huisje te binnen: Les quatres endommagées. Ik wist nog steeds niet waar dat voor stond en als er iets is waar
ik in dit soort onderzoeken niet tegen kan, is het als ik iets niet weet. Waarschijnlijk had het niks met de zaak te maken, maar je kon maar nooit weten. Die betekenis moest ik maar eens onmiddellijk
uitzoeken.

Ik liep naar de boekenkast en pakte het Frans-Nederlandse woordenboek eruit dat ik sinds de middelbare school niet meer gebruikt had. Endommagées stond er niet in, wel het werkwoord
‘endommager’ dat beschadigen betekent. Met een beetje goede wil kon ik me indenken wat  endommagées betekende. Ik meende me van de Franse lessen op school te herinneren dat de uitgang
‘ées’ voor een meervoudsvorm van een vrouwelijk woord stond. Dat paste in ieder geval bij het woord ‘quatre’ dat ook een meervoud-s had. In dat geval zou de naam zoiets betekenen als ‘de vier
beschadigden.’ Dat zou een wel heel toepasselijke naam zijn: vier vrouwen, volgens de informatie die  Tara voor me verzameld had voor altijd verminkt, beschadigd, bij elkaar in een huisje. Hoe juist was
mijn intuïtie van de naam geweest toen ik voor het eerst met die vier vrouwen geconfronteerd werd. De naam sloeg werkelijk op de vier bewoonsters!

Met die wetenschap in mijn hoofd wist ik het absoluut zeker. Het enige dat ik nog hoefde te doen was de rechter-commissaris overtuigen, zodat ik een huiszoekingsbevel kon krijgen en op zoek kon
gaan naar meer concrete aanwijzingen. Dat liep anders dan ik verwacht had.
Helaas voor mij vond hij de aanwijzingen weliswaar sterk, maar onvoldoende concreet voor een gerechtelijk bevel. Er waren simpelweg teveel onzekerheden, vond hij. Geen lichamen, geen hoofden,
alleen het hoofd dat ver van hun huis gevonden was en er waren sowieso geen redenen om aan te nemen dat buiten die ene vrouw de andere vrouwen vermoord waren en niet gewoon van huis
weggelopen.  Onvoldoende waterdicht bewijs kortom en daarmee kwam mijn onderzoek met een klap tot stilstand.

Wat nu? Ik moest dringend iets anders verzinnen.
Het duurde een paar dagen voor ik me bedacht dat ik zonder verdere informatie geen aanknopingspunten meer had voor nader onderzoek. Ik zat op een dood spoor en alleen een soort goddelijke
ingeving of iets dergelijks kon de zaak nog vlot trekken. Hoe moet je in vredesnaam moorden oplossen waarvan je vrijwel zeker weet dat ze begaan zijn en waarvan je zelfs het sterke vermoeden hebt
wie het gedaan heeft, zonder dat je de dode slachtoffers hebt?
Het enige concrete dat ik had was het hoofd van die ene vrouw, verder berustte mijn theorie op niets meer dan verdenkingen en halve aanwijzingen. Het bijkomende ongeluk, voor mij dan, was dat er de
laatste tijd geen verdwijningen van donkere vrouwen meer hadden plaatsgevonden, wat mijn angst voedde dat de moordenaar of nattigheid voelde, of gewoonweg gestopt was. In ieder geval moest ik
de oplossing vinden met de schamele aanwijzingen die ik tot dan toe had. Of kon ik toch nog iets ondernemen?
Ik pijnigde mijn hersens maar kwam er niet uit; ik kon die vrouwen moeilijk recht voor hun raap  vragen wie van hen al die vrouwen had vermoord.

Inmiddels waren Tara en ik al een paar keer in ‘Les quatres endommagées’ op bezoek geweest en zo ging het ook die avond. Alleen was dit keer Mark er bij.
Tot dan toe hadden de bewoners ons nog niet rondgeleid in hun paleisje en dat stond voor die keer op het programma, zo bleek al snel.
Het huis waarin ze woonden bevatte vier aparte woonruimtes waar ieder eventueel gewenste privacy kon vinden. Farah en Lyndi bewoonden ieder een kamer op de begane grond, terwijl Aboke en
Mekina elk een kamer boven hadden. De woonkamer werd gedeeld, net als de keuken en de toilet – en doucheruimten. Het deed me denken aan de tijd dat ik zelf studeerde aan de politieacademie en
ik samen met nog enkele anderen in een vergelijkbare situatie woonde, hoewel heel wat minder chique.
Op het eind van de rondleiding lieten de vier ons vol trots een enorme kelder zien, waarin een ontzagwekkende berg voedsel lag opgeslagen.

Er stonden twee Amerikaanse koelkasten met van die dubbele deuren en twee grote vrieskisten. Begrijpelijkerwijs was ik razend benieuwd wat daar allemaal in zou zitten, maar werd teleurgesteld toen
het bleek te gaan om normale etenswaren in de koelkasten en ingevroren vlees in de vrieskisten. De etiketten op de verpakkingen van het diepvriesvlees zeiden me dat alles uit de ISPC-vestiging uit
Utrecht kwam.
Als ik al ergens hoop op had gehad, dan was het niet dit.

Mijn verbazing over zoveel levensmiddelen in huis ontlokte een reactie aan Aboke. Ze zei dat ze regelmatig gasten ontvingen. Omdat ze zelf veel waardering op konden brengen voor exquise gerechten
en koken leuk vonden, hadden ze zich bekwaamd in culinaire activiteiten. Dat koken wilden ze niet alleen voor zichzelf houden, maar net zo goed voor anderen doen en daarom hadden ze besloten dat
ze een soort exclusieve eetgelegenheid wilden worden. Een thuisrestaurant, waar groepjes van 2 tot 6 personen tegen betaling een bijzondere maaltijd konden genieten.
Het idee sprak me aan omdat het zo creatief bedacht was en het verklaarde tevens de grote eettafel in de aangebouwde serre.
Als Tara, Mark en ik wilden konden wij wel een keer meegenieten bij een diner!

De uitleg over hun hobby verklaarde tevens de vele, professionele aandoende, huishoudelijke apparaten in de kelder.
Op een werkblad naast de koelkasten stonden diverse machines die het keukenwerk konden veraangenamen; een gehaktmolen, een elektrische vruchtenpers, staafmixers, blenders, wijnkoelers en zelfs
een grinder, een soort maalmachine. Alles in een zware uitvoering, zoiets als wat je in een grootkeuken kunt verwachten. Een breed scala aan messen en vleesbijltjes hing netjes te blinken in een rek en
alles was tiptop onderhouden.
Op mijn vraag waartoe die maalmachine diende vertelden ze dat ze zelf granen en noten inkochten die met dat apparaat vermalen werden en zo de verse producten leverde die ze het waard vonden in
hun gerechten te verwerken. Niet vers kwam er niet in, uitgezonderd het vlees dan!
Ik was onder de indruk van alles wat ik zag en de passie waarmee ze hun verhaal vertelden.
Het laatste deel van de rondleiding bracht ons in de tuin die er nog steeds braak bij lag, hoewel het leek of er intussen wel wat veranderd was. Er fladderden nog net zoveel kraaien, roeken en meeuwen
rond en ik herinnerde me van mijn eerste bezoek waarom die er waren.
“We weten nog steeds niet hoe we de tuin precies willen en tot die tijd kunnen we er niets mee doen”, zei Aboke toen ze mijn vragende blik zag. “Zullen we nu maar weer naar binnen gaan?” vervolgde
Lyndi snel.

Heel die avond bleef een onbestemd gevoel aan me knagen. Ik meende zo goed als zeker te weten dat een van de bewoonsters een moordenares was en ik zat daar gezellig mee te keuvelen.
Nietszeggende praatjes die je op zo’n avond uitwisselt. Meer dan eens was ik er niet bij met mijn hersens en betrapte ik mezelf erop dat ik na zat te denken hoe het mogelijk kon zijn dat één van de vier
zoveel slachtoffers om had kunnen brengen zonder dat de anderen dat gemerkt hadden. Het was een te belachelijk idee om te veronderstellen dat ze alle vier bij het complot betrokken waren. Toch?
Hoewel?

Hoe meer ik erover begon na te denken, hoe geloofwaardiger het idee begon te worden.
Met moeite kon ik die avond mijn gedachten dwingen zich te beperken tot het uitwisselen van de plaisanterietjes  die zo kenmerkend zijn voor dat soort sociaal geëngageerde avonden en was blij toen
we eindelijk met goed fatsoen weg konden, Tara, Mark en ik.
Het idee had bij me postgevat dat ik er maar eens een gedachte-experiment tegen aan moest gooien om zo te proberen een mogelijk scenario voor de moorden en het verdwijnen van de lichamen te
verzinnen. Dan kon later dat scenario getoetst worden. Voor dat experiment moest ik rust hebben en dat hoopte ik de volgende dag te vinden.
Voorlopig wenste ik me eerst de stoeipartij met Mark waar ik mijn zinnen op had gezet. Duchtig genoeg om me te verpozen om morgen met herboren elan aan de slag te gaan.

Het plannetje was al vroeg gesmeed, samen met Tara, die ter voorbereiding Marks gulp op de heenweg open had getrokken en hem op de achterbank van de auto pijpte. Zij mocht hem afzuigen en zijn
zaad opslobberen en ik mocht heel de avond chillen bij de gedachte aan wat ik zou krijgen.
Met wijde knieën op het bed en mijn hoofd en schouders plat op het onderlaken, stak ik mijn kont hoog op naar Mark. Het sekssignaal dat daarvan uitging was ondubbelzinnig. Die avond wilde ik weer
eens goed gerost worden en Mark had daar het benodigde gereedschap voor. Achter me stak de glimmend roze kop van zijn pik ferm de lucht in, klaar om me krachtig aan de spits te rijgen. Tara
druppelde speeksel over het kloppende monster en bevochtigde hem in haar mond voor ze het condoom erover rolde. Een fikse kneep glijmiddel verdween in mijn spleet en ik voelde hoe Mark me bij
mijn heupen greep. Ik lag klaar voor zijn steekspel.

Aan voorspel verspilden we geen tijd en energie. Die avond wilde ik van begin tot eind simpelweg geneukt worden. Ruw, snel en bruut. Net als Tara ben ook ik een wilde en er bestond die avond bij mij
geen enkele behoefte aan tederheid. Ik wilde dat Mark mijn kut deed gloeien en in de auto op de terugweg had ik dat in zijn oor gelispeld.
Mijn schacht had zelfs nog geen kans gekregen zichzelf te smeren toen ik het tuutje van de condoom er al tegen voelde kriebelen en Mark direct erna fel de toegang tot mijn grotje doorboorde. Zijn
bekken bonkte  heftig tegen mijn kont en door de kracht van zijn stoot schoten mijn schouders en hoofd over het laken naar voren.
Tara kwam plat op haar scheenbenen voor me zitten en greep om me heen. Ze omvatte mijn borsten, kneep er hard in en duwde me telkens terug, in het ritme van het gebeuk van Mark.
Wild schokte ik heen en weer, ontving telkens de ram naar voren tot mijn hoofd klem zat tussen Tara ’s dijen, waarna de push terug volgde. Elke woeste stoot van Marks pook voelde ik tegen mijn
baarmoeder knallen en het kletsen van zijn huid tegen de mijne klonk luid door de kamer. Dit was wat ik nodig had: heel banaal een flinke beurt.

Na Tara ’s pijporgie en zonder het lesbische voorspel was Mark veel langer in staat zijn lul stijf te houden en door te gaan waar hij anders allang zou spuiten. Bovendien hadden we hem geleerd aan iets
anders te denken dan het geneuk, om zo zijn lozing nog langer uit te stellen en ons nog langer te plezieren.
Die keren dat we dit van hem verlangen is Mark niet onze minnaar, maar ons neukbeest, alleen op de wereld om ons met zijn lul ongenadig ervanlangs te geven en onze kutten af te raggen tot we gek
van het geweld klaar moeten komen.
Dat voelt heel anders dan met een vibrator. Als we behoefte aan bruutheid voelen moeten we gewoon langdurig zijn levende lul in ons heen en weer voelen razen.

Zoals altijd wanneer ik deze behandeling onderga, duurde het lang voor ik mijn top bereikte. Ook ik probeer de opwinding zolang mogelijk te onderdrukken om volop van het venijnige geweld te genieten.
Druppels zweet kriebelen dan over heel mijn lichaam en als ik het echt niet meer tegen kan houden schreeuw ik het orgasme uit mijn keel. Mark moet dan verder ploeteren, om me oneindig lang te laten
komen en pas dan is het de bedoeling dat Mark zich leegt.
In de loop van de tijd heeft Mark aardig geleerd wat er van hem verlangd wordt en weet hij te bieden wat wij wensen. Een animale behoefte bevredigen. Zo ook die keer.

Krijsend zakte ik door mijn knieën plat op het bed, plat geneukt, door mijn ontlading niet langer in staat m’n kont hoog te houden. Uitgeleefd was ik, doorgezweet en doodop. Ik had gekregen waarom ik
vroeg. Mijn kutlippen gloeiden door de wrijving van de staak die er tussendoor pompte. Slap als een vaatdoek lag ik wijdbeens op mijn buik en wenste dat hij me verliet, zijn gesel uit me trok, maar dat
geluk was me niet gegeven. Die avond bezat hij de perfecte knuppel. Hij ranselde onmeedogend verder, tot het me pijn begon te doen, maar had ik dat niet gewild?
Ik kromde mijn rug om de stoten zo pijnloos mogelijk op te vangen en bad dat hij snel het tuutje zou vullen. Tara hield mijn hoofd tussen haar handen en het kletsen van onder duurde maar voort.

“Alsjeblieft”,  gromde ik hees uit mijn keel, letterlijk suf geneukt, “Alsjeblieft, ik kan niet meer.”
Mijn stem smoorde in het laken en het poken hield maar aan. Met wat ik hem vroeg was ik tot zijn neukpop gedegradeerd. Hij had mij mijn plezier bezorgd en nu mocht hij onbesuisd zijn lusten op mij
botvieren.
Hij verhoogde het tempo van zijn stoten en rausde harder en harder door mijn rauw geschuurde kut tot ik niks meer voelde en alleen maar lijdzaam onderging. Ik beet hard in het laken toen hij na lange tijd
ontplofte en uit me gleed. Godzijdank. Was hij nu eindelijk klaar?

