Deel 1. Voor het begin
1 - Openbaringen 13:16-18
'En het beest uit de aarde maakt, dat aan allen, de kleinen en de groten, de rijken en de armen, de vrijen en de slaven, een merkteken gegeven wordt op hun rechterhand of op hun voorhoofd, en dat niemand kan kopen
of verkopen, dan wie het merkteken, de naam van het beest, of het getal van zijn naam heeft. Hier is de wijsheid: wie verstand heeft, berekene het getal van het beest, want het is een getal van een mens, en zijn getal is
zeshonderd zesenzestig.'
2 - Assyrië, 666 voor Christus
In Nineve, hoofdstad van het rijk, aan het hof van koning Assurbanipal, heerste beroering onder de talrijke hofastrologen die zich bezighielden met het waarnemen en interpreteren van de sterrenconstellaties aan de
hemel, de stand van zon en maan en de loop der planeten langs de hemelboog. Waarnemingen die voorspoed voorspelden, of rampen.
Al enige tijd geleden was berekend dat op 15 Nisan (maart) een zonsverduistering zou plaatsvinden en het was in de overleveringen opgetekend dat dit groot gevaar inhield voor koning Assurbanipal en zijn gemalin.
Hoewel zonsverduisteringen geen regelmatig terugkerende gebeurtenissen waren, was in dergelijke gevallen voorgeschreven dat, teneinde de koning te beschermen tegen dit uitzonderlijke gevaar, hij af moest treden
ten gunste van een schijnkoning.
Het voorschrift was bekend bij Assurbanipal, maar die had tot dan geen aanstalten gemaakt daadwerkelijk tot troonsafstand over te gaan en de tijd begon te dringen. De rituelen voor de installatie van de schijnkoning
zouden enkele dagen in beslag nemen, wilden ze officiële geldigheid bezitten.
Pas vanmorgen, 8 Nisan, had de koning het besluit genomen en een schijnkoning aangewezen: de eenvoudige steenhouwer aan het hof Baphomet.
Zodra het besluit genomen was en de naam van de schijnkoning bekend, zette de hoofdastroloog de rituelen in werking. Het eerste wat gebeuren moest, was het toewijzen van een koningin aan de schijnkoning. Geen
ongetrouwde koning kon ooit de troon bestijgen. Koningin werd Sammuramatis, een wasvrouw in de huishouding van het hof.
De hoofdastroloog wist zeker dat het een beschikking van de goden was dat zij aan het hof werkte, juist in deze bedreigende tijden. Was zij tenslotte niet vernoemd naar Sammuramat, de legendarische koningin der
Assyriërs en echtgenote van Nimrod?
Hier kon van toeval geen sprake zijn en deze goddelijke interventie betekende naar zijn mening dat de opzet zeker slagen zou.
De ongeletterde schijnkoning en zijn aangewezen koningin waren onwetend van de gebruiken. Ze wisten niet welk lot hen boven het hoofd hing.
De zonsverduistering kwam en ging zonder rampen te brengen of schade aan te richten aan het rijk of de koning. De goden moesten het kwaad van de zonsverduistering aan anderen toebedacht hebben.
Nu al het gevaar was geweken en na een ambtstermijn van slechts twee weken, moesten Baphomet en Sammuramatis afstand doen van de troon, ten gunste van de echte koning zodat deze weer kon regeren. Tot
zover was hen over het gebruik verteld.
Wat hen niet was verteld, was dat de schijnkoning en zijn tijdelijke bruid volgens de overlevering gedood zouden worden om zo het gevaar voor de koning voor eeuwig met zich mee het graf in te nemen.
Op 22 Nisan werden Baphomet en Sammuramatis op beestachtige wijze ter dood gebracht en in een naamloos graf gedumpt. Het vermoede kwaad vergezelde hen.
Niemand kon bevroeden dat 666 jaar later het beest Baphomet zou oprijzen uit de aarde en als Satan een tegenwicht zou bieden aan Jezus Christus, heiland van de mensheid. Ziedaar het getal van het beest: 666.
Het jaar 0 werd daardoor zowel de Nativitas Domini (geboortejaar van Christus), als de Nativitas Satani (geboortejaar van Satan.) Aldus werd de Antichrist uit de Aarde geboren
3 - Moorddroom
Chris ligt te woelen in zijn bed. De ecstasy en de drank bij het concert van Bestial Warlust woelen door zijn aderen en in zijn hoofd. Onstuitbaar dendert keer op keer de zwarte tekst van ‘The graveyard of God’ door zijn
hersenen:
Come God of light meet my God of darkness
And fuck in the abyss that is thy grave of mind
Oh the impurity of light shall touch the black
And all your gods shall die
Drenched in fuck
Bloody cunted whore
Your world is damned
Rot in bloodsoaked mourning
Lava awaits below
Morality's funeral pyre
Black seas smash your shores
Dead children for the fucking fire
Fuck everything you place on high
And regard as fucken holy truth
Satanas wrath is victory
Abraxas, Satan and God
To worship him is death
A God beyond death
Heaven shall spit blood in your faces
And the blood shall flow into the earth
And the earth shall berent asunder
At the graveyard of God.
Een verschroeiende hitte doorstroomt zijn aderen, de botten branden in zijn lijf en half ijlend verschijnt aan hem een visioen. Een zwartgallige stem dreunt door zijn hoofd. Hij wil niet luisteren, maar hij kan niet anders.
Hier is geen oor om af te sluiten. De stem klinkt scherp, dwingt en duldt geen tegenspraak.
“Cathal, hier spreekt je Heer en Meester. Hoort mij aan en dien mij als een trouwe dienaar. Je krijgt deze opdracht omdat jij bent uitverkoren Mijn Werken te vervullen, tot Glorie van mij, Baphomet, de Satan.
Gehoorzaam, Cathal, en doe wat Ik je vraag, opdat duisternis heerse!”
Zwetend ontwaakt Chris in zijn klamme bed als Cathal.
Een opdracht is hem in de droom geopenbaard. Hij weet wat hem te doen staat en begint direct voorbereidingen te treffen. De transformatie is volbracht.
4 - 25 december 2001: Het ritueel
Hogepriester in Satan Ebebe is een enorme, zwarte man. Hij staat met zijn gezicht naar het altaar en de beeltenis van Baphomet aan de ruwstenen muur daarachter.
In de donkere crypte diep in de fundamenten van de oude, vervallen heidense kerk, wordt het altaar gevormd door een dikke, naakte vrouw op een zwart marmeren plaat, ondersteund door een ellipsvormige pilaster
van zwarte stenen. Zwart als kleur van het kwaad, brenger van duisternis. De vrouw is moeder Aarde in het ritueel dat Ebebe vandaag op verzoek uitvoert. Op de kwabbige buik van de vrouw ligt een pop in de ruwe
vorm van een mens en in de vallei tussen de slappe borsten rust een priem. Tegen de bos rossig schaamhaar tussen haar geopende benen staat een aarden kruik gevuld met het bloed van een ooi. Symbool voor de
menstruatie van de vrouw en de uitdrijving van de vrucht.
“Shemhamforash” draagt Ebebe voor aan de congregatie en alle aanwezigen herhalen zijn woorden gelijk een koor. Een bel ten teken van het begin van het ritueel weerklinkt.
Routineus voert de hogepriester de eerste 8 stappen uit van de 13 die tezamen het ritueel vormen. Gepaard met wilde gebaren en een harde, gutturale stem roept Ebebe luid om de vernietiging van de vijanden van
Satan.
Staand voor het altaar neemt de hogepriester de pop en de priem van het lichaam van de vrouw en woest steekt hij toe: 78 keer in de pop, precies zoals aan hem opgedragen, steek voor steek gevolgd door ‘Heil
Satan.’
De zo goed als verwoeste pop en de priem legt hij na de laatste uitroep terug op de vrouw. Hij neemt de kruik en met omhoog gestrekte armen giet hij de inhoud over haar lichaam uit, gelijk het bloed van de
vernietiging. Op het moment dat het bloed op haar lichaam uiteenspat, gilt de vrouw alsof de pijn van de woeste steken haar werkelijk teistert. Kronkelend op het zwarte blad verbeeldt zij het sterven. Op het eind zijgt ze
ineen en verstijft, gelijk de dood. Rigor Mortis.
