Shattered dreams




2001: De nacht van 10 op 11 september

Naast hem in bed was het leeg. Het dekbed lag teruggeslagen en zijn hand rustte op een koud laken. Hij keek op de klok, zag dat het twee uur was en toch lag Sherryl er niet.
Niet dat zoiets opvallend ongewoon was.
Gisteren had de directeur van het forensisch instituut waarvoor zij als freelancer af en toe wat werk verrichtte, de schedel van een onbekend jong meisje binnengebracht en zoals altijd wanneer dat gebeurde, dwong dat
simpele feit haar tot onbeheersbare activiteit.
Sherryl was een van de weinige forensisch sculpteurs in de Verenigde Staten en van die happy few volgens ingewijden de allerbeste. Als er een moeilijk probleem was, werd zij dan ook meestal gevraagd het werk ter
hand te nemen en dit was zeker een lastig geval te noemen.
Wat ze in handen kreeg was de zwaardbeschadigde schedel van een meisje van een jaar of veertien/vijftien, dat door jarenlang verblijf in een provisorisch graf in een bos, ernstig was aangetast door zuren in de bodem.
Het bot was bros en delen ontbraken. Het was de schedel van een meisje waarvan de geliefden nooit iets teruggevonden hadden.

Liam wist dat zo’n schedel voor zijn vriendin een onweerstaanbare uitdaging vormde en ze geen rust zou vinden voor ze ermee aan de slag kon gaan.
Bovendien beschouwde zij het als een soort morele verplichting naar het slachtoffer en de ouders toe, zo snel mogelijk een gezicht te boetseren, zodat er mogelijk een naam aan de schedel gegeven kon worden en de
ouders ingelicht konden worden. Ze wist welk een troost het kon zijn als ouders van een vermist kind te weten kwamen wat met hun kind gebeurd was, zelfs als het kind vermoord was, of erger. Het gaf de mogelijkheid
hun rouw een plaats te geven.
Hij stapte het bed uit en liep over het tapijt in de slaapkamer naar de schuifdeur die de doorgang vormde naar haar atelier. De hoge wol dempte zijn voetstappen.
Onhoorbaar schoof hij de deur een stukje open en daar zag hij haar zitten.

Tot zijn verrassing was Sherryl niet aan het werk aan de schedel, maar zat ze achter haar draaitafel, waarop zij haar kleisculpturen vorm gaf.
Naast forensisch sculpteur was Sherryl een begaafd beeldend kunstenares.
In juni was haar eerste expositie geweest in de expositieruimte bij een bevriende kunsthandelaar en die was uiterst succesvol verlopen. Al het werk dat werd tentoongesteld was verkocht. Flinke beeldhouwwerken van
speksteen en de kleibeeldjes; de figuren en vazen.
In het begin had hij het een tegenstrijdigheid gevonden, die twee uitersten van haar bekwaamheden.
Het maken van een forensisch sculptuur was zeker geen kunst, in die zin dat het geen ruimte bood voor vrije expressie, zoals bij creatief beeldend werken door een kunstenaar.
De aanpak die van haar gevraagd werd, was die om vanuit een schedel een reconstructie van het  slachtoffergezicht te maken, zo dicht mogelijk bij de werkelijkheid zoals die was geweest. Zoiets als wanneer een
gespecialiseerd paleontoloog vanuit een enkel bot een oeroud dier herschiep.
Het was een strikt methodisch proces, gebaseerd op anatomische en morfologische formules en gebonden aan wetenschappelijke realiteit, gedicteerd door constanten en begrenzingen. Het doel is altijd een gezicht te
herscheppen dat voor herkenning kan zorgen en bij kan dragen aan de oplossing van een onopgeloste zaak.
Het herscheppen van zo’n gezicht is door al die beperkingen een streng gereguleerde bezigheid die lijnrecht staat tegenover de onbegrensde fantasie van de kunstenaar. Vandaar dat hij altijd dat gevoel van
tegenstrijdigheid had.

