Woensdagavond

De vrouw wist dat ze ging sterven.
Niet dat ze oud was, integendeel, midden twintig is niet echt een leeftijd waarop ze kon verwachten dood te gaan. Ze was ook niet ziek. Hooguit had ze een wat hogere lichaamstemperatuur overgehouden aan de
overheerlijke vrijpartij waaraan ze zich zojuist had overgeleverd. Nee, dat alles was het niet.

Gebonden, met wijd gespreide armen en benen vastgeketend aan de spijlen van het bed, was ze  verwend tot ze haar climax bereikt had. Het wond haar altijd vreselijk op, die hulpeloosheid bij het vrijen, waardoor haar
seksuele spanning een hoogte bereikte die op een andere manier onbereikbaar voor haar was en de ontlading explosiever dan op welk ander moment dan ook.
Zeker vandaag was het zalig geweest, met die uiterst kundige meester, die haar seksualiteit had opgezweept tot ongekend erotische hoogte.
Ze zag het mes glinsteren in het gedempte licht van de lampen en ze wist zeker dat dit hoogtepunt haar  laatste was geweest. Ze ging sterven en de gedachten daaraan ontlokte een enkele traan aan haar ogen. Een
traan die langs haar slaap tot in haar diepgouden lokken rolde. Het was de enige smeekbede aan haar meester die ze kon doen, met die bal in haar mond.
Ze wilde niet dood. Ze wilde zo graag leven, ze wilde blijven genieten, maar ze wist dat ze daar geen enkele zeggenschap over had. De beslissing zou door de ander genomen worden.

“Het was heerlijk met je Joyce. Je hebt een heel mooi lichaam, zeker voor je leeftijd. Je hebt je perfect verzorgd en het was een genot je te kennen. Normaal zou je nu losgemaakt worden, maar zo zal het vandaag niet
gaan. Vandaag is de dag dat je gaat sterven. Je weet niet waarom, maar neem maar van me aan dat het noodzaak is. Neem afscheid van de wereld op het hoogtepunt van je genot.”
Terwijl het mes moeiteloos tot op de wervelkolom door de weefsels van haar hals gleed, was ze teleurgesteld dat die ene traan niet had geholpen. Afgesneden van het bloed uit haar hart en de adem uit de longen,
aanschouwde ze voor de laatste maal de wereld waarop ze meer dan twintig jaar geleden geboren was en zakte weg in de eeuwigdurende duisternis die volgt op elk leven.
Als ze dan toch ging sterven, dan had ze zo graag geweten waarom. Een geheim dat ze gewoon mee het graf in zou nemen!







Donderdagochtend, 05.30 uur: plaats delict

Hoofdinspecteur Cassidy ‘Cass’ DeWalt stond in de deuropening van de slaapkamer, terwijl de fotograaf van de technische recherche de onvermijdelijke foto’s nam. Ze schudde nauwelijks merkbaar het hoofd, want de
ervaring van de afgelopen maanden had haar geleerd dat er vrijwel zeker geen bruikbare sporen gevonden zouden worden. Alles wees er op dat dit de vijfde moord was van een seriemoordenaar die nu al meer dan
een half jaar haar geliefde stad onveilig maakte.
De manier waarop de moordenaar tewerk ging was steeds dezelfde: de doorgesneden hals bij een op het bed vastgebonden, naakte vrouw in een keurige hotelkamer.

Cass had van haar collega’s de bijnaam ‘Moordgriet’ gekregen sinds het moment dat de hoofdcommissaris haar voor het eerst de leiding gaf van teams die zich bezighielden met moordzaken. Het werd ook gebruikt
als koosnaam, want ze was bij vrijwel al haar collega’s geliefd.
Ze was jong, 36 pas, en de enige vrouw van het team en ondanks dat het politiecorps berucht was om de machocultuur, accepteerden de mannelijke collega’s haar leiding zonder morren. Ze was dan ook knap om te
zien: lang en slank, maar bovenal stond het als een paal boven water dat ze intelligenter was dan de rest en beschikte over de verbeeldingskracht en onconventionele geest die nodig zijn in sommige
moordonderzoeken. Ze was in staat los te komen van vastgeroeste denkpatronen en daardoor de vaak kronkelende gedachtespinsels van een dader te volgen. Een eigenschap die geen van haar collegae bezat.
En niet te vergeten: ze had de buitengewone gave alle masculiene persoonlijkheden binnen de politiecultuur in hun waarde te laten en in onderzoeken aan hun specifieke eigen - aardigheden te appelleren en die in te
zetten. Daardoor kon ze met iedereen samenwerken en vormden haar mensen met elkaar een complementair en hecht team. Een unicum in deze door ambities gedomineerde mannenwereld.

Cass liep terug naar het zitgedeelte van de hotelkamer en keek naar de vrouw die het lijk had gevonden. De afschuw van de vondst stond nog in het betraande gezicht van het kamermeisje gegrift.
Naast haar op de bank zaten de manager van het hotel en de baliemedewerkster van de nachtdienst.
Volgens het protocol moest ze deze mensen ondervragen, maar het zou haar verbaasd hebben als ze ook maar de geringste aanwijzing zou krijgen over de identiteit van de dader.
Ze was geen erg fanatieke aanhanger van voorschriften en had al vaak ondervonden dat een klein beetje inspiratie meer klaarheid had gebracht dan bergen transpiratie, vooral in zaken als deze, die zeer afweken van
het gangbare patroon.
“Denk je dat dit iets op gaat leveren?” Het was Cees de Wolf die dit vroeg, de oudste inspecteur van het bureau en sinds enkele jaren haar rechterhand. Hij was gek op zijn ‘meisje.’
“Het zou me verbazen, maar laten we vooral de routine volgen, een keer moeten we toch eens geluk hebben. Doe jij de ondervraging maar, jij bent daar beter in dan ik, dan kijk ik wel hoe ze reageren.”

Terwijl Cees het bekende riedeltje vragen op de getuigen afvuurde, vragen die in zo’n situatie altijd gesteld worden en waarvan de antwoorden meestal alleen het papier van de rapportages vulden, observeerde Cass
de drie ongemerkt vanaf een afstandje. Als de getuigen iets te verbergen zouden hebben gehad, of gelogen, had ze dat gemerkt, daar was ze van overtuigd. Dit verhoor verliep echter net zo vruchteloos als de verhoren
bij de vorige vier zaken. Met andere woorden: ook hiervan werd ze geen steek wijzer.
“We hebben met een intelligente dader te maken, dat is wel duidelijk.”
Na afloop van het verhoor vatte Cees kort maar krachtig de woorden samen die al zo lang door haar hoofd speelden.
“Je hebt gelijk. Dit is niet zomaar een moordenaar. Deze weet waarmee hij bezig is. Heb jij niet net als ik het idee dat er meer achter schuilt dan alleen maar een slachtpartij?”

Verrast door deze opmerking keek Cees gefronst naar het gelaat van Cass en liet haar woorden bezinken. Een dergelijke gedachte was niet bij hem opgekomen, maar nu hij er op attent gemaakt werd, leek het hem
geen onzinnige opmerking. Toch schokschouderde hij alsof hij eraan twijfelde.
“Hoe kom je op dat idee? Mij lijkt het gewoon het werk van een lustmoordenaar die het leuk vindt om na een s
m'etje een lijk achter te laten. Hooguit hebben we hier te maken met een intelligente moordenaar, zoals ik al
zei. Eentje die van opruimen houdt en weet hoe hij zijn sporen moet verbergen.”