Dan leest de hogepriester het verzoek aan Satan voor:
“Baphomet, ons aller Heer, ons aller Meester, laat mij op deze Aarde en uit Uw naam Uw werken uitvoeren en de ongelovigen uitroeien, opdat Uw Koninkrijk kome. In de vlammen van de hel zullen de ongelovigen
branden, zoals dit perkament in de vlam van deze kaars, uit naam van Chris, in Uw koninkrijk Cathal, de Grote Strijder. Shemhamforash - Heil Satan.”
Het dikke perkament verschroeit.
”Ik draag voor aan Uw gelovigen in Satan, de 8e Enochiaanse sleutel, zoals die verwijst naar de komst van Uw Satanisch Tijdperk:
"De middag van de eerste is als de derde toegeving, gemaakt uit pijlers van hyacinten, waarin de ouderen sterk geworden zijn, die ik heb bereid voor mijn eigen gerechtigheid, zegt Satan, wiens blijvend voortbestaan
als golvingen zal zijn voor Leviathan. Hoeveel mensen zijn er in de glorie der aarde gebleven en die geen dood zullen kennen, zolang het huis niet valt en de draak niet gezonken is? Verblijd u! Want de kronen van de
tempel en het kleed van Hem die is, was en altijd zal zijn gekroond, zullen niet langer verdeeld zijn! Kom vooruit! Verschijn aan de terreur der Aarde en het comfort dat werd toebereid!"
Voor een tweede keer rinkelt de bel en ter afsluiting van de dienst bromt Ebebe: “ZO ZIJ HET!”
Deel 2. Het Begin
5 - Aislin, Kevan en Darrin
In het begin was het heel erg wennen geweest.
Een tweetal maanden geleden was Aislin bij Darrin en Kevan ingetrokken. Darrin en Kevan, de identieke tweeling die ze een jaar eerder ontmoet had en waar ze halsoverkop verliefd op was geworden. Ze had lang
gewikt en gewogen voor ze tot het besluit kwam.
Eerst dacht ze dat ze verliefd was op Kevan en ging ze met hem uit, vree met hem. Later kwam ze met een schok erachter dat het andersom was en dat ze zich juist aangetrokken voelde tot Darrin en verkeerde ze met
hem. Dat bracht haar een poosje in verwarring. Het was een tijd waarin ze met geen van beide omging en nadacht over haar gevoelens voor die twee. Haar innerlijke strijd duurde een paar maanden, voordat ze zich
toegaf dat ze op allebei verliefd was.
Fysiek waren Kevan en Darrin vrijwel identiek. Emotioneel waren er, als je goed oplette en ze beiden goed kende, accentverschillen.
Kevan was de zachtaardige van de twee. Vriendelijk en warm en altijd attent op haar noden. Darrin daarentegen had iets groots over zich, was krachtdadiger dan zijn broer en leek weleens minder op anderen gericht. In
termen van IQ leek Darrin iets beter bedeeld, qua EQ was Kevan dat en beiden vulden elkaar goed aan.
Aislin leerde in de loop van de tijd herkennen dat afhankelijk van haar eigen stemming, zij de voorkeur gaf aan een van beiden, maar dat beide broers onlosmakelijk aan elkaar verbonden dienden te blijven.
Die kleine verschillen kwamen tot uiting in het beroep dat de broers beoefenden. Darrin was als wiskundige verbonden aan de universiteit, terwijl Kevan psycholoog was en voor diezelfde universiteit onderzoek deed.
Door dat onderzoek van Kevan had ze hen ontmoet.
Aislin leed aan een zeldzame vorm van Alopecia, Atrichia Congenita Circumscripta (ACC). Door deze aangeboren afwijking van de genen ontbrak over haar gehele lichaam de haargroei. Wereldwijd waren slechts
tientallen gevallen bekend en Kevan was betrokken bij een internationaal onderzoek naar de psychische gevolgen van ACC. In het kader van dat onderzoek was Aislin met hem in contact gekomen.
Aislin was direct onder de indruk geraakt van Kevans charmante persoonlijkheid. Anders dan vele anderen keek hij niet vreemd op van haar volkomen haarloze schedel, zonder hoofdhaar, wimpers of wenkbrauwen. Hij
behandelde haar zoals ze zich voelde; een normale, sociaal geïnteresseerde en intelligente vrouw.
Na het onderzoek zagen ze elkaar al snel privé en daardoor ontmoette ze ook Kevans tweelingbroer, die net als hij haar bijzondere uiterlijk gewoonweg accepteerde.
Ondanks haar genetische afwijking, was Aislin een gezonde vrouw. Ze had zichzelf aangeleerd zich smaakvol op te maken. Fijne lijntjes op de plaats van de ontbrekende wenkbrauwen en donkere, dunne streepjes op
haar oogleden accentueerden de amandelvormige, lichtgrijze ogen die haar gezicht iets mysterieus gaven, vooral door de combinatie met de altijd zongebruinde schedel. Een pruik had ze zelfs nooit overwogen.
Een snufje nauwelijks gekleurde make-up gaf de finishing touch aan haar fijne gelaatstrekken. Omdat ze driemaal per week onder de zonnehemel lag, was haar hele huid egaal lichtbruin, waardoor ze een bijzonder
gezond voorkomen tentoonspreidde.
Werken deed Aislin voor de KLPD, de Dienst Nationale Recherche Informatie. Ze werkte voor het criminaliteitsveld Moord en Zeden en was mede belast met de coördinatie van onderzoeken door regionale korpsen.
Samen met collega’s was haar voornaamste taak het leggen van dwarsverbanden tussen bovenregionale criminaliteit. In die hoedanigheid kwam ze in aanraking met de misdrijven die later onder de naam
‘Satansmoorden’ landelijke bekendheid zouden krijgen.
Zoals gezegd, in het begin was de relatie met twee broers wennen geweest.
Voorheen had ze een aantal seksuele relaties gehad en dus ze was verre van maagdelijk op dat gebied. In bed met twee mannen tegelijk was echter heel iets anders.
In het Ilperveld, in de smaakvol gemoderniseerde boerderij die de twee broers bewoonden, was na haar intrek een van de kamers verbouwd tot een immens bed. Een op maat gemaakte matras en zelf genaaide lakens
en dekbedden besloegen een groot gedeelte van de vloer en vormden een gigantisch driepersoonsbed waarin zij, Kevan en Darrin sliepen en vreeën. Meestal lag ze tussen de broers in, altijd naakt. Het was knus en ze
voelde zich veilig en warm tussen haar minnaars.
Ook nu, net ontwaakt, lag ze daar en keek ze afwisselend naar Kevan en Darrin. Voorzichtig, om hen niet wakker te maken, kroop ze van het bed en liep de bovengang over naar het toilet.
Zo stilletjes kon Aislin niet bewegen, of de broers werden wakker en toen ze uitgeplast en gewassen terugkwam in de slaapkamer, liet zich dat overduidelijk zien. Het brede dekbed was teruggeslagen tot aan het
voeteneind, waardoor er geen misverstand over kon bestaan hoe de vlag ervoor stond. Twee knotsen van erecties wipten lichtjes heen en weer boven twee vlakke buiken.
Aislin glimlachte.
Dit was nou het verschil met voorheen, dacht ze, toen ze telkens maar een vrijer had. Dan vree je, je legde daar al je liefde en passie in en dan was het heerlijk geweest en was het voorbij. Dan restte het zalige nagevoel.
Zo ging het nu ook als ze met de eerste broer vree. Alleen kwam er dan meestal een tweede broer achteraan. Dat voelde alsof er nog een tweede gang volgde, als bij een uitgebreide maaltijd. De tweede broer ervoer
ze als een nieuw hoofdgerecht en met hem wilde ze net zo intens vrijen als met de eerste. Dat was waar ze aan had moeten wennen en pas sinds kort kon ze zich daar aan overgeven. Ze had geleerd de liefde die ze
had met hart en ziel aan beiden te schenken. Sinds dat moment was vrijen met die twee dubbel plezier. In plaats van slechts een, ontving ze de warmte van twee geliefden en kon ze van beiden evenveel genieten.
“Zo, heren. Ik zie dat er stoute plannetjes de kop opsteken,” knikkend naar de beide knotsen.
“Wie? Wij?” Klonk het in koor. “Absoluut niet. We willen alleen met je praten.”
“Ja, ja. Praatjes vullen geen gaatjes.”