Daar zat ze, met gedachteloos opgestoken haar in een ruwe wrong met duizend plukken, en een van zijn grote witte overhemden om haar schouders. De slippen hingen van achter over het zitje en bij haar benen
bedekten ze de helft van haar dijen. De blote voetjes bewogen snel heen en weer over de aandrijfschijf en stuwden die in de rondte.
Staand in de deuropening vroeg hij zich af waarom ze ooit voor hem gekozen had. Hij was niet meer dan een eenvoudige man van Ierse afkomst en zij zo getalenteerd, zo adembenemend. Ze had iedere man kunnen
krijgen, maar leefde met hem. Hij kon zijn geluk niet op.
Hij nam een krukje en liep blootsvoets naar voren. Met het krukje achter haar ging hij zitten. De geur van het pasgewassen haar drong in zijn neus toen hij de haartjes in haar nek met zijn lippen streelde. Heel even neeg
zij haar hoofd achterover als om hem te begroeten en meer te vragen en hield haar handen rond de natte klei.
“Ik dacht dat je wel bezig zou zijn met die schedel” zei hij zachtjes in haar oor.
Ze schudde het hoofd.
“Dat kon ik niet. Mijn hoofd is niet vrij. Daarom probeer ik me wat te ontspannen.”
“Lukt dat dan wel?” Hees gefluister, terwijl hij aan haar oorlel knabbelde.
Weer schudde zij haar hoofd.

Hij vouwde zijn armen om haar heen en legde zijn handen op de hare.
De zachte Chamotteklei perste zich tussen haar vingers door en kleefde aan de zijne. Hij voelde de koelte door het verdampen van het vocht.
Teder streek hij over de sterke handen en duwde die dieper de klei in, waardoor ook zijn handen onder kwamen te zitten.
De warmte van haar rug brandde tegen zijn borst terwijl hij tegen haar aanleunde en met haar handen vree. Haar kin rustte op haar borst.
Dat wat ze aan het maken was verviel tot een vormloos hoopje natte klei door de druk van zijn handen, tot hij ze van de hare losmaakte en ze op haar benen legde.
Lijzig trok hij een spoor van donkere smurrie langs haar dijen tot op haar heupen. Zijn witte shirt vertoonde grijze vlekken, maar dat maakte hem niet uit. Met een verse lading klei op zijn handen ging hij dit keer langs
haar buik naar boven, onder het shirt tot over haar borsten. De warme bollen piekten hem tegemoet toen zijn handpalmen de tepels raakten en daar de klei op achterlieten.
“Zal ik jou eens boetseren?” hijgde hij, nu in haar andere oor.
Een opgewonden gegrom was het antwoord en met een paar rukken verdween het shirt.

Een net geopend broodje klei dat naast de krukjes op een tafeltje stond bevatte voldoende om haar mee in te smeren. Een laag smeerde hij over haar uit, dun, op de huid van armen en schouders, de rug en in de hals
en langs de kuiten en haar dijen. Het laatste beetje kwam over haar meest intieme plaats. Met de gladde, koele klei op zijn vingers omcirkelde hij het knopje bovenaan haar spleetje. De gladheid van de kleine korrels
klei vermenigvuldigde voor haar wel duizendmaal het gevoel en al snel voelde zij het orgasme opkomen. Hij merkte het aan haar adem die stokte en aan de vingers die krampachtig in het vormloze hoopje op de
draaitafel knepen en hij hield zich in. In plaats daarvan betastte hij opnieuw haar borsten, voor hij haar van het krukje tilde en naar het bed toe droeg.

De warmte van haar lichaam droogde de klei snel en er ontstonden schilfers, als uitgedroogde aarde in een warm klimaat en veel van die schilfertjes dwarrelden op het laken. Kleine stukjes waren het, die stukjes huid
tevoorschijn toverden, blote stukjes huid die hij een voor een kuste.
Gewillig opende zij haar benen toen hij zich op haar vlijde. Met de klei nog aan haar handen greep zij achter zijn rug en trok hem naar zich toe en moeiteloos drong zijn hardheid in haar door.
Twee monden kleefden op elkaar en wisselden speeksel uit, terwijl hij zwaar zijn heupen bewoog. Pas toen zij kwam en hij zijn tempo versnelde, loosde hij zijn zaad. Hij gleed direct van haar af en verlengde met
gevoelige vingers haar genot.

