Volmaakte onvolmaaktheid
“Hola, niks d’r van.”
Tara greep me bij een enkel en trok me terug het bed in.
“Het kan toch niet zo zijn dat mijn bleekscheetje zomaar vertrekt? Je gaat niet werken voor je met me gevreeën hebt. Je moet je wapenen tegen die harteloze wereld daarbuiten.”
Tara gebruikt ‘bleekscheetje’ als koosnaam voor me. Ze doelt daarmee natuurlijk op mijn blanke huid, maar het refereert net zo goed aan mijn blonde haren. Het kleurcontrast in een bed had nauwelijks
groter kunnen zijn dan tussen Tara en mij.
Op mijn beurt noem ik haar in een gekke bui weleens ‘Moriaantje’, naar het personage uit het kinderversje dat mijn opa gekscherend begon te neuriën toen hij voor het eerst met Tara kennismaakte:
Moriaantje, zo zwart als roet,
ging eens wandelen zonder hoed.
En de zon scheen op haar bolletje,
daarom droeg zij een parasolletje.
Tara en mijn opa kunnen ongelooflijk goed met elkaar opschieten en dat is de reden waarom ik die tekst nooit meer vergat en de naam Moriaantje durf te gebruiken. Het drukt zijn waardering, en de
mijne, voor haar uit.
Hoewel Tara volledig ‘vernederlandst’ is, resteert er op de een of ander manier toch altijd iets van de cultuur van haar vader en moeder in haar bloed. Ze is geboren en getogen in Nederland, maar
opgegroeid met waardevolle aspecten uit het culturele erfgoed van haar ouders. Zeker na Fortuyn en alles wat daarvan het gevolg was, was ze zich bewust van het feit dat ze als allochtoon wordt
beschouwd. Misschien dan wel niet altijd, maar dan toch zeker met enige regelmaat.
Haar kracht is, dat ze het raciale onderscheid tussen ons ‘gehumoriseerd’ heeft, om het bekende verwijt aan de politiek na de dood van Fortuyn maar eens te parafraseren. Verschillen tot een geintje
maken deed ze, vandaar dat koosnaampje, en dat heb ik van haar overgenomen.
Ze is zo wijs wat dit betreft! Variatie staat niet tussen ons in, het bindt ons tezamen.
Maar goed, het werd dus voor ik naar mijn bureau ging een potje vrijen. Wat zag ik daar tegenop zeg. Grapje!
Tara trok me terug het bed in en klom over me heen. Zelfs als ik me aan haar had willen ontworstelen was me dat niet gelukt. Maar ik wilde niet. Ze boog zich naar me toe en drukte haar lippen op mijn
mond. Ik hoefde niet aangespoord te worden me voor haar te openen en haar tong te ontvangen en een langdurige tongzoen was het vervolg.
De heerlijk lange tong van Tara woelde tussen mijn tanden en glibberde door heel mijn mond. Minutenlang proefde ik haar speeksel. Onze tongen streelden langs elkaar en het gesmak van vochtig over
elkaar schuivende monden maakte me gek van wellust.
Slanke vingers gleden tussen mijn dijen en bij me naar binnen. Soepel en dwingend zorgde haar ‘vingertechniek’ binnen de kortste keren voor een doornatte prop en zoals altijd rilde ik van het genot dat
Tara me tussen mijn benen bezorgde.
Vlak voor ik klaarkwam stopte plots het strelen over mijn pareltje en ze deed een greep in de la van het nachtkastje naast haar hoofdeind. Ze nam de dikke vibrator met de roterende kop en het
uitsteeksel voor de clitoris en hield die met een vragende blik op haar gezicht voor mijn ogen. Ik rilde bij de gedachte aan wat dit ding bij me zou uitrichten, maar was te geil om bezwaar te maken en
knipperde bevestigend met mijn ogen.
Tara draaide zich om zodat ze met haar rug naar me toe over mijn heupen zat en met een routineus gebaar schoof ze het polsdikke apparaat in mijn doorweekte spleet en het uitsteeksel tegen mijn
knopje en zette hem aan.
Meestal gebruik ik deze enorme kunstlul voor Tara, omdat zij wijder is dan ik, maar toen mocht ik er van ‘genieten.’ Het ding bezorgde me het gevoel dat ik compleet werd opgerekt.