“Praatjes niet nee, maar wij hebben iets waarmee we je gaatjes wel kunnen vullen. Kom maar eens hier, dan laten we het je voelen.”
Het was zoals zo vaak een grappig woordspel geworden en zelfs dat was een van de dingen die ze leuk vond aan die twee: ze bezaten humor en schroomden geen moment dat te gebruiken. Doe er maar aan mee,
dacht ze.
“Ik kan er zeker niet onderuit komen, hè?” vroeg Aislin schertsend.
“Nee, je komt dan voorlopig niet onder ons uit. Kom.” En toen nog een keer, met iets meer nadruk: “Kom nou,” en Kevan wenkte haar met zijn hand het bed in.
Aislin liet zich op handen en knieën op het bed zakken. Nauwelijks raakte ze het laken of vier sterke armen tilden haar op. Beide broers staken een arm onder haar schouder en oksel door en de andere achter een
dijbeen langs, onder haar buik. Zo werd ze opgetild en plat op haar buik neergelegd, waarna het Hemelse Geweld boven haar losbarstte en over haar heen denderde. Vier handen beroerden elk plekje van haar lichaam,
vonden alle schatten die haar lichaam bood. Die handen verkenden alle curven en elke vallei ertussen en zochten de beloften van haar intiemste holten. Twee geliefden die haar eerst hun voorspel schonken en daarna
een voor een in haar kwamen. Wat kon ze daar na die gewenning, enorm van genieten!
6 - 13 januari 2002: Zwolle, Dominicanenklooster, Assendorperstraat.
De prior van het convent van de Heilige Thomas van Aquino, was verbaasd dat de deur van het oratorium niet op slot zat. Was hij zo nalatig geweest? Hij wist bijna zeker dat hij na de bezinningsbijeenkomst van
gisteravond de deur zelf had afgesloten. Schouderophalend duwde hij de deur open en zette een voet op de drempel. Zijn hart bevroor van het tafereel dat zich voor hem ontrolde.
Een waterig zonnetje goot zijn vroege-ochtendstralen door het raam naar binnen en alsof het zo moest zijn, accentueerden die stralen het schokkende tafereel voor zijn ogen.
Onder het kruis tegenover de deur lag het naakte lichaam van een man in een enorme plas geronnen bloed dat de vaste vloerbedekking in een brede straal doordrenkte. De man lag alsof hij gekruisigd was plat op zijn
rug op de grond, met de voeten tegen de muur. Uit elke hand en voet stak iets dat op een handgreep leek, plus een uit het voorhoofd en een uit de borstkas. Hij hoefde niet te gaan kijken: de man kon niet meer leven,
wist de prior. Op de muur boven het kruis stond de met verf gespoten tekst ‘Cito fit quod Satani volunt’ geschreven.
Het was een gruwelijk beeld dat hij zag. De man vormde het spiegelbeeld van het relikwie van de gekruisigde Jezus, die recht boven de voeten van de man aan de muur hing.
De prior was geschokt, maar nog helder genoeg om zich te realiseren dat hij niet verder naar binnen mocht gaan en de politie moest bellen. De bezinningsbijeenkomst van vanmorgen zou ergens anders gehouden
moeten worden en een heel andere inhoud en sfeer krijgen dan vooraf gepland.
Uit piëteit met het slachtoffer bad hij tot de Heer en keek nog eenmaal naar het tafereel in de kamer voor hij de deur sloot. Het gevoel bekroop hem dat de ruimte verontreinigd was geworden. Hoofdschuddend vroeg hij
zich af of in die ruimte ooit nog een bezinning plaats kon vinden. Hij draaide zich om, sloot de deur nu goed af en deed wat gedaan moest worden.
De politie kwam er snel achter dat de naakte man die vermoord was in het Dominicanenklooster, Bob van Zanten heette en uit Zwolle zelf afkomstig was. De kapotgeknipte kleren van het slachtoffer en een portefeuille
met een identiteitsbewijs lagen in een hoek van de ruimte waarin de man was gevonden, zodat identificatie geen probleem opleverde. Het bizarre tableau werd op foto vastgelegd, waarna de plaats van het misdrijf aan
een minutieus onderzoek werd onderworpen.
De man bleek met een priem door het hart gedood te zijn en met 4 priemen als het ware gekruisigd. Een zesde priem stak midden uit het voorhoofd van de man.
Op de rug van de rechterhand was met viltstift ‘666’ geschreven.
De hoofdinspecteur die het onderzoek leidde had ogenblikkelijk door dat hier sprake was van een moord met een religieuze inslag en vermoedde dat er een relatie met het klooster moest bestaan. Hij sprak uitgebreid
met de prior die de man gevonden had en alle andere kloosterlingen, maar kon zijn vermoeden niet bevestigd krijgen.
“U spreekt Latijn, vader, kunt u de tekst op de muur voor me vertalen?”
“Jawel. Dat betekent ‘dat wat Satan wil komt snel.”
“En de ‘666’ op de hand? Heeft dat nog een bijzondere betekenis?”
“Zeker wel. 666 Staat in de Christelijke geloofsleer voor het getal van het beest, de duivel,” kreeg hij te horen, “Wat we hier zien is het werk van een duivelaanbidder.”
Omdat er ondanks de inzet van 15 rechercheurs geen aanwijzingen werden gevonden die tot een snelle oplossing van de moord leidden, dreigde het onderzoek op een dood spoor te geraken en langzamerhand wat in
het achterhoofd van de betrokken politiefunctionarissen. Maar niet voor lang.
Deel 3. Het einde van het begin
7 - 6 februari, Grieks-orthodoxe kerk in Utrecht.
Cathal sleepte met moeite het lichaam van de vrouw mee. Verdoofd leken ze altijd zwaarder te wegen dan ze in het echt waren. Anna Tollenaar woog 67 kilo. Lichter dan de man in Zwolle, maar nog altijd bleek ze
moeizaam te verplaatsen. Dat hij goed op moest letten dat hij niet gezien of gehoord werd, maakte het niet eenvoudiger. Veel zorgen over ontdekking maakte hij zich overigens niet. Hij wist zich beschermd door
Baphomet, de Satan die in zijn droom was verschenen en die hem had opgedragen Zijn werken uit te voeren. De tas met spullen die hij mee moest zeulen maakte het er ook niet gemakkelijker op, maar missen kon hij
de materialen niet. Het ritueel zoals Baphomet dat aan hem geopenbaard had moest tot in de perfectie ten uitvoer gebracht worden en dat vereiste alle spullen die in de tas zaten. Bovendien moest hij zich toegang
verschaffen tot de ruimten waarin hij Zijn Heilige Werken moest uitvoeren en de deuren stonden slechts zelden open.
Zijn ervaring als inbreker kwam Cathal nu goed van pas. Met zijn speciale gereedschap was het openen van de meeste deuren een koud kunstje. Niemand rekende er in deze tijd op dat er in deze ruimten ingebroken
zou worden en dus waren de sloten niet echt van topkwaliteit. Alleen in die ruimten waarin dure relikwieën of bijzondere religieuze kunst aanwezig was kon hij moeilijker binnendringen. Dan vergde het iets meer van zijn
kunde, maar uiteindelijk bezweken ook die sloten onder zijn fanatieke, niet aflatende pogingen.
Zonder geluid te maken sloot hij de deur achter zich en nam de vrouw over zijn schouder mee naar het altaar. Deze keer zou hij op het grote altaar het ritueel ten uitvoer brengen. Hij legde haar neer en toog aan het werk.
Het eerste wat hij deed, was het wegknippen van de kleren van de vrouw, tot ze volledig naakt was. Hij wist dat ze niet meer bij zou komen. Hij kleedde zichzelf uit en legde alle attributen voor de ceremonie klaar. Na al
deze voorbereidingen kon het ritueel beginnen en zacht zong hij de oproep die hem in zijn droom geopenbaard was. Hij dook in elkaar, maakte zich klein als eerbetoon aan zijn Heer en zacht melodieus klonk in de kerk
zijn stem:
Sanctus Satanas
Sanctus Satanas, Sanctus
Dominus Diabolus Sabaoth.
Satanas - venire!
Satanas - venire!
Ave, Satanas, ave Satanas.
Tui sunt caeli,
Tua est terra,
Ave Satanas!