Krachtig werden mijn billen uit elkaar getrokken en ik voelde hoe hij zijn ongeschoren wangen ertussen wrong. Ik voelde zijn tong over mijn sterretje draaien en naar beneden zakken, waar hij me schoon
likte, met die ruwe tong over mijn gefolterde kut. Hij moest en zou me beffen en mijn sappen opzuigen voor hij verdween en me uitgewoond achterliet. Niet bij machte iets te zeggen.
De volgende morgen voelde mijn gehele onderkant rauw aan, als biefstuktartaar, beurs en ontveld. Alleen een verzachtende intiemcrème kon korte tijd het gloeien verlichten.
Ik had er zelf om gevraagd en het was heerlijk geweest.

Zonder slipje liet ik die dag erna de zuurstof zijn heilzame werking hebben. Ik meldde dat ik thuis bleef werken, zat doorlopend met mijn benen uit elkaar en smeerde elk uur mijn beurse spleetje in. Deze
neukbeurt zou me nog lang heugen, want Mark had zichzelf danig overtroffen.






(thanks for the ride last night, love Charlotte)
liet ik die ochtend op het schermpje van zijn gsm verschijnen.







(You two girls are angels, love 'the man')

kreeg ik per kerende post terug, waarna ik mijn gedachten kon laten gaan over het prangende probleem dat tot de oplossing van de zaak moest lijden.

Het duurde een tijdje voor ik mijn gedachten kon ordenen. Het schroeien van mijn kut leidde vreselijk af.
Allerlei gegevens van deze zaak dwarrelden chaotisch door mijn hoofd, voor zich van lieverlee een wat vaster vorm uitkristalliseerde.
Wat was ik, naast de al eerder bedachte redenen voor mijn bedenkingen, nog meer voor opvallends tegengekomen in deze intrigerende moordzaak? Ik pakte een papiertje en begon maar weer eens te
noteren, dat is voor mij nu eenmaal dé methode om tot inzicht te komen.

-        de vele vogels in de tuin: kraaien, roeken en meeuwen, een enkele roofvogel
-        de grote kelder met het professionele keukengerei
-        de braakliggende tuin die nog niet was opgeknapt
-        de spoorloze lichamen
-        de in deze buurt ongebruikelijke, dicht omheinde tuin
-        het plotselinge ophouden van de verdwijningen
-        de grote koelkasten en vriezers
-        het busje met de gordijntjes
-        de respectievelijke beroepen van Farah, Aboke en Mekina

Een vraag moest ik vooraf stellen en beantwoorden: Er vanuit gaande dat de moordenaar in ‘Les quatres endommagées’ schuilde, was het dan logisch te veronderstellen dat slechts één van die vier
vrouwen bij de zaak betrokken was? Na lang nadenken  moest ik daar in alle eerlijkheid ontkennend op antwoorden. Dat leek me vrijwel uitgesloten. Als mensen zo dicht op elkaar wonen dan moeten ze
op enig moment gemerkt hebben wat er gaande was.
Dat leidde tot de enig denkbare conclusie en dat was dat ze er toch echt alle vier bij betrokken waren.

Ik had allang geaccepteerd dat de schending van de dochters de reden voor de moorden was. De moeders waren verdwenen of gedood en het waren de moeders die de kinderen hadden
meegenomen op de reis. Alleen zij konden verantwoordelijk worden gesteld voor het drama dat zich in de thuislanden voltrok. Gezien de wrok bij Lyndi, Aboke, Farah en Mekina kon dit heel goed de
drijfveer zijn voor de gepleegde gewelddadigheden.
En er vanuit gaande dat alle vier deel namen aan de moorden, waar zouden die dan plaatsvinden? Het antwoord was simpel: thuis natuurlijk.
Wanneer ik me in hun positie verplaatste, hoe zou ik het dan aangepakt hebben met de hulpmiddelen die ik bij de hand had? Hoe kon ik de lichamen laten verdwijnen zonder een spoor achter te laten,
uitgezonderd dan dat hoofd?
Wat ik moest doen was een methode verzinnen met de spullen die de meiden thuis voorhanden hadden. Alles inpassen in een plan dat ervoor zorgde dat de uitkomst was, zoals ik wist dat die was:
moorden zonder lijken.

Met het verstrijken van de uren ontwikkelde zich steeds meer een vastomlijnde theorie. Hoe verder dat plan zich in mijn hoofd ontvouwde, hoe meer van die opvallende zaken ik een plaats kon geven, tot
ik het idee had dat ik de zaak doorgrond had. Het geheel gaf  de indruk van een legpuzzel waarbij het mogelijk bleek alle stukjes in elkaar te passen. Vooral dat laatste, dat al mijn ideeën in het grote
geheel konden worden ingepast, overtuigde me ervan dat ik het raadsel doorgrond had.
Ik had van buiten naar binnen gewerkt en er ontbraken nog slechts enkele kleine stukjes.
Er waren twee dingen die ik nog moest controleren en als die ook klopten, had ik mijn wettig en overtuigend bewijs. Ik moest nog een keer op bezoek, vooral in de tuin, en moest nog een analyse laten
uitvoeren en dat zou de zaak rondmaken. Dat zou me het huiszoekingsbevel opleveren, dat wist ik zeker.

Zodra ik met goed fatsoen kon ging ik andermaal bij de dames buurten en zorgde ervoor dat ik op het laatst nog een keer de tuin in kon. Ik bekeek nauwkeurig de haag rond de tuin en vond wat ik zocht.
Ik had expres mijn bergschoenen met grof profiel aangetrokken en door stevig door de tuin te stampen, zorgde ik er voor dat er flink wat grond in de richels achterbleef, van diverse plaatsen in de tuin.
Terug bij mijn auto peuterde ik de aangestampte grond uit de diepe sleuven van mijn schoenzolen en liet het in een zakje vallen dat dient voor het verzamelen van bewijsmateriaal. Ik verzegelde mijn
zending en bracht het diezelfde dag nog naar Den Haag.
Op mijn verzoek werd in enkele dagen een grondige analyse gemaakt van de stoffen in de aarde uit de zool van mijn schoenen. De uitslag verraste me in hoge mate omdat het niet overeenkwam met
wat ik verwachtte. Dat betekende dat ik terug moest naar de tekentafel en mijn plan heroverdenken, de uitkomst inpassen in een licht aangepaste theorie. En ook dat kreeg ik voor elkaar.
Met de uitslag stapte ik voor de tweede keer naar de rechter-commissaris en dit keer kreeg ik wel het zo vurig verlangde bevel tot huiszoeking.
De rest, zo luidt het cliché, is geschiedenis.

Uit het huis nam ik alles mee wat in mijn theorie een rol speelde en liet dat analyseren. De uitkomst onderschreef  ondubbelzinnig wat ik had bedacht, hetgeen leidde tot de arrestatie van de vier vrouwen.
Later, in de verhoorkamer van het bureau, ondervroeg ik afwisselend de vier meiden en dat bevestigde al mijn gedachtenspinsels.  Met de bekentenissen van de vrouwen op de band was de zaak rond.
Ik had mijn moordenaars, alle vier, maar de vraag bleef of hiermee gerechtigheid was gediend.
Lyndi werd de verhoorkamer binnengeleid en deed als eerste haar verhaal.

3

Onvolmaakt leven

Voor het eerst van haar leven zag Lyndi de aluminium vogels van zo dichtbij.  Zoals het bij elk kind gaat, vulde opwinding haar hart toen de gigantische vliegtuigen over de startbaan taxieden, de motoren
gierend op toeren werden gebracht en de vrijgekomen energie de bakbeesten voortstuwde tot de banden het contact met de tarmac verloren en het zoveelste wonder richting hemel klom.
Het toestel won snel hoogte, maakte een draai en loste op in het licht van de zon.

“Mamma, mamma, kijk daar gaat er weer één.”
Extatisch van alle indrukken, huppelde het jonge meisje achter het glas. Straks zou ze zelf het vliegtuig instappen en zelf de stoel ingedrukt worden als het toestel versnelde en opsteeg. Voor het eerst van
haar leven zou ze vliegen en dan nog wel naar het verre land waar haar moeder geboren was en dat ze nog nooit gezien had.
Het was Lyndi ‘s zomervakantie en het werd een reis om nooit te vergeten.

De hitte op Mopti Airport sloeg Lyndi ongenadig in het gezicht. Het was zo anders als in het koele Nederland en na de vlucht volgde nog een heel eind naar Saraféré, het geboortedorp van haar moeder.
Het eerste stuk voerde de gammele bus haar over iets wat je nauwelijks een weg kon noemen, via Kona en Boré, en vandaar werd het een trage helletocht door de moerassen van het stroomgebied van
de Niger , met de talrijke meren en de bijna onbegaanbare paden.
De krakkemikkige Landrover kroop sloom over het karrenspoor tot in het dorp en daar ontmoette Lyndi de geboortecultuur van haar moeder.

De eerste week was een doorlopend feest en Lyndi had nooit gedacht dat ze zo gelukkig kon zijn. Het was primitief, maar juist die eenvoud sprak haar aan. De vriendinnetjes die ze maakte in het dorp
speelden de eenvoudige inheemse spelletjes met haar en zij leerde ze op haar beurt de typisch Nederlandse. Iedereen deed zijn best het de mooiste vakantie van haar leven te maken.
Aan het begin van de tweede week namen haar moeder en een paar andere vrouwen haar mee naar buiten het dorp. Langs de rivier stond een huisje, verscholen tussen de struiken.
Ze was zenuwachtig. Haar moeder had verteld dat ze daar naartoe gingen en dat wanneer Lyndi weer uit het huisje zou komen, ze vrouw zou zijn. Daar was haar moeder ook vrouw geworden.

Lyndi vroeg zich af wat dat betekende: Vrouw worden. Zou ze dan zijn als haar moeder? Ineens zo groot? Veel tijd erover na te denken kreeg ze niet.
In het huisje werd ze uitgekleed tot ze helemaal naakt was en op de grond gelegd.
Ze werd bang toen haar moeder over haar buik heen ging zitten en twee vrouwen haar armen grepen.
Weer twee andere vrouwen pakten haar enkels en spreidden haar benen wijd uiteen.
“Mamma, wat gebeurt er?” gilde ze met een angstig stemmetje en met angstige ogen zag ze hoe een oude vrouw tussen haar benen neerzeeg, een oud mes in haar hand.

“Bijt maar op dit stokje, lieverd” zei haar moeder en duwde een houtje tussen Lyndi’ s tanden. Ze wilde het uitspuwen, maar de hand van haar moeder hield het op de plaats. Ze worstelde om te proberen
los te komen, maar de vrouwen waren te zwaar en te sterk  en toen voelde ze een afschuwelijke pijn tussen haar benen. Ze vocht als een leeuwin tegen wat ze met haar deden, maar dat maakte het
alleen maar erger.
Haar ogen draaiden wit weg toen de afzichtelijke pijn haar hersens bereikte waardoor ze bijna flauwviel. Die genade kreeg ze echter niet: ze voelde elke haal van het ruwe snijden in het gevoelige vlees
en voelde het bloed uit de wonden stromen.

De ingreep werd verricht door de besnijdster van het dorp, die alle vrouwen van het dorp besneden had en het van haar moeder had geleerd. Eerst werd de clitoris ruw weggesneden, het orgaan dat bij
aanraking als gevaarlijk werd beschouwd voor kind of de man en de kleine schaamlippen volgden. Het roestige mes sneed tenslotte moeizaam delen van de grote schaamlippen weg, waarna de
wondvlakken met naald en draad slordig aan elkaar werden gehecht.
Kruiden werden op de wond aangebracht om het bloeden te stelpen en de benen van Lyndi werden aan elkaar gebonden, opdat de hechting niet zou scheuren.

Dagenlang lag Lyndi in het heilige huisje aan de rivier. De wond ontstak en brandde tussen haar benen. Ze ijlde en steeds was er die ondraaglijke pijn. Ze kon zich amper bewegen en alleen haar
moeder bracht haar af en toe eten en drinken.
Dat weigerde ze. Ze wilde niet eten, ze wilde dood. Was dit wat het was: vrouw worden?
Het afgesneden vlees werd meegenomen en het enige geluid dat Lyndi in haar koortsdromen bereikte was het gefladder van vleugels in de struiken. Half ijlend door het gif van de infectie in haar bloed
werd de associatie gelegd die voor altijd in haar onderbewuste vogels met de vreselijke daad verbond.

Het duurde weken voor Lyndi weer kon lopen en altijd schrijnde de pijn van de wond. Ze durfde niet naar zichzelf te kijken uit angst voor wat ze zou zien. Als ze moest plassen schroeide haar onderlijf en
moest ze het in kleine beetjes doen.
Lyndi haatte de hele wereld. De kleine, vrolijke en speelse meid was niet meer, hoezeer haar moeder haar ook probeerde te troosten en dat wat gebeurd was te verklaren. Maar Lyndi wilde het niet
horen, wilde het niet weten.
Het zo onschuldige meisje werd nooit meer dezelfde.





















De foto in het huis verscheen weer op mijn netvlies en ik zag hoe ondiep het licht vanuit die rechter bovenhoek doordrong in de duisternis eronder. De analogie met het leven van Lyndi lag voor de hand:
haar leven werd door het gebeuren in duisternis ondergedompeld. Het vrolijkstemmend licht was niet langer in staat het pessimistische donker te verdrijven. Hoe gruwelijk was haar levensverhaal.

De toedracht

Ik was verbijsterd van Lyndi ‘s relaas. Hoe moest ik daarop reageren?
Sprakeloos was ik, tot niet meer in staat dan haar aan te kijken totdat haar bekentenis losbarstte, vrijwel geheel in overeenstemming met wat ik had bedacht. Ze sprak erover zonder wroeging, kalm en
hield niets achter. In mijn ogen was ze open en eerlijk.

“Het idee groeide langzamerhand in onze hoofden. We woonden al een tijd samen in dat huis en stukje bij beetje raakten we steeds meer opgefokt door met elkaar over ons probleem te praten. Alle vier
haatten we onze ouders om dat wat ze ons hadden aangedaan. Vooral onze moeders moesten het ontgelden, want zij hadden de vernederingen immers zelf ook ondergaan en wisten wat die
verminkingen gingen veroorzaken.
Beschadigd als we waren, gingen we nooit met vrienden uit, bang om relaties aan te gaan. Ons leven was kapot voor het goed en wel begonnen was en voor ons lag geen mooie toekomst in het
verschiet.
Van het een kwam het ander en op een gegeven ogenblik merkte ik door mijn werk dat er nog steeds veel vrouwen uit Afrika hun dochters lieten besnijden. Omdat het in Nederland en Duitsland niet is
toegestaan, moesten ze daarvoor wel naar het buitenland en ik begon me te realiseren dat de vluchten veelal werden geboekt via het reisbureau waar ik werkte. Dat ik er ongewild aan meewerkte haatte
ik.

