Al vanaf het moment dat ik de winkelstraat betrad, voelde ik me ongemakkelijk.
Bijna lijfelijk werd ik gewaar dat iemand me begluurde.
Ik struinde die ochtend langs de etalages van de kledingboetiekjes in de straten van de stad, voordat ik naar de vergadering van de Raad van Bestuur zou gaan om die toe te spreken. De rapportage over de financiële
resultaten van het bedrijf waar ik de functie directeur Financiën bekleed, had ik de avond ervoor gereedgemaakt en ik wist exact wat ik zou gaan rapporteren.
Alle cijfers uit mijn rapportage kende ik uit mijn hoofd. Ik was op de hoogte van alle ins and outs van onze financiële handel en wandel en kende feilloos elke mogelijke valkuil die in de brij van getallen verscholen lag. En
ik wist hoe ik die moest omzeilen of hoe ik die kon verklaren.
Geen van de ‘Hoge Heren’ zou me op wat voor tekortkoming dan ook betrappen.
Het bedrijf had schitterende resultaten behaald dat afgelopen kwartaal en ik zag ernaar uit deze cijfers te kunnen presenteren. Nyenrode kon trots zijn op wat ik al op jeugdige leeftijd bereikt had.
Zes jaar daarvoor had ik daar mijn masterstudie afgerond, met aansluitend het post-Master Controllers Programme (RC).
De jurk die ik droeg was een design van Mart Visser, met bijpassende pumps. Alles haalde ik uit de kast om maar zoveel mogelijk indruk op de bestuursleden te maken.
Mijn ambities reiken namelijk beduidend verder dan mijn huidige positie. Eens zou ik als eerste vrouw deel uitmaken van dezelfde Raad van Bestuur.
Voorlopig echter verblijdde ik mij met het rondje langs de chique boetiekjes.
Mijn notebook met de presentatie liet ik in de auto liggen, die kon ik na het shoppen oppikken. Alleen mijn handgeschilderde Anuschka-tas met de kleuren die matchen met mijn jurk, hing ik over mijn schouder. Dat is
mijn tas met vrouwelijke essentials.
De rode Mercedes Sport Cabrio liet ik achter in de bewaakte parkeergarage van het hoofdgebouw waar ik verwacht werd en omdat ik vroeg was kon ik best nog een uurtje etalagehoppen. Ik had niet de intentie iets
aan te schaffen, maar met mij in de stad weet je dat nooit!
Het gevoel dat ik werd gadegeslagen bekroop me al voordat ik de espressobar aan het begin van de straat binnenstapte.
Gezeten aan mijn tafeltje keek ik discreet om me heen om te zien of er een reële basis voor mijn gevoel was, maar in de bar kon ik geen in aanmerking komend personage ontdekken.
Het gevoel bleef aan me knagen, terwijl ik de winkelstraat op mijn hoge hakken doorklikte.
Ik gebruikte de spiegeling van de etalageruiten om de omgeving te observeren, maar het lukte me niet iemand te ontwaren die een opvallende belangstelling voor me aan de dag legde.
Op het zebrapad naar de boetiekjes aan de overkant van de weg lette ik niet goed op en verzonken in gedachten botste ik tegen een andere voetganger op. Een forse man was het.
Nukkig keek ik omhoog, in een paar van de donkerste ogen die ik ooit zag.
“Sorry.”
Een diepe basstem verontschuldigde zich. Meer zei hij niet voor hij doorliep en me finaal in verwarring achterliet, midden op de rijbaan.
Ik keek over mijn schouder en zag hem lopen, naar de kant vanwaar ik kwam. Op het trottoir draaide hij zich om en keek doordringend naar me, een niet mis te verstane uitdrukking op zijn gezicht.
Zijn ogen namen me van top tot teen op.
Onder zijn taxerende blik voelde ik me een object dat bewonderd, begeerd werd.
Dat was onbekend voor me. Mijn wangen kleurden en ik was er zeker van dat hij dat opmerkte.
Een auto toeterde en ik rukte me los van het beeld van de man en repte me naar de winkeltjes aan de overzijde.
Intuïtief daagde het me dat hij het moest zijn die me al die tijd had aangestaard.
Ondersteboven van wat die botsing bij me teweeg had gebracht schoot ik Bottiga Belladonna binnen, nam zonder te kijken een kledingstuk van een rek en liep regelrecht een paskamer in, onthutst.
Hijgend van een onbegrijpelijke emotie ging ik op het krukje zitten en keek in de spiegel verwonderd naar mezelf.
Was ik dat, in dat spiegelbeeld?
Die intelligente, jonggetrouwde vrouw? Zo zelfbewust, modern en zakelijk? Zo opeens volkomen verward door een botsing met een man met van die bijzondere ogen?
Ik hyperventileerde bijna van de schok die dat plotse rendez-vous me bezorgde. Ik had me al heel lang niet meer zo nerveus, zo meisjesachtig gevoeld.