De eerste priem was bedoeld om de vrouw doden. Hij stak de priem onder de linkerborst tussen de ribben door, recht in het nog kloppende hart. Het was van essentieel belang de priem op precies de juiste plaats en
onder de juiste hoek in te brengen, zodat hij de linker hartkamer raakte. Zolang het hart doorklopte pulste zuurstofrijk bloed uit de wond. Het hart klopte niet lang. Hij liet het zuurstofrijke bloed over zijn handen stromen,
bloed dat hij gebruikte om zichzelf mee in te smeren, op borst en buik en geslachtsorgaan. Het dikke, helderrode vocht gold als levenssap voor Baphomet en pas daarna mocht hij het ritueel vervolgen.
De tweede priem kwam recht in het midden van het voorhoofd, de belichaming van de doornenkroon op het hoofd van Christus aan het kruis.
Hij legde het lijk met uitgestrekte armen op de grond voor het altaar, de voeten naast elkaar en met een vuisthamer sloeg hij door elke hand en door elke voet een priem de grond in en volbracht daarmee de kruisiging.
Op de rug van de rechterhand schreef hij Satans teken ‘666’.
Met een spuitbus rode verf spoot hij ‘aut Satan, aut nihil’ (of Satan, of niets) op de muur, voor hij zich aankleedde, zijn kleren over het bloed op zijn lijf, en verdween. Hij verliet het gebouw net zo stil als hij kwam, in het
verhullende duister van de nacht.
Toen de volgende dag de moord ontdekt werd, ontbraken ook hier aanwijzingen die konden leiden tot de snelle aanhouding van de dader en stond de politie voor een raadsel.
De derde moord vond plaats op woensdag 20 februari in de Sint Jans Basiliek in ’s-Hertogenbosch.
Net als de eerste keer was een man, Onno de Wit, uit diezelfde stad het slachtoffer en opnieuw had de dader zo goed als geen aanwijzingen achtergelaten, anders dan wat de politie al had. Inmiddels was voor zowel de
landelijke pers als de politie duidelijk dat er sprake was van een serie moorden met exact dezelfde modus operandi en doorheen het hele land.
In het Algemeen Dagblad van donderdag 21 februari verscheen dan ook voor het eerst de term ‘Satansmoorden’: een term die lange tijd schrik aan zou blijven jagen.
De dag dat de term voor het eerst verscheen werd tevens de eerste dag dat Aislin op haar werk met de moorden geconfronteerd werd. Het was duidelijk dat de drie moorden niet op zichzelf stonden. Opviel, dat er
sprake was van een grote geografische spreiding over het land. Een rechercheteam van de KLPD werd op de zaak gezet en die dag voor het eerst werden de gegevens van de drie moorden samengevoegd en in
onderlinge samenhang bestudeerd.
8 - 25 februari, 21.30 uur, Schiphol
Aislin, Darrin en Kevan wachten in de vertrekhal tot het tijd is voor Darrin om de controlepoort door te gaan voor zijn vlucht naar Los Angeles. Darrin vertrekt in het kader van een uitwisselingsprogramma van enkele
maanden met wiskundigen van UCLA, de universiteit van Los Angeles .
“Ik ga nog heel even naar het toilet. Wacht je op me, voor je er door gaat?” vraagt Aislin aan hem.
“Ja, natuurlijk wacht ik op je. Ga maar snel, want het wordt langzamerhand wel tijd om te gaan.”
Ze hebben zolang mogelijk gewacht om zoveel mogelijk tijd in elkaars gezelschap door te kunnen brengen.
Wanneer Aislin terug is, lopen ze hand in hand naar de poort en wanneer Darrin in de rij staat nemen Kevan en Aislin afscheid van hem. Aislin zoent Darrin hartstochtelijk op zijn mond en fluistert in zijn oor “Kom maar
snel terug en hier heb je iets om aan me te denken als je daar bent. Maar je mag het pas uitpakken als je in het vliegtuig zit, niet eerder. Beloof je dat?”
“Jou beloof ik alles, schat. Zo snel ik kan kom ik naar je terug, geloof dat maar.”
Nog net kan er een zoen vanaf en dan moet Darrin door de controle. Ze zien hem om de hoek verdwijnen en dan keren Aislin en Kevan om, richting uitgang.
“Wat heb je hem gegeven toen je afscheid van hem nam?” vraagt Kevan nieuwsgierig.
“Dat vertel ik je lekker niet. Het is een cadeautje voor je broer. Als jij ooit nog eens weggaat krijg jij ook iets, maar tot die tijd weet alleen hij wat er in dat pakje zit,” plaagt Aislin en haakt haar arm door de zijne. Samen
lopen ze de grote hal door naar de uitgang. Het is lang geleden dat ze maar met zijn tweeën waren.
“Kom laten we snel naar huis gaan. Ik mis Darrin nu al. Ik wil graag dat je vanavond voor twee met me vrijt,” zegt ze. Ze kijkt Kevan aan. Die glimlacht alleen maar en versnelt zijn pas.
Nauwelijks zit hij op zijn stoel bij het raam, als Darrin nieuwsgierig als hij is het pakje van Aislin opent. Als het kleurige cadeaupapiertje eraf is, komt er een bruin kartonnen doosje tevoorschijn met een briefje erop.
Ongeduldig vouwt hij het briefje open en begint te lezen.
Een warme golf vreugde overspoelt Darrin en drie keer leest hij het briefje over. God, wat zal hij haar missen de komende maanden.
Ik had iets van haar mee moeten nemen, denkt hij nog, maar daar is hij te laat mee. Ze heeft gelijk. Ze is inderdaad onbereikbaar en toch eigenlijk nog zo dichtbij.
In gedachten verzonken en met het beeld van haar gezicht voor ogen, hoort hij de pling van de bordjes die aangeven dat de gordel los mag en dat de passagiers niet langer hoeven te blijven zitten. Direct staat hij op en
loopt naar een toilet voor in het vliegtuig. Hij brandt van nieuwsgierigheid naar wat er in het pakje van Aislin zit en kan zich geen seconde langer bedwingen.
Op het toilet opent hij het doosje en vindt bovenop een tweede briefje.
Darrin neemt het fijnbewerkte en dunne lingeriesetje uit de doos en terwijl hij de foto bekijkt houdt hij de stof tegen zijn neus en snuift de onmiskenbaar vrouwelijke geur van Aislin op. De bedwelmend lichte geur dringt
diep in zijn neus en wanneer hij zijn ogen sluit ziet hij Aislin voor zich. Dan rukt hij zich los van dat beeld en leest verder.
In het doosje ziet Darrin piepkleine doorzichtige flesjes. Hij pakt er een op en ziet op het etiketje een rood hartje met ‘Aislin’ ernaast. De flesjes hebben veel weg van de flesjes waarin aroma’s voor het bakken verkocht
worden. In het flesje zitten een paar druppels ondoorzichtig, waterig - witte vloeistof. Als hij de andere flesjes oppakt lijkt het er op dat alle flesjes met dezelfde vloeistof gevuld zijn. Het zijn er 15 in totaal.
Darrin kijkt vol ongeloof naar het flesje in zijn hand. Het zal toch niet …… Hij moet het weten!
Voorzichtig verbreekt hij het verzegelde dopje en houdt het onder zijn neus. Hij hoeft niet te raden om te weten wat de vloeistof in het flesje is. Een visioen van het glinsterende spleetje van Aislin schiet voor zijn
geestesoog, met zoetgeurende druppels vocht die traag langs de lipjes naar buiten vloeien. Dit is inderdaad de meest persoonlijke gift die ze hem heeft kunnen gegeven. Hoeveel moet je wel niet van iemand houden
om dit cadeau te doen!
Voorzichtig laat hij een klein beetje van de inhoud op een vingertop druppelen en smeert dat uit over zijn bovenlip.
Door de vertrouwde geur begint in zijn broek zijn ding zich te roeren en met een hand maakt hij zijn gulp open. Zijn gezwollen lid rust zwaar in zijn handpalm en op zijn vingers, terwijl hij het stimulerende beeld van Aislin in
zijn hoofd probeert vast te houden. Wanneer hij klaarkomt, spuit het sperma met kracht in het kleine roestvrijstalen fonteintje aan de wand.