Ik zag de vrouwen en kreeg steeds meer medelijden met die jonge meisjes, omdat ik wist wat er ging gebeuren. Je moet weten dat soms die dochters meekwamen om de reis naar hun eigen
verdoemenis te boeken. Dat misselijkmakende gevoel woekerde in me als een kankergezwel, tot ik het als mijn plicht begon te beschouwen daar iets tegen te doen. Ik wilde toekomstige slachtoffertjes
beschermen, hun de vernedering en het kwaad besparen en tegelijkertijd degenen die voor het kwaad verantwoordelijk waren straffen. Dat besprak ik met mijn vriendinnen en samen besloten we een
afschrikwekkend voorbeeld te stellen. Zo diep zat onze rancune!
Onze eigen moeders konden we niets aandoen omdat we dachten dat dit teveel in onze richting zou wijzen, maar gelukkig hadden we andere vrouwen die we wel konden aanpakken.
Omdat ik via de boekingen makkelijk aan de namen en adressen kon komen was het eenvoudig om de vrouwen te selecteren. We zijn zelf van Afrikaanse afkomst, dus geen van de vrouwen keek ervan
op als we hun benaderden. Met zijn vieren overmeesterden we de vrouwen, verdoofden ze met de ether die Farah meenam van haar werk en reden ze met het busje naar ons huis.
In de kelder doodden we de vrouwen. Niks sadistisch, gewoon pijnloos doodmaken.

Onze hobby van het koken gebruikten we als dekmantel voor onze activiteiten.
We organiseerden echt etentjes voor mensen die dat wensten, maar belangrijker voor ons was dat we daardoor over apparatuur konden beschikken die we nodig hadden.
Zie je, het probleem was hoe we van de lichamen af konden komen.”
“Gebruikten jullie daarvoor de maalmachine?” vroeg ik haar.
Ze knikte.
“Onder andere. Daar vermaalden we de botten mee.”
“Wat jullie vervolgens als een soort beendermeel door de tuin strooiden!”
Verrast doordat ik dat wist knikte ze nogmaals.
“Aboke kwam op dat idee. Beendermeel wordt gebruikt als fosfaatrijke meststof in tuinen om de groei en bloei van de planten te bevorderen en het leek ons een niet te ontdekken manier om van de
botten af te komen. Het leek ons bovendien passend cynisch als we iets moois konden laten ontstaan uit zoiets verderfelijks als die vrouwen.”
“Dat beendermeel was de bevestiging van mijn theorie, weet je dat?”
Ik vertelde haar de bedoeling  van mijn schoenen tijdens het laatste bezoek en ze glimlachte.
“Slim.”
“In het gerechtelijk laboratorium analyseerden ze het maalsel van de botten uit de tuingrond die ik ze had gegeven, alleen wees het DNA-profiel uit dat het menselijk en geen dierlijk weefsel betrof. Dat
was voor mij de definitieve bevestiging van de theorie die ik had uitgedacht.”

Ik ging door met mijn verdenkingen, maar moest uitkijken dat ik haar geen woorden in de mond legde.
“Met die oplossing voor de botten waren jullie er natuurlijk nog niet, want dan hadden jullie ook nog alle weke delen waar je vanaf moest. Maar ook daar hadden jullie een oplossing voor, nietwaar?
Eigenlijk was ik daarnaar op zoek in jullie tuin. Ik had verwacht daar sporen van aan te treffen in de aarde.”
“Je hebt gelijk. De oplossing voor dat probleem kwam van Mekina.”
Dat vermoedde ik al, maar ik liet Lyndi toch maar uitspreken zodat ik haar volledige bekentenis op de geluidsband kreeg.
“Mekina vertelde ons dat we de spieren en de organen het best aan de vogels konden voeren. Kraaien en meeuwen en sommige roofvogels zijn aaseters en die vreten grote hoeveelheden weg. Er zijn
onnoemelijk veel van die vogels, dus het verwerken van al dat vlees was geen al te grote opgave.”
Lyndi ‘s opmerking over het klapperen van de vleugels van de vogels terwijl ze ijlend in de hut langs de Niger lag schoot door mijn hoofd. Ze moest het onbewust een toepasselijke oplossing hebben
gevonden.
“Als het soms teveel was om in een keer weg te werken, vroren we het in en deden het dan in een verpakking van de ISPC. Makkelijk zat. Je hebt er zelf naar gekeken toen je bij ons in de kelder was.
Die dag lag er trouwens alleen maar consumptievlees in.
Als we het bevroren, voerden we het zo snel mogelijk alsnog aan de vogels.”

Toen ze dat zei schoot er ineens een beeld door mijn hoofd.
De vier dames zaten gezellig met een aantal gasten rond de tafel in de serre, vriendelijk koutend en ondertussen genietend van een mals stukje gebraad. Kleine stukjes rood vlees dat op zilveren vorkjes
werd geprikt, in de jus gedoopt en naar de mond gebracht.
Ik moest er niet aan denken dat er per ongeluk een stuk van het vrouwenvlees in de braadslee terecht was gekomen. Vergeten aan de vogels te voeren en bij een volgende gelegenheid uit de vriezer
gehaald met die verpakking van de ISPC erom. Huh.
Ben je dan een kannibaal of niet, als je onbewust zit te genieten van onherkenbaar klaargemaakt mensenvlees?
Dit soort gedachten duurt altijd maar heel kort en terwijl dit door mijn hoofd spookte ging Lyndi gewoon verder met haar verhaal.

“Je hebt gezien hoeveel vogels bij ons in de tuin zaten, dus je kunt je voorstellen hoe gemakkelijk we al dat vlees konden laten verdwijnen. Het vormde de perfecte manier om de restanten van de vrouwen
kwijt te raken zonder dat het ooit gevonden kon worden. Het enige wat we hoefden te doen was het vlees met onze keukenmessen tot hele kleine stukjes snijden om te voorkomen dat hompen door de
vogels of andere dieren zouden worden meegenomen uit de tuin. Zolang de stukjes door de vogels in een hap doorgeslikt konden worden liepen we niet het gevaar dat ze ergens anders een stuk
zouden laten vallen dat mogelijk gevonden kon worden. Dat zou het risico ingehouden hebben dat alles aan het licht kwam.”

“Dat gebeurde dus met het hoofd dat wij vonden in de zandverstuiving.”
“Ja, dat was de enige fout die we gemaakt hebben. Terwijl we met de rest van het lijk bezig waren legden we dat hoofd in een bak waar per ongeluk een krant overheen kwam en die bak kwam weer
onbedoeld in de tuin terecht. En daar verdween het. Die dag stormde het behoorlijk en waarschijnlijk is er daardoor tuinaarde over het hoofd gewaaid, waardoor we het vergaten. De wet van Murphy: als
er iets verkeerd gaat, gaat het ook goed verkeerd. Dit was een serie van fouten.”
“Dat klopt. Wij wisten uit het forensisch onderzoek, dat een dier het hoofd had meegenomen, waarschijnlijk een vos. Toen ik laatst bij jullie in de tuin was heb ik goed gekeken en zag dat er een gat in de
omheining zat, net groot genoeg om doorheen te sluipen. Daar zal het dier door binnen gekomen zijn en het hoofd hebben weg gesnaaid.”
“Daar hebben we dus alles aan te danken? Een vos.”
“Ja,” antwoordde ik, “en aan een amazone en haar Jack Russell. Zij vonden het hoofd.”

“En hoe zat dat met die data en zo en die foto?”
Ik was benieuwd wat de reden was voor die subtiele aanwijzingen die de dames in hun MO hadden gelegd.
“Het was Farah die op dat idee kwam. Ze wilde niet dat we ‘zomaar’ aan het doden zouden gaan, maar dat er een soort systeem achter zat. Daar hebben we lang over nagedacht, anders waren we al
veel eerder begonnen, maar pas toen we die foto van Rajiv met de tekst vonden, kreeg het definitieve idee gestalte.
Het heeft vast iets met haar achtergrond te maken. Farah is niet iemand die zomaar iets doet. Ze is niet voor niks laborante. Ze werkt heel methodisch en volgens een strak plan en zo hebben we de
moorden ook aangepakt.
Uiteindelijk waren we het er allemaal over eens dat we een diepere boodschap in onze daden moesten leggen. Dat werd het begrip ‘onvolmaaktheid’, omdat we ons alle vier onvolmaakt vinden door wat
ons is aangedaan. En we zouden nooit meer fysiek volmaakt vrouw worden ook.
Toen zijn we gaan zoeken naar een systeem en je weet hoe dat in elkaar zat. Trouwens heel knap van je dat je dat ontdekt hebt.
“Ach,” zei ik bescheiden, daar heeft geluk een heel grote rol bij gespeeld.”
“Waren jullie van plan nog meer moorden te plegen?””

“Nee. Jouw eerste bezoek aan ons huis maakte ons kopschuw. We wisten doordat jullie langskwamen en doordat jullie aan het dreggen waren dat jullie het hoofd gevonden hadden en wilden ons niet
verraadden. Bovendien waren we toch al van plan te stoppen. Wat we hadden bedoeld bereikten we niet. Er werd door niemand verband gelegd tussen de verdwenen vrouwen en de besnijdenis van die
jonge meisjes. Er waren geen lichamen en dus ook geen publiciteit en dus was de hele actie voor niks. Die Duitse vrouw was de laatste.”
Na deze laatste bekentenis beëindigde ik het interview.
Ik wist alles wat ik moest weten, restte alleen nog het verifiëren van Lyndi ’s verhaal aan dat van de anderen. De verhalen die uit de volgende drie kruisverhoren opgetekend konden worden strookten
perfect met dat van haar en toen ik alles op de band had staan was de zaak rond.

Bij het naluisteren van de bekentenissen realiseerde ik me dat Lyndi en haar kompanen daders waren, maar dat ik ze met evenveel recht slachtoffer kon noemen. Als je dit op zo jonge leeftijd is
aangedaan, bij wie ligt dan de schuldvraag?

Volmaakt leven

Mijn arm rustte op de bolle buik van Tara. Over niet al te lange tijd zou ons kindje geboren worden. Een jongetje of meisje, dat maakte me niets uit. Het kondigde zijn komst aan met schoppen en draaien
in Tara ‘s buik en ik kon dat voelen. Dat eerste contact maakte het meer dan voorheen ook mijn kind.
Ik koesterde de hoop dat alles erop en eraan zou zitten, dat het gezond zou zijn en dat het voor ons volmaakt zou zijn, met alle fouten die bij menszijn horen. En dat het volmaakt gelukkig zou worden,
zoals ik met Tara.
Ik draaide Tara op haar zij en masseerde haar rug. Het moest een zware belasting voor haar zijn, het dragen van ons kind.
Ze had nog wat van me tegoed.

Eerst kuste ik haar op een oor en daarna legde ik haar bovenste been naar voren, zo ver als haar buik het toeliet. Zelf schoof ik naar onder, draaide me om en duwde mijn gezicht in de driehoek bij haar
billen. Tot aan de ontsluiting zouden we vrijen en ik zoende de opening waar ons kindje uit zou komen. Tara steunde en tilde haar been op, liet mijn mond toe tot haar intiemste plek. Ik sloot mijn lippen
rond de gezwollen klit en snoof de geur op in mijn neus. Mijn tong dartelde vrolijk door de spleet, de ingang van haar kut en zogen aan de lipjes die de opening omzoomden.
Daar kwam het vocht al dat sinds haar bevruchting zo vaak stroomde en ik genoot dubbel toen ik haar spieren zag rollen. Ze kreeg van mij het genot dat ik haar zo ontzettend graag gunde. Er zijn
momenten voor ongecompliceerde seks en er zijn momenten om liefde te belijden. Dit was een moment voor het laatste.

Het dilemma van deze moordzaak raakte het wezen van mijn bestaan en speelde nog wekenlang door mijn hoofd. De strijd tussen goed en kwaad woelde door mijn hersenen, als de chaostheorie,
kriskras dooreen, tot zich uit de chaos een nieuw patroon begon te vormen. Die on-Charlotteachtige  ordeloosheid van mijn overtuigingen her-vormde zich tot een patroon waarin mijn gewetensnood
langzamerhand omturnde tot een morele overtuiging: hoe erg het ook is wat een ander je aandoet, de ultieme vergelding door de dood is nooit het antwoord dat je mag geven. Het verlaagt je tot het
niveau van die ander. Voor vergelding zijn andere middelen en ik zag die vader in Duitsland voor me, met zijn zoon en dochter op zijn schoot. Het onnoemlijke leed dat hun was aangedaan.

In conflict daarmee zag ik Tara tegenover me zitten. Tara, een Afrikaanse vrouw, mijn hartsvriendin. Ik  stelde me haar voor, besneden, verminkt voor het leven. Beroofd van seksueel genot, plezier en
levenslust. Beroofd van de mogelijkheid dat een ander te schenken, ontdaan van vrouwzijn.
Als haar vader geen woord gehouden had, zou ik er dan hetzelfde over gedacht hebben? Dat beeld bracht de twijfel in mijn hoofd terug. Ik kon zo moeilijk kiezen!
Het voedde de twijfel die Heraclitus zo lang geleden dichtte: wij mensen zijn absoluut onvolmaakt, onophoudelijk  onderweg naar volmaaktheid die we nooit zullen bereiken.














Nieuw leven

Maanden later pas, heb ik de kracht gevonden mijn verhaal toe te vertrouwen aan het papier, na een diepgaande blik in mijn geweten. De wereld draait door en zo ook ons leven.
Samen met de nu hoogzwangere Tara vond ik kortgeleden de moed Lyndi, Farah, Mekina en Aboke te bezoeken die door mijn toedoen op de vrouwenvleugel van Veenhuizen belandden.
Ze namen me niks kwalijk, zeiden ze.
Dat wat gebeurd is, was hun keuze, een daad die zij stelden, hun aanklacht tegen de zinloosheid van een barbaars cultureel gebruik.
Ze dragen die verantwoordelijkheid manhaftig.