“Misschien is dat ook wel zo, maar toch kan ik de gedachte dat aan deze moorden een plan ten grondslag ligt maar niet van me af zetten. Ergens in mijn achterhoofd fluistert een stemmetje. Helaas fluistert het te zacht
en kan ik niet verstaan wat dat stemmetje me wil zeggen.
Zijn deze moorden niet allemaal te geordend? Een gewone lustmoordenaar gaat veel chaotischer te werk. Die pakt zijn pleziertje en vermoord zijn slachtoffer. Hoe, dat maakt niet uit. Hier is het zo heel anders. Dit lijkt
weloverwogen gedaan te zijn, bijna klinisch. Dat idee kreeg ik al bij de tweede moord.”
Cees dacht even na over de opmerking van zijn meerdere en begreep wat ze bedoelde. Deze opmerkingsgave was nou precies waarom zij de leiding kreeg over dit soort onderzoeken: ze had een scherpe geest, die
verder keek dan de eerste, oppervlakkige indrukken. Hersens die niet alleen maar het ogenschijnlijke overwogen. Niet voor het eerst bewonderde hij haar onbevooroordeelde  waarnemingsvermogen en knikte.
“Ja, dat zou kunnen. Misschien heb je gelijk. Daar moeten we eens op doordenken.”
“Dat moeten we doen ja, maar nu niet meer. Maak jij het werk hier af. Ik ga naar huis, ik moet denken en dan slapen. Ik zie je vanavond weer en dan hoor ik wel of er nog wat gevonden is, al betwijfel ik dat. We praten
vanavond verder”, en weg liep ze, het hotel uit en de koelte van de vroege ochtend in.

Omdat ze gisteren tegen het einde van haar dienst naar de moord geroepen werd, was er van slapen  de afgelopen nacht niets terechtgekomen en was ze nu 24 uur in touw. Ze had een enorme behoefte aan slaap.
Haar vroegere mentor op de academie had haar eens gezegd dat slapen een belangrijk wapen is voor denkers, en denken moest ze.
Ze sloeg de hoek om, de straat in naast het hotel, en werktuigelijk liep ze de paar honderd meter naar haar appartement in de binnenstad. Onderweg kon ze het denken niet laten!








Rudy liet zijn ogen over het strakke lijf van zijn vriendin gaan toen ze uitgekleed naast hun bed stond. Hij sloeg het dekbed op als een nauwelijks verholen uitnodiging naast hem te kruipen.
Ondanks zijn 40 jaar zag hij er nog goed uit. Hij had haar ontmoet in de sportschool en omdat hij net als zij die martelkamers der moderne tijd nog steeds bezocht, waren zijn spieren stevig en zijn buik plat gebleven.
Onder zijn buik stak zijn flinke erectie de kop op.
Was het zijn normale ochtenderectie of was hij opgewonden, vroeg ze zich af. Haar blik bleef iets te lang aan zijn geslacht gekleefd om onopgemerkt te blijven.
“Kom eens bij me, mooie meid, ik heb je gemist vannacht. Ik wil je tegen me aan voelen. Kom.”

Haar ogen lieten zijn penis los en ze zakte met haar billen op de rand van het bed.
“Vannacht hadden we weer een moord. Weer zo een van die seriemoordenaar van de afgelopen maanden. De vijfde vrouw met een doorgesneden keel. Nu vlakbij, in hotel De Waard.”
Rudy zag de vermoeidheid in haar ogen en rolde op zijn zij tegen haar aan. Hij sloeg een arm om haar middel, rolde terug op zijn rug en nam haar in zijn draai mee tot ze bovenop hem lag.
“Daar wil ik het nu niet over hebben. Je moet eerst maar eens lekker gaan slapen, dan hoor ik het daarna wel.”

Cass voelde de gezwollen penis van Rudy in de gleuf tussen haar dijbenen en merkte dat de opwinding in haar lichaam begon te stijgen. Ze richtte zich iets op en greep tussen hun buiken door zijn opgewonden
mannelijkheid.
“Moet je piesen of wil je me neuken?” Altijd als ze opgewonden raakte werd Cass een beetje vulgair, wat Rudy verbaasde, maar dat hij ook wel opwindend vond. “Nou, zeg op!”
“Eigenlijk allebei, maar als ik een stijve heb kan ik niet plassen, dus laten we het maar op een potje neuken houden dan.” Ze sprak niet alleen zelf graag grove woorden, ze wilde ze net zo goed horen.
Cass’ lippen zochten de zijne, maar de hartstochtelijke tongzoen die volgde duurde niet lang. Daar was ze te ongedurig voor. Ze schoof met haar bekken naar voren over zijn borst tot ze op haar knieën over zijn gezicht
zat en met haar kut uitnodigend boven zijn mond.

“Bef me, dan mag je daarna je pik misschien in me steken. Was mijn kut met je tong en die wil ik ook van binnen voelen en over mijn kont.”
Hij was altijd weer verbijsterd over de verandering die ze onderging als ze aan een potje vrijen begonnen. Was ze in het dagelijkse leven nogal gereserveerd en keurig, er kwam een andere kant van haar boven als
eenmaal de sekshormonen door haar aderen gierden. Dan werd ze een ontembaar beest, beheerst door de lokroep van zijn feromonen en onmachtig daar weerstand aan te bieden. Dat vertaalde zich in haar woorden,
maar evengoed in de manier waarop ze vrijde.
Hij weet het altijd aan de zwaarte van haar beroep. Het altijd blootstaan aan de zwarte kanten van het menselijk bestaan, de continue aanraking met het slechtste in de mens. Misschien had ze het nodig,  onwillekeurig,
als een soort tegengif voor de menselijke vuiligheid.

Gehoorzaam deed hij wat zij van hem verlangde en met zijn tong sopte hij haar hele onderkant, van haar clitoris tot over haar anus. De zoete geur van haar gleuf vulde zijn neusgaten en de aanraking van zijn gezicht met
het zachte vlees vulde zijn hoofd met verlangen.
“Hmm, gromde hij, je hebt altijd zo’n lekkere sappige kut met van die dikke kutlippen”, zo plezierde hij Cass met zijn woorden, “en ik ga mijn tong in je strakke kontje douwen.”

De muskusachtige smaak tussen haar billen prikkelde zijn tong toen hij probeerde het puntje een stukje naar binnen, in haar anus te proppen. Ze kon zich volkomen overgeven aan haar lusten en aan de reacties van
haar lichaam merkte hij dat ze op het punt stond om klaar te komen.
“Ik ga je opvreten, je bewusteloos likken, slettenbak!”
Met zijn gespreide vingers tegen haar billen duwde hij haar bekken vooruit, in zijn gezicht, zodat zijn mond en neus diep in haar rode bloem verdwenen.
Gewillig bewoog ze mee door haar heupen hard vooruit te duwen. Haar clitoris zat klem tegen de brug van zijn neus en door dit contact en de draaiende bewegingen die ze met haar bekken maakte, werkte ze zelf mee
aan het hyperorgasme dat volgde.