Dan tuit hij zijn lippen en drukt een kusje tegen de opening van het flesje. Hij bekijkt de emoticons onderaan het briefje en lang na te denken over de betekenis hoeft hij niet. Oh Aislin, wat ben je toch een gekke meid en
wat houd ik van je. Waarom moet ik weg? Waarom is het nog geen september?
Diezelfde avond staat Kevan zijn tanden te poetsen als hij de deur van de badkamer open hoort gaan en Aislin achter tegen hem aan kruipt. Hij voelt haar harde tepels tegen de blote huid van zijn rug prikken als zij haar
armen om hem heen slaat en zijn zak en slappe penis in haar handen neemt. De slanke vingertjes van Aislin spelen behoedzaam met zijn ballen en zijn zachte onderdaan en hij voelt het bloed krachtig naar binnen
stromen.
Dan strijkt ze met haar lippen langs zijn nek, omhoog naar een oor. Vochtige lippen sluiten zich om de oorlel en hij voelt hoe ze deze in haar mond zuigt. De warme adem van Aislin wervelt door zijn oor als zijn wapenstok
volledig opgericht in haar handen geklemd zit. Met lome halen van haar handen trekt zij hem af en met zijn mond nog vol tandpasta voelt hij het sperma opborrelen. Voordat hij klaarkomt draait ze hem om en sluit haar
lippen om zijn schacht en neemt de hele lading in haar mond. Wanneer Aislin het sperma in de wastafel heeft uitgespuugd kijkt ze hem aan en fluistert “Ik wil dat je over een paar uur met me vrijt. Als ik slaap maak je me
maar wakker, maar dan wil ik je diep in me voelen. Doe het langzaam, want ik wil dat het lang duurt, alsof jij en Darrin er allebei nog zijn. Vrij met me tot ik niet meer kan, van voor, van achter, maar vooral langzaam en
goed. Ik wil dat je me laat vergeten dat Darrin er niet is.”
Stomverbaasd spoelt Kevan zijn mond en als hij even later de slaapkamer instapt vindt hij Aislin al in dromenland.
Het sensuele vrouwenlichaam van Aislin ligt uitgestrekt op haar rug op het bed. Hij legt de benen ietsjes opzij en drukt een kusje op het begin van het volkomen haarloze spleetje. Ze was opgewonden daarnet, dat
verraadt de opwindende geur.
Geen vierkante millimeter van het lichaam van Aislin is verborgen achter haartjes en de aanblik van het blote lijf roept allerlei erotische beelden bij hem op. Aandachtig bekijkt hij het bevallige lichaam voor zich. Voor het
eerst neemt hij de tijd haar grondig te bekijken, iets waarvoor hij te opgefokt is als hij met haar vrijt.
Kevan herontdekt tot zijn genoegen het psychologische principe dat je meer details waarneemt naarmate je langer ergens naar kijkt. Zo ontdekt hij, nu hij echt de tijd neemt, hoe elegant gebouwd de kleine, brede
voetjes van Aislin zijn. Dat hem dat nooit eerder is opgevallen verbaasd hem. Eerlijk gezegd is hij altijd een benenliefhebber geweest en dan vooral van zijdezachte dijen. Nu merkt hij, nu hij voor het eerst echte aandacht
schenkt aan haar voeten, hoe sexy die voeten zijn. De vloeiende lijnen van de huid over botten en pezen is prachtig om te zien en de lichtgekleurde, zwak gerimpelde huid in de boog van de voet roept stimulerende
beelden bij hem op. Het beeld en de visioenen die het oproept overvallen hem en zijn lid begint alweer te groeien.
In een wilde fantasie ziet hij Aislin in kleermakerszit voor zich zitten, de benen in de knieën opzij gebogen en met de voetzolen tegen elkaar. Hij beeldt zich in hoe zijn penis tussen de voetbogen door omhoog steekt en
Aislin hem met regelmatige bewegingen, omhoog en omlaag, bewerkt. Het geile beeld veroorzaakt een tinteling in zijn onderbuik en hij merkt hoe zijn lul almaar stijver wordt.
Nauwlettend kijkend volgt zijn blik de meer bekende contouren van haar lijf en hier en daar brengt hij zijn neus vlakbij de huid en snuffelt er aan. Daar zit hij dan, bij de slapende vrouw van zijn dromen. Net afgetrokken en
nu alweer met een knoepert van een erectie.
Zijn voorhuid is half over de eikel teruggeschoven en wanneer hij haar gezicht bekijkt, staat hij op en buigt zich over haar heen. Het topje van de roze knop laat hij lichtjes over haar lippen strijken en de vochtig-warme
lucht van haar uitademing dwarrelt eromheen.
In haar slaap rolt Aislin op haar zij en met half opgetrokken benen ligt ze voor hem. Dat geeft hem de kans de mysterieuze driehoek op de grens van benen en billen te bekijken. Als bij een zwart gat wordt zijn blik
onweerstaanbaar naar haar intiemste delen getrokken: de curven van de vagina en de naar binnen neigende plooitjes van de huid rond de anus. Zonder haar aan te raken brengt hij ook daar zijn neus zo dicht mogelijk
bij de huid. Genoeglijk ademt hij oppervlakkig en rustig door zijn neus de lucht die van het lichaam opstijgt naar binnen, om zo zijn slijmvlies maximaal de kans te geven de tantaliserende geur waar te nemen.
“Maak je maar geen zorgen, meisje, als ik straks weer even kan, zul je hebben wat je me vroeg.”
Pas op 6 september kwam Darrin terug van zijn uitwisseling en niemand kon vermoeden dat in de tussentijd 6 nieuwe Satansmoorden plaats zouden vinden, in alle opzichten identiek aan de eerste 3.
Cathal voelde zich met de moord groeien in zijn rol. Negen van de geplande offerandes had hij nu volbracht en hij voelde zich elke keer sterker worden. Nog een paar maanden en dan zou hij zijn taak volbracht hebben.
Hij veroorloofde zich een glimlach. Zijn Heer kon tevreden zijn.
9 - 6 september, Ilperveld
“Gaan jullie maar vast naar huis,” zegt Kevan tegen zijn broer en Aislin als ze Darrin bij zijn terugkomst op Schiphol begroeten, “jullie willen vast wel even samen zijn en ik wil op de universiteit iets opzoeken. Ik neem de
trein wel en een taxi. Tot straks.”
“Wat wil je op gaan zoeken dan?” vraagt Darrin.
“Dat vertel ik wel als ik terug ben. Ik heb een idee over de Satansmoorden dat ik na wil trekken en dat kan ik het best op mijn werkkamer doen omdat ik daar de middelen ervoor heb. Als je het niet erg vindt vertel ik het
wel als ik weer thuis ben. Dan heb ik misschien wat meer zekerheid. Gaan jullie nou maar en maak er een mooie avond van.”
Met een kusje op de wangen van Aislin neemt Kevan afscheid en duikt het traptunneltje in naar het spoor.
Op de terugweg in de auto vertelt Aislin Darrin alles wat ze weet over de Satansmoorden die sinds zijn vertrek zijn gepleegd.
Thuis verspillen Aislin en Darrin geen tijd.
“Ik had geschreven dat ik er voor je zou zijn. Wel, hier ben ik,” zegt Aislin enthousiast als ze de deur binnenstappen. Een Hans–en–Grietjeachtig spoor kledingstukken verraadt even later de weg naar de slaapkamer,
waar ze uitnodigend op het bed gaat liggen. De ogen van Darrin verraden de begeerte van zijn hart. Vanaf de achterkant van het bed kijkt hij naar haar.
“Ik heb je vreselijk gemist Ais. Die flesjes waren ontzettend lief van je, maar als het mag wil ik nu wel weer een keer het verse spul proeven, zoals je beloofde in je brief.”
Met een glimlach denkt Aislin aan de emoticons die ze had verzonnen en onder de brief gezet. Bereidwillig spreidt ze wijd haar benen en toont ze haar nog gesloten pracht. “Ik heb het beloofd en belofte maakt schuld, je
bent van harte welkom.”
Darrin kruipt op haar en begint haar te tongzoenen, liggend op haar lijf. Al snel brengt hij zijn hoofd omlaag, kust zich over haar buik een weg naar beneden en voor het eerst in maanden brengt Darrin zijn hoofd tussen
haar uitnodigend geopende dijen. Hoe lang is dat wel niet geleden!