Als minnares van een donkere vrouw die het had kunnen overkomen, kon ik hun zielenroerselen begrijpen, maar niet rechtvaardigen. Dat vertelde ik ze en dat accepteerden ze en ze aanvaardden dat ze
voor hun daden moesten boeten. Hun hoop was dat de wereld zou zien en zich verzetten.
Vrouwenbesnijdenis!
Wat ik ze kon beloven, was dat ik me zou laten horen. Proberen de boodschap uit te dragen die hun niet was gelukt
Belofte maakt schuld!

Twee dagen voor de uitgerekende datum werd ons kindje geboren.
Mark en ik waren erbij toen het hoofdje verscheen en de wereld een mensje rijker werd. Een meisje met een getinte huid, lichter dan Tara, donkerder dan Mark. Een kwetsbaar wezentje, waard om
beschermd te worden en met alles erop en eraan. Zoals om het even welk Opperwezen de mens ongetwijfeld bedoeld heeft.
Vier namen gaven we haar, maar Mahdi werd haar roepnaam, uit respect voor de grootmoeder van Tara ’s kant. Wat zou zij graag dit meisje in haar armen hebben gehouden en ongeschonden op
hebben zien groeien. Als voorbeeld dat de wereld ten goede veranderen kan.
De Vleestuin, slot
Ik ken de woorden,
maar ben geen dichter.
Ik ken de kleuren,
maar ben geen schilder.
‘k Heb m’n gedachten,
maar moet nog zoveel leren om,
onvolmaakt en kwetsbaar,
mens te worden.

Heraclitus (± 500 vC): Onderweg
Nawoord

Ik wil dit verhaal graag opdragen aan alle meisjes en vrouwen ter
wereld, ongeacht hun geloof of cultuur.

Dit project begon heel onschuldig als een gewone thriller, maar tijdens
het schrijven werd ik steeds meer gegrepen door wat ik ontdekte. Er
zijn momenten geweest dat er daadwerkelijk tranen over mijn wangen
liepen.
Tranen, doordat ik me in kon beelden wat het voor de vrouwen
betekent die dit is overkomen. En tranen voor die meisjes die dit leed
nog zullen ondergaan.
Ik kan alleen maar bidden dat ooit de ogen van de mensen open zullen
gaan en dat zij zullen beseffen wat zij een ander aandoen.

De wereld verandert dan wel, maar veel te langzaam.
U 2
C
R ^j^^j^
Bezoeken

Het eerste bezoek met Tara had ik vooral bedoeld als een kennismakingsbezoek. Voor wat ik van plan was, was het noodzakelijk dat de vier Tara kenden en vertrouwden.
Ergens in mijn achterhoofd knaagde mijn geweten, omdat ik het gevoel had dat ik Tara misbruikte. Aan de andere kant was het een uitgelezen gelegenheid om meer te weten te komen en inderdaad,
die avond merkte ik dat alleen door het feit dat Tara gekleurd was er sneller een vertrouwensband tussen hen ontstond dan tussen hen en mij.
Wat mij betreft was die avond daarmee geslaagd.
We keuvelden over van alles en nog wat voordat Tara en ik ’s morgens vroeg huiswaarts keerden.
Op zich had ik niets wetenswaardigs vernomen, maar ik kon rustig stellen dat ik de bodem bemest had en dat uit die grond iets moois kon groeien, voor mij dan.
Nog een aantal bezoeken volgden en al die tijd groeide het vertrouwen tussen Tara en haar kleurgenoten.

In de tijd tussen de visites probeerde ik zoveel mogelijk informatie te verzamelen dat me inzicht konden geven in wat zich tot dan toe buiten mijn gezichtsveld had afgespeeld. In mijn brein had zich een
theorie genesteld dat misschien een van die vier meiden de moordenaar was die ik zocht. De meest voor de hand liggende kandidaat was in dat geval Lyndi, doodgewoon omdat zij de eigenaar van het
huis was en zij me de leider van de club leek. Zij deed bij de eerste ontmoeting de deur open, zij voerde meestentijds het woord en in het algemeen merkte ik dat de anderen haar ‘volgden’. Meer dan
een verdenking was het op dat moment echter niet en dus was het zaak meer ondersteunend materiaal te verzamelen.

Er waren verschillende dingen die ik uitzocht.
Een paar collega‘s zette ik aan het uitzoeken of de vermiste vrouwen ooit reizen hadden geboekt naar Afrika en zo ja, wanneer. Omdat ik de meiden in het huis niets van mijn verdenkingen wilde laten
blijken, moest dat uitzoeken uiterst omzichtig gebeuren.
Daarvoor liet ik mijn collega‘s bij de Nederlandse en Duitse luchtvaartautoriteiten informeren naar de passagierslijsten van de vluchten naar de thuislanden van de verdwenen vrouwen van de afgelopen 5
jaar. Dat leek me een redelijke termijn.
Hoewel het doornemen van die lijsten een vervelend karwei was, bleek mijn ingeving een schot in de roos. Alle vrouwen hadden reizen gemaakt, de eerste 3,5 jaar geleden en de laatste, de vrouw van
het hoofd, tijdens de zomer van 2003. En dat niet alleen: ze hadden allemaal met een dochter gereisd.
En het werd allemaal nog veel mooier toen bleek dat al die reizen waren geboekt via het reisbureau waar Lyndi werkte!

De uitkomst dat de vrouwen allemaal met een dochter hadden gereisd, zorgde er voor dat zich een angstig vermoeden bij me begon te ontwikkelen.
Ik had op de sites gelezen dat besnijdenis bij jonge meisjes plaatsvindt. Sommige bronnen spraken zelfs over meisjesbesnijdenis en niet over vrouwenbesnijdenis. Zou het waar kunnen zijn dat die
dochters een reis hadden gemaakt naar hun noodlot?
Had ik hier wellicht het motief voor de moorden? Speelde wraak een rol? Wraak op de moeders die dit hun dochters hadden aangedaan?
Om dat uit te zoeken moest ik absoluut te weten komen of Lyndi of een van haar vriendinnen besneden was en of de verdwenen moeders en hun dochters besneden waren en zo ja, wanneer. Als dat
laatste het geval was, dan kon het inderdaad betekenen dat de wrok die een mogelijke besnijdenis bij Lyndi of een van de anderen teweeg had gebracht de drijfveer was voor de moorden.

Deze gedachte betekende dat ik aan medische informatie moest zien te komen en dat leverde zoals zo vaak bij dit soort onderzoeken een probleem op. Met hun ambtsgeheim als reden weigerden de
doktoren ook maar iets los te laten over hun patiënten, zelfs nu het om een moordzaak ging en ik duidelijk kon aangeven dat ik met hun kennis nieuwe slachtoffers kon voorkomen. Het was onmogelijk
voor me aannemelijk te maken dat de vrouwen dood waren en dus beschouwden de doktoren hun patiënten als levend. En zonder toestemming van de vrouw gaven zij hun informatie niet door.
De dokter in Duitsland, arts van de enige met zekerheid overleden vrouw, bleek onbereikbaar.
Ik pijnigde mijn hoofd met de vraag hoe ik achter die noodzakelijke informatie kon komen.
Gelukkig beschikte ik over Tara als troefkaart, die ondertussen een prima band met Lyndi en haar vriendinnen had opgebouwd.
Het was duidelijk dat er ondanks de vele indirecte bewijzen, nog steeds geen sterke zaak stond. Als ik  met al die niet-onderbouwde verdenkingen bij de rechter-commissaris aan zou kloppen, hoefde ik
niet op veel medewerking te rekenen en dus vestigde ik mijn hoop op Tara. Misschien kon die in een onbewaakt ogenblik iets loskrijgen waar ik wat mee kon.
Een tweede optie was om terug te keren naar Lingen en te proberen daar een antwoord te krijgen.

De gedachte aan die dochter in Lingen riep een beeld bij me op dat woede in me wakker maakte.
Ik zag het magere meisje weer voor me dat vrolijk lachend de hoek van het huisje om kwam rennen, haar broertje achter haar aan. Wat zou er met haar gebeurd zijn in Afrika tijdens die vakantie met haar
moeder? Was het mogelijk dat de vagina van dit meisje mij het overtuigende bewijs kon leveren dat meisjesbesnijdenis inderdaad een rol speelde in dit drama?
Daar kon ik maar op een manier achterkomen: ik moest er naartoe.

’s Avonds in bed besprak ik mijn verdenking met Tara; zowel het plan dat ik voor haar had gesmeed, als het idee om terug te gaan naar die Duitse Afrikaner met zijn tienjarige dochter. Het kostte me
geen moeite haar voor mijn plannetjes te winnen, omdat ze inzag waar het over ging en dat ik niet over alternatieven beschikte.
Met een hand op haar buik en mijn hoofd op haar schouder vertelde ik haar van de emotionele confrontaties die deze zaak me had opgeleverd. Ik sprak met haar over besnijdenis en vroeg wat dat met
haar gedaan zou hebben. Ik was al langere tijd haar partner in bed, maar toen pas vertelde ze me dit deel van haar levensverhaal.

Tara ’s verhaal

Tara ’s moeder werd op 8-jarige leeftijd op een afschuwelijke manier besneden. Vrijwel alles was zonder enige hygiëne weggehaald, wat een wekenlange infectie had veroorzaakt. Ze had
ternauwernood de ontsteking overleefd en haar hele leven bleef ze last houden van de ingreep. Door urineretentie en het niet goed weg kunnen vloeien van het menstruatiebloed, waren ontstekingen aan
de urinewegen en de vagina aan orde van de dag. In Somalië had zij haar eerste kind gekregen, waarvoor ze voor de geboorte geopend moest worden. Alleen die defibulatie deed al ongelooflijk veel
pijn en toen het kindje ook nog eens dood geboren werd, was het leed onafzienbaar. De talrijke infecties hadden hun moordende werk gedaan.
In de zeer traditionele gemeenschap waar haar moeder leefde, werd zij na de geboorte opnieuw dichtgenaaid, zo schreef het gebruik voor.

Later kwam ze met haar man naar Nederland, vluchtend voor plunderende, moordende en verkrachtende legers van warlords die de gebieden waarin haar ouders van oudsher woonden, afstruinden op
zoek naar vrouwen en buit. Mannen die werden aangetroffen stierven een gruweldood door marteling of onthoofding met machetes. Kinderen mochten kiezen: een korte of een lange mouw. Dan werd
een deel van de armen afgehakt, meer of minder, te verschrikkelijk voor woorden was het.
Pas in Nederland en na een positieve beslissing op de asielaanvraag, werd de schade die haar moeder was aangedaan zo goed en kwaad als het ging hersteld. Een plastisch chirurg had haar vagina
geopend en voorzover dat mogelijk was gereconstrueerd. Veel bleef echter onherstelbaar beschadigd.
Wat de restauratie van haar geslachtsorgaan als voordeel opleverde was, dat de urineweginfecties grotendeels achterwege bleven en geslachtsgemeenschap minder pijnlijk verliep. Ze werd opnieuw
zwanger.
Het tweede kindje dat geboren werd overleefde en lag toen naast me.
“Dat was ik”, vertelde ze en haar blik verried dat haar gedachten ergens anders vertoefden.

Drie jaar na de geboorte van Tara overleed haar moeder aan de complicaties van de zoveelste infectie. Haar lichaam had teveel geleden onder de doorlopende ontstekingen uit het verleden en gaf de
strijd  op. Het hart weigerde nog langer te kloppen.
Mijn ogen liepen vol tranen tijdens het aangrijpende verhaal. Onmachtig iets te zeggen kroop ik nog dichter tegen mijn vriendin aan en duwde mijn gezicht beschaamd tegen haar hals. Ik kon haar op dat
moment van plaatsvervangende schaamte niet in de ogen kijken.

“Mijn vader vertelde me toen ik ouder was de laatste wens van mijn moeder.
Toen ik geboren werd en bleek dat ik een meisje was, liet ze mijn vader op de Koran zweren dat hij het nooit toe zou staan dat ik besneden zou worden en daar heeft hij zich aan gehouden. Mijn vader
kwam zelf ook uit het traditionele milieu waarin mijn moeder was opgegroeid, maar hier in Nederland heeft hij leren inzien hoe infernaal besnijdenis is. Hoewel hij een heel stille man was, die nooit over
emoties sprak, vergeet ik nooit de dag waarop hij onverwachts bij mijn kamer aanklopte. Ik was toen zestien.
Hij opende de deur en vroeg of hij binnen mocht komen.

Natuurlijk mocht hij dat.
Hij ging op het bed zitten, pakte mijn hand en begon ontroostbaar te huilen.
Je moet weten dat ik mijn vader nooit eerder had zien huilen, maar die keer? Het leek wel of alle verdriet dat hij in zijn leven was tegengekomen in een waterval naar buiten kwam.
Op de rand van het bed vertelde hij alles wat er met mijn moeder gebeurd was. Voor die tijd had ik zelfs nog nooit van besnijdenis gehoord.

Nadat hij het had verteld, zakte hij op zijn knieën voor het bed om vroeg me met gebogen hoofd om vergeving voor het leed dat mijn moeder was aangedaan. Niet dat hij daar direct schuld aan had, maar
zo voelde hij het wel. Ook hij had het in Somalië belangrijk gevonden dat mijn moeder ‘zoals het hoort’ het huwelijk inging en daarmee voor zijn gevoel het gebruik gelegitimeerd.
Hij vroeg me hem die vergeving te schenken, uit naam van mijn moeder, en wie was ik om hem die vergiffenis te onthouden?
Vanaf dat moment waren we meer vader en dochter dan we ooit geweest waren. Vanaf dat moment ook praatten we veel over mijn moeder en hun leven in Afrika en ik ben hem eeuwig dankbaar dat hij
zich aan zijn belofte gehouden heeft.”

Steunend op mijn ellebogen hief ik mijn gezicht op en keek Tara aan. Ze zag het traanvocht in mijn ooghoeken drijven en fluisterde “Wil je vanavond alsjeblieft heel lief met me vrijen?”
Die avond, na die belijdenis, had ik niet anders gekund.
Tara is altijd een heftige vrijer, heerlijk wild en somtijds extravagant, maar die avond was het daar het moment niet voor. Die nacht moest het teder zijn, liefde zonder lust.
Mijn rustende vlinders warrelden op in de stijgingswind van mijn emoties en hun bontgedanste Flamenco voerde me terug, naar die allereerste blik op haar gezicht, dat omen van verliefdheid.