Met het hoofd in de nek schreeuwde ze de spasmen van haar onderlichaam eruit, voor ze naar beneden schoof, een condoom over zijn eikel afrolde en ze met haar kut over zijn keiharde staaf gleed. Liever wilde Cass
zonder condoom vrijen, maar vanwege een sperma-allergie moest ze wel. Telkens als Rudy zijn sperma onbeschermd in haar gespoten had kreeg ze een branderig gevoel dat uren aanhield. Leuk was anders, maar
met condoom was de enige manier om ontspannen met Rudy te vrijen zonder direct daarna met Lactacyd haar vagina te moeten spoelen.
“Neuk me, schooier. Ram je knuppel in me”, gromde ze hees van de geiligheid, steunend met haar handen op zijn borst, voor ze zich voorover boog en zijn gezicht met haar tong ontdeed van het vermengde vocht van
zijn mond en haar eigen kut.
Driftig met zijn heupen stotend, werkte hij zich in het zweet, want ze wilde het nu hard hebben.
“Harder, beuk me, sneller dan, godverdomme! Ram die paal in me”, gilde ze, verdronken in extase.
Zo hard hij kon stootte hij zijn bekken omhoog en zijn schaamhaar botste met het hare. Cass’ borsten dansten wild voor zijn  ogen op en neer tot hij ze greep en hard toekneep. De samengeperste tepels priemden
tussen zijn vingers door, tot zijn wapen zich ontlaadde en zijn zaad zich een weg baande naar haar schede en ze voor de tweede keer klaarkwam.
Twee stoten nog ving ze op, voor ze zich van hem af liet zakken en de condoom verwijderde. Dat verdween dichtgeknoopt in het afvalbakje naast het bed voor ze opgekruld tegen hem aan kroop. Hij wist dat ze direct
zou slapen.
Zelf was hij doodop, doorgezweet en klaarwakker van het altijd heftige vrijen met haar.

Voorzichtig, om haar niet wakker te maken, stapte hij uit bed. Nog een keer bewonderde hij het bezwete lijf van zijn lief, voor hij het dekbed over haar heen trok en douchte.








Donderdagavond, 19.00 uur: teamoverleg

“Goed boys, laten we eens op een rijtje zetten wat we hebben.” Cass ijsbeerde voorlangs het bord met de foto’s van de op het bed geketende vrouwen. Het had niets erotisch, die vastgebonden en naakte vrouwen. De
absurde hoeveelheid bloed en de gapende wonden van de doorgesneden kelen wekten alleen afschuw op.
“Jonkie, wat weten we tot nu toe over de slachtoffers?”
Zijn naam was Bert Jonker, maar als de Benjamin van de groep, was de bijnaam Jonkie snel geboren. Op haar verzoek vatte Bert de weinige kennis over de slachtoffers kort en bondig samen.

“Vijf vrouwen tussen de 22 en 31 jaar, 3 blank, 1 Chinese en een Kongolese. Zover we kunnen nagaan geen kennissen van elkaar, 2 waren getrouwd, 1 woonde samen en de andere twee bleken  alleenstaand.
Verschillende beroepen en sociale status.”
Op dezelfde droge manier somde hij nog enkele zaken uit de persoonlijke levenssfeer van de slachtoffers op, maar de deprimerende conclusie die uit de samenvatting van Bert getrokken kon worden was, dat de
slachtoffers in het geheel niets gemeenschappelijks leken te hebben en dat het nauwelijks iets toevoegde aan wat Cass al van ze wist.

Het rapport van de patholoog-anatoom was net zo min verhelderend als het verslag van Bert.
Twee vrouwen hadden sperma in hun vagina, bij een derde was sperma in de mond gevonden. Bij de andere vrouwen was geen sperma aangetroffen.
Er waren geen aanwijzingen die wezen op verkrachting en het leek er op dat de vrouwen vrijwillig seks hadden gehad met hun moordenaar. Dat duidde er op dat ze hun moordenaar kenden en vertrouwden.
Het sperma was afkomstig van één man, want het DNA-profiel van de drie monsters was identiek en kwam niet voor in de DNA-databank, waarin enkele duizenden profielen van bekende zedendelinquenten waren
opgeslagen.
Naast de striemen op de polsen en rond de enkels, waar de vrouwen aan het bed waren gekluisterd, waren er geen andere sporen van geweld aangetroffen. Uiteraard op de keelsneden na.

De wonden aan de keel leken van hetzelfde mes afkomstig te zijn.
Het moest een zwaar en vlijmscherp mes geweest zijn, want geen van de sneden vertoonden tekenen die er op wezen dat er met kracht gesneden was of dat er door het weefsel ‘gezaagd’ werd. De spieren, pezen,
bloedvaten, de slokdarm en de luchtpijp, alles leek in een enkele haal tot op de wervels doorgesneden te zijn. Bij allen had het mes in de geraakte wervel een kras achtergelaten, waarin helaas geen metaaldeeltjes
waren achtergebleven. Over de legering van het mes kon daarom geen uitspraak worden gedaan.
Allen leefden nog op het moment dat de keel werd doorgesneden, wat geconcludeerd kon worden uit het feit dat het hart nog klopte en het bloed op het ritme van de hartslag stootsgewijs en met kracht uit de
nekslagaders was gespoten. Daardoor waren golven bloed op grote afstand van de wond op het beddengoed terecht gekomen.

“Cees, wat hebben we voor materialen verzameld in de hotelkamers?”
“Naast de kleren van de slachtoffers, die in alle gevallen netjes opgevouwen naast het bed lagen, en de persoonlijke bezittingen in hun tasjes, alleen het gebruikte SM-materiaal: gags, leertjes, riemen en blinddoeken.
Alles van bekende merken, maar niet hier in de buurt gekocht. We hebben bij alle bekende verkoopadressen en clubs navraag gedaan, maar niemand kon zich iets bijzonders herinneren, zoals een grote aankoop in
een keer.
Geen vingerafdrukken. De moordenaar heeft alles zorgvuldig afgeveegd of had handschoenen aan. Na de moord is de hele kamer minutieus opgeruimd en schoongemaakt. Dat alleen al moet een flinke tijd geduurd
hebben. De man wist wat hij deed.
Aan de kleding van de vermoorde vrouwen was niets bijzonders te ontdekken. Het lijkt een doodlopende weg!”

De ondervraging van de partners en andere familieleden en kennissen door de andere rechercheurs had niets opgeleverd dat ook maar in de verte bijdroeg aan de oplossing van het probleem; net zo min als het
onderzoek door het forensisch lab.
Het enige opvallende was dat de daad telkens in een hotelkamer had plaatsgevonden en dat op zich maakte het zoeken naar sporen lastig omdat zo’n kamer door veel verschillende mensen bewoond wordt. In geen
enkele kamer was mannelijk DNA-materiaal gevonden dat overeenkwam met het DNA-profiel van het sperma, noch kwam hetzelfde DNA-profiel tweemaal voor, behalve dan het bekende DNA dat de aanwezige
rechercheurs onvermijdelijk achterlieten.
Omdat iedereen altijd sporen in de vorm van DNA achterlaat, tenzij je daar drastische maatregelen tegen neemt, was dit een opvallend gegeven. De dader moet zich bijzonder veel  moeite getroost hebben te
voorkomen dat zijn DNA-materiaal, anders dan het sperma, gevonden zou worden.

Omdat de slachtoffers zelf de kamer hadden gehuurd, leverden de gastenboeken geen bruikbare gegevens op. Ze leverden wel de bevestiging van de veronderstelling dat de vrouwen hun moordenaar moesten hebben
gekend en vrijwillig waren meegegaan.
“Kortom, we zitten vast. Het is om gek van te worden. Zo lossen we deze zaak nooit op”, vatte Cass de stand van het onderzoek in slechts een paar schamele woorden samen, “en toch moet er iets gemeenschappelijks
te vinden zijn, maar wat?” vroeg ze zich hardop af.

