1
Tara en ik
Het bleken uiteindelijk twee jonge vandaaltjes geweest te zijn die ongewild de reeks gebeurtenissen in gang zetten die leidden tot de meest aangrijpende zaak waarmee ik ooit te maken kreeg.
Kwajongens van amper 9 jaar brachten een zaak aan het rollen die anders waarschijnlijk nooit aan het licht was gekomen.
En natuurlijk was er die vos! Ook die speelde zijn rol in het geheel. En Hetty met Rabanne en die dekselse Jack Russell van haar. Ja, die zes stelden de coulissen op van het toneel waarvan het script in
de maanden erna geschreven werd en dat een aanslag zou plegen op mijn gemoedsrust.
Deze zaak veroorzaakte een schokgolf in mijn perceptie van goed en kwaad, een levensfilosofie die ik in een jarenlange ervaring opbouwde, maar nu verkruimelde tot een warboel van ideeën zonder
samenhang. Het hechte fundament van normen en waarden onder mijn voeten verpulverde door deze zaak tot ultrafijne deeltjes die tenslotte de consistentie vertoonden van psychisch drijfzand. Drijfzand
dat mijn besef van waarden onweerstaanbaar omlaag zoog, tot het ze dreigde te smoren.
Wie had verwacht dat ik ooit nog eens bijna zoveel begrip op kon brengen voor zowel daders als slachtoffers? Ik niet, en dat is wat mijn wereld op zijn grondvesten deed trillen.
Gelukkig is het wanneer ik dit opschrijf voorbij!
Als ik terugkijk op de afgelopen periode zie ik mezelf ronddolen als een bezetene en zie ik hoezeer deze zaak heeft ingegrepen in mijn persoonlijke levenssfeer. Ik raakte veel te emotioneel betrokken.
Achteraf kan ik zeggen dat het onprofessioneel was, maar toen het zich voordeed ontbrak me dat inzicht. Misschien had ik de zaak op zeker moment beter aan een ander kunnen overlaten, maar ja, als
je alles van tevoren weet…
Gelukkig kan ik nu weer normaal zijn, iets wat ik door de verstikkende ervaringen van de laatste tijd wekenlang niet meer kon, tot verdriet van Tara.
Tara is de vrouw waarmee ik samenwoon. Zij heeft de kleur van koffie met een scheutje room, een synthese van Malinees en Somalisch bloed. Heet, donker en sterk, zoals goede koffie hoort te zijn.
Wie ik ben? Ik ben Charlotte, blank, blond, 33 jaar en rechercheur bij het regiokorps Drente, belast met zedenzaken en zware criminaliteit.
Waar ik verslag van ga doen is een in en in trieste zaak, zowel voor slachtoffers als voor daders!
Het begon 9 maanden geleden.
Leven
Mijn hand rustte op de buik van Tara, een buik met een wondertje erin. Ik probeerde het leven te voelen dat in de baarmoeder groeide, maar het was nog veel te vroeg. De week ervoor hadden we bij de
drogist een zwangerschapstest gekocht waarvan de uitslag ons deed juichen en diezelfde ochtend bevestigde onze huisarts het goede nieuws: Tara en ik gingen moeder worden. Mijn hemel, wat waren
we gelukkig. Er kon nog van alles misgaan, tuurlijk, een vroege miskraam of zoiets, maar iets in me zei dat we op een goede afloop konden vertrouwen.
Diezelfde avond vierden we het, Tara en ik, met Mark, de vriend die voor het levenbrengende zwemmertje zorgde: de zaadcel die met zijn zweepstaartje voort ploeterde in een race die één winnaar op
kon leveren. Een race met als hoofdprijs een afspraakje met de eicel van Tara om daarmee te versmelten tot de zygoot, de volmaakte samensmelting van tweemaal 23 chromosomen tot de 46 die een
mensje gaan vormen.
Het embryo was nog te klein om Tara ’s buik te bollen, maar de verankering in de baarmoederwand liet al wel haar sporen na in haar lijf.
Langzaam gleed mijn hand van de buik naar boven, naar de volle borsten die ik zo vaak gestreeld en gekust heb. Verwonderd keek ik er naar. Tara vertelde me dat vlak na de bevruchting zij al
aanvoelde dat ze zwanger was. Haar borsten waren altijd al gevoelig, maar door wat er in haar lichaam gebeurde werden ze nog gevoeliger. Ze heeft het niet direct tegen me gezegd, maar toen we ’s
avonds vreeën, viel het me op. Ze kreunde zachtjes toen ik op haar kroop en mijn borsten de hare pletten. Ik schrok een beetje van het gevolg en toen vertelde ze het.
Haar borsten bolden voller op dan ooit en met mijn vingertoppen omcirkelde ik ze en liefkoosde de donkere tepels. Kirrend onderging Tara mijn streling, terwijl een hand door de blonde haartjes op mijn
onderarm heen en weer schoof.
Ik richtte me op tot ik half rechtop zat en boog me voorover. Ik tuitte mijn lippen en sloot ze om een tepelhof, met de lange nippel hard tegen mijn tong en zoog er verlekkerd op. Eerst de een, daarna de
ander.
De huid van Tara rook zeepachtig na het douchen, terwijl haar eigen aroma, muskusachtig, er doorheen schemerde.
Tara is altijd een heetbloedige meid in bed, maar na haar bevruchting was ze dat helemaal. Het leek of haar zwangerschap haar sekshonger opzweepte tot een hoogte die zelfs voor haarzelf een
verrassing was. Voorheen vreeën we vijf of zes keer in de week, inclusief de keren met Mark, maar in die beginperiode leek Tara onverzadigbaar. ’s Ochtends en ’s avonds vrijen was geen uitzondering
meer en de intensiteit waarmee ze in bed tekeer ging was overweldigend.
Ik hoefde maar een handje tussen haar benen te schuiven en het bleek daar nat. De melkchocoladekleurige huid rond de roze spleet stond doorlopend bloedgevuld te dampen en als we onze benen als
een kruiskoppeling ineen schoven en onze kutjes langs elkaar wreven, maakte zij mij nat met de sappen die sinds haar bevruchting ongelooflijk snel uit haar opening stroomden.