Gedachteloos frummelde ik aan mijn haar - onzeker overspronggedrag - en greep naar het kledingstuk, dat sowieso te groot voor me was.
Op het moment dat ik mijn arm er naar uitstak, werd het gordijntje opzij geschoven.
De man stapte het kleedhokje binnen, keek me onbewogen aan en schoof het gordijntje achter zich dicht.
Verwarde, donkerbruine haren krulden speels lang langs een hoekig gezicht. Volle lippen omsloten een brede mond met regelmatige tanden - en die ogen!
Gitzwart leken ze en er speelde een lachduiveltje in.
Niet dat hij lachte, hij knipperde niet eens met zijn ogen en overdonderde mijn gevoelens door me onbetamelijk lang en strak aan te kijken. Het was alsof hij zich in mijn hoofd wurmde om mijn gedachten te peilen.
Onheilspellend voelde dat aan, vooral omdat ik niet de idee had dat ik me ertegen kon wapenen waardoor mijn ziel en zaligheid voor hem open en bloot kwam te liggen.
“Wat wil je? Ga weg, je mag hier niet komen” fluisterde ik hees. “Het is hier alleen voor dames.”
De woorden die ik zei waren de juiste, maar het timbre waarmee ik ze uitsprak logenstrafte de inhoud.
Hij antwoordde niet en bleef me aankijken met die indringende ogen.
Zijn gezicht had de gezonde bruine teint van iemand die vaak in de buitenlucht verkeert. Hoe oud zou hij zijn? 35? Begin 40?
“Moet ik om hulp roepen?” probeerde ik nog, maar ik wist terwijl ik dat zei, dat ik dat niet zou doen.
“Geef me je slipje” antwoordde hij beheerst. Het was een bevel, maar voelde aan als een vraag.
“Pardon?” flapte ik eruit, volkomen van mijn stuk door de ridicule woorden.
Hoe durfde hij, la canaille!
“Geef me je slipje” herhaalde hij koel en hield een hand op.
Er lag geen dreiging in die stem besloten, meer nog dan zonet kwam het over als een verzoek.
Kon ik het weigeren?
Natuurlijk kon ik weigeren! De vraag was: wilde ik weigeren? Ik, die flegmatieke vrouw die ik mezelf voorhield die ik was?
Ik raakte danig onder de indruk van de man, die een nonchalante vanzelfsprekendheid uitstraalde die me ongewoon beïnvloedde. Ik had nee kunnen zeggen, maar deed het niet en met elke seconde die voorbij tikte
vervlood de kans die ik daarvoor had.
“Waarom?”
Het kwam er te zacht en onzeker uit.
Mijn weerstand smolt met elk woord dat ik uitte.
De man sloot ongedurig zijn ogen en opende ze weer: “Geef me je slipje!”
De woorden klonken minstens zo gedecideerd als voorheen.
Waarom ik deed wat hij me opdroeg?
Ik heb er nog steeds geen verklaring voor, maar terwijl ik hem aan bleef kijken, bukte ik me en stroopte de roodzijden tangaslip van mijn heupen, over mijn enkels en pumps, en reikte het hem aan.
Met een lachrimpel van voldoening rond zijn mond staarde de man naar het glimmende niemendalletje, legde het zo op zijn hand dat het kruisje open in de handpalm lag en bracht het naar zijn gezicht.
Elke beweging die hij maakte was efficiënt en vervuld van oneindig zelfvertrouwen. In alles wat hij deed en zei straalde hij een hypnotiserende, innerlijke kracht uit.
Met zijn neus tegen de binnenkant van het kruisje snoof hij diep mijn intiemste lichaamsgeur op.
De stof moest met het parfum van mijn vagina doordrenkt zijn en na een wellustig trage lik over de binnenkant van de stof liet hij zijn hand zakken en propte mijn slipje in zijn broekzak.
Vraiment dégoûtant, cochon-toi!**
Dat broekje ben ik kwijt, bedacht ik me, geschokt, maar ook gefascineerd door het liederlijke gedrag van de man.
Ik wist zeker dat ik mijn echtgenoot dit nooit zou zien doen. Het zou niet in zijn hoofd opkomen.
Onze seks was goed, zeker, en rechttoe rechtaan. Hij deed nooit vreemde dingen in de tien jaar dat ik het bed met hem deelde. Hij besteedt altijd veel aandacht aan me als we vrijen en laat me altijd klaarkomen en daar
heb ik genoeg aan. Ik hou van hem.
Zoiets als dit had ik echter nog nooit meegemaakt.
Soms las ik in de glossy’s die populaire onderzoeken naar de seksuele voorkeuren van vrouwen en wat mannen lekker vinden in bed, maar het was nooit in mijn hoofd opgekomen om de dingen die daarin beschreven
stonden uit te proberen. Ik was ervan overtuigd dat mijn man dat niet zou appreciëren en wenste ik het eigenlijk zelf wel?