“Mag ik iets zeggen?”
Twintig hoofden van de aanwezige rechercheurs draaiden als bij toverslag in de richting van de stem die van achter uit het zaaltje geklonken had. Het was André, die tot dan toe stil was geweest.
Met alle ogen op zich gericht, kleurde hij tot in zijn nek rood.
“Tuurlijk, André. Is je iets opgevallen dat we hebben gemist?”
“Nou Cass, allereerst weten we zeker dat de moordenaar een man is, vanwege het sperma. Dat is een gemeenschappelijke factor, maar er is volgens mij nog iets.”
André liet een goed getimede stilte vallen voor hij verder ging.

“Hoe verschillend deze vrouwen ook zijn, ze hebben allemaal een ding gemeen: hun lichaamsbouw.”
Opnieuw als op teken draaiden alle hoofden terug naar het fotobord en nu hun geest daarvoor geopend was en ze voorbij het bloed en de gapende nekwonden konden kijken, zagen ze wat al die tijd al aanwezig was
geweest: de vijf vrouwen leken allemaal in een goede conditie en hadden een perfect, getraind figuur, dat gebeeldhouwd leek te zijn in de diverse fitnessruimten van de stad.
“Heel goed André! Je hebt gelijk. Het lijkt wel alsof al deze vrouwen sportscholen bezochten en daar hun figuur op peil hielden. Daar kunnen we mee verder, jongens. Zoek uit of en zo ja, waar deze dames aan fitness
deden en rechercheer daar op door. Dit kan de doorbraak zijn die we nodig hebben. Prima observatie André! ” André bloosde voor de tweede keer tot achter zijn oren.
“Oké jongens, vergeet ook de rest van het onderzoek niet en graaf net zo diep tot we iets bruikbaars hebben”

Bij het volgende teamoverleg later in die week, bleek dat de slachtoffers inderdaad allen regelmatige sportschoolbezoekers waren, maar dat ze niet allemaal dezelfde school bezochten.
Het spoor liep ook daar dood en na verloop van weken en ettelijke teamoverleggen, werd er minder en minder tijd aan het onderzoek besteed, dat volledig vastgelopen was. In een laatste, desperate poging werd een
oproep in ‘Opsporing Verzocht’ gedaan, maar zelfs deze leverde geen enkele bruikbare tip op.
Er bestond slechts één mogelijkheid om het onderzoek vlot te trekken, maar niemand hoopte dat die gebeurtenis plaats zou vinden.










Vrijdagnacht 01.20 uur, tien weken later

Agnes ervoer sinds lang weer eens hoe het aanvoelde de pieken van seksuele opwinding te bereiken.
Voor het eerst van haar leven deelde ze haar lichaam met een ander dan haar man en legde ze de uiterste intimiteit die de voorbije maanden warm en vochtig tussen haar dijen sluimerde, open voor andere ogen,
andere handen en andere lippen, een ander lijf.
Haar zorgvuldig getrimde geheime plekje was niet langer een geheim en als ze eerder geweten had hoe gelukzalig dit kon zijn, had ze vast en zeker al veel vroeger haar kluisje ontsloten. Zeker nu na 15 jaar huwelijk
haar echtgenoot steeds minder belangstelling voor haar toch nog altijd goedgevormde  lijf toonde.

Sterke vingers ontsluierden de geheimzinnige diepten van haar grotje, op zoek naar de heerlijkheid binnenin. Volle lippen knuffelden het pareltje aan haar poort en streelden liefdevol over de rode, dikke lippen, voordat
ze de heerlijke indringer in haar liefdestunnel voelde en ritmische stoten haar in vervoering brachten. Bijna bereikte ze het toppunt van genot, maar vlak voor het zover kwam ontglipte de binnendringer aan de knijpkracht
van haar vaginaspieren.

Het was heel ergens anders begonnen.
Ze hadden elkaar ontmoet in het krachthonk van de sportschool. Met vermoeide spieren hadden ze zich bij hun sets van zware oefeningen in het zweet gewerkt. Later kwamen ze elkaar tegen bij de zonnebanken en
hadden ze met hun gebruinde en afgetrainde lichamen dicht bij elkaar gelegen en gepraat. Daar ook was de vonk overgeslagen, de vonk die resulteerde in de unieke seksuele gewaarwordingen die ze nu onderging.
Hoe anders was het als met haar man!

Hoewel ze zoiets nooit eerder gedaan had, had ze zich laten overtuigen zich vast te laten binden. Eerst gewoon op haar rug aan het bed, waarna ze bewerkt werd met zweepjes en twijgen en zich van alles moest laten
welgevallen. Deze overgave wond haar enorm op, overgeleverd te zijn aan de grillen van een ander, af te moeten wachten wat er kwam. Ze voelde de striemen van de slagen op haar gebronsde huid, leunend tegen het
randje van pijn en ze voelde hoe onverwacht verslavend dit werkte. De twijgjes die haar dijen, borsten en haar buik bewerkten en er lichtrode strepen achterlieten. Ze had nooit geweten dat slaag ondergaan zo intens
erotisch kon zijn. Alleen dat al deed haar sluimerende kutje ontwaken tot een brandende holte van verlangen.

Daarna werd ze op haar buik gerold. Haar benen werden wijd gespreid en met de enkels vastgesnoerd in riemen aan het uiteinde van een spreidstang. Haar handen rustten op haar billen, haar polsen met een elastisch
koord achter haar rug gebonden. De zwartfluwelen blinddoek verduisterde haar ogen en de lange paardenstaart van asblonde haren lag gestrekt langs de wervelkolom.
Ze lag ongegeneerd te kijk voor die ander en een nooit eerder ervaren hitsigheid maakte zich van haar meester. De rode striemen op haar buik en borsten gloeiden door de aanraking met het laken.

Haar lover zat tussen haar benen en speelde het spelletje van kijken naar en voelen aan en in haar vrouwelijkheid. Bloed stroomde als nooit tevoren naar haar onderbuik en verdikten haar schaamlippen tot vuurrode
wallen, als de ultieme uiting van opgewondenheid. Het voelde alsof er statische elektriciteit oversprong van die handen naar de tere huid tussen haar benen om haar daar in vuur en vlam te zetten.
Heel even hielden de handen op en dacht ze dat het over was. Teleurgesteld wilde ze al smeken om toch vooral door te gaan, toen de handen de randen van haar billen beroerden.
Ongenaakbaar duwden de handen de stevige bilspieren ver uiteen en ze voelde bijna de ogen op haar lichtbruine sterretje branden. Het bezorgde haar een opgelaten gevoel, maar al snel lieten de handen los en
veerden haar billen terug tegen elkaar.

“Trek je billen uit elkaar!” eiste haar partner en verrast, maar gehoorzaam, deed Agnes wat haar werd opgedragen.
Ze spreidde haar vingers over de afgetrainde bilspieren en tegen de trek van het koord om haar polsen in opende ze opnieuw, nu zelf, de diepe spleet ertussen. Ze werd een vreemd opwindend gevoel gewaar toen een
glibberig goedje over haar sterretje en in het gaatje werd uitgesmeerd en ze zich realiseerde wat er te gebeuren stond.
Dit had ze haar man nooit toegestaan, vreemd als ze het vond, en ook nu voelde ze zich behoorlijk ongemakkelijk. Ondanks haar gereserveerdheid wond het vooruitzicht haar onverwacht op.