Ik wist wat ze wilde en ik wilde haar dat geven.
Eén been tilde ik over haar gezicht heen en liet mijn bekken zakken tot mijn gleuf vlak boven haar lippen hing, terwijl ik me naar haar krulletjes richtte. Met mijn neus vooruit schoof ik door het stugge matje
op de onderbuik, plukte onderweg plagerig met mijn tanden aan de begroeiing en ‘at’ me een weg naar haar grotje.
Met twee handen duwde ik haar dijen uit elkaar, waardoor de donkere wallen van haar grote schaamlippen weken en de lipjes rond haar holte zich openden en me de voering toonden. Ik vind het altijd
weer bijzonder hoe een donkere huid als die van Tara, zo lichtroze kan zijn als de binnenzijde van haar vagina.
Tara bezit het volmaakte kutje, in al haar verrassende schoonheid.
Volle lippen sabbelden liefdevol aan de opening tussen mijn benen en een tong penetreerde diep in mijn holte. Twee handen bovenop mijn billen kneedden de spieren en trokken de bollen ver uiteen,
waardoor Tara beter bij mijn heerlijkheid kon komen. Het gevoel van het zuigen op mijn lipjes en de soppende geluidjes die haar wijdgeopende mond over mijn opening maakte, wonden me vreselijk op,
zoals altijd, en ik boog mijn hoofd tussen haar benen om haar de wederdienst te bewijzen die ze verdiende.
Tara was ongelooflijk nat tussen haar benen.
Nauwelijks had ik haar knopje tussen mijn lippen genomen of een warme vloed spatte in mijn gezicht uiteen. Sinds ons kindje in haar groeide was Tara gaan ejaculeren en het sproeide in mijn neus,
tegen mijn ogen en stroomde in mijn mond. Vooral als ik haar met mijn vingers bevredigde en haar kutmond onbelemmerd liet, spoot een straaltje eruit. Zo sexy!
Sindsdien leggen we een handdoek op het bed omdat vooral de eerste straal dun vocht ver tussen haar lipjes vandaan spuit, meestal gevolgd door een paar golven navocht.
Ik had het spul al eerder geproefd, nadat het op mijn vingers landde. Het had een niet te duiden smaak, enigszins vergelijkbaar met fysiologisch zout. Het was overduidelijk geen urine, was daar ook niet
mee vermengd. Het was iets eigens, geurloos, heel anders dan het licht aromatische en stroperige vocht dat ze aanmaakt wanneer ze opgewonden raakt.
Met een kleddernat gezicht schoof ik drie vingers bij Tara naar binnen en kromde ze tegen het sponzige weefsel dat deels de voorwand van haar vagina vormt. Haar kutlippen hield ik wijdopen en een
restant van het vocht vloeide via de bilspleet naar buiten, op de handdoek. Met moeite kon ik met mijn lippen bij haar pareltje, likte er stevig met mijn tong overheen tot ze met een kreetje klaarkwam
tegen mijn gezicht.
Tegelijk met haar eerste kramp trok ik mijn vingers terug en zoog zo hard ik kon, zoveel mogelijk van haar bloeddoorlopen geslacht in mijn mond en tegen mijn lippen. Gespierde dijen knepen zich
onwillekeurig rond mijn oren en zo lurkte ik haar door haar orgasme.
Zelf had ik meer stimulatie nodig voordat ik kwam en voordat het zover was ging de telefoon, hét voorbehoedsmiddel van elke rechercheur.
Met een plakkerige hand drukte ik de speaker van de telefoon naast het bed in en hoorde de stem van mijn superieur, die me nors verordonneerde onverwijld naar een bepaalde plek te komen. Meer
informatie wilde hij door de telefoon niet geven, maar zijn kortaffe woorden maakten duidelijk dat het urgent was.
Nadat ik zijn stem had weggedrukt, draaide ik me naar Tara toe.
“Als ik terug kom moet je afmaken wat we begonnen zijn, beloof je dat?”
“Ga jij maar, dat zit wel goed.” Ze vouwde haar handen om mijn hoofd. “Dat beloof ik je. Douche nog even, want ik heb je flink nat gespetterd. Zo kun je daar niet verschijnen.”
Ik drukte mijn lippen op haar mond en nam die douche.
De tuin
Twee ondeugende jongetjes hadden het gat in de haag gemaakt waardoor de vos ongemerkt de tuin in kon kruipen. Iedereen weet wel hoe dat gaat: een trap tegen een bal die vervolgens de verkeerde
kant op gaat en dan ligt de bal daar waar die niet hoort, ergens in een tuin.
Maar jochies zijn vindingrijk, zeker als het om een lievelingsbal gaat en het gat was snel gemaakt.
Voor de vos was het kruipgat makkelijk te vinden.
In het voorbijgaan ving de vossenneus een geurspoor op dat hem leidde naar de plek waar hij de oorzaak van de geur kon vinden. Met zijn voorpoten groef de vos de aarde weg. Door de kracht
waarmee hij ze wegwierp, tikten de kluitjes tegen zijn buik. Hij hoefde niet diep te graven voor hij het vond.
Zijn tanden beten zich vast in het ronde ding en net zo stil als hij gekomen was, sloop hij de tuin uit en verdween het veld over. Bij het oversteken van de weg werd zijn schim kortstondig verlicht door de
schijnwerpers van een aanstormende auto alvorens hij het bos in vluchtte en veilig was met zijn buit. Het ding slingerde vervaarlijk in zijn bek heen en weer, in het ritme van zijn drafje.
De vondst
Met een sierlijke boog sprong Rabanne over de boomstammetjes die door de bomenkappers in een stapeltje langs het bospad waren opgestapeld. De galop en de sprong kostten de bruine ruin geen
moeite, zolang Hetty goed de stijgbeugels gebruikte, met hem meebewoog en tijdens de afzet zijn rug ontlastte. Hij had al hogere sprongen gemaakt en juist vandaag, hier in het bos, voelde hij zich in
topvorm.