Dat wat daar zo expliciet benoemd werd paste niet bij onze houding ten aanzien van geslachtsgemeenschap en liefde. Zo waren wij niet opgevoed.
Het leek zo … vulgair.
Die dingen deden ze misschien in andere lagen van de maatschappij en in pornografische films, maar niet in de upper class. Niet in onze wereld.
En dan opeens dit.
Onthutsend of niet, ik kon niet ontkennen dat het air van de man me opwond.
En toen sprak hij weer met die donkere stem.
“Blijf hier op me wachten.”
Als een schoolkind dat zich door de meester laat vertellen hoe het zich moet gedragen, verroerde ik me niet tot hij na luttele minuten terugkwam.
Met een gestrekte arm hield hij een knaapje omhoog waaraan een zomers jurkje hing.
“Trek dit aan. Draag dit vandaag.”
Elke zin niet meer dan een paar stellige woorden.
Als ik het jurkje aanpakte kon ik echt niet meer terug, want het betekende dat ik me moest ontkleden. Maar voelde ik me wel in staat niet aan zijn verzoek te voldoen?
Ik was al zover heen, dat hij meer en meer de regels van het spel bepaalde.
Met rechts nam ik het hangertje over en toen hij geen aanstalten maakte het pashok te verlaten, wist ik dat hij erbij wilde toekijken. Nog nooit had een andere man dan mijn echtgenoot mijn evakostuum aanschouwd,
maar ik wist dat het hier, in dit petieterige hokje, ging gebeuren.
Ontdaan door mijn eigen volgzaamheid trok ik de Mart Visser over mijn hoofd. Ik wist dat de man naar mijn schaamhaar zou kijken en dat toen de stof over mijn behaatje gleed mijn borsten aan de beurt zouden zijn.
“Je bent mooi”, hoorde ik, gedempt door de stof over mijn oren.
Ik kleurde opnieuw, en hief mijn armen hoog om zijn jurkje over mijn hoofd te laten glijden.
“Nee, zonder beha!”
Er was allang geen weg meer terug en dociel deed ik wat hij me opdroeg.
Ik haakte de sluiting van de beha open en liet deze van mijn armen glijden, op mijn dure jurk op de grond.
“Lekker stevige tietjes”, zei hij bewonderend voor ik snel zijn jurkje aantrok en mijn naaktheid ermee bedekte. Wat een taal bezigde hij. Affreus!
Het jurkje zat me als gegoten.
Het viel om me heen alsof ik het zelf had uitgezocht.
De man had weet van vrouwen en had mijn maat volmaakt ingeschat!
Twee spaghettibandjes over de schouders hielden de soepele stof op zijn plaats.
Een breed decolleté toonde de bovenzijde van mijn borsten en de kloof ertussen, terwijl de zoom nauwelijks op mijn dijen viel en maar net mijn billen en schaamstreek bedekte.
Het was meer een jurkje voor een tiener dan voor een dame van mijn leeftijd en ik voelde me er niet erg in thuis, hoewel het goed rond mijn ranke figuur paste.
De stof verried de opwinding die zich van me meester maakte doordat mijn tepels brutaal zichtbaar in de stof priemden. Het lichtelastische textiel spande strak om mijn huid en accentueerde al mijn vormen.
Ik voelde me ongemakkelijk onder zijn keurende blik, want ik wist dat vrijwel niets van deze vormen verborgen bleef voor deze intense man.
En wat hij toen zei was the bloody limit!
“Vandaag is je kut van mij.”
Shocking!?
Ik wist niet wat ik hoorde.
Er zat nog steeds geen dwang in zijn woorden.
Hij uitte een constatering, een fait accompli, alsof het ondenkbaar was dat het ooit anders zou kunnen zijn.
De woorden troffen me als een klap in mijn gezicht. Het was bepaald niet het Gooise vocabulaire waarvan buitenstaanders zeggen dat ik en mijn echtgenoot ons bedienen en die in onze kringen usance is.
Ik had mijn echtgenoot nooit kut horen zeggen. Sowieso gebruikt hij nooit schuttingtaal. Gevoel voor decorum kun je hem absoluut niet ontzeggen.
Als we al over ons geslachtsdeel spreken, en dat zijn woorden die we bijna nooit in onze mond nemen, dan spreken we van vagina en penis. En dan nu die onverbloemde woorden uit de mond van een onbekende man:
“Vandaag is je kut van mij!”
Het schaamrood bloeide op tot achter in mijn nek, maar in weerwil van mezelf protesteerde ik niet. Ik dorst het niet te zeggen. Ik raakte verloren, stond op het punt mezelf aan een vreemde over te leveren. Mijn
rationaliteit verdampte, maakte plaats voor horigheid.