De stralen van de douche spoelden alle klei het putje in, maar een nieuwe passie spoelde over hen daarvoor in de plaats.
Kletsnat droeg hij haar voor de tweede keer naar het bed. Alleen dit keer ging zij boven en zette zich over zijn gezicht. De plooien van haar vagina welfden uit over zijn mond en nodigden hem uit haar te proeven. Zijn
tong glipte naar binnen en gleed tussen de natte schaamlippen door naar haar klit. Zo beloofde ze hem de poort naar haar paradijs en gretig zoog hij de lipjes tot diep in zijn mond.
Met zijn handen wijd gespreid onder haar billen, duwde hij haar open zover hij kon. De aanblik die zij bood plezierde zijn ogen voor hij het malse vlees kuste en daarna diep zijn tong naar binnen, tussen haar tere lipjes
drong.
Hij krulde zijn tong om het keiharde kogeltje en streelde met volle overgave erlangs tot ze weer kwam. Nimmer kon haar lichaam de stimulansen van zijn tong weerstaan.

Ze draaide zich om, klom opnieuw over zijn gezicht, op handen en knieën, en hij voelde haar handen om zijn schacht.
Haar vrouwelijke vormen en de aanblik van haar roosje, bewogen aanlokkelijk voor zijn ogen en de geur van haar orgasme hing als een sluier rond zijn neus. Hij raakte haar niet aan, keek alleen naar al dat verleidelijks
vlak voor zijn gezicht, terwijl haar handen hem geriefden.
Slanke, sterke vingers grepen om zijn zak en kneedden zijn ballen. Andere sterke vingers molken zijn staf. Hij voelde keer op keer de voorhuid over de eikel glijden en als hij droog werd, drupte zij speeksel op zijn
roodheid en ging het verder in een onverstoorbaar ritme. Tot ook hij zich niet langer kon houden en van spanning zijn adem inhield.
In zijn buik en borst bouwde de druk op terwijl zijn spieren spanden en pas toen hij klaarkwam kon de lucht uit zijn longen met een opluchting brengende zucht ontsnappen.
Nog twee of drie keer spande en ontspande hij voor hij leeg was, volkomen leeg, en de laatste restjes zaad alleen nog door hevig knijpen van haar hand het gaatje boven op zijn knop ontvloden.
Hij hield ervan dat zij hem aftrok, bijna net zoveel als wanneer hij in haar was. Soms was alleen het idee van haar vrouwenhand om zijn penis voldoende om een stijve te krijgen. Dan voelde hij de bloeddruk stijgen,
merkte een prikkeling in zijn liezen op en groeide er een bobbel in zijn broek. Soms vroeg hij haar dan het bij hem te doen, soms deed ze het uit zichzelf en bijna altijd kwam dat als een verrassing.

De week ervoor nog was hij thuisgekomen, laat, na een ronde Golf. Hij vond haar in haar atelier met een hamer en een beitel in een hand, grijs en grauw van het steenstof van het bikken. Zoals altijd wanneer ze elkaar
terugzagen, hadden ze de armen om elkaar heen geslagen en elkaar gezoend, tot hij opeens haar hand voelde in zijn broek.
Haar lippen hadden nooit de zijne verlaten, maar in zijn broek had zij hem omvat en afgetrokken. Zijn sperma borrelde op en besproeide zijn broek, haar hand.
Zoiets, dat was af en toe haar verrassing.
Na afloop trok ze haar hand terug, plakkerig van zijn spul, had ernaar gekeken en geglimlacht.
“En schat? Hoe ging het bij het Golf?”