Mijn lippen vonden haar mond en mijn tong danste lichtvoetig langs de hare. Niks wilds, geen harde verovering, het werd een zachtaardige ontmoeting.
Een hand van me gleed over de bolling van de buik die zich begon af te tekenen. Het was geen seksuele handeling, het was een liefkozing. De druk van de volle borsten tegen mijn handpalm
stimuleerden haar tepels te groeiden tot ze kiezelhard tegen mijn huid aan drukten.
Mijn hoofd zakte af naar haar borsten en mijn lippen sloten zich om de tepels om die te kussen, net als de warme, stevige bollen die ze bekroonden.

Bovenop de bolling van haar buik drukte ik een zoentje op de navel, die al wat uit begon te puilen, voor ik verder naar beneden knuffelde, een zoentjesspoor trekkend over de gespannen huid tot in de
donkere krulletjes.
Tara opende haar dijen voor me en ik zag haar zwarte roos voor me open bloeien. De fijne blaadjes die het roze omsloten en die bolronde poortwachter aan de ingang van de tunnel waar over niet al te
lange tijd ons kindje uit zou komen.
Ik overzag de schoonheid van Tara ’s vrouwelijkheid en vroeg me af hoe iemand er in godsnaam toe kwam zoiets fraais en natuurlijks, zo gruwelijk te verminken. Dat ging mijn begrip werkelijk te boven.

Nauwelijks haar huid rakend, plaatste ik mijn lippen over de bloedgevulde spleet en likte met alleen het uiterste puntje van mijn tong het knobbeltje aan de bovenzijde. Ik likte het zo luchtig mogelijk,
eigenlijk vlinderde ik over het spleetje en alles daaromheen.
Het onderdrukte gesteun van Tara zei me dat ze genoot van wat mijn mond daar deed en dat was wat ik wilde bereiken. Die avond draaide het alleen om haar.

Nadat ik tussen haar benen gekropen was en die wijd uiteen boog, haar knieën naast haar borst, bracht ik haar huid op spanning. Daarvan wist ik hoe opgewonden ze zou raken. Ze stond snaarstrak en
door het stimuleren van de clitoris met mijn lippen en tong, begon de vloed te breken.
De eerste straal kletterde tussen mijn borsten en droop langs mijn buik naar beneden, de nagolven vloeiden langs haar zwarte sterretje omlaag op de handdoek. Direct daarna kwam Tara klaar, niet
uitbundig zoals ik gewend was, maar ingetogen, als een geleidelijke ontlading.

Er schalde dit keer geen kreet, geen ontembare spasmen rolden door haar lichaam. Integendeel, er vloden slechts vage golfjes door haar buik omhoog. Als ik haar van onder zoende was er niets wilds,
eerder trage bewegingen van haar bekken en ik liet het bij een paar keer.
Hierna kroop ik bovenop haar, waarbij onze borsten elkaar raakten en ik zoende haar, mijn mond dwars over de hare.
“Dank je, bleekscheetje”, fluisterde ze in mijn oor en rolde me van haar af. “Mijn buik zit in de weg.”
Ze draaide zich naar me toe en legde een arm over mijn schouders, drukte een kusje onder tegen mijn kin.
“Ik hou onwijs veel van je”, was het laatste waarvan ik me bewust was.

De ochtend erna snelde ik in mijn Landcruiser naar Lingen, Duitsland, vastbesloten achter het geheim van de vrouw en mogelijk haar dochter te komen. Doorlopend probeerde ik me voor te stellen hoe
ik dat aan kon pakken.
Tara ondertussen, bezocht de vrouwen in hun huis en ’s avonds laat bracht ze me verslag uit van wat er zich had afgespeeld. Het werd zo goed als de bevestiging van mijn vermoedens.

Tara ’s verslag

“Je had gelijk. Ze waren inderdaad veel opener nu dan toen jij erbij was. Het was waarschijnlijk toch vertrouwder zo, met ons vijven onder elkaar.”
Op de bank vertelde Tara me wat er die dag ter sprake was gekomen.
“Het begon allemaal heel onschuldig, koetjes en kalfjes, je kent dat wel. In het begin was het nogal afwachtend, al kreeg ik de indruk dat ze me aan het uitpeilen waren. Al snel ging het over jou en de
relatie die wij hebben en ik heb ze alles eerlijk verteld. Ik heb ook gezegd dat ik in verwachting ben van Mark. Als ze al geschokt waren door mijn verhaal lieten ze dat niet blijken.
Daarna vroegen ze openlijk naar mijn etnische afkomst en toen ik zei dat ik een Somalische vader en een Malinese moeder had, zag ik ze blikken van verstandhouding uitwisselen. Ik deed echter net
alsof ik niks in de gaten had en ik voelde dat ik ze zo ver kon krijgen dat ze over dat wat jij wilde weten aan het praten gingen. Het enige dat ik moest hebben was geduld en een dosis tact. Het
onderwerp zou door hen aangekaart moeten worden en niet door mij.

Na al dit voorzichtige aftasten en nadat we meer met elkaar vertrouwd raakten, ging opeens het gesprek over de Islam. Ik weet eigenlijk niet hoe we er op kwamen.
Ze zeiden dat ze alle vier islamitisch zijn. Daar deden ze op dat moment nog behoorlijk geheimzinnig over. Nadat zij dat verteld hadden, werd er heel nadrukkelijk naar mijn geloofsopvattingen gevraagd.
Ik heb ze verteld dat ik in Nederland ben geboren en dat mijn ouders Moslim zijn, ik dus in de traditie van de Islam werd opgevoed, maar dat ik al snel nadat ik volwassen werd niet gelovig bleef. Er zijn
voor mij in het geloof teveel conflicten met de moderne maatschappij en mijn eigen opvattingen om me ermee verbonden te kunnen blijven voelen. De rol van de vrouw, de onverzettelijkheid en de weinig
democratische beginselen, dat kon in mijn ogen nooit de bedoeling zijn geweest van een Schepper. En toen ik tot overmaat van ramp nog verliefd werd op jou, was het helemaal gedaan. Wanneer ik als
moslima met een vrouw zou zijn gaan samenwonen in een Islamitisch land, zo filosofeerde ik verder, zou ik waarschijnlijk op grond van de Sjari’ah zijn ingegraven en gestenigd. Dat was mijn laatste
argument en dat brak het ijs. Toen al die vertrouwelijkheden eenmaal open en bloot op tafel lagen, kon er opeens van alles gezegd worden!
Op dat moment voelde ik dat het moment waarop ik wachtte naderde.

Ik zei al dat het leek alsof ze me uithoorden. Ze gaven me de indruk dat ze eerst alles van me wilden weten, voor ze zelf hun verhaal durfden doen. Omdat jij me erom gevraagd had, ben ik er ver in
meegegaan, wat ik anders zeker niet gedaan zou hebben.
Het gesprek boog af naar de ouders en daarmee werd het interessant. Het gevoel dat ze naar iets specifieks op zoek waren werd met de minuut sterker en via allerlei slinkse wendingen zorgden ze
ervoor dat het onderwerp besnijdenis ter sprake kwam. Zelfs non-verbaal was het overduidelijk dat we steeds ‘closer’ werden. Dat was letterlijk zo omdat we op het puntje van onze stoelen zaten en
voorover leunden naar elkaar. Duidelijker had het niet kunnen zijn.
Farah begon er als eerste over. Ze maakte een terloopse opmerking en als ik er door wat jij me eerder vertelde niet alert op was geweest, was die misschien onopgemerkt voorbijgegaan. Het begon
heel algemeen over cultuur en besnijdenis, maar het werd me al snel duidelijk dat ze mijn mening erover wilden weten. Ik heb toen plompverloren gezegd dat ik niet besneden ben en dat ik er faliekant
tegen ben.
De rest van de middag werd er over niets anders gesproken dan vrouwenbesnijdenis!

Het gesprek werd steeds openhartiger en op zeker moment wist ik van alle vier dat hun moeders besneden waren voordat ze naar Nederland kwamen en dat ook zij alle vier dat lot ondergingen toen ze
jonger waren. Hun moeders hadden ze meegenomen uit Nederland naar het geboorteland van de moeder en daar waren zij ‘tot vrouw gemaakt’, zoals het eufemistisch werd uitgedrukt.
We voelden ons tenslotte zo met elkaar verbonden, dat ze me zelfs lieten zien hoe ze besneden waren. Dat was afschuwelijk.

Vier van die mooie, jonge vrouwen die zo toegetakeld zijn. Toen ze op eigen benen stonden, hebben ze er alle vier voor gekozen hier in Nederland de schade te laten herstellen, maar dat ging niet verder
dan het openmaken van de hechtingen. De weggesneden delen konden natuurlijk niet meer aangezet worden. Het waren nog steeds afschuwelijke wonden om te zien.
De tranen die stroomden en de toonzetting van hun woorden maakten me ondubbelzinnig duidelijk dat er in die vier een enorme haat schuilt jegens iedereen die een ander zoiets aandoet. Het doet hun
onnoemelijk verdriet, want hoe durfden ze ooit een man nog onder ogen te komen, zo zeiden ze.
Ze zien hun ouders nooit meer, omdat ze die niet kunnen vergeven wat er uit hun naam lang geleden gebeurd is.
Je begrijpt wat een impact deze gebeurtenis op hun leven heeft gehad en nog heeft.

De wederwaardigheden die Tara me vertelde, pasten wonderwel bij mijn ervaring van die dag in Duitsland.
Al vroeg op de morgen was ik bij het huisje aan het kanaal en werd ik met achting binnengehaald. Direct vertelde de man me dat hij ons dankbaar was dat we zekerheid over het lot van zijn vrouw
hadden gegeven. Hoe zwaar die wetenschap ook woog, het was beter dan niets te weten.
Gesterkt door zijn opmerking, viel ik bij een kop koffie met de deur in huis en vertelde de man dat ik in het belang van het onderzoek iets bijzonders te weten moest komen. Ik vroeg hem of hij wilde dat ik
de moordenaar van zijn vrouw te pakken zou krijgen en dat wilde hij uiteraard.
“Dat vraagt dan wel dat u mij eerlijk antwoord geeft op een heel persoonlijke vraag. Een vraag die u  misschien niet wilt beantwoorden, maar die essentieel is voor mijn onderzoek”, zo introduceerde ik
de impertinente vraag die ik hem wilde stellen.
“Vraagt u maar, dan zie ik wel of u antwoord krijgt of niet”, was zijn reactie en ik meende een vorsende blik in zijn ogen te zien.

“Goed. Neemt u gerust de tijd voor u antwoordt.
Uw vrouw en u, u bent beide van Afrikaanse afkomst. Wat ik zou moeten weten is of uw vrouw besneden was toen u trouwde.”
Ik probeerde zo min mogelijk veroordeling in mijn vraag te leggen.
De zware wimpers van de man zakten traag voor zijn pikzwarte ogen en pas toen hij na enige tijd zijn ogen opsloeg, knikte hij.
Op dat moment moest ik doorprikken en vuurde direct mijn tweede vraag op hem af.
“En is uw dochter besneden?”
Dit keer hield hij zijn ogen open en zag ik een klein beetje vocht in de ooghoeken stromen. Een trage knik bevestigde mijn vermoeden. Zat daar iets van schaamte? Hij moest het er toen toch mee eens
zijn geweest dat het gebeurde.
“Als u niet wilt antwoorden, mag dat, maar is uw dochtertje besneden tijdens een reis naar het geboorteland van uw vrouw?”
Opnieuw een knikje.
“Wanneer was dat?”
Met moeite kon de man het eruit brengen en het bleek tijdens de zomervakantie van 2003 gebeurd te zijn.

Ik wist genoeg, maar wilde helemaal zeker zijn.
“Heeft uw vrouw die reis in Nederland geboekt?”
Ook dat bleek het geval.
“Dan heb ik nog een laatste verzoek aan u. Wilt u mij toestemming geven om bij uw arts na te vragen of er inderdaad sprake is van besnijdenis en van welke vorm?”
Die toestemming kreeg ik zwart op wit en direct die middag bevestigde de huisarts van de man wat hij me zelf al had verteld. Gelukkig was hij er die dag wel.
Het jonge meisje was besneden, maar op een minder ingrijpende manier dan haar moeder. Alleen de clitoris was verwijderd.

Met de door Tara en mij vergaarde informatie van die dag wist ik vrijwel zeker dat de theorie die zich in mijn hoofd genesteld had, bewaarheid moest zijn.
Het kon niet anders of een van die vier vrouwen in dat huis was de moordenaar. De meest voor de hand liggende bleef Lyndi, simpelweg omdat zij werkte voor het reisbureau dat zich gespecialiseerd
had in de reizen naar Afrika en dus kon beschikken over alle benodigde informatie, zoals de namen en adressen van de vrouwen en hun dochters. Bovendien was zij duidelijk de informele leidster van
het stel.
Als een donderslag bij heldere hemel schoot me op dat moment ook weer de naam van hun huisje te binnen: Les quatres endommagées. Ik wist nog steeds niet waar dat voor stond en als er iets is waar
ik in dit soort onderzoeken niet tegen kan, is het als ik iets niet weet. Waarschijnlijk had het niks met de zaak te maken, maar je kon maar nooit weten. Die betekenis moest ik maar eens onmiddellijk
uitzoeken.

Ik liep naar de boekenkast en pakte het Frans-Nederlandse woordenboek eruit dat ik sinds de middelbare school niet meer gebruikt had. Endommagées stond er niet in, wel het werkwoord
‘endommager’ dat beschadigen betekent. Met een beetje goede wil kon ik me indenken wat  endommagées betekende. Ik meende me van de Franse lessen op school te herinneren dat de uitgang
‘ées’ voor een meervoudsvorm van een vrouwelijk woord stond. Dat paste in ieder geval bij het woord ‘quatre’ dat ook een meervoud-s had. In dat geval zou de naam zoiets betekenen als ‘de vier
beschadigden.’ Dat zou een wel heel toepasselijke naam zijn: vier vrouwen, volgens de informatie die  Tara voor me verzameld had voor altijd verminkt, beschadigd, bij elkaar in een huisje. Hoe juist was
mijn intuïtie van de naam geweest toen ik voor het eerst met die vier vrouwen geconfronteerd werd. De naam sloeg werkelijk op de vier bewoonsters!