Eenmaal in mijn tunneltje masseerde de bewegende kop de binnenkant van mijn kut, waarbij elke rotatie de gevoelige buikwand raakte. Ik was al enorm opgewonden en de combinatie van dat ding dat
ronddolde in mijn kut en de niet-aflatende prikkeling van mijn knopje, zorgde vrijwel direct voor een knetterend orgasme. Ik steigerde zowat onder het lichaam van Tara, die zich omdraaide en me
opnieuw op mijn mond zoende. Met haar romp bovenop me, plette ze mijn borsten onder de hare en drukte me zwaar de matras in.
Dat joekel van een ding dat vanonder in me tekeerging, haar lippen vol op de mijne en haar gewicht op mijn romp verstikten me bijna, terwijl de krampen vanuit het centrum van het genot door mijn lijf
raasden.
Voor mijn gevoel duurden de sensaties in mijn lijf uren, vooral ook omdat Tara me leeg befte nadat ze de vibrator uit me had getrokken. Wat er met en in mijn lijf gebeurde bracht heel wat bij me teweeg.
De dag was nog niet eens begonnen en toch was ik al genotvol uitgeput.
Hoezo wapenen tegen een harteloze wereld?
Die dag begonnen we met een grootscheeps buurtonderzoek.
Elk huisje in de buurt van het Sleenderbos werd door twee leden van het recherchebijstandsteam bezocht. Op dat moment werkten twaalf rechercheurs aan het grootste onderzoek dat ooit in deze regio
had plaatsgevonden, want we wilden antwoorden op een aantal belangrijke vragen.
Wie had in de dagen voorafgaand aan de ontdekking van het hoofd een donkere vrouw gezien en waar?
Als zo’n vrouw gezien was, was dat dan in gezelschap van iemand? En zo ja, was bekend wie die persoon was of kon men wellicht een signalement geven zodat we van die persoon een
compositietekening konden maken?
Was een van de plaatselijke bewoners iets bijzonders opgevallen de afgelopen tijd?
Waren er vreemde auto‘s gezien?
Waren er personen gesignaleerd die ergens op een verdachte manier rondhingen?
Had iemand zich verdacht gedragen?
Had iemand iets, hoe klein ook, waargenomen dat enig licht op deze zaak kon werpen?
Zelf bezocht ik met mijn collega Audrey het elftal boerderijen langs de Kibbelveen, de weg tussen de parkeerplaats aan de Sleenerweg en de splitsing van het Oranjekanaal, daar waar de Odoornerzijtak
begint.
Een aantal leden van het korps waterpolitie dregde een omvangrijk deel van het Oranjekanaal af, met nadruk op die splitsing, waar het smalle water op zijn breedst is.
Duikers zochten de bodem af van de Kibbelkoele, de recreatieplas aan de oostzijde van de Sleenerweg. We waren nog steeds op zoek naar het ontbrekende lichaam van het slachtoffer en het kanaal of
de recreatieplas leken voor de hand liggende plaatsen waar een met stenen verzwaard lichaam afgezonken kon worden. Graven in de grond laat altijd sporen na en houdt daardoor voor een moordenaar
meer risico op ontdekking in.
Buurtonderzoek is meestal een taaie klus dat slechts zelden iets oplevert en daar was dit onderzoek geen uitzondering op.
Dagenlang spendeerden Audrey en ik talloze uren aan het interviewen van de bewoners en huis na huis verlieten we zonder iets te weten te zijn gekomen. De mensen hadden, begrijpelijk, heel andere
dingen aan hun hoofd dan mijn onderzoek. Ik was dan ook blij dat we het laatste huis konden bezoeken.
Vanwege het idee dat het kanaal de beste dumpplaats voor een lijk was, waren we aan dat uiteinde van de Kibbelveen begonnen met onze vragenronde. Een bejaard echtpaar bewoonde het eerste
huis, maar ze konden ons geen enkel aanknopingspunt bieden dat een oplossing van het misdrijf dichterbij bracht. Ik had niets anders verwacht, want de moordenaar zou voorzichtig zijn geweest.
Een week na het begin van het buurtonderzoek belden we aan bij het laatste huis.