Zijn neusgaten sperden wijd open om de boslucht in de enorme longen te zuigen en daar de zuurstof aan het bloed af te geven, waarna het bloed het vervoerde naar de zware spieren die de arbeid
moesten leveren. Hij voelde het genot van spieren die aangespannen werden en briesend van plezier landde hij op de hoeven van zijn voorbenen, trok de achterhand bij en galoppeerde hinnikend verder.
Voor Sesha was het heel wat inspannender.
De Jack Russell van Hetty roffelde de korte pootjes door het mulle zand en had moeite zijn langbenige vriend bij te houden. Zelfs voor een Jack was Sesha klein.
Sesha en Rabanne kenden elkaar uit de stal.
De grote, bruine ogen van Rabanne keken altijd verwonderd toe hoe de kleine Sesha tussen het hooi in de stal op zoek was naar de muizen die de graankorrels uit het stro probeerden weg te kapen.
Sesha kwam nauwelijks boven zijn spronggewricht uit en scharrelde niet geïmponeerd door de grootte van Rabanne tussen de slanke paardenbenen door.
Omdat ze elkaar bijna elke dag zagen, was er een hechte vriendschap tussen de twee ontstaan en waren ze onafscheidelijk.
Plots blokkeerde Sesha zijn pootjes en stond stil.
Met zijn neus opgeheven snoof hij snel achter elkaar teugjes lucht over het supergevoelige epitheelweefsel achter de zwarte neusgaten. Het rook anders in het bos vandaag en eigenwijs als Jackies zijn,
liet hij Rabanne en Hetty voor wat ze waren en volgde zijn instinct, het bospad af de bossage in.
Hetty had pas honderden meters verder door dat Sesha niet meer volgde.
“Sesha, kom voor” riep ze luid.
Er kwam geen reactie en dus riep ze nog een keer, met meer nadruk: “Sesha, kom!”
Nog steeds volgde er geen reactie en ze besloot terug te rijden. Aan de teugel draaide ze Rabanne en spoorde hem aan in een draf terug te keren naar de stammetjes, waar ze dacht dat ze Sesha voor
het laatst gezien had. Voor ze daar aankwam echter, hoorde ze gesmoord piepen en janken en zag een witte schim achter de struiken naast het pad.
Omdat Sesha ondanks herhaaldelijk roepen nog steeds niet kwam, steeg Hetty af, sloeg de teugels rond een boomtak en met gebogen hoofd wurmde ze zich tussen de takken van de struiken door. Ze
liep het rulle zand van de verstuiving op en zag Sesha en datgene waarom de hond niet gereageerd had op haar roepen. Haar maag draaide om en terwijl ze zich afwendde gooide ze haar ontbijt van
die dag eruit. Ze kon nog net de kracht opbrengen om met het gsm’etje uit haar zadeltas 112 te bellen om de afschuwelijke ontdekking te melden, voor ze in shock tegen een boom in elkaar zakte, waar
ze twintig minuten later door de politie apathisch werd aangetroffen.
2
De Zandverstuiving
Met de plek waar ik naartoe moest was ik goed bekend.
Boswachterij Sleenderzand ligt tussen de dorpjes Sleen en Schoonoord, westelijk van Emmen. Het is een van de bossen in Drenthe waar het vooral ’s zomers erg druk kan zijn met toeristen. Toen was
het begin september. Het toeristenseizoen naderde het einde en zo vroeg op de ochtend zou het er nog rustig zijn.
Vanuit Beilen waar ik woon, volgde ik de N381, de gevaarlijke tweebaansweg richting Emmen. Er zijn altijd van die gekken die op deze dodenweg per se in moeten halen om hooguit een paar minuten
eerder op hun werk of thuis te zijn. Ik hield me keurig aan de snelheid. Voor het slachtoffer waarnaar ik op weg was zouden enkele minuten eerder arriveren niets meer uitmaken, zoveel had ik uit de
woorden van mijn baas al wel begrepen.
Rechts van de weg passeerde ik de greens van golfclub de Gelpenberg, met de lange, ruime fairways waar ik wel eens een balletje sla, voor ik op de kruising met de N376 links afsloeg. Sleen liet ik
achter me liggen.
Daar waar aan de linkerkant van de weg het bos begint, loopt op de grens van de akker en de bomen een voor gewone auto’s moeilijk begaanbaar ruiterpad, meestentijds zand, maar op delen begroeid
met sprietig, dor gras. Het pad voert je een paar honderd meter van de weg af, tot aan de grote zandverstuiving die deel uitmaakt van de oranje wandelroute. Bij de gedenksteen parkeerde ik mijn
Landcruiser en stapte uit.
Dauw en de kenmerkende lucht van dennen vulden mijn neus, maar daarvoor was ik niet gekomen. Van achter de imposante jeneverbessen die de afscheiding vormden tussen het ruiterpad en de
zandverstuiving, kwam mijn chef me tegemoet.
Wim van Asten is een grove man, bijna twee meter lang en gezegend met een ontzagwekkende massa. Vooral bij dit soort ‘gelegenheden’ is hij spreekwoordelijk slecht gehumeurd en dan kun je hem
maar beter niet tegen de haren instrijken.
“Kon het niet wat sneller? We hebben geen uren de tijd.”
Meewarig keek ik hem aan. Bang was ik niet voor hem, hoe sikkeneurig hij ook mocht zijn. Wel kon hij het me knap lastig maken als hij in een humeurige bui was, maar vanmorgen, met die
onafgemaakte vrijpartij, kon me dat niks schelen.
“Jij wilt toch altijd dat we ons aan de regels houden? Die dooie zal heus niet weglopen” reageerde ik alert en keek hem recht in zijn ogen. Ik tartte hem met mijn taal en door mijn ogen niet neer te slaan.
“Waar ligt wat je gevonden hebt?”
“Kom mee,” gromde hij, “achter de struiken. Heb je gegeten?”