“Wijder”, klonk een strenger commando.
Agnes kromde haar vingers stevig in haar eigen vlees en zo ver als het koord het toeliet, trokken haar vingers de bilspieren zo ver uit elkaar dat het gaatje een klein beetje openging. Direct voelde ze iets diks en stomps
stevig tegen haar tegenstribbelende propje duwen. Onwillig week de sluitspier onder de toenemende druk uiteen en werd ze gevuld in haar maagdelijke kontje. De pijn van het rekken kon ze alleen verzachten door zich
zoveel mogelijk te ontspannen; ze had geen keus, ze werd genomen, verder en verder, tot het stopte en het stoten begon. Ze trok haar rug hol en schreeuwde het uit, een mengeling van pijn en genot. Haar hoofd werd
aan de paardenstaart naar achter getrokken en met het hoofd diep in haar nek, beleefde ze gillend haar lang uitgestelde orgasme.
Het mes flitste diep door haar keel en smoorde de kreet toen de lucht uit de longen niet langer de stembanden bereikte.

De moordenaar deed zorgvuldig wat gedaan moest worden, keek nog één keer achterom om het tafereel te aanschouwen en sloot met een zachte klik de kamerdeur achter zich.
Niemand kon zich later herinneren iemand te hebben gezien, laat staan een beschrijving geven.










Maandagmiddag 13.00 uur

“Agnes de Leeuw, moeder van 2 kinderen, 34 jaar en naar het schijnt gelukkig getrouwd. Tenminste, dat zegt haar man.”

Jonkie, die zich met een paar andere collega’s richtte op de achtergronden van de slachtoffers, was aan het woord.
“En toch moet er iets zijn, anders zou ze niet met haar moordenaar zijn meegegaan naar dat hotel. Haar man was verbijsterd toen hij hoorde hoe zijn vrouw aan haar einde gekomen was. Hij zegt nooit een indicatie te
hebben gekregen dat ze vreemd ging. Het enige wat ze deed was 3 keer per week naar de sportschool, maar dan kwam ze altijd direct weer naar huis, verder deden ze alles samen. Ze hield teveel van de kinderen om
zomaar haar huwelijk op het spel te zetten en het risico te lopen haar kinderen kwijt te raken. Volgens haar man was ook hun seksuele relatie goed. Ze sliepen nog wel met elkaar en hij was gek op haar. Hij leek me echt
volkomen van slag.”
“Ja. En toch ging ze die keer vreemd, anders had ze nu nog geleefd.” Het was een brute constatering van haar en Cass vroeg zich af wat iemand als Agnes de Leeuw ertoe had gebracht ondanks al haar zekerheden en
haar schijnbaar gelukkige huwelijk, zoveel te riskeren. Eigenlijk kon ze maar één ding bedenken: de sensatie van uit een sleur te zijn. Was het leven van Agnes een sleur geworden? Dat moest Jonkie nog maar eens
nagaan.
“Wat is er uit het autopsierapport gekomen? Nog iets nieuws, Cees?”

“Veel ervan komt overeen met de vorige keren, maar er is één significant verschil, naast enkele kleinere. Deze keer is sperma aangetroffen in de anus, dus de vrouw moet anaal geslachtsverkeer hebben gehad. Dat
wordt bevestigd doordat enkele kleine bloedvaatjes bij de kringspier van de anus zijn geknapt tijdens de penetratie. Haar man gaf te kennen dat hij nooit anaal contact met zijn vrouw heeft gehad omdat ze dat niet wilde,
desondanks lijkt het er op dat ze zich hier vrijwillig anaal heeft laten penetreren. Alle tekenen op de plaats delict wijzen er op dat er geen dwang is gebruikt en dat komt overeen met de vorige situaties.
Het DNA-profiel van het sperma is hetzelfde als wat we de vorige keren hebben gevonden.
Een ander verschil is dat ze niet op haar rug lag toen we haar vonden, maar op haar buik. In die houding is ook haar keel doorgesneden, wat geconcludeerd kon worden uit de bloedsporen op het bed.
Nadat het lijk was omgedraaid, troffen we milde striemen aan op dijen, buik en borsten. Waarschijnlijk veroorzaakt door slagen met dunne twijgjes die we aantroffen naast het bed. Dit hoeft niet al te pijnlijk te zijn
geweest, in kringen van s
m wordt dit vaak opwindend gevonden.
Haar man ontkende dat hij en zijn vrouw ooit betrokken waren bij s
m-spelletjes. Hij leek oprecht overdonderd door wat hij allemaal hoorde dat zijn vrouw had gedaan.
Tot slot en niet te vergeten: zoals we konden verwachten zijn alle dadersporen na afloop zorgvuldig weggewerkt. Het spul dat is gevonden was schoon en waarschijnlijk in de kamer achtergelaten omdat het niet meer
nodig was of misschien gevaarlijk voor herkenning bij het verlaten van de kamer of het hotel. Ik zou tenminste geen andere reden kunnen verzinnen.”

“Wat ik het vreemdst vind, is dat hij wel zijn sperma achterlaat, maar na afloop alles schoonmaakt. Wat heeft dat voor zin als we toch al over het sperma beschikken? Dat had ‘ie net zo goed kunnen verwijderen.” Cass
praatte hardop, vooral tegen zichzelf.
Alweer zo’n scherpe opmerking van zijn baas, dacht Cees.
“Ik weet het niet. Het lijkt tegenstrijdig, het zal vast wel iets te betekenen hebben, maar voorlopig ontgaat me dat en levert het geen verdere aanknopingspunten voor het onderzoek.”

De rest van de dag werd gevuld met het routinematige onderzoek dat 95 procent van moordzaken in beslag neemt. Meestal levert het niets op, maar om alle eventualiteiten uit te sluiten dient het gedaan te worden.
Cass was er zeker van dat in dit geval al dit werk niets op zou leveren, dit was een te bijzonder geval. Stukje bij beetje ontwikkelde zich in haar hoofd een theorie die ze nog even voor zich wilde houden tot ze er wat
meer over nagedacht had. Morgen zou ze het met Cees bespreken en dan mogelijk een nieuwe lijn van onderzoek opstarten.










Maandagavond 22.00 uur

Niet Cees, maar Rudy was degene die ‘s avonds als eerste het nieuwe idee hoorde.
Het was nog vroeg en toch lagen ze al in bed.