Alsof hij haar voor het eerst ontdekt, sluit hij zijn mond over Aislins kutje en duwt zijn tong zo ver hij kan naar binnen. Het puntje van zijn tong draait kleine rondjes over de binnenste, vochtige huid en als wat later zijn tong
haar pareltje vindt en dat tussen zijn lippen zuigt, kijkt hij met omhoog gedraaide ogen naar het gezicht van Aislin en ziet haar met gesloten ogen zijn strelingen beleven.
“Je tong heeft het nog niet verleerd, Dar, ik ben zo blij dat je er weer bent.”
Met twee duimen trekt hij voorzichtig de twee kleine schaamlipjes uit elkaar en veegt zijn tong door het glinsterende gleufje ertussen. Zalig om weer bij haar te zijn!
Deel 4. De tussenfase – Kevans intuïtie
’s Avonds laat, wanneer hij weer thuis is, bespreekt Kevan met Aislin en Darrin de vermoedens die hij heeft gekregen en waarvoor hij op de universiteit bevestiging zocht.
“Ais, jullie denken bij de politie toch ook dat de moorden die de laatste maanden plaats hebben gevonden iets met duivelsverering te maken hebben? Vertel me eens nauwkeurig wat jullie tot nu toe ontdekt hebben.”
“Ja, we weten vrijwel zeker dat de moorden met Satanisme te maken hebben. Het getal 666 duidt daar onmiskenbaar op, want dat staat in duivelsverering centraal. Het is het getal van het beest, de duivel. Dat verband
hebben we gelegd, alleen heeft dat helemaal niets opgeleverd. Satanisme op zich hoeft niet tot dit soort wandaden te leiden. Het lijkt hier te gaan om een afwijkende uiting van Satanisme en dat maakt het onderzoek er
niet gemakkelijker op. Op het Internet is genoeg informatie over Satanisme te vinden, maar dat is bijna allemaal redelijk onschuldig en niet zo weerzinwekkend als wat hier gebeurt. Daarom hebben we weinig
aanknopingspunten gevonden tot nu toe. De manier waarop de moorden worden gepleegd is steeds hetzelfde, maar verder is er nauwelijks iets zinnigs over te zeggen. De moorden werden zonder uitzondering op een
religieuze locatie gepleegd. Bij alle moorden werden priemen gebruikt, daar werden de slachtoffers eerst mee gedood en tenslotte ook mee gekruisigd. Verder is het enige dat we hebben kunnen ontdekken, dat er
zowel mannen als vrouwen het slachtoffer zijn en dus is er geen sprake van geslachtsvoorkeur. Ook lijken de slachtoffers willekeurig te zijn gekozen. Niemand kende een van de anderen en er waren geen andere
overeenkomst te vinden ook. Alle slachtoffers woonden in de plaats waar de misdaad werd begaan.”
“Goed,” zegt Kevan, “de samenhang lijkt dus beperkt te blijven tot de MO. Toch denk ik dat er meer aan de hand is en dat er meer logica is dan op het eerste gezicht lijkt. Jullie hebben in mijn ogen te maken met een
georganiseerde moordenaar die niet willekeurig te werk gaat, in tegenstelling tot een opportunistische dader. Dat is tenminste mijn opvatting en vanuit dat standpunt ben ik gaan zoeken naar die verbanden. Dat is wat
ik vanavond gedaan heb.
Kun je de gegevens van de moorden nog een keer chronologisch voor me op een rijtje zetten, Ais?”
“Tuurlijk, wacht, dan pak ik pen en papier.”
Op een vel papier tekent Aislin een tabel en zet daarin enkele gegevens van de moorden die hebben plaatsgevonden.
“Voordat we de lijst bekijken, wil ik allereerst iets kwijt over de teksten die hij schreef,” vervolgt Kevan enthousiast. “Cito fit quod Satani volunt is een parodie op een spreuk van de bekende Romeinse satiricus Gaius
Petronius Arbiter. De normale spreuk is ‘Cito fit quod dii volunt,’ en betekent ‘wat de goden willen komt snel.’ Onze moordenaar heeft dus Goden vervangen door Satan. Op het Internet en in woordenboeken heb ik
nergens een verband kunnen vinden met Satanisme en daarom vermoed ik dat onze moordenaar aan waandenkbeelden lijdt. Misschien hebben we te maken met een soort godsdienstwaanzinnige die ervan overtuigd
is dat hij een ritueel moet uitvoeren, opdat bij vervolmaking van het ritueel Satan daadwerkelijk op aarde zal verschijnen. Daar duidt ook de tekst ‘aut Satan, aut nihil’ op.
Je moet niet vergeten dat een dergelijke gestoorde moordenaar een irrationele gedachte erop na houdt en dat hij er heel goed van overtuigd kan zijn dat de duivel hem dit werk heeft opgedragen. Ook onder andere
religieusextremisten komen we dit soort psychologische waanvoorstellingen tegen. Daar zijn tientallen voorbeelden van. Het kan overigens ook een vrouw zijn die deze moorden pleegt!
Als het inderdaad een ritueel is dat hij uitvoert, moet daar systeem in zitten, dat is nu eenmaal het kenmerk van een ritueel.
Als ik die aanname doortrek, kan de conclusie niet anders zijn dan dat er veel meer samenhang tussen de moorden moet zijn dan wat we tot nu toe zien. Ik moest dus zoeken naar meer verbanden.
Kijk nu maar eens goed naar je lijstje.”
Voor hij verdergaat met zijn betoog, schenkt Kevan een glaasje wijn voor hen in en geeft hen daarmee de tijd de lijst nauwkeurig te bestuderen.
Met in hun achterhoofd de overtuiging dat Kevan vast en zeker die gezochte verbanden moet hebben gevonden, anders had hij niet zo triomfantelijk geklonken, bekijken Darrin en Aislin de lijst.
“Goed” vervolgt Kevan, “zoals ik al zei, geloofde ik niet dat de moordenaar op de bonnefooi bezig was. Ik ben ervan overtuigd geraakt dat er een systeem in de moorden zit en wij hebben de opdracht dat systeem te
ontdekken. Als je deze lijst zo ziet, dan lijkt het er echter op dat de moorden volstrekt willekeurig hebben plaatsgevonden, maar is dat ook zo?”
Kevan houdt er van de spanning op te voeren door heel eventjes te wachten voor hij verder gaat, maar Aislin is hem voor.
“Aan de data zie ik niets bijzonders,” zegt Aislin, “en aan de plaatsnamen ook niet ….hoewel!” Opeens gaat haar een lichtje op. “Verrek, je hebt gelijk geloof ik! Zijn het niet allemaal hoofdsteden van de provincies?”
“Heel goed, Ais. Dat zijn het inderdaad. De dader heeft bij geen enkele moord ook maar de geringste moeite gedaan zijn daad te verhullen, integendeel. Dat hij ze uitvoert in de provinciehoofdsteden is vast geen toeval
en om daar een verklaring voor te vinden ben ik een beetje aan het speculeren geslagen.
Door het tableau waarop hij de doden achterlaat, lijkt het er op dat de dader de wereld wil laten zien waarmee hij bezig is. Dat bereik je het best met een brede publiciteit en daarvoor is die enscenering bedoeld. Die
‘expositie’ van de lijken garandeert hem bijna volop publiciteit.
Met de hoofdsteden bereikt hij de grootst mogelijke geografische spreiding over het land en als je publiciteit wil, dan neem je voor je daden natuurlijk niet een of ander onbeduidend dorpje of stadje, maar ga je voor het
maximale effect en kies je voor de hoofdsteden van de provincies. Daar verschijnen de grootste regionale kranten en heel vaak is daar de regionale tv of radio gehuisvest. Je PR heb je daarmee vlak bij de hand!
Wat opvalt, is dat niet alle hoofdsteden op je lijst staan. Heb je door wat dat kan betekenen, Ais?”
Een koud gevoel trekt door Aislin als ze de redenering van Kevan volgt en daar de enig logische conclusie uit trekt.
“Ja. Dan hebben we nog niet de laatste moord gehad. Er zullen er nog 3 volgen in de hoofdsteden die nog niet aan de beurt geweest zijn. Daar kunnen we iets mee, al zal het nog lastig genoeg zijn om uit te vinden waar
de volgende moord gaat plaatsvinden.”
“Is dat zo? Dat kon nog weleens makkelijker zijn dan je op het eerste gezicht denkt.” Dit keer is het Darrin die spreekt. “Je hebt het ook gezien hè, Kev?”