Ik schudde mijn hoofd: “Als jij me ’s morgens vroeg uit mijn bed belt zeker? Ik ben direct in de auto gesprongen nadat ik opgehangen had. Wat is het en waarom ben je zo godvergeten sacherijnig?”
“Omdat ik wel gegeten had. Kijk zelf maar. Het is een liefelijk tafereeltje.”
Naast Wim liep ik om de jeneverbesstruiken heen. Een grote oppervlakte van de zandverstuiving was afgebakend met politietape en op gezette afstanden van elkaar hielden agenten de wacht. De cirkel
die was afgezet had een straal van naar schatting 25 meter en ergens in het middelpunt moest wat het ook was dat ze hadden gevonden, liggen. Van buiten de cirkel kon ik niet zien wat het was en ik
tilde het lint op. Samen met Wim liep ik er gebogen onderdoor.
Pas toen ik vlakbij was en ik me begon af te vragen hoe klein het gevondene wel niet moest zijn, zag ik het.
Een streng zwart haar lag op het zand, nog vast aan een menselijke hoofd. Tenminste, wat nog niet zolang geleden een menselijk hoofd geweest was. Wat hier lag was niet meer dan het overblijfsel van
een mensenhoofd. Het was gescheiden van een romp die er zo te zien niet bij lag. Zonder nadere inspectie was het onmogelijk te zeggen of het een vrouw was of een man met lang haar.
“Is het lichaam gevonden?” vroeg ik langs mijn neus weg.
“Nee. Als het hier ergens ligt, dan in ieder geval niet binnen deze cirkel, die hebben we al doorzocht. Het lijkt er ook niet op dat er ergens in de buurt gegraven is en dus hebben we waarschijnlijk alleen
een hoofd.”
Het was een mensonterend gezicht wat ik zag en ik begreep waarom Wim me had gevraagd of ik al gegeten had.
Het aangezicht was gedeeltelijk door beesten weggevreten, waardoor een deel van de botten bloot lag. Ik zag het wit van de mandibula uitsteken, waar de huid en de spieren waren weggescheurd.
Tandvlees was afgereten, waardoor witte tandhalzen in die onderkaak zichtbaar waren en er een afzichtelijke grijns op het gelaat bevroren leek te zijn.
Doordat er zoveel weefsel ontbrak waren de gelaatstrekken van het slachtoffer niet herkenbaar, het enige dat ik kon zien was dat de huid die nog wel aanwezig was, donker was en direct flitsten
gedachten aan Tara door mijn hoofd.
De mond stond open als door een pijnschreeuw en tussen spierwitte tanden krioelden maden over wat er van de tong over was. Blauwzwarte bromvliegen kropen in en uit de mond en in de oren en
legden hun eitjes, waaruit nieuwe larven zouden ontstaan.
De neus was half weggerukt en het zeefbeen erachter verbrijzeld. Wit, vettig zenuwweefsel en grijzige stof, waarschijnlijk hersenweefsel, was achter de opening te zien.
Wanstaltig was het, inderdaad om van te kotsen.
Twee lege oogkassen staarden me doods aan. De ogen waren verdwenen, ogen die vrijwel zeker eens hadden gelachen, gehuild en de schoonheid van de wereld hadden aanschouwd. Schoonheid
was in dit tableau ver te zoeken.
Beide oorschelpen ontbraken en waar ze aan het hoofd hadden vastgezeten zag ik rafelige scheuren met zwart, necrotisch weefsel, alsof ze door bruut geweld waren verwijderd.
Rottend wangvlees hing in sliertjes op het zand en toen pas zag ik dat het hoofd netjes was gescheiden van de romp.
“Het lijkt wel of het hoofd eraf gehakt is”, zei ik meer tegen mezelf dan tegen Wim, “en dan is er dus zeker sprake van moord, als daar al twijfel aan was.”
Meer kon ik er op dit moment niet van zeggen en terwijl ik de omgeving in me opnam riep ik de fotograaf voor de plaatjes.
Hetty, de vindster van het hoofd, zat in een politiebusje, in gezelschap van een agente. Ik stapte naar binnen en gaf met een wenk te kennen dat de agente ons alleen kon laten zodat ik met de getuige
kon praten. Wim bleef buiten want ik wilde deze getuige alleen spreken en zeker niet met die imponerende bruut in mijn gezelschap. De kans dat ze iets zou zeggen was groter als ik alleen met haar zou
zijn.
“Je heet Hetty, niet?”
Haar naam had ze genoemd toen ze 112 belde en die hadden de naam weer doorgegeven aan Wim.
Het meisje knikte.
“Het is een vreselijk gezicht hè? Denk je dat je al met me kunt praten?”
Verstoppertje spelen heeft geen zin met getuigen die in een emotionele shock verkeren, heb ik al vaak gemerkt. Meestal is het beter om niet heen te draaien om wat er gebeurd is en direct de koe bij de
horens te vatten. Dat heb ik me ooit door een politiepsycholoog wijs laten maken en bij Hetty leek dat te werken. Ze keek me in ieder geval aan.
Hetty knikte en ik ging er direct op door.
“Weet je, ik wil degene die dit gedaan heeft zo snel mogelijk pakken en daar heb ik je hulp bij nodig. Hoe sneller je me kunt helpen, hoe groter de kans is dat ik de dader kan arresteren. Kun je wat
vragen beantwoorden, zodat ik verder kan?”
Opnieuw knikte Hetty.
“Een mooi paard heb je trouwens. Een ruin, niet?”
Het paard stond met de teugels aan een boom vast, naast het busje waarin we zaten.
Ze had nog niets gezegd en door met iets vertrouwds te beginnen hoopte ik dat ze los zou komen.
“Ja.”
Het was een kort antwoord, maar als eerste begin bemoedigend.
De Jack Russell stond met een balletje in zijn bek verlangend naar me omhoog te kijken.
“En hoe heet je hondje?”
Ik aaide de hond en wilde de bal pakken, maar de hond trok zich schielijk terug.
“Sesha.”
“Een teefje?”