Voldaan en leeg, was dit waaraan hij dacht.
Nog een keer drukte hij zijn lippen hard tegen haar opwindende opening. Mijn God, wat hield hij veel van deze vrouw! Al lag ze alleen maar in zijn armen, al was ze alleen maar in zijn buurt. Alleen het weten dat hij haar
zou weerzien, straks, vanavond, morgen of wanneer dan ook, vulde zijn leven met geluk.
De volgende ochtend echter lag hij alweer alleen in bed en vond hij een van haar boodschappenstickers op haar kussen:




















11 september 2001

Hij zag haar niet die avond.
En voor wat er op die dag gebeurde; er bestaan geen woorden die zoveel onnoemelijk leed uit kunnen drukken.
























2001 - 2012

De jaren na de aanslag leefde hij als een zombie.
Nooit werd er iets van haar gevonden; geen botfragmentje, geen weefsel, geen enkel strengetje DNA. Van haar was er niets over om een gezicht mee te boetseren. Hoe wreed!
Hoe gaf je zulk intens verdriet een plaats?
Hij kwam er achter dat zij in het gebouw en op de verdieping was geweest waarin het eerste vliegtuig insloeg. De officiële lezing was dat iedereen op die etage direct was gedood en in de hitte van het kerosinevuur
volledig was verdampt.
Hij had geen graf om te bezoeken, geen steen waar hij verdriet kon spuien, alleen haar foto’s, haar werken en zijn eigen gedachten. En de schedel van dat jonge meisje, die niemand na afloop terug had durven vragen.
Misschien vergeten in alle hectiek.
Die schedel werd zijn anker in de turbulenties van zijn leven, waaromheen hij in gedachten haar gezicht boetseerde, als hij weer eens alleen was in een doodse flat.

Zijn leven ging door en allengs werd de aandacht van de wereld minder, tot de 11e  september 2006, en de grootse herdenking waarnaar heel de wereld keek. Daar deelde hij zijn verdriet met miljoenen anderen,
probeerde hij de wonden van zijn verlies te hechten.
Het werd een bijzonder emotionele herdenking op Ground Zero, waar hij haar terugvond zoals hij haar ontmoette. Alles kwam hem net zo helder voor de geest alsof het de dag ervoor gebeurd was, die dag in het park en
die allereerste uitgewisselde blikken. Het was de dag dat hij haar ontmoette die zijn leven bepaalde en nooit, nooit meer, kon er een dag komen die mooier was dan die. Zijn tranen bleven stromen die dag.

Daarna ging hij wel weer eens uit. Ontmoette andere vrouwen, maar geen slaagde erin haar te doen vergeten. Haar beeld van zijn netvlies af te nemen. Vrijen met een ander ging hem moeizaam af.
Ettelijke vrouwen passeerden zijn lakens, maar geen enkele daarvan kon hem bekoren zoals zij dat kon.
Hij leefde met ontwrichte gevoelens. Het leek alsof zijn neuronen slechts met tegenzin hun signalen doorgaven. Of synapsen inerte stroop bevatten in plaats van de prikkelende noradrenaline die er gewoonlijk tussen
stroomde.
Zijn ogen leken wel minder gevoelig voor de kleuren van de wereld, behalve zwart en grijs. Het voelde alsof geen welriekende geuren zijn hersens bereikten, of een sterke smaak zijn tong. En het ergste was dat zijn tast
verdoofd leek. Geen vrouwenlichaam was meer warm genoeg, vergeleken met dat van haar.
Hij leefde een leven met slechts halfwerkende zintuigen en nooit meer beleefde hij de extatische pieken zoals toen zij er nog was. Gevoelsarmoede beheerste zijn leven.

Hij volgde de bouw van de Freedom Tower en hij keek toe hoe hoog dat symbool van overleven en vrijheid ten hemel rees, en toch slechts een surrogaat bleef voor het WTC.
Hij voelde zich geen dag meer vrij en toen eindelijk de uitnodiging kwam voor de opening, maakte zijn hart een heel klein sprongetje.
Het zou een eerbiedige opening worden, puur en alleen voor nabestaanden en veel hoogwaardigheidsbekleders.