Voor ons rees een goed onderhouden huis op. Groot en majestueus lag het niet eens zo ver van de grote weg. Een oud Volkswagenbusje stond op een tegelplateautje ervoor geparkeerd, gezellige
gordijntjes voor de ramen.
Twee vierkante torentjes met een spits dak bedekt met leisteen gaven het huis een kasteelachtige indruk. De symmetrische indeling met de voordeur midden in de voorpui en de in oude stijl
geschilderde luiken naast de met spijlen doorsneden vensters, maakten het een ‘warm’ huis. De pastelkleurige gordijntjes achter de ramen bevestigden die indruk. Het was overduidelijk dat in dit huis
mensen met stijl en smaak woonden.
Links van de voordeur, naast een vertrek dat op een woonkamer leek, spiegelde een statige serre van glas en gemoffeld aluminium die wonderwel paste bij de grandeur van het huis. Een massiefhouten
tafel besloeg het grootste gedeelte van het vloeroppervlak van de serre en ik telde er tien houten stoelen omheen.
Het huis leek vanuit een kubusidee ontworpen en ik schatte dat er naast wat ik dacht dat de woonkamer was, tenminste twee andere vertrekken op de benedenverdieping moesten zijn en mogelijk vier
op de bovenverdieping. Meer dan waarschijnlijk was er ook een zolder.
Het gehele aanzicht maakte een onuitwisbare indruk op me en ik zette mijn voet op de eerste van vijf treden die het trappetje vormden dat naar de voordeur leidde.
Naast de deur hing een ovalen bord waarop met barokke letters de naam van het huis stond geschilderd: ‘Les quatres endommagées’. Voor ik aan de bel trok keek ik rond of er ergens een kwartet
dingen herkenbaar was, maar kon niets ontdekken. Geen vier bomen, geen zwerfkeien die hier na de ijstijd zijn achtergebleven, niets.
De ouderwetse koperen bel met zo’n knop waaraan je moest trekken liet een geklingel van jewelste horen. Schuifelende voetstappen achter de deur verrieden dat er iemand aankwam en ik was verrast
dat een jonge vrouw de deur opende.
Een déja-vugevoel drong zich onweerstaanbaar aan me op, want voor me in de deuropening stond een slanke vrouw van duidelijk Afrikaanse afkomst, niet veel ouder dan 25 tot 30 jaar.
Nadat we onze identificatie lieten zien en we het doel van ons bezoek kenbaar hadden gemaakt, nodigde zij ons uit binnen te komen.
In de woonkamer bleken nog drie vrouwen aanwezig te zijn, allemaal donker en allemaal van ongeveer dezelfde leeftijd. Les quatres endommagées?
Het leek wel of ik vier Tara ’s tegelijk ontmoette. Opnieuw werd ik getroffen door de overeenkomsten in deze zaak met mijn privé-leven.
De vrouwen bleken het huis met z’n vieren te bewonen.
De vrouw die me had open gedaan stelde zich voor als Lyndi Ibido. Zij was de eigenaresse van het huis en verhuurde woonruimte aan de andere drie, vriendinnen van haar.
Ze stelde de anderen aan ons voor en ik begreep dat ze allemaal een andere dagbesteding hadden.
Lyndi werkte voor een reisorganisatie dat reizen naar Afrika organiseerde. Farah, een uitzonderlijk mooie vrouw met bijna klassieke trekken, werkte als chemisch laborante voor een groot bedrijf. Aboke
was landschapsarchitect en Mekina studeerde biologie aan de universiteit. Ik wist dat die studie deel uitmaakte van het programma in Utrecht en het verbaasde me niet dat een vrouw als Mekina die
studie volgde. Die studie heeft status onder vrouwen van allochtone afkomst.
Ik werd uitgenodigd plaats te nemen op een leren, comfortabele bank en nam de kamer in me op.
Allerlei Afrikaans aandoende ornamenten stonden op de grond of hingen aan de wanden. Uitheemse gebruiksvoorwerpen uit exotische landen sierden de lichthouten meubels en weerspiegelden de
veelkleurigheid van een diversiteit aan culturen.