Met een enkele stap kwam hij pal voor me staan en ik rook zijn adem, zijn lichaamsgeur.
Zelfs op mijn hakken was hij ruim een kop groter dan ik en als bedwelmd onderging ik zijn overweldigende tegenwoordigheid.
Eenendertig jaar oud ben je, tut hola, dacht ik, met een topfunctie. Ik voelde me echter een bakvis, gefixeerd door de attenties van een oudere man.
Word wakker, tuttebel!
Hij legde zijn hand tussen mijn benen op de voorkant van het jurkje en duwde door de stof heen mijn schaamhaar plat, de vingers naar beneden.
“Zeg me dat je kut aan mij behoort vandaag.”
Twee gedachtespinsels vochten in mijn hoofd om voorrang: een engel die me waarschuwde en me op mijn geweten wees, en een oeroude demon die me passie en avontuur beloofde.
Als er ergens in het halve uur sinds ik hem ontmoette een moment was waarop ik van deze dwaling terug kon keren, dan was dit het laatste, toen er nog geen onherstelbare schade was aangericht.
Willoos – nee, dat was het niet, want ik had wel degelijk iets te willen, ik kon het alleen niet gezegd krijgen, ik was vooral perplex - en in de ban van mijn geilheid, capituleerde ik.
“Vandaag is mijn kut van jou” deed de demon me verzuchten.
Toen voelde ik een vinger bij me binnen dringen.
De drempel was geslecht.
Met zijn gezicht vlak voor me en ogen die onmetelijk diep in de mijne keken, bleef hij staan. Minutenlang bleef de vinger in me zitten, bewegingloos, voor hij hem uit me haalde, hem naar zijn lippen bracht en in zijn mond
schoof. Met een onbewogen gezicht zoog hij de vinger schoon.
“Je bent mooi en je kut smaakt naar véél meer.”
De klemtoon lag nadrukkelijk op de laatste woorden.
Ik schaamde me dood. Niemand had ooit zoiets bij me gedaan. Alleen mijn huisarts en mijn gynaecoloog hadden ooit, met latex handschoenen aan, mijn vagina gepalpeerd en hier stond ik, in een pashokje van een
winkel met een volslagen vreemde die een onbeschermde vinger tussen mijn schaamlippen stak en die vinger ook nog eens verlekkerd aflebberde.
Verdwaasd was ik en totaal mezelf niet meer en de contradictie zat daarin, dat ik me vreemd opgelaten en opgewonden voelde.
De man draaide zich om, schoof het gordijntje van de paskamer open en wenkte me met zijn hoofd hem te volgen.
Snel griste ik de peperdure jurk die ik zo achteloos op de grond had laten vallen, mijn Anuschka en het behaatje bij elkaar en volgde hem slaafs richting de kassa.
“Krijg ik mijn broekje niet terug?” hijgde ik in zijn oor, terwijl ik achter hem aan beende.
Zonder te antwoorden liep de man door en bij de kassa sprak hij de juffrouw aan.
“Mevrouw houdt deze jurk aan” hoorde ik hem zeggen terwijl hij naar me wees. “En heeft u een schaar? Dan kan ik het prijskaartje eraf knippen.”
Het jurkje werd contant betaald en zonder verder aandacht aan me te besteden liep hij de winkel uit. Ik liep erachteraan.
Als door een onzichtbare kracht met hem verbonden volgde ik de man een paar straten op de voet, tot we bij een huis met een verveloze deur uitkwamen, die hij opende.
Wind woei tussen mijn dijen door, frisjes, niet tegengehouden door wat voor stof dan ook.
“Ga naar boven.”
Naderhand heb ik me met regelmaat afgevraagd of ik alles wat die dag gebeurde, niet gedroomd heb.
Dan keek ik in mijn garderobe en vond daar het jurkje, hangend op een knaapje. Dat gaf me terstond de zekerheid dat het nooit een droom, maar realiteit is geweest.
Langs een roestige opoefiets die tegen de muur leunde zag ik een afgesleten houten trap die steil omhoog leidde. Hier moest ik uitkijken met mijn pumps en alleen op de voorkant van mijn voeten klom ik tree voor tree
naar boven.
Waar ben ik in vredesnaam mee bezig? vroeg ik me af.
Achter me liep een man die ik in het geheel niet kende. Ik had geen broekje aan en slechts een heel kort jurkje dat nauwelijks mijn billen bedekte. Wat een uitzicht moest hij hebben! Hij kon recht in mijn kruis kijken.
In plaats van me te schamen, voelde ik me met elke tree die ik nam meer opgewonden raken.
Mijn echtgenoot en ik vreeën nooit met het licht aan, keken nooit naar elkaars intieme delen, maar hier en nu toonde ik alles wat ik had schaamteloos aan die volslagen onbekende.