Kevan knikt.
“Inderdaad. Er is nog iets bijzonders met die rij aan de hand. Kijk nog eens goed, Ais.”
Hoe ze de lijst met plaatsnamen ook bekijkt, Aislin ontdekt niet wat er verder nog voor bijzonders aan de rij te zien is.
“Kijk eens naar de beginletters” tipt Darrin haar, en dan ziet ze het.
“Jezus, het is een lijst in alfabetische volgorde, weliswaar omgekeerd, maar toch! Hoe bestaat het.”
“Jezus is een passende uitdrukking in dit verband Ais en inderdaad is dat het tweede bijzondere aan de plaatsnamen. Uiteraard pleeg je de moorden niet van A naar Z, volgens het alfabet, maar juist andersom, als om
het tegendraadse van je plannen te benadrukken.”
“Maar dat betekent dat de volgende moord gaat plaatsvinden in, even denken, wat hebben we nog niet gehad: Drenthe, dat is Assen, Arnhem in Gelderland en Groningen. Groningen dus!”
Aislin springt op en kust Kevan vol op de mond. “Kevan, wat goed van je. Oh, wacht maar tot mijn collega’s dit horen, wat zullen ze jaloers zij.”
Kevan tovert een brede glimlach op zijn gezicht en vervolgt: “Ze zullen nog veel jaloerser worden, want ik heb nog meer voor je dat je ze kunt vertellen. Kijk nog eens naar de lijst en nu naar de locaties waar de moorden
hebben plaatsgevonden.”
Ingespannen bestuderen Darrin en Aislin de locaties op de lijst.
“Het zijn allemaal plekken met een religieus karakter, maar meer kan ik er niet in ontdekken.” zegt Aislin na een tijdje.
“En ik ook niet” valt Darrin haar bij, “volgens mij is er geen verband.”
“Heel goed opgemerkt van jullie. Daar zit het hem nu juist in! De samenhang tussen al die locaties is nu juist dat er geen verband is. Zien jullie dat dan niet? De moordenaar heeft vast en zeker bewust diverse locaties
van steeds een andere religieuze overtuiging uitgezocht. Volgens mij betekent dit, dat hij geen onderscheid maakt tussen de verschillende geloofsovertuigingen en dat ze voor hem allemaal een pot nat zijn, elk een
belemmering voor de terugkeer van de duivel. Dat is mijn gevolgtrekking hieruit. De duivel is de vijand van alle gelovigen! Hij pleegt moorden bij de Protestanten, de Remonstranten, Katholieken, Islamieten, noem maar
op. En ook niet per se in kerken. Hij maakt geen onderscheid naar geloof.”
“Het kan zijn dat je gelijk hebt, Kev, maar dat maakt het zoeken naar hem alleen maar moeilijker. Dat gaat de politie heel wat patrouille-uurtjes kosten. Het had beter geweest als hij zich beperkt had.”
Heel lang erover na te denken wat dit aan politie-inzet zal gaan kosten hoeft Aislin niet en ook de gevolgtrekking daaruit springt direct in het oog. “We kunnen nooit alle kerken en andere religieuze plaatsen in Groningen
al die tijd bewaken en zo de volgende moord voorkomen. Shit, dat is wel heel sneu.”
“Daar heb je gelijk in, ja, maar het is niet anders. Overigens ben ik nog niet klaar met de lijst. Ik heb nog iets interessants voor jullie.”
“Nog iets? Waar dan?”
“Kijk maar eens goed naar de namen van de slachtoffers, Dar. Valt je daar niet iets aan op?”
Voor de derde keer kijken Darrin en Aislin de lijst door, dit keer de namen.
“Beats me” fluistert Darrin zachtjes en hij schudt zijn hoofd, voordat Aislin een kreetje slaakt.
“Het is niet te geloven. Kijk eens naar de voornamen Dar! ”
Darrin bestudeerd de voornamen nauwlettend. Hij telt de letters, kijkt naar de beginletters, zoekt naar andere overeenkomsten, maar pas als hij net wil zeggen dat hij niets kan ontdekken, begint het te dagen.
“Halleluja! Dat kan toch niet waar zijn! Het zijn allemaal palindromen! Wat heeft dat nou weer te betekenen?”
Kevan lacht breeduit als hij zegt “Inderdaad, het zijn palindromen. Alle voornamen kun je op een normale manier lezen, van links naar rechts, maar ook van achter naar voor en desondanks blijft de naam hetzelfde. Jullie
denken toch niet dat dit toeval is, hè? Dit opvallende gegeven aan de namen was het allereerste wat me opviel en dat me op het idee bracht dat er systeem in de moorden zat.”
“Natuurlijk is dat geen toeval,” zegt Darrin. “Met de kansberekening kan ik zo voor je uitrekenen dat de kans op een dergelijk toeval astronomisch klein en dus verwaarloosbaar is. Nee, hier is geen sprake van toeval.
Maar waarom zulke namen dan?”
“Ik kan twee redenen bedenken waarom. Het meest voor de hand liggend lijkt mij, dat het samenhangt met de symmetrie die de moordenaar zoekt en die ook uit de plaatsnamen blijkt. Het maakt een integraal deel uit
van zijn ritueel. Die symmetrie komt ook tot uitdrukking in het getal 666 dat op de handen geschreven staat. 666 is een palindroomgetal en het kan best zijn dat de moordenaar dit met zijn verwrongen geest als een
belangrijk teken ziet en daarom mensen uitzoekt met een voornaam die ook omkeerbaar is. Bovendien herken ik nog een palindroom dat volgens mij een teken van de moordenaar is. Welk jaar is het?”
“2002, ook al omkeerbaar zonder dat het veranderd!”
“Precies Ais, 2002. Volgens mij absoluut niet toevallig het jaar waarin deze moorden plaatsvinden.”
“De tweede reden die ik kon verzinnen verwijst naar het Jodendom. Het Joodse volk beschouwt zichzelf als het uitverkoren volk en hebben daardoor, naar eigen zeggen, een bijzondere band met God. Ze geloven in de
komst van de Messias, die Gods koninkrijk op aarde zal brengen. Als ik gelijk heb met mijn interpretatie van de door hem gebruikte Latijnse spreuken, dan botst die komst met het doel van de moordenaar.
Het Joodse schrift wordt van rechts naar links geschreven en gelezen. Misschien wil de moordenaar daarom voornamen die zowel van links naar rechts, als van rechts naar links gelezen kunnen worden. Maar ik geef
graag toe dat dit misschien wat ver gezocht is.”
“Voor mij klinkt het even geloofwaardig als dat vorige. Heb je soms nog meer Kev?” vraagt Darrin dan.
“Nog een opvallend ding. Dat heeft ook met die namen te maken. De eerste moord betrof een man. De tweede een vrouw, dan weer een man, een vrouw, enzovoorts. Als ik me niet heel sterk vergis heeft hij een vaste
volgorde die hij aanhoudt, al ben ik niet helemaal zeker van de namen Odo, Sus en Pop. Maar dat kun jij ons wel vertellen Ais.”
“Het klopt Kev. Odo was een man en Pop en Sus vrouwen. Heb je ook een theorie over wat dat betekent?”
“Voorlopig niet. Ik heb daar lang over na lopen denken, wat ik wel weet is dat de kans dat deze volgorde toevallig tot stand is gekomen weliswaar groter is dan de kans op omkeerbare voornamen, maar volgens mij nog
altijd erg klein. Aangezien de moordenaar georganiseerd te werk lijkt te gaan, ga ik er vanuit dat er geen sprake is van willekeur, maar dat deze volgorde een bepaalde betekenis heeft. Als we die te weten komen, dan
zijn we misschien weer een stapje dichter bij de oplossing. Gezien onze eerdere constateringen geloof ik wel dat de geslachtvolgorde waarin de moorden plaatsvinden ook een bijbelse achtergrond moet hebben.
Nou, dit was het wel wat ik heb uitgedokterd. Denk je dat je hier iets mee kunt Ais?”
Aislin staat op en slaat haar handen om het gezicht van Kevan.
“Geweldig Kev, natuurlijk kunnen we er iets mee. Maandag zal ik het direct in het teamoverleg gooien en dan gaan we ongetwijfeld kijken hoe we de volgende moord kunnen voorkomen. Je bent super. Wil je niet ook bij
de politie komen werken?