“Ja.”
“Speels zeker?”
“Altijd met balletjes. Ze wil met u spelen, ze is gek op trekspelletjes.”
Eindelijk begon ze uit zichzelf dingen te vertellen. Ik was op de goede weg.
Mijn hand schoot onverwachts naar voren en ik greep de bal tussen de kaken vast. Sesha reageerde door zich schrap te zetten en te proberen de bal tussen mijn vingers vandaan te trekken. Het beestje
was een en al spier.
Terwijl Sesha en ik ‘vochten’ om de bal, bracht ik het gesprek terug op die ochtend.
“Rijd je vaak hier door het bos?”
“Bijna elke dag, behalve in de winter als het donker is.”
“Zit je nog op school?”
“Op de HAVO, in de vierde.”
“Kom je weleens iemand tegen bij die ritten?”
“Heel vaak. Wandelaars en mensen die hun honden uitlaten.”
“Vanmorgen ook?”
“Nee, vanmorgen niet, helemaal niemand.”
“Weet je het zeker? Het zou me heel veel helpen als je kon herinneren dat je iemand bent tegengekomen.”
“Nee, er was niemand.”
“Heb je misschien een auto ergens gezien, of kun je je iets anders opvallends herinneren in het bos vanmorgen?”
Al snel bleek dat Hetty niets opvallends had gezien en daar schoot ik dus niet veel mee op.
Op de dichtstbijzijnde parkeerplaats langs de N376 had geen auto gestaan en de hele weg vanaf haar stal bij ’t Haantje, had ze geen andere auto ‘s gezien dan die van de bewoners van de huisjes langs
de weg. Dat maakte me ook al niet wijzer.
Ik aaide Sesha nogmaals over het kopje, nam afscheid en stapte het busje uit. Later zou ik haar nog wel eens bevragen. Mogelijk dat ze zich dan toch nog iets kon herinneren wat door de nare ervaring
op dit moment geblokkeerd was, maar voorlopig kon ik aan de hele zaak geen touw vastknopen.
Het leek erop dat iemand het hoofd in de zandverstuiving gedumpt had, wat erop wees dat de moord, want het stond wel vast dat het een moord betrof, elders had plaatsgevonden. Dat bracht de
oplossing van het raadsel nu niet direct dichterbij.
Terwijl ik Hetty interviewde had Wim de lijkschouwer toestemming gegeven het hoofd in te pakken en mee te nemen. Het was een bizar gezicht: dat toegetakelde hoofd in een plastic zak. Op het hoofd
zou sectie plaatsvinden en mogelijk leverde dat meer informatie op. Tot die tijd leek het erop dat ik niet veel meer kon doen dan wachten.
Thuis
Door alle toestanden op mijn werk kwam ik die avond heel laat thuis en trof Tara en Mark in de woonkamer aan. Zoals ik altijd doe als ik haar weerzie, liep ik recht op Tara af en zoende haar op haar
wang. M’n mooie meid.
Na deze drukke dag werd ik opnieuw getroffen door de invloed die ze op me heeft. De herinnering aan de eerste ontmoeting met haar kwam me levendig voor de geest. Die vond een paar jaar daarvoor
plaats.
Bij de eerste blik in haar ogen troffen de pijlen van Eros me recht in het hart. Dat oogcontact was de openingszet van een flirt en verried de belangstelling die we vanaf dat prille begin voor elkaar hadden.
Later praatten we. Elk moment dat ik die avond in haar buurt spendeerde voelde ik haar aantrekkingskracht aan me plukken en ik probeerde zo lang en zo dicht mogelijk bij haar te zijn. Elk moment dat
ik bij haar stond voelde ik me ‘thuis.’
Nog later op de avond namen we afscheid. We zoenden elkaar op de wang, drie keer zoals gebruikelijk, niks seksueels of zelfs maar erotisch, en toch brachten die zoenen me danig in beroering.
Direct al bij die allereerste, onschuldige wangzoenen kreeg ik het gevoel dat we bij elkaar pasten. Het voelt vreemd om dat zo snel te hebben, omdat zo’n gevoel normaal gesproken ontstaat in een later
stadium van verliefdheid, als de vlinders tot rust gekomen zijn. Ik heb in mijn leven honderden mensen op hun wangen gezoend, maar geen zoen riep ooit iets op vergelijkbaar met die van Tara. Zoiets
had ik nog nooit meegemaakt. Het voelde direct goed. Het was alsof ik haar al jaren kende, zo vertrouwd voelde haar nabijheid aan. Het voelde aan alsof we voor elkaar voorbestemd waren. Haar geur,
de aanraking van haar wang met de mijne en het geluk dat me overspoelde zo vlak naast haar. Ze straalde vrede uit, een binding. Zo dicht bij haar te zijn was overdonderend en ik wist meteen dat zij
voor mij de ware was.
Ach, ik faal, merk ik. Ik mis de woorden om het te zeggen als ik wil. Woorden komen tekort om zoiets uit te drukken. Woorden zijn voor hoe het toen was zo hopeloos ontoereikend. Het hart, de
diepgevoelde emotie, ontbreekt eraan.
Dat gevoel voor Tara bleef onverminderd. Sterker dan ooit zelfs, met ons kindje in haar buik.
Al die herinneringen flitsten door mijn hoofd terwijl ik me naar Mark boog en ook hem een zoen op zijn wang gaf.
Mentaal uitgeput zeeg ik naast hem neer op de bank.
Tara: “Je bent laat.”
Ik knikte. Verwachtte ze een uitleg?
Alle ervaringen van die dag en alle gruwelijke beelden op mijn netvlies hadden een diepe indruk bij me achtergelaten en de woorden stroomden onhoudbaar naar buiten. Ik moest het van me af praten.
Later die avond lagen we op bed, Tara en ik. Mark zat op de stoel in onze slaapkamer en keek toe.
Altijd als het op een vrijpartij met ons drieën uitloopt, kijkt hij toe voordat hij zich bij ons voegt en meespeelt in het liefdesspel.