Opzettelijk zette ik mijn voeten verder uit elkaar dan strikt nodig, alsof ik moeite had met de steilte van de trap en hield me ondertussen stevig vast aan de dunne, gietijzeren leuning.
Bovenaan de trap verscheen recht tegenover me een deur en die deur liep ik door.
Ik betrad een kaal aandoende ruimte met niet veel meer dan een tafel, wat stoelen en enkele persoonlijke bezittingen.
“Trek het jurkje uit”, hoorde ik hem zeggen, toen hij achter me de kamer binnenstapte.
Zonder ook maar een moment te aarzelen voldeed ik aan zijn verzoek.
Vrijmoedig bekeek hij mijn lijf van top tot teen en knikte waarderend. Ik voelde me een slettenbak, maar een begerenswaardige.
“Ga op je rug op de tafel liggen.”
Op dat moment realiseerde ik me dat ik over krap een kwartiertje bij een vergadering met importantie verwacht werd om daar een rapportage te presenteren.
“Mag ik eerst even bellen?” vroeg ik met een benepen stemmetje. “Ik heb een vergadering die ik af moet zeggen.”
Met mijn mobieltje belde ik mijn secretaresse met de mededeling dat ik onwel was geworden en dat ik vandaag onmogelijk naar de vergadering kon gaan.
Of zij voor mij wilde afbellen en een nieuwe afspraak maken. Ik zei dat ik in een hotelletje zat en daar wat op krachten wilde komen en dat ze in de loop van de dag nog van me zou horen.
Nauwelijks had ik opgehangen of daar klonk nogmaals die laatste opdracht.
“De tafel op!”
Ik ging er niet aan ontsnappen.
“Moet ik me niet eerst wassen?” opperde ik nog, in een halfslachtige poging tot uitstel, want was ik echt wel toe aan wat op het punt stond te gebeuren?
“Je wassen?” Verbazing klonk door in zijn stem.
“Ik wil de geur van je kut ruiken zoals die is. Ik wil de smaak van je kut op mijn tong proeven zoals jij bent, niet de geur en de smaak van zeep.
Nee, je moet je niet wassen.”
Volgzaam als een lam klom ik op de tafel en ging op mijn rug liggen, met mijn benen gestrekt en klem tegen elkaar, hoewel ik me realiseerde dat alles wat ging volgen onontkoombaar was.
De man kwam aan mijn voeten staan en trok me aan de enkels zover naar de rand van de tafel dat mijn billen er nog net op lagen.
“Wat is vandaag ook alweer van mij?” vroeg hij me en keek me aan.
“Mijn kut is vandaag van jou,” antwoordde ik gedwee. Hij wilde het blijkbaar per se uit mijn mond horen.
“Precies,” zei de man, trok mijn benen op en vouwde ze wijd open. “Je kut is vandaag van mij en ik wil die kut zien.”
De pumps aan mijn voeten zweefden ter hoogte van zijn hoofd.
Hij trok een stoel bij en ging zitten, zijn hoofd tussen mijn dijen, en beloerde ongegeneerd mijn geheime delen.
Dit was zo ongehoord voor mij, zo absoluut geil, dat ik er niets aan kon doen, maar ik voelde het vocht in mijn onderlichaam opborrelen.
Waarom had mijn echtgenoot dit nooit gedaan? Ik raakte er vreselijk opgewonden van dat een man me met een zo overduidelijk seksuele bedoeling bekeek daar van onder, dat ik het gevoel kreeg dat ik alles zou doen
wat hij van me verlangde.
Hij raakte me nog niet eens aan daar, maar de gedachte dat hij aan dat orgaan tussen mijn benen ging ruiken en me daar wilde proeven, maakte me geiler dan ik ooit geweest was.
Dit was wat ik in die glossy’s gelezen had en verworpen als iets ordinairs dat niet bij mijn standing paste.
Het laatste restje terughoudendheid begon me te ontvliedten terwijl zijn ogen op mijn kut brandden, ook al speelde mijn geweten heftig op.
Op de achtergrond bleef in mijn hoofd een tweestrijd woeden, maar ik kon – of wilde - de verleiding van deze man niet weerstaan. Ik had het van me af moeten gooien, maar kon dat niet. Ik wist dat als mijn echtgenoot te
weten kwam wat ik vandaag liet gebeuren, het hem enorm veel pijn en smart zou bezorgen, maar ik kon niet stoppen.
Door mijn bedrog deed ik zelfs mezelf pijn, want ik wilde helemaal niet ontrouw zijn, en toch was ik weerloos, onderworpen.
Die dag werd voor mij een openbaring.
Daar lag ik, volledig geopend, op een kaalgesleten tafelblad.
In plaats van op die tafel mijn kut tentoon te spreiden, had ik achter de glazen tafel van de bestuurskamer moeten staan en een toelichting moeten geven op een power pointpresentatie van financiële grafieken.