Met die wetenschap in mijn hoofd wist ik het absoluut zeker. Het enige dat ik nog hoefde te doen was de rechter-commissaris overtuigen, zodat ik een huiszoekingsbevel kon krijgen en op zoek kon
gaan naar meer concrete aanwijzingen. Dat liep anders dan ik verwacht had.
Helaas voor mij vond hij de aanwijzingen weliswaar sterk, maar onvoldoende concreet voor een gerechtelijk bevel. Er waren simpelweg teveel onzekerheden, vond hij. Geen lichamen, geen hoofden,
alleen het hoofd dat ver van hun huis gevonden was en er waren sowieso geen redenen om aan te nemen dat buiten die ene vrouw de andere vrouwen vermoord waren en niet gewoon van huis
weggelopen.  Onvoldoende waterdicht bewijs kortom en daarmee kwam mijn onderzoek met een klap tot stilstand.

Wat nu? Ik moest dringend iets anders verzinnen.
Het duurde een paar dagen voor ik me bedacht dat ik zonder verdere informatie geen aanknopingspunten meer had voor nader onderzoek. Ik zat op een dood spoor en alleen een soort goddelijke
ingeving of iets dergelijks kon de zaak nog vlot trekken. Hoe moet je in vredesnaam moorden oplossen waarvan je vrijwel zeker weet dat ze begaan zijn en waarvan je zelfs het sterke vermoeden hebt
wie het gedaan heeft, zonder dat je de dode slachtoffers hebt?
Het enige concrete dat ik had was het hoofd van die ene vrouw, verder berustte mijn theorie op niets meer dan verdenkingen en halve aanwijzingen. Het bijkomende ongeluk, voor mij dan, was dat er de
laatste tijd geen verdwijningen van donkere vrouwen meer hadden plaatsgevonden, wat mijn angst voedde dat de moordenaar of nattigheid voelde, of gewoonweg gestopt was. In ieder geval moest ik
de oplossing vinden met de schamele aanwijzingen die ik tot dan toe had. Of kon ik toch nog iets ondernemen?
Ik pijnigde mijn hersens maar kwam er niet uit; ik kon die vrouwen moeilijk recht voor hun raap  vragen wie van hen al die vrouwen had vermoord.

Inmiddels waren Tara en ik al een paar keer in ‘Les quatres endommagées’ op bezoek geweest en zo ging het ook die avond. Alleen was dit keer Mark er bij.
Tot dan toe hadden de bewoners ons nog niet rondgeleid in hun paleisje en dat stond voor die keer op het programma, zo bleek al snel.
Het huis waarin ze woonden bevatte vier aparte woonruimtes waar ieder eventueel gewenste privacy kon vinden. Farah en Lyndi bewoonden ieder een kamer op de begane grond, terwijl Aboke en
Mekina elk een kamer boven hadden. De woonkamer werd gedeeld, net als de keuken en de toilet – en doucheruimten. Het deed me denken aan de tijd dat ik zelf studeerde aan de politieacademie en
ik samen met nog enkele anderen in een vergelijkbare situatie woonde, hoewel heel wat minder chique.
Op het eind van de rondleiding lieten de vier ons vol trots een enorme kelder zien, waarin een ontzagwekkende berg voedsel lag opgeslagen.

Er stonden twee Amerikaanse koelkasten met van die dubbele deuren en twee grote vrieskisten. Begrijpelijkerwijs was ik razend benieuwd wat daar allemaal in zou zitten, maar werd teleurgesteld toen
het bleek te gaan om normale etenswaren in de koelkasten en ingevroren vlees in de vrieskisten. De etiketten op de verpakkingen van het diepvriesvlees zeiden me dat alles uit de ISPC-vestiging uit
Utrecht kwam.
Als ik al ergens hoop op had gehad, dan was het niet dit.

Mijn verbazing over zoveel levensmiddelen in huis ontlokte een reactie aan Aboke. Ze zei dat ze regelmatig gasten ontvingen. Omdat ze zelf veel waardering op konden brengen voor exquise gerechten
en koken leuk vonden, hadden ze zich bekwaamd in culinaire activiteiten. Dat koken wilden ze niet alleen voor zichzelf houden, maar net zo goed voor anderen doen en daarom hadden ze besloten dat
ze een soort exclusieve eetgelegenheid wilden worden. Een thuisrestaurant, waar groepjes van 2 tot 6 personen tegen betaling een bijzondere maaltijd konden genieten.
Het idee sprak me aan omdat het zo creatief bedacht was en het verklaarde tevens de grote eettafel in de aangebouwde serre.
Als Tara, Mark en ik wilden konden wij wel een keer meegenieten bij een diner!

De uitleg over hun hobby verklaarde tevens de vele, professionele aandoende, huishoudelijke apparaten in de kelder.
Op een werkblad naast de koelkasten stonden diverse machines die het keukenwerk konden veraangenamen; een gehaktmolen, een elektrische vruchtenpers, staafmixers, blenders, wijnkoelers en zelfs
een grinder, een soort maalmachine. Alles in een zware uitvoering, zoiets als wat je in een grootkeuken kunt verwachten. Een breed scala aan messen en vleesbijltjes hing netjes te blinken in een rek en
alles was tiptop onderhouden.
Op mijn vraag waartoe die maalmachine diende vertelden ze dat ze zelf granen en noten inkochten die met dat apparaat vermalen werden en zo de verse producten leverde die ze het waard vonden in
hun gerechten te verwerken. Niet vers kwam er niet in, uitgezonderd het vlees dan!
Ik was onder de indruk van alles wat ik zag en de passie waarmee ze hun verhaal vertelden.
Het laatste deel van de rondleiding bracht ons in de tuin die er nog steeds braak bij lag, hoewel het leek of er intussen wel wat veranderd was. Er fladderden nog net zoveel kraaien, roeken en meeuwen
rond en ik herinnerde me van mijn eerste bezoek waarom die er waren.
“We weten nog steeds niet hoe we de tuin precies willen en tot die tijd kunnen we er niets mee doen”, zei Aboke toen ze mijn vragende blik zag. “Zullen we nu maar weer naar binnen gaan?” vervolgde
Lyndi snel.

Heel die avond bleef een onbestemd gevoel aan me knagen. Ik meende zo goed als zeker te weten dat een van de bewoonsters een moordenares was en ik zat daar gezellig mee te keuvelen.
Nietszeggende praatjes die je op zo’n avond uitwisselt. Meer dan eens was ik er niet bij met mijn hersens en betrapte ik mezelf erop dat ik na zat te denken hoe het mogelijk kon zijn dat één van de vier
zoveel slachtoffers om had kunnen brengen zonder dat de anderen dat gemerkt hadden. Het was een te belachelijk idee om te veronderstellen dat ze alle vier bij het complot betrokken waren. Toch?
Hoewel?

Hoe meer ik erover begon na te denken, hoe geloofwaardiger het idee begon te worden.
Met moeite kon ik die avond mijn gedachten dwingen zich te beperken tot het uitwisselen van de plaisanterietjes  die zo kenmerkend zijn voor dat soort sociaal geëngageerde avonden en was blij toen
we eindelijk met goed fatsoen weg konden, Tara, Mark en ik.
Het idee had bij me postgevat dat ik er maar eens een gedachte-experiment tegen aan moest gooien om zo te proberen een mogelijk scenario voor de moorden en het verdwijnen van de lichamen te
verzinnen. Dan kon later dat scenario getoetst worden. Voor dat experiment moest ik rust hebben en dat hoopte ik de volgende dag te vinden.
Voorlopig wenste ik me eerst de stoeipartij met Mark waar ik mijn zinnen op had gezet. Duchtig genoeg om me te verpozen om morgen met herboren elan aan de slag te gaan.

Het plannetje was al vroeg gesmeed, samen met Tara, die ter voorbereiding Marks gulp op de heenweg open had getrokken en hem op de achterbank van de auto pijpte. Zij mocht hem afzuigen en zijn
zaad opslobberen en ik mocht heel de avond chillen bij de gedachte aan wat ik zou krijgen.
Met wijde knieën op het bed en mijn hoofd en schouders plat op het onderlaken, stak ik mijn kont hoog op naar Mark. Het sekssignaal dat daarvan uitging was ondubbelzinnig. Die avond wilde ik weer
eens goed gerost worden en Mark had daar het benodigde gereedschap voor. Achter me stak de glimmend roze kop van zijn pik ferm de lucht in, klaar om me krachtig aan de spits te rijgen. Tara
druppelde speeksel over het kloppende monster en bevochtigde hem in haar mond voor ze het condoom erover rolde. Een fikse kneep glijmiddel verdween in mijn spleet en ik voelde hoe Mark me bij
mijn heupen greep. Ik lag klaar voor zijn steekspel.

Aan voorspel verspilden we geen tijd en energie. Die avond wilde ik van begin tot eind simpelweg geneukt worden. Ruw, snel en bruut. Net als Tara ben ook ik een wilde en er bestond die avond bij mij
geen enkele behoefte aan tederheid. Ik wilde dat Mark mijn kut deed gloeien en in de auto op de terugweg had ik dat in zijn oor gelispeld.
Mijn schacht had zelfs nog geen kans gekregen zichzelf te smeren toen ik het tuutje van de condoom er al tegen voelde kriebelen en Mark direct erna fel de toegang tot mijn grotje doorboorde. Zijn
bekken bonkte  heftig tegen mijn kont en door de kracht van zijn stoot schoten mijn schouders en hoofd over het laken naar voren.
Tara kwam plat op haar scheenbenen voor me zitten en greep om me heen. Ze omvatte mijn borsten, kneep er hard in en duwde me telkens terug, in het ritme van het gebeuk van Mark.
Wild schokte ik heen en weer, ontving telkens de ram naar voren tot mijn hoofd klem zat tussen Tara ’s dijen, waarna de push terug volgde. Elke woeste stoot van Marks pook voelde ik tegen mijn
baarmoeder knallen en het kletsen van zijn huid tegen de mijne klonk luid door de kamer. Dit was wat ik nodig had: heel banaal een flinke beurt.

Na Tara ’s pijporgie en zonder het lesbische voorspel was Mark veel langer in staat zijn lul stijf te houden en door te gaan waar hij anders allang zou spuiten. Bovendien hadden we hem geleerd aan iets
anders te denken dan het geneuk, om zo zijn lozing nog langer uit te stellen en ons nog langer te plezieren.
Die keren dat we dit van hem verlangen is Mark niet onze minnaar, maar ons neukbeest, alleen op de wereld om ons met zijn lul ongenadig ervanlangs te geven en onze kutten af te raggen tot we gek
van het geweld klaar moeten komen.
Dat voelt heel anders dan met een vibrator. Als we behoefte aan bruutheid voelen moeten we gewoon langdurig zijn levende lul in ons heen en weer voelen razen.

Zoals altijd wanneer ik deze behandeling onderga, duurde het lang voor ik mijn top bereikte. Ook ik probeer de opwinding zolang mogelijk te onderdrukken om volop van het venijnige geweld te genieten.
Druppels zweet kriebelen dan over heel mijn lichaam en als ik het echt niet meer tegen kan houden schreeuw ik het orgasme uit mijn keel. Mark moet dan verder ploeteren, om me oneindig lang te laten
komen en pas dan is het de bedoeling dat Mark zich leegt.
In de loop van de tijd heeft Mark aardig geleerd wat er van hem verlangd wordt en weet hij te bieden wat wij wensen. Een animale behoefte bevredigen. Zo ook die keer.

Krijsend zakte ik door mijn knieën plat op het bed, plat geneukt, door mijn ontlading niet langer in staat m’n kont hoog te houden. Uitgeleefd was ik, doorgezweet en doodop. Ik had gekregen waarom ik
vroeg. Mijn kutlippen gloeiden door de wrijving van de staak die er tussendoor pompte. Slap als een vaatdoek lag ik wijdbeens op mijn buik en wenste dat hij me verliet, zijn gesel uit me trok, maar dat
geluk was me niet gegeven. Die avond bezat hij de perfecte knuppel. Hij ranselde onmeedogend verder, tot het me pijn begon te doen, maar had ik dat niet gewild?
Ik kromde mijn rug om de stoten zo pijnloos mogelijk op te vangen en bad dat hij snel het tuutje zou vullen. Tara hield mijn hoofd tussen haar handen en het kletsen van onder duurde maar voort.

“Alsjeblieft”,  gromde ik hees uit mijn keel, letterlijk suf geneukt, “Alsjeblieft, ik kan niet meer.”
Mijn stem smoorde in het laken en het poken hield maar aan. Met wat ik hem vroeg was ik tot zijn neukpop gedegradeerd. Hij had mij mijn plezier bezorgd en nu mocht hij onbesuisd zijn lusten op mij
botvieren.
Hij verhoogde het tempo van zijn stoten en rausde harder en harder door mijn rauw geschuurde kut tot ik niks meer voelde en alleen maar lijdzaam onderging. Ik beet hard in het laken toen hij na lange tijd
ontplofte en uit me gleed. Godzijdank. Was hij nu eindelijk klaar?

Krachtig werden mijn billen uit elkaar getrokken en ik voelde hoe hij zijn ongeschoren wangen ertussen wrong. Ik voelde zijn tong over mijn sterretje draaien en naar beneden zakken, waar hij me schoon
likte, met die ruwe tong over mijn gefolterde kut. Hij moest en zou me beffen en mijn sappen opzuigen voor hij verdween en me uitgewoond achterliet. Niet bij machte iets te zeggen.
De volgende morgen voelde mijn gehele onderkant rauw aan, als biefstuktartaar, beurs en ontveld. Alleen een verzachtende intiemcrème kon korte tijd het gloeien verlichten.
Ik had er zelf om gevraagd en het was heerlijk geweest.

Zonder slipje liet ik die dag erna de zuurstof zijn heilzame werking hebben. Ik meldde dat ik thuis bleef werken, zat doorlopend met mijn benen uit elkaar en smeerde elk uur mijn beurse spleetje in. Deze
neukbeurt zou me nog lang heugen, want Mark had zichzelf danig overtroffen.






(thanks for the ride last night, love Charlotte)
liet ik die ochtend op het schermpje van zijn gsm verschijnen.







(You two girls are angels, love 'the man')

kreeg ik per kerende post terug, waarna ik mijn gedachten kon laten gaan over het prangende probleem dat tot de oplossing van de zaak moest lijden.