“Veel van wat we hier hebben staan komt uit Mali, waar mijn ouders vandaan komen”, zei Lyndi. “De andere spullen komen uit andere Afrikaanse landen.”
Blijkbaar was Lyndi een opmerkzaam type, want ze had feilloos door wat ik aan het doen was en wat er door mijn hoofd ging.
Het viel me op dat Lyndi perfect Nederlands sprak en dat terwijl haar ouders uit Mali kwamen. Ik vroeg er naar.
“Dat komt omdat ik hier geboren en opgegroeid ben, net als de anderen.” Terwijl ze dit zei, wees ze met een weids armgebaar haar vriendinnen aan.
Het bleef die keer voornamelijk Lyndi die het woord voerde.
“Aboke komt ook uit Mali, Farah uit Sierra Leone en Mekina uit Somalië.”
Dat laatste hoorde ik maar met een half oor, want mijn aandacht werd onweerstaanbaar naar iets anders getrokken.
Precies midden op de muur tegenover me hing op ooghoogte een magnifieke reproductie die de gehele muur domineerde. Een foto.
De expressie van de foto trok me zodanig, dat ik niet na kon laten ernaartoe te lopen en het te bestuderen. Het bleek een uitvergroting te zijn van een foto van Seth Rajiv.
Vanwege de afkomst van de vier vrouwen associeerde ik het figuur op de blauwe achtergrond eerst met een olifant. Ik zag er een groot lijf in, met een grote kop en een gestileerde slurf en toen ik dat
opmerkte zeiden ze dat het niets met olifanten van doen had. De titel van de foto was ‘Imperfection achieved’.
Wat het wel voorstelde kon ik er niet uit opmaken, maar de indruk die het bij me achter liet was overweldigend.
Onder de reproductie hing in een grofhouten lijstje een statement van de kunstenaar, in sierlijke, alweer felblauwe letters.
De reproductie en het citaat fascineerden me mateloos. Beide spraken me op een instinctieve manier aan. Het opdringerige blauw van de foto met de grove zwarte lijnen, rechts in de bovenhoek
overlopend naar een lichtere tint, alsof er een lamp, of een zon, vanuit die hoek scheen. Het moeizaam doordringende licht in een zwartblauwe duisternis. De verstilde woorden van de fotograaf, met de
nagenoeg tastbare controverse tussen de ‘wastelands’ en de ‘elegant sources’.
Alles in blauw, een van de drie primaire kleuren en vaak geassocieerd met kou en kilte, maar toevallig wel mijn lievelingskleur.
De woorden en de foto vormden een volmaakte twee-eenheid.
Ooit had ik ergens op een Internetsite gelezen dat blauw de kleur is van de voortplantingsorganen en in kleurentherapie wordt beschouwd als temperend bij allerlei pijnen. Blauw is koud en koude is
verdovend en daarmee een alleszins logische associatie.
Van de foto met zijn donkerblauwe kleur dwaalden mijn ogen als vanzelf naar opzij, naar buiten, door de schuifpui en het glas van de serre heen. Was het een onbewust verlangen de blauwe lucht te zien?
De vrijheid die dat hemelblauw uitstraalde, het snakken naar de warmte van de zon na al die troosteloze gesprekken? De foto bracht een melancholische stemming in me teweeg, merkte ik, en voor de
zoveelste keer trof me de impact die het onderzoek op me had.
In plaats van hemelblauw zag ik groen.
Een lange haag van klimop omsloot een omvangrijke tuin. Ik herkende de hedera hibernica, met zijn frisgroene bladeren. Een krachtige groeier met voldoende vertakkingen voor een dichtgroeiende
haag. Ideaal als afscheiding voor precies zo’n tuin als deze.
Een opvallende tuin voor deze buurt. Opvallend niet zozeer omdat de tuin groot was, daar is hier nog de ruimte voor, als wel omdat de tuinen hier meestal open zijn, zo anders dan in het westen van het
land. Daar lijkt men veel meer op zichzelf te zijn.
Aan de andere kant was het ook wel weer begrijpelijk. Vier vrouwen bij elkaar, ’s zomers wellicht zonnebadend op het gazon. Dat zou veel bekijks trekken en of ze daar zo happig op waren, daar
geloofde ik niet in.