Hier was een man, een onbekende, die op zijn dooie gemak mijn intiemste delen zat te bewonderen, in plaats van de twaalf die me anders in mijn haute couture jurk hadden aanschouwd.
Die ene man droeg sjofele kleren, de twaalf heren elegante, Italiaanse krijtstreeppakken. Hun stropdassen waren waarschijnlijk per stuk duurder dan de gehele outfit van de man die mijn enkels wijd uiteen hield.
Op die tafel lag ikzelf, met mijn vagina open en bloot, adembenemend.
In de vergaderruimte was het de bedoeling dat ik de financiële positie van het bedrijf bloot legde, saai.
Als ze het geweten hadden, die dure heren van de Raad van Bestuur, dan hadden ze vast willen ruilen.
En zoals die bestuursleden zich met de agenda van hun vergadering bezighielden, zo verpoosde mijn obscure minnaar zich met mijn kut.
Mijn onbekende voor één dag moet alles goed gezien hebben in die minuten dat hij me zo onbeschaamd bestudeerde.
Mijn vrouweigen delen konden geen geheimen voor hem verborgen houden. Elk richeltje, elk stukje roze huid, het knobbeltje en de donkere opening tussen mijn kleine schaamlippen; elk pukkeltje van elk afgeschoren
haartje moest hij onderhand kennen.
Ik wist dat ik kleddernat was daar van onder en dat het vocht de geur van mijn geilheid verspreidde. Ik was ervan overtuigd dat een broeierige walm uit mijn holte opsteeg en zich in zijn neus nestelde, een damp die hem
zou prikkelen. Wie wist wat er dan ging volgen?
Snuivend als een reu aan de prop van een teef boog hij zich naar me toe en inhaleerde diep mijn allerpersoonlijkste bouquet, voor ik zijn lippen voelde en hij zijn mond over mijn met bloed gevulde spleet plantte.
Woest duwde hij zijn ongeschoren gezicht in de kwijlende opening en vrat en zoog zich bijna een weg bij me naar binnen. Ook dit had ik nog nooit meegemaakt en oh God, wat waren zijn lippen diepgevoeld.
Onervaren als ik was met dit soort seks kwam ik klaar als nooit tevoren.
Wellicht nipten de bestuursleden op dat moment hun koffie uit hun porseleinen kopjes, maar mijn minnaar nuttigde zijn nectar op hetzelfde moment uit mijn kelk.
Later zat ik op handen en knieën op de tafel en hielden zijn handen mijn billen uit elkaar.
Zijn wangen verdwenen er tussen, tot zijn tong op mijn rozetje drukte. Hij likte de hele bilspleet, tot hij naar onder tussen mijn dijen zakte en van daaruit mijn kut weer befte.
Ik hoorde hem slurpen en smakken en voelde hem mijn vocht opzuigen.
Zijn tong ging als een hond tekeer over en tussen mijn schaamlippen en drong binnen in mijn vagina.
Hij benoemde alles wat hij ging doen met crue woorden en ik nam zijn taalgebruik steeds meer over. Ik moedigde hem ermee aan. Het maakte de seks die ik beleefde zoveel ‘echter.’
De toon van wat hij zei paste zo goed bij wat hij deed. Die boerse woorden misten de koelte, de afstandelijkheid van de in mijn kringen gebruikelijke termen. Als er tenminste bij het neuken al ooit wat gezegd werd,
meer dan een obligaat: Ik hou van je!
Mijn lijf was nooit eerder zo aanbeden en het voelde hemels.
Voor het eerst in mijn leven voelde ik hoe het was om verleidelijk vrouw te zijn, met een man die mijn vrouw-zijn meer door daden, dan door woorden accentueerde.
Mijn gereserveerdheid ten aanzien van seksualiteit verdween met elk standje dat we innamen, en die dag ontdekte ik de kracht die een vrouwenlichaam uitoefent op mannen.
Het voelde aan als een bevrijding.
Voor de allereerste keer voelde ik me seksueel gelijkwaardig aan de man. Voelde me niet langer meer de speelpop, een marionet in de handen van een man. Niet meer letterlijk of figuurlijk de onderliggende partij.
Ik merkte dat ook ik, als vrouw, de touwtjes in handen kon hebben en o, wat maakte me dat sterk.
Die dag met hem opende tevens mijn ogen voor hetgeen al die jaren had ontbroken bij het vrijen met mijn echtgenoot. Wat je niet kent, dat mis je niet, maar nu ik het wist …!
Hoeveel keer ik die dag onder zijn tong en lippen ben klaargekomen weet ik niet meer, maar het was groots, die mond over mijn kont en tegen mijn kut.
Ik werd die dag ingewijd in de ‘obscene’ liefde die ik zolang verworpen had. Die ‘smerige’ liefde maakte me vrij van al mijn zelfopgelegde conventies.