Het duurde een tijdje voor ik mijn gedachten kon ordenen. Het schroeien van mijn kut leidde vreselijk af.
Allerlei gegevens van deze zaak dwarrelden chaotisch door mijn hoofd, voor zich van lieverlee een wat vaster vorm uitkristalliseerde.
Wat was ik, naast de al eerder bedachte redenen voor mijn bedenkingen, nog meer voor opvallends tegengekomen in deze intrigerende moordzaak? Ik pakte een papiertje en begon maar weer eens te
noteren, dat is voor mij nu eenmaal dé methode om tot inzicht te komen.

-        de vele vogels in de tuin: kraaien, roeken en meeuwen, een enkele roofvogel
-        de grote kelder met het professionele keukengerei
-        de braakliggende tuin die nog niet was opgeknapt
-        de spoorloze lichamen
-        de in deze buurt ongebruikelijke, dicht omheinde tuin
-        het plotselinge ophouden van de verdwijningen
-        de grote koelkasten en vriezers
-        het busje met de gordijntjes
-        de respectievelijke beroepen van Farah, Aboke en Mekina

Een vraag moest ik vooraf stellen en beantwoorden: Er vanuit gaande dat de moordenaar in ‘Les quatres endommagées’ schuilde, was het dan logisch te veronderstellen dat slechts één van die vier
vrouwen bij de zaak betrokken was? Na lang nadenken  moest ik daar in alle eerlijkheid ontkennend op antwoorden. Dat leek me vrijwel uitgesloten. Als mensen zo dicht op elkaar wonen dan moeten ze
op enig moment gemerkt hebben wat er gaande was.
Dat leidde tot de enig denkbare conclusie en dat was dat ze er toch echt alle vier bij betrokken waren.

Ik had allang geaccepteerd dat de schending van de dochters de reden voor de moorden was. De moeders waren verdwenen of gedood en het waren de moeders die de kinderen hadden
meegenomen op de reis. Alleen zij konden verantwoordelijk worden gesteld voor het drama dat zich in de thuislanden voltrok. Gezien de wrok bij Lyndi, Aboke, Farah en Mekina kon dit heel goed de
drijfveer zijn voor de gepleegde gewelddadigheden.
En er vanuit gaande dat alle vier deel namen aan de moorden, waar zouden die dan plaatsvinden? Het antwoord was simpel: thuis natuurlijk.
Wanneer ik me in hun positie verplaatste, hoe zou ik het dan aangepakt hebben met de hulpmiddelen die ik bij de hand had? Hoe kon ik de lichamen laten verdwijnen zonder een spoor achter te laten,
uitgezonderd dan dat hoofd?
Wat ik moest doen was een methode verzinnen met de spullen die de meiden thuis voorhanden hadden. Alles inpassen in een plan dat ervoor zorgde dat de uitkomst was, zoals ik wist dat die was:
moorden zonder lijken.

Met het verstrijken van de uren ontwikkelde zich steeds meer een vastomlijnde theorie. Hoe verder dat plan zich in mijn hoofd ontvouwde, hoe meer van die opvallende zaken ik een plaats kon geven, tot
ik het idee had dat ik de zaak doorgrond had. Het geheel gaf  de indruk van een legpuzzel waarbij het mogelijk bleek alle stukjes in elkaar te passen. Vooral dat laatste, dat al mijn ideeën in het grote
geheel konden worden ingepast, overtuigde me ervan dat ik het raadsel doorgrond had.
Ik had van buiten naar binnen gewerkt en er ontbraken nog slechts enkele kleine stukjes.
Er waren twee dingen die ik nog moest controleren en als die ook klopten, had ik mijn wettig en overtuigend bewijs. Ik moest nog een keer op bezoek, vooral in de tuin, en moest nog een analyse laten
uitvoeren en dat zou de zaak rondmaken. Dat zou me het huiszoekingsbevel opleveren, dat wist ik zeker.

Zodra ik met goed fatsoen kon ging ik andermaal bij de dames buurten en zorgde ervoor dat ik op het laatst nog een keer de tuin in kon. Ik bekeek nauwkeurig de haag rond de tuin en vond wat ik zocht.
Ik had expres mijn bergschoenen met grof profiel aangetrokken en door stevig door de tuin te stampen, zorgde ik er voor dat er flink wat grond in de richels achterbleef, van diverse plaatsen in de tuin.
Terug bij mijn auto peuterde ik de aangestampte grond uit de diepe sleuven van mijn schoenzolen en liet het in een zakje vallen dat dient voor het verzamelen van bewijsmateriaal. Ik verzegelde mijn
zending en bracht het diezelfde dag nog naar Den Haag.
Op mijn verzoek werd in enkele dagen een grondige analyse gemaakt van de stoffen in de aarde uit de zool van mijn schoenen. De uitslag verraste me in hoge mate omdat het niet overeenkwam met
wat ik verwachtte. Dat betekende dat ik terug moest naar de tekentafel en mijn plan heroverdenken, de uitkomst inpassen in een licht aangepaste theorie. En ook dat kreeg ik voor elkaar.
Met de uitslag stapte ik voor de tweede keer naar de rechter-commissaris en dit keer kreeg ik wel het zo vurig verlangde bevel tot huiszoeking.
De rest, zo luidt het cliché, is geschiedenis.

Uit het huis nam ik alles mee wat in mijn theorie een rol speelde en liet dat analyseren. De uitkomst onderschreef  ondubbelzinnig wat ik had bedacht, hetgeen leidde tot de arrestatie van de vier vrouwen.
Later, in de verhoorkamer van het bureau, ondervroeg ik afwisselend de vier meiden en dat bevestigde al mijn gedachtenspinsels.  Met de bekentenissen van de vrouwen op de band was de zaak rond.
Ik had mijn moordenaars, alle vier, maar de vraag bleef of hiermee gerechtigheid was gediend.
Lyndi werd de verhoorkamer binnengeleid en deed als eerste haar verhaal.

3

Onvolmaakt leven

Voor het eerst van haar leven zag Lyndi de aluminium vogels van zo dichtbij.  Zoals het bij elk kind gaat, vulde opwinding haar hart toen de gigantische vliegtuigen over de startbaan taxieden, de motoren
gierend op toeren werden gebracht en de vrijgekomen energie de bakbeesten voortstuwde tot de banden het contact met de tarmac verloren en het zoveelste wonder richting hemel klom.
Het toestel won snel hoogte, maakte een draai en loste op in het licht van de zon.

“Mamma, mamma, kijk daar gaat er weer één.”
Extatisch van alle indrukken, huppelde het jonge meisje achter het glas. Straks zou ze zelf het vliegtuig instappen en zelf de stoel ingedrukt worden als het toestel versnelde en opsteeg. Voor het eerst van
haar leven zou ze vliegen en dan nog wel naar het verre land waar haar moeder geboren was en dat ze nog nooit gezien had.
Het was Lyndi ‘s zomervakantie en het werd een reis om nooit te vergeten.

De hitte op Mopti Airport sloeg Lyndi ongenadig in het gezicht. Het was zo anders als in het koele Nederland en na de vlucht volgde nog een heel eind naar Saraféré, het geboortedorp van haar moeder.
Het eerste stuk voerde de gammele bus haar over iets wat je nauwelijks een weg kon noemen, via Kona en Boré, en vandaar werd het een trage helletocht door de moerassen van het stroomgebied van
de Niger , met de talrijke meren en de bijna onbegaanbare paden.
De krakkemikkige Landrover kroop sloom over het karrenspoor tot in het dorp en daar ontmoette Lyndi de geboortecultuur van haar moeder.

De eerste week was een doorlopend feest en Lyndi had nooit gedacht dat ze zo gelukkig kon zijn. Het was primitief, maar juist die eenvoud sprak haar aan. De vriendinnetjes die ze maakte in het dorp
speelden de eenvoudige inheemse spelletjes met haar en zij leerde ze op haar beurt de typisch Nederlandse. Iedereen deed zijn best het de mooiste vakantie van haar leven te maken.
Aan het begin van de tweede week namen haar moeder en een paar andere vrouwen haar mee naar buiten het dorp. Langs de rivier stond een huisje, verscholen tussen de struiken.
Ze was zenuwachtig. Haar moeder had verteld dat ze daar naartoe gingen en dat wanneer Lyndi weer uit het huisje zou komen, ze vrouw zou zijn. Daar was haar moeder ook vrouw geworden.

Lyndi vroeg zich af wat dat betekende: Vrouw worden. Zou ze dan zijn als haar moeder? Ineens zo groot? Veel tijd erover na te denken kreeg ze niet.
In het huisje werd ze uitgekleed tot ze helemaal naakt was en op de grond gelegd.
Ze werd bang toen haar moeder over haar buik heen ging zitten en twee vrouwen haar armen grepen.
Weer twee andere vrouwen pakten haar enkels en spreidden haar benen wijd uiteen.
“Mamma, wat gebeurt er?” gilde ze met een angstig stemmetje en met angstige ogen zag ze hoe een oude vrouw tussen haar benen neerzeeg, een oud mes in haar hand.

“Bijt maar op dit stokje, lieverd” zei haar moeder en duwde een houtje tussen Lyndi’ s tanden. Ze wilde het uitspuwen, maar de hand van haar moeder hield het op de plaats. Ze worstelde om te proberen
los te komen, maar de vrouwen waren te zwaar en te sterk  en toen voelde ze een afschuwelijke pijn tussen haar benen. Ze vocht als een leeuwin tegen wat ze met haar deden, maar dat maakte het
alleen maar erger.
Haar ogen draaiden wit weg toen de afzichtelijke pijn haar hersens bereikte waardoor ze bijna flauwviel. Die genade kreeg ze echter niet: ze voelde elke haal van het ruwe snijden in het gevoelige vlees
en voelde het bloed uit de wonden stromen.

De ingreep werd verricht door de besnijdster van het dorp, die alle vrouwen van het dorp besneden had en het van haar moeder had geleerd. Eerst werd de clitoris ruw weggesneden, het orgaan dat bij
aanraking als gevaarlijk werd beschouwd voor kind of de man en de kleine schaamlippen volgden. Het roestige mes sneed tenslotte moeizaam delen van de grote schaamlippen weg, waarna de
wondvlakken met naald en draad slordig aan elkaar werden gehecht.
Kruiden werden op de wond aangebracht om het bloeden te stelpen en de benen van Lyndi werden aan elkaar gebonden, opdat de hechting niet zou scheuren.

Dagenlang lag Lyndi in het heilige huisje aan de rivier. De wond ontstak en brandde tussen haar benen. Ze ijlde en steeds was er die ondraaglijke pijn. Ze kon zich amper bewegen en alleen haar
moeder bracht haar af en toe eten en drinken.
Dat weigerde ze. Ze wilde niet eten, ze wilde dood. Was dit wat het was: vrouw worden?
Het afgesneden vlees werd meegenomen en het enige geluid dat Lyndi in haar koortsdromen bereikte was het gefladder van vleugels in de struiken. Half ijlend door het gif van de infectie in haar bloed
werd de associatie gelegd die voor altijd in haar onderbewuste vogels met de vreselijke daad verbond.

Het duurde weken voor Lyndi weer kon lopen en altijd schrijnde de pijn van de wond. Ze durfde niet naar zichzelf te kijken uit angst voor wat ze zou zien. Als ze moest plassen schroeide haar onderlijf en
moest ze het in kleine beetjes doen.
Lyndi haatte de hele wereld. De kleine, vrolijke en speelse meid was niet meer, hoezeer haar moeder haar ook probeerde te troosten en dat wat gebeurd was te verklaren. Maar Lyndi wilde het niet
horen, wilde het niet weten.
Het zo onschuldige meisje werd nooit meer dezelfde.





















De foto in het huis verscheen weer op mijn netvlies en ik zag hoe ondiep het licht vanuit die rechter bovenhoek doordrong in de duisternis eronder. De analogie met het leven van Lyndi lag voor de hand:
haar leven werd door het gebeuren in duisternis ondergedompeld. Het vrolijkstemmend licht was niet langer in staat het pessimistische donker te verdrijven. Hoe gruwelijk was haar levensverhaal.

De toedracht

Ik was verbijsterd van Lyndi ‘s relaas. Hoe moest ik daarop reageren?
Sprakeloos was ik, tot niet meer in staat dan haar aan te kijken totdat haar bekentenis losbarstte, vrijwel geheel in overeenstemming met wat ik had bedacht. Ze sprak erover zonder wroeging, kalm en
hield niets achter. In mijn ogen was ze open en eerlijk.

“Het idee groeide langzamerhand in onze hoofden. We woonden al een tijd samen in dat huis en stukje bij beetje raakten we steeds meer opgefokt door met elkaar over ons probleem te praten. Alle vier
haatten we onze ouders om dat wat ze ons hadden aangedaan. Vooral onze moeders moesten het ontgelden, want zij hadden de vernederingen immers zelf ook ondergaan en wisten wat die
verminkingen gingen veroorzaken.
Beschadigd als we waren, gingen we nooit met vrienden uit, bang om relaties aan te gaan. Ons leven was kapot voor het goed en wel begonnen was en voor ons lag geen mooie toekomst in het
verschiet.
Van het een kwam het ander en op een gegeven ogenblik merkte ik door mijn werk dat er nog steeds veel vrouwen uit Afrika hun dochters lieten besnijden. Omdat het in Nederland en Duitsland niet is
toegestaan, moesten ze daarvoor wel naar het buitenland en ik begon me te realiseren dat de vluchten veelal werden geboekt via het reisbureau waar ik werkte. Dat ik er ongewild aan meewerkte haatte
ik.

Ik zag de vrouwen en kreeg steeds meer medelijden met die jonge meisjes, omdat ik wist wat er ging gebeuren. Je moet weten dat soms die dochters meekwamen om de reis naar hun eigen
verdoemenis te boeken. Dat misselijkmakende gevoel woekerde in me als een kankergezwel, tot ik het als mijn plicht begon te beschouwen daar iets tegen te doen. Ik wilde toekomstige slachtoffertjes
beschermen, hun de vernedering en het kwaad besparen en tegelijkertijd degenen die voor het kwaad verantwoordelijk waren straffen. Dat besprak ik met mijn vriendinnen en samen besloten we een
afschrikwekkend voorbeeld te stellen. Zo diep zat onze rancune!
Onze eigen moeders konden we niets aandoen omdat we dachten dat dit teveel in onze richting zou wijzen, maar gelukkig hadden we andere vrouwen die we wel konden aanpakken.
Omdat ik via de boekingen makkelijk aan de namen en adressen kon komen was het eenvoudig om de vrouwen te selecteren. We zijn zelf van Afrikaanse afkomst, dus geen van de vrouwen keek ervan
op als we hun benaderden. Met zijn vieren overmeesterden we de vrouwen, verdoofden ze met de ether die Farah meenam van haar werk en reden ze met het busje naar ons huis.
In de kelder doodden we de vrouwen. Niks sadistisch, gewoon pijnloos doodmaken.