’s Ochtends had ik over Tara heen gezeten en nu was het andersom.
Haar knieën steunden aan weerszijden van mijn middel op het dekbed en ik keek tegen haar billen aan, boven mijn buik, terwijl ik haar bij haar heupen vasthield.
Zacht gezoem van de kleine vibrator in haar hand streelde mijn oren. Een veeg speeksel uit haar mond maakte me glad rond mijn bobbeltje voor ik de trillingen voelde. Ze hield de gladde kop niet tegen
mijn knopje, maar liet het langs de huidplooi gaan waaruit het de kop op stak. Een vinger gleed soepeltjes bij me naar binnen en kromde zich tegen de buikwand van mijn kut, precies op de goede plek.
Tara wist hoe ze me moest verwennen en dit had ik nog van ‘s ochtends tegoed.
Het duurde dit keer langer dan gewoonlijk voor de opwinding zo hoog opliep dat ik het punt bereikte waarvan geen terugkeer mogelijk was. Ik had die dag meer tijd nodig dan anders om in de stemming
te komen.
Mark keek al die tijd toe hoe Tara mijn lichaam bespeelde. Mijn wijd gespreide benen gaven hem een eersteklas uitzicht op wat Tara met mijn kutje uitvoerde. Voor hem is het altijd een traktatie om ons
bezig te zien. Hij is meer een kijker dan een doener en met twee vrouwen die meer dan bereidwillig hun benen voor hem openen, komt hij bij ons altijd aan zijn trekken. Tara en ik houden er namelijk ook
van ons door hem te laten bekijken.
Mark op zijn beurt geniet van die twee vrouwen die zich voor zijn ogen vingeren en elkaar beffen en dat brengt hem in de stemming voor zijn inbreng.Voor ons bestaat de bonus daar uit dat hij van dat
kijken zo opgewonden raakt dat hij ons, nadat wij elkaar bevredigd hebben, nog kan plezieren met die knoepert van hem.
“Wat heb je een grote,” plaagt Tara altijd, “voor een blanke .”
Pas toen ik de volle lippen van Tara tegen mijn knopje voelde, borrelde mijn orgasme naar boven en toen ze ook nog haar adem langs mijn liefdesknopje blies, barstte het geweld in mijn onderbuik los.
De krampen die door mijn buik rolden duwden haar op. Al die tijd hield ze de trillende kop van de vibrator tegen de strakgespannen huidplooi bovenaan mijn spleet en ik kraaide het uit. Ik kan nooit mijn
mond dichthouden als ik klaarkom, zeker niet als het zo geweldig aanvoelt als het toen deed.
Even later merkte ik dat Tara van me afstapte en Mark haar plaats innam. Tara rolde vingervlug een condoom om zijn stokstijf staande lul en leidde hem bij me naar binnen, waardoor mijn orgasme
verhevigde.
De lange halen van zijn apparaat in mijn buik, schuivend langs de gevoelige voorwand van mijn kut, trokken als stroomstoten door mijn lijf en ik krijste mijn genot uit voordat Tara het geluid smoorde door
haar kut op mijn mond te planten.
De sensaties in mijn onderlichaam en de smaak van Tara op mijn tong, zweepten mijn orgasme hoger op dan ik voor mogelijk hield. Met mijn hoofd klem tussen haar dijen en haar kut over mijn mond,
kon ik slechts moeizaam door mijn neus ademhalen, wat de opwinding alleen maar vergrootte.
Tara werkte driftig met haar heupen en schoof in het ritme van Mark als een geile amazone met haar natte kledder over mijn mond, van voor naar achter en terug. Ze zorgde er zelf voor dat mijn tong door
haar hele spleet sleepte. Het bed bewoog mee op hun gezamenlijke cadans.
De beurt die ik kreeg bereikte zijn hoogtepunt toen Mark het condoom volspoot en hij zich uit me terugtrok om me verder met zijn mond te prikkelen. Als een paling lag ik te kronkelen onder al die
stimulatie!
Eén ding hadden die twee bereikt: de spanning die zich die dag in me had opgebouwd was met mijn sekszweet verdampt.
Moe en voldaan bleef ik liggen kijken hoe Mark na mij, Tara befte. Ze zat op de rand van het bed, zo wijdbeens dat het vrijwel een spagaat was. Als oud-turnster kon ze dat beter dan ik.
Mark zat met zijn hoofd tussen haar dijen en hielp haar de benen te spreiden door tegen de donkerglanzende binnenkant te duwen, voor hij zijn handen naar haar holte bracht.
Hij trok haar kutlippen ver uit elkaar en likte de binnenkant van de spleet alsof hij een jonge hond was. In haar staat duurde het niet lang of er spoot een straaltje vocht uit haar gleuf, vlak voor ze
klaarkwam, waarna hij zijn gezicht woest in haar schoot duwde.
Mark dronk wat hij kon; het ejaculatievocht en de stroperige gelei van het klaarkomen, voor hij de nattigheid tussen haar dijen verliet en douchte.
Voor hij terug ging naar zijn eigen huis kwam hij nog even de slaapkamer binnen, zoende mij en Tara gedag en liet ons in bed achter.
“Dag Mark, het was weer heerlijk. Zien we je nog van de week?”
Het antwoord verbaasde me niet.
Die nacht sliep ik de moeder aller slapen. Een heftige dag en een zinderende avond eisten hun tol.
De volgende morgen verwijderde ik mijn femcap. Ik hoefde niet zwanger te worden en alleen een condoom bij seks met Mark leek me net iets te weinig bescherming.
Het onderzoek
De uitslag van het Nederlands Forensisch Instituut liet zoals gebruikelijk niet lang op zich wachten. Snelheid is van eminent belang voor de oplossingspercentages van politieonderzoeken en hun rapport
leverde ook in dit geval weer vitale informatie op.
Hoewel het hoofd zelf onvoorstelbaar was toegetakeld, was het gebit intact en kon daarvan een goed profiel worden opgesteld. Dat moest het mogelijk maken via tandartsen de identiteit van het
slachtoffer te achterhalen.