Hij maakte me voor eeuwig aan seksuele lust verslaafd.
“Ik wil in je mond!”
Ik keek over mijn schouders naar hem, zoals hij daar achter boven mijn kont uittorende.
Het vocht van mijn kut glom rond zijn mond en op zijn neus. Ik wist natuurlijk wat hij bedoelde. Ook dat was iets wat ik nog nooit gedaan had, maar ik was bloedgeil en ging alles proberen.
Ik knikte.
Hij liep om, knoopte zijn broek open en trok de rits naar beneden.
Een forse lul floepte uit zijn onderbroek en danste voor mijn ogen. Ik moest even slikken toen ik dat gevaarte zag zwaaien, maar sperde mijn mond wijdopen en stak uitnodigend mijn tong uit.
“Pijp me!” commandeerde hij, terwijl hij de voorhuid over de roze knots terugtrok. De geur van mannelijke gisting sloeg me vanaf de eikel tegemoet.
Zonder omwegen legde hij de zinnelijk glanzende knop op mijn tong en schoof mijn mond in.
Ik wist wat er van me verwacht werd, maar had er geen enkele ervaring mee.
Als kind kreeg ik van mijn ouders op de jaarlijkse kermis altijd zo’n mierzoete, rode zuurstok waar ik mijn lippen omheen kon sluiten om er dagenlang op te zuigen. Dat was een traktatie en hun enige concessie aan het
credo dat er niet gesnoept werd, want dat was slecht voor je tanden!
Die dag, bij die man, zoog ik net zo wellustig op zijn gloeiende staaf.
Ik moest mijn kaken zo ver opensperren dat ze pijn deden en ik moeite moest doen de kramp in mijn kaakspieren te beteugelen. Het koste al mijn wilskracht niet mijn tanden in de schacht van zijn pook te laten zinken.
Langzamerhand echter wenden mijn kaken aan de indringer en voor ik er erg in had pompte de eikel heen en weer over mijn tong, van voor naar achter. Mijn mond was tot mijn kut gepromoveerd en mijn kut had ik hem
gegeven en blijkbaar wilde mijn minnaar voor een dag daar zijn zaad in lozen.
Ik bleef zuigen en eensklaps spoelde een dikke straal sperma in mijn mond.
Compleet verrast wilde ik me schielijk terugtrekken, maar hij was me voor en duwde zijn eikel almaar verder achter in mijn keel, zijn sterke vingers onder mijn kin. Het was heel wat, wat er uit zijn zak bij me naar binnen
golfde en alleen heftig slikken voorkwam dat ik stikte in de slijmerige vloedgolf. Kokhalzend liet ik het goedje mijn slokdarm door glijden, mijn maag in en ik hapte woest naar adem toen zijn lul eindelijk mijn keel uit gleed.
Als een van seks gedepriveerde deerne pijpte ik hem en likte zijn zak, hapte de ballen een voor een in mijn mond, met haren en al.
Ik wilde alles!
Die hele dag heb ik door hem laten beffen en neuken, in alle standen, in al mijn openingen. Met alles wat we deden, voelde ik me aan hem gelijk.
Hij trok zich boven me af, waarbij hij zijn zaad in mijn oksels of tussen mijn borsten spatte en hij het in mijn huid wreef.
Hoeveel keer hij zich ontlaadde? Ik weet het bij God niet, maar het was vaak en elke keer nadat hij zijn lading op of in me deponeerde, verslapte zijn piemel en moest hij nieuwe krachten opdoen.
Dan trok hij aan mijn haren mijn hoofd in zijn kruis en likte en sopte ik die slappe hap tot deze weer fier overeind stond. Mijn lippen ervoeren hoe bloed de aderen van zijn lul werd ingestuwd en de zwellichamen vulde.
Zijn trotse knop herrees daarbij gelijk een feniks, achter mijn tanden, klaar voor een spetterend vervolg.
De hele dag brachten we naakt door, zelfs niet onderbroken om iets te eten. Ik leverde me met hart en ziel uit aan glorieuze lust.
Naakt als ik was volgde hij me overal, zelfs wanneer ik moest plassen, en keek hij toe. Daarna kroop ik weer snel op hem en plantte mijn kut op zijn gezicht, om schoongelikt te worden. Tenslotte was mijn kut die dag zijn
eigendom, dan moest hij er maar voor zorgen ook.
Wat ik voorheen als vunzigheid beschouwde, veranderde in delicatessen.
Tegen de avond, terwijl ik toekeek hoe twee vingers van de man tussen mijn kutlippen staken en zijn duim rondjes draaide rond mijn klit, belde ik mijn echtgenoot om tegen hem te liegen dat ik moest overwerken en dat
hij niet voor me hoefde op te blijven.
Juist op het moment dat ik hem zei hoeveel ik van hem hield, cirkelde de duim stevig rond en over mijn liefdesknop en voelde ik een orgasme komen. Voor de zoveelste keer.