De tuin lag open en Lyndi zag mijn opgetrokken wenkbrauwen.
“We gaan er nog wat moois van maken. Aboke denkt er nog over hoe dat te doen.”
Ik had niet om een verklaring gevraagd, maar kreeg die desondanks. Een sensitief type die Lyndi.
In de tuin bewoog een grote zwerm meeuwen en enkele kraaien en roeken door elkaar. Het was ongelooflijk hoeveel vogels er in de tuin waren, vogels die kriskras door elkaar fladderden en naar elkaar
pikten. Boven de tuin cirkelden ook nog eens tientallen vogels in een stille glijvlucht die vaak in de tuin eindigde. Ik maakte er een opmerking over.
“Ja, dat is zo sinds de tuin openligt. Waarschijnlijk vinden ze veel voedsel in de open grond en als ze dat eenmaal weten blijven de vogels terugkomen. Niet alleen kraaien en meeuwen, soms zelfs een
roofvogel. Misschien dat die weleens een molletje of een veldmuisje meepikt.”
Inderdaad zag ik hoog in de lucht de gekartelde vleugels van een buizerd rondcirkelen, gedragen door de thermiek van de nog altijd warme zomerzon, in een kleiner wordende spiraal waarvan het
diepste punt in de tuin leek te kunnen eindigen.
Omdat ik mijn vragen wilde stellen ging ik terug op de bank zitten en begon het welbekende riedeltje op hen af te vuren.
Net als bij al die andere bewoners, konden ook deze vier niets voor me betekenen en na een gezellig uurtje en enkele koppen koffie nam ik afscheid, maar niet nadat ik me had laten ontvallen dat ik een
donkere vriendin had.
Ze moeten alle vier hooglijk verbaasd zijn geweest, want ze wilden direct alles van haar weten. Niet verwonderlijk, in aanmerking genomen dat Tara en zij een gemeenschappelijke culturele achtergrond
bezaten. Ik beloofde een keer met Tara langs te komen en hield me voor de rest een beetje op de vlakte. Dit was niet het moment om werk en privé nog meer door elkaar te laten lopen.
Het duurde nog een kleine drie kwartier voor ik de vijf treden in omgekeerde volgorde nam.
Het buurtonderzoek leverde voor geen van de teams iets op en ook het duikteam en de dreggers konden geen successen melden.
De dagen volgend op het buurtonderzoek bracht ik voornamelijk door met denken, maar dat schoot niet echt op. Mijn gedachten draaiden in een kringetje rond en doorbraken die cirkel nooit en dat was
in het stadium waarin het onderziek toen verkeerde toch echt nodig om een volgende stap te kunnen zetten.
Ik snapte gewoonweg een aantal dingen niet.
Waarom hadden we wel het hoofd en niet de romp? Die romp moest toch ergens gebleven zijn?
Waarom waren er 12 donkere vrouwen verdwenen en geen enkele blanke vrouw?
Waarom kon de opsporingsdienst geen enkele van die verdwenen vrouwen vinden?
Ergens moest een verband tussen al die vrouwen bestaan en er waren zeker logische antwoorden op mijn vragen, alleen wist ik niet hoe ik die moest vinden.
Met het zoeken naar dat verband moest ik maar eens een aanvang nemen en hoe kon ik dat beter doen dan door de zaken overzichtelijk op een rijtje te zetten.
Dat deed ik daarom maar en pijnigde de rest van de dag mijn hersens.
Terwijl ik en enkele van mijn collega ‘s in tweetallen het buurtonderzoek verrichtten, hadden anderen zich beziggehouden met het verzamelen van gegevens van de verdwenen vrouwen.
Tot dan toe was er niet veel meer bekend dan dat het donkere, Afrikaanse vrouwen betrof.
Met de gegevens die het onderzoek naar de achtergronden had opgeleverd kon ik voor het eerst de zo noodzakelijke samenvatting opstellen. Daaraan en aan het staren naar die opsomming besteedde
ik de rest van de dag.

I have chosen to plumb industrial wastelands… to find here among the discarded, weathered machinery and other detritus, that nexus of color, texture and design… To distill from this unlikely ore, these painterly images – these abstractions – these mandalas – elegant sources for insights that enrich the soul…
|
|