Onze hobby van het koken gebruikten we als dekmantel voor onze activiteiten.
We organiseerden echt etentjes voor mensen die dat wensten, maar belangrijker voor ons was dat we daardoor over apparatuur konden beschikken die we nodig hadden.
Zie je, het probleem was hoe we van de lichamen af konden komen.”
“Gebruikten jullie daarvoor de maalmachine?” vroeg ik haar.
Ze knikte.
“Onder andere. Daar vermaalden we de botten mee.”
“Wat jullie vervolgens als een soort beendermeel door de tuin strooiden!”
Verrast doordat ik dat wist knikte ze nogmaals.
“Aboke kwam op dat idee. Beendermeel wordt gebruikt als fosfaatrijke meststof in tuinen om de groei en bloei van de planten te bevorderen en het leek ons een niet te ontdekken manier om van de
botten af te komen. Het leek ons bovendien passend cynisch als we iets moois konden laten ontstaan uit zoiets verderfelijks als die vrouwen.”
“Dat beendermeel was de bevestiging van mijn theorie, weet je dat?”
Ik vertelde haar de bedoeling  van mijn schoenen tijdens het laatste bezoek en ze glimlachte.
“Slim.”
“In het gerechtelijk laboratorium analyseerden ze het maalsel van de botten uit de tuingrond die ik ze had gegeven, alleen wees het DNA-profiel uit dat het menselijk en geen dierlijk weefsel betrof. Dat
was voor mij de definitieve bevestiging van de theorie die ik had uitgedacht.”

Ik ging door met mijn verdenkingen, maar moest uitkijken dat ik haar geen woorden in de mond legde.
“Met die oplossing voor de botten waren jullie er natuurlijk nog niet, want dan hadden jullie ook nog alle weke delen waar je vanaf moest. Maar ook daar hadden jullie een oplossing voor, nietwaar?
Eigenlijk was ik daarnaar op zoek in jullie tuin. Ik had verwacht daar sporen van aan te treffen in de aarde.”
“Je hebt gelijk. De oplossing voor dat probleem kwam van Mekina.”
Dat vermoedde ik al, maar ik liet Lyndi toch maar uitspreken zodat ik haar volledige bekentenis op de geluidsband kreeg.
“Mekina vertelde ons dat we de spieren en de organen het best aan de vogels konden voeren. Kraaien en meeuwen en sommige roofvogels zijn aaseters en die vreten grote hoeveelheden weg. Er zijn
onnoemelijk veel van die vogels, dus het verwerken van al dat vlees was geen al te grote opgave.”
Lyndi ‘s opmerking over het klapperen van de vleugels van de vogels terwijl ze ijlend in de hut langs de Niger lag schoot door mijn hoofd. Ze moest het onbewust een toepasselijke oplossing hebben
gevonden.
“Als het soms teveel was om in een keer weg te werken, vroren we het in en deden het dan in een verpakking van de ISPC. Makkelijk zat. Je hebt er zelf naar gekeken toen je bij ons in de kelder was.
Die dag lag er trouwens alleen maar consumptievlees in.
Als we het bevroren, voerden we het zo snel mogelijk alsnog aan de vogels.”

Toen ze dat zei schoot er ineens een beeld door mijn hoofd.
De vier dames zaten gezellig met een aantal gasten rond de tafel in de serre, vriendelijk koutend en ondertussen genietend van een mals stukje gebraad. Kleine stukjes rood vlees dat op zilveren vorkjes
werd geprikt, in de jus gedoopt en naar de mond gebracht.
Ik moest er niet aan denken dat er per ongeluk een stuk van het vrouwenvlees in de braadslee terecht was gekomen. Vergeten aan de vogels te voeren en bij een volgende gelegenheid uit de vriezer
gehaald met die verpakking van de ISPC erom. Huh.
Ben je dan een kannibaal of niet, als je onbewust zit te genieten van onherkenbaar klaargemaakt mensenvlees?
Dit soort gedachten duurt altijd maar heel kort en terwijl dit door mijn hoofd spookte ging Lyndi gewoon verder met haar verhaal.

“Je hebt gezien hoeveel vogels bij ons in de tuin zaten, dus je kunt je voorstellen hoe gemakkelijk we al dat vlees konden laten verdwijnen. Het vormde de perfecte manier om de restanten van de vrouwen
kwijt te raken zonder dat het ooit gevonden kon worden. Het enige wat we hoefden te doen was het vlees met onze keukenmessen tot hele kleine stukjes snijden om te voorkomen dat hompen door de
vogels of andere dieren zouden worden meegenomen uit de tuin. Zolang de stukjes door de vogels in een hap doorgeslikt konden worden liepen we niet het gevaar dat ze ergens anders een stuk
zouden laten vallen dat mogelijk gevonden kon worden. Dat zou het risico ingehouden hebben dat alles aan het licht kwam.”

“Dat gebeurde dus met het hoofd dat wij vonden in de zandverstuiving.”
“Ja, dat was de enige fout die we gemaakt hebben. Terwijl we met de rest van het lijk bezig waren legden we dat hoofd in een bak waar per ongeluk een krant overheen kwam en die bak kwam weer
onbedoeld in de tuin terecht. En daar verdween het. Die dag stormde het behoorlijk en waarschijnlijk is er daardoor tuinaarde over het hoofd gewaaid, waardoor we het vergaten. De wet van Murphy: als
er iets verkeerd gaat, gaat het ook goed verkeerd. Dit was een serie van fouten.”
“Dat klopt. Wij wisten uit het forensisch onderzoek, dat een dier het hoofd had meegenomen, waarschijnlijk een vos. Toen ik laatst bij jullie in de tuin was heb ik goed gekeken en zag dat er een gat in de
omheining zat, net groot genoeg om doorheen te sluipen. Daar zal het dier door binnen gekomen zijn en het hoofd hebben weg gesnaaid.”
“Daar hebben we dus alles aan te danken? Een vos.”
“Ja,” antwoordde ik, “en aan een amazone en haar Jack Russell. Zij vonden het hoofd.”

“En hoe zat dat met die data en zo en die foto?”
Ik was benieuwd wat de reden was voor die subtiele aanwijzingen die de dames in hun MO hadden gelegd.
“Het was Farah die op dat idee kwam. Ze wilde niet dat we ‘zomaar’ aan het doden zouden gaan, maar dat er een soort systeem achter zat. Daar hebben we lang over nagedacht, anders waren we al
veel eerder begonnen, maar pas toen we die foto van Rajiv met de tekst vonden, kreeg het definitieve idee gestalte.
Het heeft vast iets met haar achtergrond te maken. Farah is niet iemand die zomaar iets doet. Ze is niet voor niks laborante. Ze werkt heel methodisch en volgens een strak plan en zo hebben we de
moorden ook aangepakt.
Uiteindelijk waren we het er allemaal over eens dat we een diepere boodschap in onze daden moesten leggen. Dat werd het begrip ‘onvolmaaktheid’, omdat we ons alle vier onvolmaakt vinden door wat
ons is aangedaan. En we zouden nooit meer fysiek volmaakt vrouw worden ook.
Toen zijn we gaan zoeken naar een systeem en je weet hoe dat in elkaar zat. Trouwens heel knap van je dat je dat ontdekt hebt.
“Ach,” zei ik bescheiden, daar heeft geluk een heel grote rol bij gespeeld.”
“Waren jullie van plan nog meer moorden te plegen?””

“Nee. Jouw eerste bezoek aan ons huis maakte ons kopschuw. We wisten doordat jullie langskwamen en doordat jullie aan het dreggen waren dat jullie het hoofd gevonden hadden en wilden ons niet
verraadden. Bovendien waren we toch al van plan te stoppen. Wat we hadden bedoeld bereikten we niet. Er werd door niemand verband gelegd tussen de verdwenen vrouwen en de besnijdenis van die
jonge meisjes. Er waren geen lichamen en dus ook geen publiciteit en dus was de hele actie voor niks. Die Duitse vrouw was de laatste.”
Na deze laatste bekentenis beëindigde ik het interview.
Ik wist alles wat ik moest weten, restte alleen nog het verifiëren van Lyndi ’s verhaal aan dat van de anderen. De verhalen die uit de volgende drie kruisverhoren opgetekend konden worden strookten
perfect met dat van haar en toen ik alles op de band had staan was de zaak rond.

Bij het naluisteren van de bekentenissen realiseerde ik me dat Lyndi en haar kompanen daders waren, maar dat ik ze met evenveel recht slachtoffer kon noemen. Als je dit op zo jonge leeftijd is
aangedaan, bij wie ligt dan de schuldvraag?

Volmaakt leven

Mijn arm rustte op de bolle buik van Tara. Over niet al te lange tijd zou ons kindje geboren worden. Een jongetje of meisje, dat maakte me niets uit. Het kondigde zijn komst aan met schoppen en draaien
in Tara ‘s buik en ik kon dat voelen. Dat eerste contact maakte het meer dan voorheen ook mijn kind.
Ik koesterde de hoop dat alles erop en eraan zou zitten, dat het gezond zou zijn en dat het voor ons volmaakt zou zijn, met alle fouten die bij menszijn horen. En dat het volmaakt gelukkig zou worden,
zoals ik met Tara.
Ik draaide Tara op haar zij en masseerde haar rug. Het moest een zware belasting voor haar zijn, het dragen van ons kind.
Ze had nog wat van me tegoed.

Eerst kuste ik haar op een oor en daarna legde ik haar bovenste been naar voren, zo ver als haar buik het toeliet. Zelf schoof ik naar onder, draaide me om en duwde mijn gezicht in de driehoek bij haar
billen. Tot aan de ontsluiting zouden we vrijen en ik zoende de opening waar ons kindje uit zou komen. Tara steunde en tilde haar been op, liet mijn mond toe tot haar intiemste plek. Ik sloot mijn lippen
rond de gezwollen klit en snoof de geur op in mijn neus. Mijn tong dartelde vrolijk door de spleet, de ingang van haar kut en zogen aan de lipjes die de opening omzoomden.
Daar kwam het vocht al dat sinds haar bevruchting zo vaak stroomde en ik genoot dubbel toen ik haar spieren zag rollen. Ze kreeg van mij het genot dat ik haar zo ontzettend graag gunde. Er zijn
momenten voor ongecompliceerde seks en er zijn momenten om liefde te belijden. Dit was een moment voor het laatste.

Het dilemma van deze moordzaak raakte het wezen van mijn bestaan en speelde nog wekenlang door mijn hoofd. De strijd tussen goed en kwaad woelde door mijn hersenen, als de chaostheorie,
kriskras dooreen, tot zich uit de chaos een nieuw patroon begon te vormen. Die on-Charlotteachtige  ordeloosheid van mijn overtuigingen her-vormde zich tot een patroon waarin mijn gewetensnood
langzamerhand omturnde tot een morele overtuiging: hoe erg het ook is wat een ander je aandoet, de ultieme vergelding door de dood is nooit het antwoord dat je mag geven. Het verlaagt je tot het
niveau van die ander. Voor vergelding zijn andere middelen en ik zag die vader in Duitsland voor me, met zijn zoon en dochter op zijn schoot. Het onnoemlijke leed dat hun was aangedaan.

In conflict daarmee zag ik Tara tegenover me zitten. Tara, een Afrikaanse vrouw, mijn hartsvriendin. Ik  stelde me haar voor, besneden, verminkt voor het leven. Beroofd van seksueel genot, plezier en
levenslust. Beroofd van de mogelijkheid dat een ander te schenken, ontdaan van vrouwzijn.
Als haar vader geen woord gehouden had, zou ik er dan hetzelfde over gedacht hebben? Dat beeld bracht de twijfel in mijn hoofd terug. Ik kon zo moeilijk kiezen!
Het voedde de twijfel die Heraclitus zo lang geleden dichtte: wij mensen zijn absoluut onvolmaakt, onophoudelijk  onderweg naar volmaaktheid die we nooit zullen bereiken.














Nieuw leven

Maanden later pas, heb ik de kracht gevonden mijn verhaal toe te vertrouwen aan het papier, na een diepgaande blik in mijn geweten. De wereld draait door en zo ook ons leven.
Samen met de nu hoogzwangere Tara vond ik kortgeleden de moed Lyndi, Farah, Mekina en Aboke te bezoeken die door mijn toedoen op de vrouwenvleugel van Veenhuizen belandden.
Ze namen me niks kwalijk, zeiden ze.
Dat wat gebeurd is, was hun keuze, een daad die zij stelden, hun aanklacht tegen de zinloosheid van een barbaars cultureel gebruik.
Ze dragen die verantwoordelijkheid manhaftig.

Als minnares van een donkere vrouw die het had kunnen overkomen, kon ik hun zielenroerselen begrijpen, maar niet rechtvaardigen. Dat vertelde ik ze en dat accepteerden ze en ze aanvaardden dat ze
voor hun daden moesten boeten. Hun hoop was dat de wereld zou zien en zich verzetten.
Vrouwenbesnijdenis!
Wat ik ze kon beloven, was dat ik me zou laten horen. Proberen de boodschap uit te dragen die hun niet was gelukt
Belofte maakt schuld!

Twee dagen voor de uitgerekende datum werd ons kindje geboren.
Mark en ik waren erbij toen het hoofdje verscheen en de wereld een mensje rijker werd. Een meisje met een getinte huid, lichter dan Tara, donkerder dan Mark. Een kwetsbaar wezentje, waard om
beschermd te worden en met alles erop en eraan. Zoals om het even welk Opperwezen de mens ongetwijfeld bedoeld heeft.
Vier namen gaven we haar, maar Mahdi werd haar roepnaam, uit respect voor de grootmoeder van Tara ’s kant. Wat zou zij graag dit meisje in haar armen hebben gehouden en ongeschonden op
hebben zien groeien. Als voorbeeld dat de wereld ten goede veranderen kan.