Ik kon nog net het klepje dichtklappen voor ik begon te zuchten en te kreunen en explodeerde.
Die nooit te vergeten dag ging gehuld in een waas aan me voorbij en pas toen de klok middernacht sloeg, werd ik ontheven van mijn belofte.
Op weg naar huis, in mijn nieuwe jurkje en zonder broekje - dat heeft hij gehouden - doorleefde ik hernieuwd de mentale spagaat waarin ik sinds dat pashokje zat.
Aan de ene kant de trouweloosheid ten opzichte van mijn echtgenoot over wie ik absoluut niet te klagen had en van wie ik zielsveel hield en de pijn die ik voelde van mijn bedrog, met aan de andere kant de
wonderbaarlijke revelaties van deze dag waar ik geen nee tegen heb gezegd.
Het was een seksuele ontdekkingstocht, maar evengoed een persoonlijke: seksueel was ik als een bloem die voorheen in de knop zat, opengebloeid!
Eén ding wist ik zeker: ik wilde mijn man een hoop gaan bijbrengen in de weken die gingen komen, in ons beider voordeel, en zo mijn schuldgevoel tegenover hem in ieder geval nog een positief tintje geven.
Enkele keren ben ik ’s ochtends voor ik naar het hoofdkantoor ging, nog langs de boetiekjes van toen gelopen, misschien met in mijn achterhoofd de stille hoop dat ik de man nog een keer zou ontmoeten. Was het een
zucht naar zijn aura van onverzettelijkheid, een heimelijk verlangen?
Zocht ik een bevestiging van de seksuele ontwikkeling die ik dankzij hem had doorgemaakt?
Het huis waar ik die dag mijn kut en alle andere lichaamsdelen aan hem gaf, stond leeg.
Ik ben nooit zijn naam te weten gekomen, maar hij zal voor de rest van mijn leven in mijn gedachten geboekstaafd blijven als de opstoker van de seksuele vlam die in mijn huwelijk toch wel op een laag pitje bleek te
branden.
Wat achteraf een waakvlammetje bleek, werd dankzij hem een steekvlam die niet snel meer zal doven. Mijn echtgenoot en ik, we mogen hem dankbaar zijn.
Het was die intrigerende man die voor het eerst van mijn leven, tijdens seks, de adem in mijn keel deed stokken.
Mijn wederhelft nam het estafettestokje over, op mijn instigatie weliswaar, maar toch.
Ook hij was er, net als ik, vanuit gegaan dat ik niet van dit soort seks gediend zou zijn omdat ‘het niet bij ons soort mensen zou horen.’
Kolderiek en dom om zo elkaars gedachten in te vullen natuurlijk.
We maakten beiden die fout.
Tien jaar huwelijk ligt achter ons, maar gelukkig zijn we er dankzij die onbekende toch nog achter gekomen.
Nieuw elan heeft postgevat.
Onze taal in bed is veranderd.
Onze daden in bed zijn veranderd.
We zijn nu beiden verlost van de verstikkende seksuele conventies die zo gemeengoed zijn in de kringen waarin wij vertoeven.
Sindsdien heb ik een echtgenoot van wie ik elke nacht dat we vrijen weer, echt genoot.
En wat het allemaal nog beter maakt: ik kan opeens veel meer dan voorheen van seks genieten. Alsof door de ervaring met die man mijn lijf gevoeliger is geworden. Meer dan ooit verlang ik ernaar en neem ik het
initiatief.
Dat genot wil ik beleven, telkens opnieuw.
Deze ambitie is naast die andere verrezen.
Carlijn
* Uit de Griekse mythologie:
Wanneer Heracles en zijn vrouw Deianeira een rivier willen oversteken, biedt de centaur Nessos zijn hulp aan. Hij draagt Deianeira op zijn rug naar de overkant, maar halverwege vinden er ongewenste intimiteiten
plaats. Heracles is hierover zeer ontstemd en licht ontvlambaar als hij is, doodt hij de schavuit.
Nessos neemt gruwelijk wraak: stervend zegt hij Deianeira zijn bloed op te vangen. Dit zou er voor zorgen dat Heracles haar trouw blijft.
Jaren later laat Heracles zijn oog vallen op een jong meisje. Deianeira herinnert zich Nessos' woorden en maakt een mantel voor Heracles, bestreken met het bloed van de centaur en geeft die aan Heracles om te
dragen op zijn bruiloft. Wanneer Heracles de mantel aantrekt, sterft hij een pijnlijke dood.
Als metafoor staat Nessuskleed voor iets wat smart en pijn veroorzaakt, maar dat je niet van je af kunt werpen.
** Echt walgelijk, jij smeerlap !



Het gaat in het leven niet om hoeveel keer je ademhaalt;
het gaat om die keren dat de adem je in de keel stokt!