Op het moment dat ze dit zei, kon Aislin niet weten dat de volgende moord al plaats zou vinden voordat ze de kans kreeg haar collega’s op de hoogte te brengen. Het gebeurde twee dagen later: op zondag 8
september. En het gebeurde daar waar ze wisten dat het zou gebeuren; in Groningen, in het Boeddhistisch Centrum.
Dit keer heette het slachtoffer Ada Schaarsma, een 67-jarige vrouw uit de binnenstad van Groningen.
“Gaan jullie mee naar bed, jongens? Het is al half twee en aangezien het lang geleden is dat ik jullie samen in mijn bed had, wil ik absoluut met jullie vrijen. Ik hoop niet dat jullie slaap hebben, want jullie hebben nog een
hoop te doen vannacht.”
Na het douchen, amper een half uurtje later, zit Aislin op handen en knieën op het bed met de knoertharde penis van Kevan op zijn hondjes tussen haar schaamlippen. Darrin zit op zijn knieën voor haar, zijn stijve
knuppel recht overeind. Terwijl Aislin met grote ogen toekijkt, schuift hij de voorhuid terug over de schacht en legt hij de glimmende eikel voor haar bloot. Dan plaatst hij zijn vingertoppen tegen de zijkant van haar
schedel, vingers gespreid en met de handpalmen over de oren, en leidt haar mond tot voor zijn kloppende paal. Gebiologeerd door de erotische schoonheid van de grote, roze knop opent Aislin haar lippen. De dierlijke
aantrekkingskracht van het orgaan trekt haar onweerstaanbaar lager en als haar mond de bobbel omsluit, zuigt ze zich gretig over de harde vleesstaaf heen, zo ver als het ding naar binnen kan. Darrin hoeft geen enkele
moeite te doen zijn eikel tot achter in haar keel te krijgen.
Zo wordt Aislin aan beide kanten tot diep in haar lichaam gevuld met mannenorgaan. Wat ze vroeg, dat kan ze krijgen, vinden de jongens!
Alsof het zo afgesproken is, wisselen Kevan en Darrin regelmatig van plaats, zodat eerst Kevan in haar oververhitte gleufje pookt en dan weer Darrin. In haar mond gaat het precies andersom: na Darrin schuift Kevan
zijn stijve over de warme tong naar achteren en zo ontvangt Aislin afwisselend de beide broers in haar keel, kokhalzend als een keiharde eikel haar achterste keelwand raakt.
Aislin krijgt die nacht meer dan haar deel aan sperma wanneer Kevan na zich lang ingehouden te hebben uiteindelijk de vulling van zijn zak in haar keel uitstort. Elke golf sperma achterin haar keel veroorzaakt een niet te
controleren slikreflex. Vier maal voelt ze zijn sperma spuiten en als ze het stroperige goedje heeft doorgeslikt, komt dat van Darrin er nog eens bovenop.
Met Aislin nog op haar knieën, nahikkend van de overvloed aan sperma dat ze heeft moeten verwerken en langs haar slokdarmwand richting maag glijdt, werpen de broers zich met hun mond en vingers op de twee
holten van haar onderlijf en vingeren en beffen haar tot een geweldig orgasme. Voor Darrin is het de tweede keer die nacht dat hij het warme vaginavocht op zijn tong proeft.
10 - Oktober en november
Op 8 oktober werd in Assen in de Moluks Evangelische Kerk Ebbe Veenstra vermoord aangetroffen en op 13 november, bij de 12 e moord een Marokkaanse vrouw: Afifa Benthouhaleb, zoals verwacht in Arnhem, in
de Sint Martinuskerk.
Het was verlopen zoals hij wist dat het zou verlopen. Bijna was hij in Assen in de problemen geraakt, maar Baphomet had hem beschermd, zoals in zijn droom aan hem geopenbaard.
Geen aards wezen kon hem iets maken, zolang zijn Heer hem beschermde. Dat idee gaf hem oneindig veel zelfvertrouwen, zeker nu zijn Heer deze bescherming in Assen bewezen had door hem op het laatste moment,
vlak voor hij gevonden zou worden, die schuilplaats te wijzen. Nog eenmaal, het laatste ritueel, en dan was het zover: Satan zou op aarde herverschijnen en opeisen wat het Zijne was.
Cathal voelde zich reusachtig trots.

Zaterdag 2 maart
|
's-Gravenhage
|
Hannah van Doornspijk
|
Moskee El Mouahedin
|
Zaterdag 30 maart
|
Middelburg
|
Odo de Jong
|
Synagoge
|
Dinsdag 23 april
|
Maastricht
|
Sus van de Berg
|
Kapelletje langs weg
|
Vrijdag 31 mei
|
Lelystad
|
Reinier Baars
|
Kerk 7e dagsadventisten
|
Zondag 30 juni
|
Leeuwarden
|
Pop Klarenbeek
|
Parkkerk
|
Zondag 11 augustus
|
Haarlem
|
Otto Niemeijer
|
Remonstrantse gemeente
|
|

Hoi lieverd,
Als je dit leest zit je al in het vliegtuig en ben je onbereikbaar voor me. Ik wil je laten zien
hoeveel ik van je ben gaan houden de afgelopen maanden. Zoveel, dat ik je nu al mis.
Ik zal je stem missen en je aanraking als ik wakker word in ons bed. Je mannelijke geur
wanneer je met me vrijt.
Je zal al die tijd die je niet bij me bent in mijn gedachten zijn en als je terugkomt zal ik er
voor je zijn.
Ik neem aan dat je zo gauw je de kans ervoor kreeg dit pakje hebt opengemaakt, maar
voor je verder gaat met uitpakken is het raadzaam de afzondering van een toilet of zo op
te zoeken. Je zult er geen spijt van krijgen.
Heel veel :)~~(:
Aislin

Ben je alleen? Dan kun je nu de rest bekijken en ……..
Zoals ik aan jou zal denken in de lange maanden die je ver van me weg bent, hoop ik
dat jij aan mij zult denken, het meisje dat zoveel om je geeft. Ik weet dat je wat dat betreft
anders bent dan Kevan, maar dat is niet erg. Jullie vullen elkaar heel goed aan. Ik hou
van je omdat je bent zoals je bent, zoals ik van Kevan hou om wie hij is. Om me niet te
vergeten geef ik je wat persoonlijke dingen van me mee. Ik hoop dat je zoveel om me
geeft dat je ze een goede plaats zult geven.
t BH’tje en het broekje heb je nog niet zolang geleden voor me gekocht en nu krijg je
het van me terug. Ik heb het de hele dag gedragen en het pas uitgetrokken op het toilet
vlak voor je wegging. Je mag ermee doen wat je wilt, misschien bij je dragen, zodat je
weet dat ik altijd bij je zal zijn. Op de foto die erbij zit kun je me het zien dragen. Die foto
heb ik zelf genomen en je bent de enige die deze foto ooit gezien heeft. Het is allemaal
voor jou.

Behalve mijn behaatje en mijn broekje heb ik nog iets heel speciaals voor je. Zie je die
kleine flesjes?
Eerst wilde ik je een flesje meegeven van het parfum dat ik altijd gebruik. Als je dat
ergens op je kamer neerzet, of een klein beetje ergens op je lijf doet, dan zou de geur je
als het goed is altijd aan me hebben doen denken. Dat vond ik echter niet voldoende, ik
wilde iets heel speciaals aan je meegeven. Ik hoop dat je dat wat er nu in de flesjes zit
nog persoonlijker vind. Het heeft me heel wat moeite gekost het voor je te verzamelen.
Alle flesjes zijn luchtdicht afgesloten en als je er een openmaakt, kun je de inhoud niet
lang bewaren. Je hebt maar kort de tijd ervan te genieten (ik hoop tenminste dat je dat
doet!) Ik heb het meest eigen parfum van mezelf in de flesjes gedaan, het geurtje
waarvan ik weet dat jij en je broer het zo heerlijk vinden ruiken. Dat hebben jullie vaak
genoeg gezegd. Iets dat meer van mezelf is kan ik je niet geven.
Blijf alsjeblieft altijd van me houden. Ik tel de dagen af tot je terug bent en dan …..
|o- - -| :)~~(: :)~~(: :)~~(: o--<~(: o--!<~(:
Aislin
Satansjaar, in den beginne...