Het DNA-onderzoek dat tegenwoordig standaard wordt uitgevoerd, toonde aan dat het hoofd toebehoorde aan een vrouw van Afrikaanse afkomst van tussen de 30 en 45 jaar. Maar dat was lang niet
alles.
Het ontbindingsproces van menselijk weefsel verloopt volgens een vast patroon en dat leverde essentiële, aanvullende informatie op.
De temperatuursom van de dagen die aan de vondst voorafgingen, werd geplot op een curve die de graad van ontbinding van de vlezige delen aangaf, gerelateerd aan temperatuur. Daaruit kon worden
vastgesteld dat de dood 4 tot 6 dagen voor de vondst was ingetreden.
De ontwikkelingsstadia van de larven van de huisvliegen bevestigde de uitkomst van de grafische vergelijking, wat de waarschijnlijkheid van het tijdstip van de dood versterkte. Het rapport vermeldde dat
in het hoofd diverse stadia van de Musca domestica werden aangetroffen, met als laatste stadium de pop, voordat de vlieg na 5 tot 6 dagen uitkomt.
In het bloed en in de neusslijmvliezen hadden de forensisch toxicologen verder een lichaamsvreemde stof aangetroffen. Restanten di-ethylether in de geringe hoeveelheid bloed die in de aderen was
achtergebleven en tussen de epitheelcellen, toonden aan dat de vrouw voor haar dood bedwelmd werd. Hoewel di-ethylether erg vluchtig is, zaten sporen gevangen tussen de cellen van het weefsel,
waar het door toxicologisch onderzoek aangetoond werd.
Vroeger werd ether, zoals het in de volksmond wordt genoemd, veel gebruikt als verdovingsmiddel, maar het is als anestheticum in onbruik geraakt en vervangen door betere producten. Omdat het zo
goedkoop is en zo makkelijk verkrijgbaar, lag het voor de hand dat iemand die een ander wil verdoven, dit goedje gebruikte.
Wat minstens zo belangrijk was, was de vondst van speekselsporen en tandafdrukken van een zoogdier op het hoofd, hoogstwaarschijnlijk dat van een vos. Het leek er daardoor op dat dit dier het hoofd
op de vindplaats had achtergelaten en niet een mens. De gedachte dat een dier het hoofd naar de vindplaats had meegesleept bevestigde de eerder geformuleerde hypothese dat de moord elders had
plaatsgevonden en suggereerde tegelijkertijd dat dat niet ver weg kon zijn geweest. Dit opende een perspectief dat het mogelijk maakte de omvang van het gebied waarin ik naar de romp van het
slachtoffer moest gaan zoeken in te perken.
Gewapend met alles wat ik wist kon de zoektocht naar het lichaam van de vrouw beginnen.
Een aanzienlijk deel van recherchebijstandsteam dat aan de zaak werkte, belde alle tandartsen af die in de dorpskernen binnen een straal van 30 kilometer van de vindplaats lagen. Ze moesten vragen
of er in die praktijk donkere vrouwen van Afrikaanse afkomst tussen de 25 en 50 jaar patiënt waren. De norm werd ruim genomen om niet het risico te lopen een vrouw in de vermoedelijke
leeftijdscategorie van het slachtoffer te missen. Uiteindelijk leverde die zoekstrategie niets op.
Een ander deel van het team belde politiekorpsen in een zeer wijde omgeving om te achterhalen of er wellicht ergens een vrouw zoals wij zochten als vermist was opgegeven.
Zelf hield ik me bezig met zoeken op Internet.
De zoekopdracht ‘Vermiste personen’ leverde een onvoorstelbare 355.000 hits op en ik realiseerde me dat het een onmogelijk karwei zou zijn die allemaal door te nemen. Een verfijning van de
zoekopdracht met vrouwen bracht het aantal hits terug tot ongeveer de helft en een verdere verfijning met Afrikaans tot 55.000. Nog steeds een heidens werk om uit te voeren.
Het werd me al snel duidelijk dat dit niet ging werken en dus beperkte ik me tot politiesites in Nederland, Duitsland en België.
Het kostte 3 dagen om alle gegevens te verzamelen die we nodig achtten en wat toen restte was een lijst met 33 namen van vrouwen uit de door ons gezochte doelgroep.
In de daaropvolgende weken hingen leden van het team en ikzelf urenlang aan de telefoon om de lijst waar mogelijk te reduceren. Vele kilometers werden verreden om familie te bezoeken en interviews
te houden. Politierapporten van de vermissingen werden doorgenomen, tandartsgegevens vergeleken, maar al die moeite leverde niets op, tot we bijna aan het eind van de lijst waren.
Het bleek dat zelfs politiedossiers lang niet altijd accuraat bijgehouden werden. Soms waren vrouwen alweer teruggevonden, om welke reden dan ook, of was er een lichaam gevonden. Geen enkel
zonder hoofd.
Ook bleken vrouwen teruggebracht te zijn naar het land van herkomst. Door al die informatie te combineren, waren we in staat de lijst steeds verder op te schonen tot we uiteindelijk een lijst met twaalf
vermiste vrouwen van Afrikaanse afkomst overhielden, negen uit Nederland en drie uit Duitsland. Met die lijst gingen we de volgende fase van het onderzoek in en vier weken na de gruwelijke vondst van
het hoofd bevestigde een tandarts uit Lingen, Duitsland dat de gebitsgegevens pasten bij een vrouw uit zijn praktijk. Ja, ze was donker en ja, ze was Afrikaanse.
Op de vraag wanneer de vrouw voor een laatste afspraak geweest was kwam een verrassend antwoord.
“Dat is vreemd”, antwoordde de assistente toen ze het afsprakenboek erop nasloeg, “Ik zie hier dat ze 6 weken geleden niet voor een consult is komen opdagen. De voorlaatste afspraak is meer dan
een half jaar daar weer voor geweest.”
Zes weken geleden. Ongeveer het tijdstip waarop de vrouw verdwenen moest zijn.