“Wat bedoelde je daarstraks aan tafel toen je zei dat er een nieuw idee in je hoofd aan het groeien was?”
Zowel Rudy als Cass lag plat op de rug in het brede tweepersoonsbed, starend naar het plafond. Pas toen Cass antwoordde, draaide Rudy zich op zijn zij en keek naar haar.
“Nou, weet je, in al die zaken bestaat een belangrijke overeenkomst waar we tot nu toe misschien te weinig mee hebben gedaan. Het opvallendste aan deze moorden is dat er naast het sperma niets aan
bewijsmateriaal gevonden is. Meestal vinden we wel wat. Als een moordenaar heel goed oplet en zorgvuldig te werk gaat kan het weleens lastig te vinden zijn, maar uiteindelijk is er altijd wel iets dat we later kunnen
gebruiken en dat ons helpt de dader op te sporen. Bij deze moordenaar is dat niet zo. Het lijkt erop alsof hij alles van onze werkwijze afweet en zo kan voorkomen dat we ook maar de kleinste aanwijzing vinden. Volgens
mij komt dat niet overeen met het profiel van een gewone moordenaar, maar is er iets bijzonders met deze aan de hand. Dat bijzondere zou best kunnen zijn dat hij bij de politie werkt, of gewerkt heeft. Dat zou ook
kunnen verklaren waarom we geen spoor van DNA van de dader vinden, omdat hij weet hoe hij dat moet voorkomen. Morgen zal ik eens uitzoeken of daar mogelijk aanwijzingen voor te vinden zijn in onze dossiers.”
En dan is er nog het sperma. Als je alles opruimt na afloop, maar wel het sperma achterlaat, dan klopt er iets niet. Aan de ene kant lijkt het alsof de moordenaar gevonden wil worden, maar aan de andere kant juist weer
niet. Dat is heel tegenstrijdig. Alsof iemand met zichzelf in de knoei zit, of is het misschien bedoeld om ons op een dwaalspoor te zetten?”
Cass draaide haar hoofd naar Rudy toe en glimlachte.
“Ben ik nu paranoïde of niet?”
“Dat weet ik niet, wat ik wel weet is dat je een lekker ding bent en moet ontspannen. Laten we vrijen.” Direct voegde hij de daad bij het woord door een hand op een borst te leggen en zich over haar heen te buigen voor
een diepe tongzoen.
Cass worstelde zich met moeite onder Rudy vandaan.
“Ben je alweer hitsig? Dan weet ik iets beters, wacht maar af.”
Met gespreide benen leunde ze onderuitgezakt tegen het hoofdeind van het bed en wenkte hem.

“Kom hier, geile reu, vreet me op. Vreet me op met die lange tanden. Ik ga je pijpen, maar eerst moet je mijn prop likken en ik wil je horen slobberen met je gezicht tussen mijn dikke lippen. Kom, hond, lik me schoon en
misschien dat je daarna je loopse teef mag bestijgen en dekken.”
Met de vingers van beide handen sperde Cass haar bloeddoorstroomde kut wijd open waardoor zelfs de kleine schaamlippen bijna vlak getrokken werden en de kwetsbare roze kleur van de binnenzijde open en bloot
kwam te liggen. Door de kracht waarmee ze zichzelf open trok rees haar keiharde kittelaar trots op uit de huidplooi.
“Vreet mijn knopje op tot ik klaarkom en duw je gezicht zo ver als je kan naar binnen. Schiet op, geile likbeer van me.”

Gefascineerd door de aanblik van haar wijd opengesperde vagina, waarin hij zelfs de opening van de blaas kon zien, stak hij zijn tong uit en likte haar en at haar, tot ze bijna het hoogtepunt bereikt had. Toen duwde ze
ruw zijn hoofd tussen haar benen weg en vingerde zichzelf klaar onder het slaken van grove woorden.
Ze kwam klaar en hij zag dat ze haar schaamlippen zo mogelijk nog verder opentrok. Hij zag haar persen met ingetrokken buikspieren en ingehouden adem. Ze perste zo hard, dat haar anus door de overdruk in haar
buikholte naar buiten bolde.
Even liet zij haar adem ontsnappen om snel daarna diep in te ademen en de druk verder op te voeren en hij begreep wat ze aan het doen was.
Vanuit de diepte van haar schede kwam langzaam de melk-met-waterkleurige vloeistof van haar orgasme omhoog, tot het de onderrand van haar vagina bereikte en traag als dunne stroop naar buiten vloeide, over het
korte stukje huid onder haar spleet en over de bolling van de anus, tot tussen haar samengeknepen billen.
“Vlug, lik het op”, hoorde hij Cass haast buiten adem en belemmert door de druk in haar buik, zeggen. “Doe het dan, geil beest van me.”

Opnieuw boog hij zijn hoofd voorover en met het tipje van zijn tong tegen de uitpuilende anus, stroomde de vloeistof ertegen en erlangs. Vlug trok hij zijn tong terug en slikte de stroperige drank door om daarna weer snel
terug te keren met zijn tong tegen haar huid. Vanaf de anus sleepte hij zijn tong naar boven, alle kutstroop meenemend, tot hij bij haar vagina was en hij zijn mond over de breed gehouden opening sloot om heel de
stroom liefdesvocht uit de holte in zijn mond te slurpen. Dat was wat ze wilde en dat was wat hij deed en echt niet tegen zijn wil!
Wellustige keelgeluiden zeiden hem dat Cass er minstens zo van genoot als hij.

Dan moest het nu gaan gebeuren, dacht hij, waarvan hij zo vaak droomde maar dat Cass bijna nooit deed. Ze had gezegd dat ze hem zou pijpen, voor het eerst sinds meer dan een jaar.
Cass hield daar niet van. Ze kreeg pijn in haar kaken, zei ze altijd, van het zuigen met haar lippen om zijn stijve paal en ze wilde geen sperma in haar mond.
Vandaag zou het er blijkbaar dan toch weer eens van komen.

Cass boog zich naar het nachtkastje aan haar zijde van het bed en haalde de gebruikelijke condoom tevoorschijn. Met een routineus gebaar, voor hem altijd al genoeg voor een hoop plezier, rolde ze het rubber om zijn
knoertharde paal, voor ze met haar dijen over zijn gezicht kroop en zijn stijve in haar mond nam.
Met haar vagina vlak boven zijn neus, rook hij het krachtige aroma van haar orgasme. De geurstof maakte dat hij van onder nog harder werd. Hij voelde de binnenkant van haar mond; de tong, de tanden en het harde bot
van haar verhemelte tegen zijn eikel. Die aanrakingen bezorgden hem het gevoel dat zijn eikel enkel nog bestond uit blootliggende zenuwuiteinden, zo opgewonden raakte hij van dat pijpen. Het duurde dan ook niet lang
of zijn zaad vulde het tuutje van het rubber.
Met het terugtrekken van haar mond en met één hand, wipte Cass het condoom van zijn verslappende lid en met de handigheid van jarenlange oefening knoopte ze het rubber dicht en deponeerde het in het afvalbakje
naast het bed.
Het was weer een van die beurten die zij hem gaf waarvan hij altijd extra genoot.









Dinsdagavond, 22.30 uur

Chantelle Rénard, 27, dochter van een Franse vader en een Nederlandse moeder, belichaamde de natuurlijke élégance van veel Françaises die Parijs, la ville d’ amour, zo aangenaam maken om te vertoeven. Een
trotse houding; slank, rijzig en met stevige, niet te grote borsten. Zij bezat het perfecte figuur voor de zomergids van Wehkamp.

Pagina na pagina schitterde zij in de nieuwste collectie badpakken, bikini’s en lingerie. De foto’s ontlokten jaloerse blikken aan maatje-44-en-hoger-huisvrouwen en, zodra die de gidsen hadden weggelegd, hun buikige
echtgenoten. Geile mannenogen droomden weg van hun Rubensiaanse vrouwen als ze de grote en donkere tepels en het vrijwel zwarte schaamhaar van Chantelle als een schaduw door de ragfijne lingerie zagen
schemeren. Bijna bloot is vaak erotischer dan naakt.
Zelf was Chantelle het meest trots op haar derrière: de gespierde, kleine en stevige bollen, die zo prachtig uitkwamen als ze met een string aan gefotografeerd was.