11 september 2012, de opening

De panoramalift begon aan de lange stijging naar de bovenste etage. De lift was vol en het uitzicht prachtig. En toch beklemde hem de rit.
Ergens tijdens de klim voelde hij, als door een wonder, de angst en pijn van Sherryls doodsstrijd bezit van hem nemen en hij was er zeker van dat dit de hoogte moest zijn waarop zij stierf. Tranen barstten uit zijn
ooghoeken en trokken natte sporen over zijn gezicht.
Een jonge vrouw die voor hen stond zag het en haalde een zakdoekje uit haar tasje. Volslagen  onbekend was zij voor hem, maar beiden torsten eenzelfde diepe smart.
Met een liefdevol gebaar depte zij zijn tranen van zijn wang en van zijn lippen, de druppels die hingen aan zijn kin. Praten hoefde niet. Woorden waren overbodig. Iedereen wist de oorzaak van al dat verdriet.
De deur van de lift ging open en de vrouw die zijn tranen droogde, nam zijn hand in de hare en voerde hem mee met de stroom, naar buiten op de hoogste vloer.
Droef keek hij in haar ogen en op zijn beurt nam hij haar mee. Weg van de menigte.

Door werklui achtergelaten rommel stelde hen in staat de deur naar de werktrap te forceren en hoger en hoger de toren te beklimmen, tot ze uiteindelijk niet verder konden en daar stapten ze in de wind, hoog boven
moeder aarde. Zo dicht als maar kon bij de wolken.
Het plaatsen van delen van het hekwerk moest nog gebeuren.
Samen stonden ze op de rand, hand in hand en ze voelden elkaar aan waarom. De stevige wind waaide door zijn haar en trok aan zijn kleren.

De val was een aaneenrijging van beelden. Geen film van heel zijn leven, maar alleen van dat met haar; op die kruk achter haar draaitafel, knedend, glimlachend, of wanneer ze met haar handen zijn hoofd omvatte. De
kushandjes die ze hem toewierp als hij thuiskwam. Haar lichaam onder de douche na dat spel met de klei, en daarna, toen ze haar manen droogde en föhnde. Een brede glimlach sierde zijn gezicht.

Opeens keek hij neer op zichzelf, daar beneden. Hij voelde zich vreemd luchtig en hij leek terug te vallen, naar boven. Het lichaam werd kleiner en kleiner tot hij zichzelf niet meer zag. Naast hem straalde het gezicht van
de jonge vrouw, net als hij volmaakt gelukkig. Free at last.
Lieve, allerliefste Sherryl, ik kom er aan.
Freedom Tower
Voor alle slachtoffers
Fire and rain
James Taylor

Just yesterday morning they let me know you were gone
Susanne the plans they made put an end to you
I walked out this morning and I wrote down this song
I just can't remember who to send it to

I've seen fire and I've seen rain
I've seen sunny days that I thought would never end
I've seen lonely times when I could not find a friend
But I always thought that I'd see you again

Won't you look down upon me, Jesus
You've got to help me make a stand
You've just got to see me through another day
My body's aching and my time is at hand
And I won't make it any other way

Oh, I've seen fire and I've seen rain
I've seen sunny days that I thought would never end
I've seen lonely times when I could not find a friend
But I always thought that I'd see you again

Been walking my mind to an easy time my back turned towards the sun
Lord knows when the cold wind blows it'll turn your head around
Well, there's hours of time on the telephone line to talk about things
to come
Sweet dreams and flying machines in pieces on the ground

Oh, I've seen fire and I've seen rain
I've seen sunny days that I thought would never end
I've seen lonely times when I could not find a friend
But I always thought that I'd see you, baby, one more time again, now

Thought I'd see you one more time again
There's just a few things coming my way this time around, now
Thought I'd see you, thought I'd see you fire and rain, now
Ben naar het WTC voor mijn
afspraak. Je sliep nog zo lief.
Zie je vanavond.
Lots of ....