De tandarts was bereidwillig genoeg om me het adres van de familie te geven, zodat ik in het bijzijn van een collega van het Bundes Kriminal Amt direct bij het gezin van de verdwenen vrouw langs kon
gaan. De zaak kreeg hiermee een internationale dimensie.
Het huis waar mijn collega me naartoe bracht lag aan het Dortmund-Emskanal.
Het was een klein, landelijk aandoend huisje. In het voortuintje stond een warrige verzameling struiken. Kleurrijke bloemenborders boden een gezellige aanblik.
Een kleine erker met een glas-in-loodraam werd omsloten door een plateau van natuurstenen tegels, waarop een kinderfietsje stond. Een bruine labrador-retriever kwam zwaaiend met zijn staart de
hoek van het huisje om en op me af terwijl ik het hekje open deed. Enthousiast botste hij in volle vaart tegen me op, net als Sesha met een bal in zijn bek. Twee hondenogen staarden me aan, smeekten
me bijna om te gaan spelen.
Op het moment dat de hond de bal voor mijn voeten liet vallen zag ik twee kinderen dezelfde hoek om komen rennen.
Het meisje was het oudst, rond de tien jaar en ze sleepte haar broertje achter zich aan, een hand aan haar rok. Hem schatte ik niet ouder dan drie.
Twee schattige, bruine koppies met een brede grijns op hun gezicht, witte tandjes tussen volle lippen, keken me nieuwsgierig aan. De zwarte krullenkopjes werden gevolgd door hun vader, een
massieve neger van ongeveer 35 jaar.
Het was zo’n vredig tafereel, dat ik walgde van wat ik dit gezinnetje aan ging doen. Meestal vind ik dat ik een wereldberoep heb, maar er zijn ook van die momenten dat ik het haat en dit was een van die
momenten.
Was er tot voor kort voor de vader met zijn twee kinderen nog hoop dat moeder terug zou keren in de veiligheid van het gezin, die hoop zou ik in de komende minuten de grond in boren. De kinderen
leken niet echt te beseffen dat hun moeder weg was. Wie weet wat vader tegen hen had gezegd over het verdwijnen van zijn vrouw? Dat ze bij oma en opa op bezoek was? Had hij nog hoop?
Als dat zo was, stond ik op het punt met mijn boodschap het leven van deze mensen onherstelbaar te beschadigen en ik slikte de brok in mijn keel weg.
Het was alsof de man aanvoelde dat ik degene was met de onheilstijding en hij keek me voortdurend doordringend aan. Hoe ik ook probeerde, ik kon mijn ogen niet afwenden. Zijn zwarte ogen prikten
diep in de mijne, tot ik tenslotte beschaamd toch mijn ogen neersloeg, alsof ik schuld bekende aan de dood van zijn vrouw. Op het moment dat er een eenzame traan uit de ogen van de man over zijn
wangen rolde, wist ik dat hij begreep waarom ik daar was.
De man vroeg ons naar binnen, waar ik niet anders kon dan hem vertellen wat we ontdekt hadden.
Mijn hele verhaal hoorde de man stilzwijgend aan, zijn zoontje bij hem op schoot. In de grote armen van zijn vader speelden de kleine vingertjes met een brandweerautootje, terwijl de tranen over de
wangen van de man stroomden. Zijn dochter speelde in de hoek van de kamer met een eigengemaakt ‘poppenhuis’ in de stijl van een Afrikaanse hut, maar had al snel in de gaten dat er iets aan de
hand was.
“Pappa, waarom huil je?”
Het meisje trok met een sip gezicht aan het shirt van haar vader en keek naar hem op. Het benepen stemmetje klonk verdrietig.
Bonkig als hij was, zo behoedzaam was hij met zijn kinderen. Hij trok hen dicht tegen zich aan en doordat hij zo huilde begonnen zijn kinderen als vanzelf mee te doen. Toen kon ook ik mijn tranen niet
langer de baas.
Dit onderzoek ging me niet in mijn kouwe kleren zitten. Vandaag was de tweede keer dat beelden van Tara door mijn hoofd speelden. Ik raakte er veel te persoonlijk bij betrokken. Niet alleen doordat
Tara net als de vrouw van de man tegenover me donker getint is, maar ook door wat er in haar buik aan het groeien was.
Ik zag het mannetje huilend in de armen van zijn vader en opeens doemde het schrikbeeld op van mijn toekomstige kind, huilend bij Tara, terwijl iemand haar de boodschap bracht dat ik dood gevonden
was. Volkomen irrationeel natuurlijk, maar de beelden in mijn hoofd waren er niet minder intens door.
Bij deze gebeurtenis, hier in dit knusse huisje, ver weg van Beilen, realiseerde ik me hoe belangrijk het is om van elk moment dat je toebedeeld krijgt te genieten. Het leven maakt namelijk scherpe
bochten.
Op weg naar huis, na alweer een slopende dag, was ik akelig stil. Dat weet ik nu, achteraf. Meestal heb ik een cd op als ik in de auto zit, maar gedurende die rit kon ik geen muziek verdragen. Mijn geest
moest alle indrukken van die dag verwerken en kon daarbij niet gestoord worden.
Toen ik die avond thuiskwam, emotioneel uitgewrongen, viel ik als een kind in de armen van Tara en vertelde haar het ellendige verhaal van die dag.
Het enige wat ze deed was mijn haren strelen en me in haar armen nemen. Dat was ook het enige dat ik op dat moment nodig had.
Die nacht in de beschermende armen van mijn vriendin gaf me de moed om door te gaan met het onderzoek.
’s Ochtends stond ik op met de ontembare wil om juist deze zaak tot een oplossing te brengen, voor die vader en zijn kinderen en voor het kind dat Tara en ik zouden krijgen.
Ik gooide energiek het dekbed van me af en wilde uit bed stappen.
De Vleestuin
Na regen zal een zon opkomen, voor hen nooit meer. Dat hebben we gewraakt
Na wat men ruw heeft weggenomen, doet vrouwzijn zeer. Voor immer onvolmaakt.
|
|