Jarenlang had ze door nauwgezet volgen van de dieetvoorschriften van haar diëtiste en de dagelijkse slavenarbeid in het gymhonk, een figuur weten te behouden als van een 17-jarige, zelfs toen haar meisjeslichaam
zich verpopte tot dat van een vrouw.
De laatste tijd ging het haar echter steeds moeilijker af, dat figuur te behouden. De jaren en de zwaartekracht begonnen ten langen leste hun tol te eisen, waardoor ze steeds meer moeite moest doen die hoge graad
van lichamelijke perfectie te behouden die al die jaren haar belangrijkste bedrijfskapitaal was geweest.

Bij toeval had ze bij die dagelijkse martelsessies een ‘partenaire en mal’ gevonden, waarmee ze samen de pijn, de sleur en de geestdodende eentonigheid van de eindeloze reeksen herhalingen kon doorstaan. Dat
maakte het makkelijker vol te houden en een innige vriendschap ontstond.
Langzamerhand waren de twee hun trainingstijden aan elkaar aan gaan passen en ploeterden ze samen werktuigelijk door de steeds zwaarder vallende oefeningen. Ze ontmoetten elkaar uitsluitend in de sportschool,
tot ze zich op een dag liet verleiden met haar oefenpartner mee te gaan naar een hotel, waar ze de liefde met elkaar bedreven.
Die stap bekocht ze met haar leven.

Wonderbrengende handen hadden haar lichaam opgestuwd tot een schier eindeloze climax, die in feite een aaneenschakeling was van elkaar rap opvolgende orgasmen, waardoor de korte momenten ertussen
vervaagden in een stroboscopische beleving van tijd.
Haar gezwollen schaamlippen waren net zo strak als de rest van haar lichaam en haar vrouwelijkheid ongewoon symmetrisch. Het was alsof Rodin zelf het uit haar vlees gemodelleerd had. Er kon geen mooier vrouwelijk
orgaan bestaan dan dat van Chantelle; een studie voor elke plastisch chirurg die  vrouwen opereerde die iets dergelijks zochten en wilden betalen voor dat wat de Schepper Chantelle bij haar conceptie meegaf.
Het zoetgeurende,  romige vocht op het roze vlees gaf haar intimiteit een parelmoeren glans van de zuiverste puurheid en de zachte smaak van deze lekkernij proefde hemels op de tong.
De schoonheid Chantelle was het summum van de goddelijke vrouw.

Geblinddoekt als ze was, was ze extra gevoelig voor de aanraking van de handen die door de donkere haartjes op haar venusheuvel naar boven schoven, over de door de noeste trainingsarbeid fijn geciseleerde
buikspieren, op weg naar de parmantige borsten. De ander volgde de handen, schoof over haar heen, tot over haar taille en dompelde haar onder in een verwachtingsvolle lust. Handen duwden haar borsten samen en
toen kwam het sperma.
Zij kreeg het tussen haar borsten gedruppeld, waarna koesterende handen het plakkerige goedje als massageolie inmasseerden in de strakgespannen huid op en rond beide heuvels, bekroond met de puntig
geërecteerde tepels.

Amechtig ademend zwoegde haar borstkas keer op keer omhoog om maar voldoende van de levenbrengende zuurstof in de longen te pompen en duwde daarbij de borsten op, haar tepels nog nadrukkelijker in de
palmen van de almaar wrijvende handen.
Het is dat het zwarte fluweel haar ogen verduisterden, anders had ze het mes kunnen zien en de weerkaatsing van het licht op het glanzende lemmet. Het tantaliserende gevoel van de handen op de sterk erogene zone
die haar borsten vormden werd daardoor de laatste gewaarwording die ze meenam op haar reis naar de hemel, om daar voor haar God te verschijnen en Zijn absolutie te ontvangen voor de zonden uit haar bestaan.

De hemel werd door Chantelle’s verscheiden een engel rijker, haar vader en moeder de hunne armer. Onstuitbaar verdriet besmette hun bestaan als een virus. Het nestelde zich tot diep in de verste cellen, om tot de
lange dagen van hun dood het leven tot een hel vol herinneringen te maken. Hun onwankelbare liefde voor God en Zijn ondoorgrondelijke wegen, bood onvoldoende tegenwicht het verlies draaglijk te maken. Geen ouder
moest ertoe veroordeeld worden een eigen kind ten grave te dragen. Het bleef voor hen onbevattelijk dat zoiets beminnelijks, zo bruut moest sterven.

Het politieonderzoek dat volgde leverde, gelijk alle voorgaande keren, geen enkel aanknopingspunt op dat ook maar in de verste verte uitzicht bood op een mogelijke oplossing van deze zaak.









Woensdagmiddag, 15.45 uur

Dr. Tom Desloovere, hoogleraar klinische psychologie en psychiatrie aan de universiteit van Leuven en praktiserend psychiater DIS/MPS 1), begon zich ongemakkelijk te voelen. Het vermoeden dat hij zojuist bevestigd
had gekregen betekende voor hem een lastig dilemma. Aan de ene kant was hij gebonden aan de beroepsethiek en mocht hij de kennis die hij in zijn sessies had opgedaan niet naar buiten brengen, aan de andere
kant realiseerde hij zich zijn verantwoordelijkheid tegenover de maatschappij.

Nadat hij in voorgaande consulten al ‘flashes’ had waargenomen van een tot voor kort verborgen persoonlijkheid, had hij vandaag deze nieuwe identiteit bij zijn cliënt met zekerheid gediagnosticeerd. Het was een
identiteit die hem buitengewoon verontruste.
Dieper graafwerk in de persoonlijkheidsstructuur van zijn cliënt had naast de al bekende persoonlijkheden: de “hoofdpersoon” en de tweede identiteit, een derde aan de oppervlakte gebracht.
Het verontrustende zat hem in die derde persoon in dat ene lichaam. Waar de eerste persoonlijkheid als beschaafd getypeerd kon worden en de tweede als ‘boertig’ maar ongevaarlijk, bleek de nieuwe persoonlijkheid
van het extreem agressief - destructieve type.

Met het bekende, slepende accent van onze zuiderburen, was hij bij aanvang van de sessie op zoek gegaan naar het nog verborgen verleden van zijn cliënt en uiteindelijk openbaarde het trauma zich in volle omvang.
“Kan gij het ge nog herinneren? Weet ge nog hoe het begon?” waren de vragen die de stroom van verdrongen herinneringen bij de cliënt loswoelden.

Het kind wil helemaal niet uit logeren.

Verstijfd van angst ligt het in het vreemde bed, terwijl de voetstappen op de houten trap steeds luider klinken. De voorboden van de hel bonken in het hoofd van het jonge kind, elke avond opnieuw.
Schuifelende voeten op de overloop sloffen in de richting van de kamer. Nog even en dan gaat de knop omlaag, tergend langzaam en zal de deur openen.
Met angstige, wijd opengesperde ogen bidt het kind dat dit keer de stappen de deur voorbij gaan en deze avond een keer niet ……………, tot een hand de klink grijpt en die geruisloos omlaag duwt. Een streep geel
licht doorboort de duisternis van de slaapkamer en hoop verwordt tot wanhoop, zinkt weg in het moeras van ellende in het hoofdje van het kind.
“Ik kom je je nachtzoentje geven,” klinkt de stem van tante, de stem van de duivel, maar op dat moment sluit het kind zich al af om niet de walging van wat komen gaat te ondergaan.

Waarom moet het kind van moeder toch altijd bij tante logeren? Het kind wil helemaal niet. Weet moeder dan niet wat hier met dat kind gebeurt? Kan ze dat niet zien?
De eerste paar keer logeren was het leuk geweest, tot ‘HET’ begon, waarover het kind nooit kan praten. Niet voor niets is het een geheim van hen twee. En een geheim, dat mag je niet verraden.
“Waarom help je me niet, moeder, waarom laat je me in de steek?” schreeuwt de stem in het hoofd van het kind, niet gehoord.

Het kind loopt lachend in een speeltuin, omringd door vriendjes, in de koesterende stralen van de zon. De schommel zwaait rustig op de warme wind heen en weer en het loopt ernaartoe. Het heerlijke gevoel van de
wind langs het gezicht, de beentjes vooruit en weer naar achter, hoger en hoger, een heerlijk gevoel. Hypnotiserend ritme, om weg bij te dromen.
De vreselijke strelingen van een hand over het lijfje, de walgelijke geur van tantes vieze ding boven het gezicht, het langzaam zakken tot het op de mond zit en de aanraking met die kledderige, weke massa. Smerig, dat
is om mee te plassen.
Schommelen is pas fijn!

Wanneer ze uitgeschommeld is, is ook tante verdwenen en staat het kind op om zich te wassen. De smoezeligheid van het lijfje, het vieze nat van het gezicht.Alles moet altijd helemaal schoon.  O, wat haat ze tante.
Waar ben je moeder, die er niks van ziet?
Was het maar vast zaterdag, dan komt pappa het kind halen en is het voorbij.
Nog maar drie nachtjes slapen.
Nog drie keer schommelen.
Stromende tranen van verdriet.

Dan verdwijnt het onheilskind en slaapt de ander de slaap der reinheid, tot diep in de volgende dag.

Dr. Desloovere huiverde van het verhaal dat hij hoorde. Dit achterhaalde de oorzaak van het kwaad. Het zou nog een hele tijd gaan duren voor hij deze cliënt geholpen zou hebben en daar lag nu net het grote  probleem,
gezien de functie van de patiënt.
Hij moest daar eerst eens goed over nadenken, voor hij kon besluiten wat te doen. Dat er iets moest gebeuren was duidelijk, maar wat precies, dat was wat anders.
Hij stond op en legde zijn aantekeningen op het grote bureau achter zich.
Zijn patiënt keerde terug naar de gewone zelf.

“Het was heel intensief vandaag. Gaat het?”

Zijn cliënt knikte.

“Goed, dan zie ik je volgende week op dezelfde tijd weer terug.” en gaf zijn cliënt een hand. “Tot ziens Cassidy.”









P.S. 4 dagen later

Jennifer was in de korte tijd dat ze haar kende, volkomen in de ban geraakt van de levenslustige Cass. In het begin probeerde ze zich uit alle macht te verzetten tegen de onlustgevoelens die bezit van haar namen, want
‘zo’ was ze niet. Die strijd duurde kort.

Ze kon zichzelf voor de gek houden en net doen of het niet zo was, maar haar gevoel kon ze niet langer ontkennen: ze was verliefd en wilde alles wat daar bij hoort.
Het opnieuw verliefd zijn hergaf een allang vergeten diepgang aan haar leven en sinds heel lang geleden voelde ze fladderende vlindertjes in haar buik en kriebelende liefdesrupsjes lager, in haar onderbuik. Toen was
ze nog maar een tienermeisje met een net ontwakend, slungelig lijf.
Altijd wanneer Cass in haar buurt was, gloeide ze als dat meisje van dertien dat ze eens was, op haar eerste date. En het was terug, in alle heftigheid, dat brandende verlangen naar die ander.
Ze kleedde zich uit en legde zich op bed.

Cass had haar gevraagd een hotelkamer te huren en zichzelf daar vast te ketenen aan het bed om zo bemind te worden. Ze bracht het zo opwindend overtuigend, dat Jennifer als een blok voor die verleiding viel. De
handboeien had ze gekregen tijdens de laatste keer in de sportschool. De gedachte aan wat er komen ging zond een rilling langs haar rug en toen, acht klikken later, lag ze daar: geboeid, 25 jaar, perfect gezond en
voor het eerst van haar leven op het punt met een vrouw te vrijen.
Hoe anders zou dat zijn?

Die vraag beantwoordde Cass in de erop volgende twee uren. Jennifer had nog nooit zoiets meegemaakt.
Het was perfect. Een totaal andere sensatie als met haar vriend. Het vormde de vervolmaking van lijfelijk genieten, anders, zachter, intenser en vooral zo ‘eigen.’
Zeker toen Cass haar neukte met die dildo. Het was zo anders als met de penis van haar vriend. De meer liefdevolle stoten, niet gericht op een eigen lozing, maar compleet op háár gevoel, puur op háár genot alleen.
De eindeloze stimulering van dat gevoelige plekje in haar schoot, dat had ze nooit ervaren.
Geblinddoekt onderging ze alle ‘plagerijtjes’ van Cass. Nooit gemeen, altijd gevoelig. Ze had zich nog nooit zo op en top geliefd gevoeld.
En nu gaat Cass haar tot het hoogtepunt voeren, dat voelt ze instinctief aan. Cass gaat de ontlading brengen van de seksuele spanning die stukje bij beetje door haar werd opgebouwd.
Opnieuw rolt een rilling van verwachting langs haar rug; het staat op het punt te gebeuren.

Cass kijkt neer op de geblinddoekte vrouw aan haar voeten, geketend aan het bed.
Het condoom met sperma heeft ze al in haar handen.
Op het nachtkastje glimt het vlijmscherpe mes.
Na afloop volgt dan nog het allerlaatste voor ze weggaat. De schoonmaakspullen zitten in haar tas. Daar ziet ze altijd het meest tegen op: het opruimen na afloop. Dat luistert zo nauw.
Dan neemt ze het mes en bewondert voor de laatste keer het voluptueuze lichaam van de vrouw en buigt zich voorover voor dat wat gebeuren moet ………………..






1)  DIS/MPS (Dissociatieve identiteitsstoornis  - vroeger meervoudige persoonlijkheidsstoornis) ontstaat door ernstig traumatische ervaringen, zoals seksueel misbruik, mishandeling of verwaarlozing of een combinatie
daarvan. Ter bescherming van zichzelf kan de patiënt meerdere persoonlijkheden ontwikkelen, die volledig van elkaar gescheiden kunnen functioneren.

Kenmerk van DIS kan zijn geheugenverlies, waarbij gedeelten van het verleden zoekraken.
Soms kan de patiënt dingen die hij of zij net gedaan heeft zich niet meer herinneren.
Ook is er sprake van een identiteitsstoornis waarbij stemmen van ‘andere personen’ gehoord worden.
Indicatief zijn de identiteitswisselingen, de veranderingen van persoonlijkheid waarbij de persoon die op dat moment aanwezig is alleen de herinneringen heeft die bij die persoonlijkheid horen.
Soms is er sprake van suïcidale neigingen of automutilatie (zelfverwonding.)
In dit verhaal spelen de extreme haatgevoelens jegens vrouwen (de dader van het misbruik in de vroege jeugd) een rol, die vertaald wordt in een oncontroleerbare neiging tot geweld.

Er zijn gevallen bekend waarbij één persoon tot zelfs 13 verschillende persoonlijkheden bezat.
Moordgriet