Grootschoot
1

“Klaar om te wenden?”
Ondanks de bries die over het water rond mijn oren suist, hoor ik Maaike duidelijk het commando roepen.
“Klaar!”
“Ree!”
Aan de boot voel ik hoe Maaike het roer krachtig van zich af duwt en oploeft tot de boeg door de wind draait.
“Fok bak!”
Snel trek ik de fokkenschoot die ik nog vast had weer aan, waardoor de fok het draaien van de boeg ondersteunt en laat pas los nadat we om zijn. Snel trek ik vervolgens de fokkenschoot aan stuurboord strak, zodat we
met het grootzeil en de fok scherp de strekboeg inzetten.
“Perfect Maaike!” roep ik enthousiast als we overstag zijn. “Hou hem zo hoog mogelijk aan de wind, want nu moeten we lengte maken.”
Maaike zit vlakbij me. Wat ben ik trots op haar en hoe prachtig ziet ze er uit in haar lichtblauwe bikini. Blauw is mijn lievelingskleur en het accentueert nog eens extra de schoonheid van haar tienerlijf. Maaike zou Maaike
niet zijn als deze kleur niet geweldig had gecombineerd met haar lichtrood getinte huid.

Twee dagen geleden stapte Maaike voor het eerst in een zeilboot en vandaag al bedient ze de grootschoot en het roer. Ze is de stuurman op de doft en zit ik op de bodem van de kuip dichtbij en geef haar aanwijzingen
hoe ze het beste kan handelen.
Maaike is een snelle leerling, met gevoel voor zeilen en niet voor een kleintje vervaard. Ze durft en dat is goed als je zeilen wilt leren. Angst belemmert dingen uit te proberen, maar Maaike laat zich door vrees niet
remmen. Ik herken mezelf in haar.

2

Die eerste twee dagen heb ik gebruikt om Maaike de grondbeginselen van het zeilen bij te brengen; de terminologie aan boord, het hijsen van de zeilen en de werking ervan als we voor de wind of aan de wind varen.
Zelf ben ik in het bezit van de zeilbewijzen CWO I en II, maar Maaike ontbeert elke ervaring, dat ze compenseert met een hartverwarmende dosis lef. Hoe anders dan toen ik haar voor het eerst ontmoette. De
verandering die zij sindsdien heeft doorgemaakt is het bewijs hoe belangrijk het voor mensen is zich gelukkig en geaccepteerd te voelen.
Het zijn de jongens en meiden met lef, de mannen en de vrouwen die iets durven uitproberen, die dingen laten gebeuren en actie ondernemen, waar ik verzot op ben en een van de redenen waarom ik doe zoals ik doe.
Zelf durf ik ook, omdat ook ik altijd ben aangemoedigd vanuit een vertrouwde situatie.

Ro volgt al een paar weken een veldwerkstudie in de Pyreneeën. Hij bivakkeert met zijn jaargroep in het gebied waar hij en ik vorig jaar onze vakantie doorbrachten, dit keer zonder mij. Hij zit daar in z’n uppie met zijn
geologenhamer stenen te hakken en ik ben al wekenlang zonder hem, een tijd die ik opvul door veel met Frank en Maaike op te trekken.
Op een van die gezamenlijke momenten beloofde ik Maaike zeilen te leren en deze week is het zover: twee dagen op het Tjeukemeer om de grondbeginselen onder de knie te krijgen en daarna een toertocht over de
vele meren in Friesland en de sloten die ze met elkaar verbinden.
Het is perfect weer om zeilen te leren: de zon die schijnt en een matige wind, die het mogelijk maakt dat Maaike met mijn aanwijzingen de boot kan mannen. Eerst aan de fok en vandaag dus op de doft, als stuurman,
want zelfs een vrouw aan het roer is een stuurman.




















Vrijmoedig en met een glimlach rond mijn lippen kijk ik naar Maaike.
Na het overstag gaan leunt ze schuin tegenover me tegen de opstaande rand naar het achterdek en doordat ze haar ene voetje links naast het grondblok van de grootschoot heeft staan en het andere aan de andere
kant, kan ik haar slanke dijen bewonderen.
Vanaf haar enkels volgen mijn ogen de kuiten naar boven, langs die dijen, tot in haar kruis.
Het minuscule bikinibroekje spant strak om de vormen van haar spleetje en zonder moeite kan ik de contouren van het gleufje er in afgetekend zien. De laag uitgesneden stof van de voorkant bedekt maar net het
rossige schaamhaar. Het broekje laat niet veel te raden over. Te raden hoef ik trouwens niets, want haar spleetje kent nauwelijks nog geheimen voor me.
Op onze tocht door het Friese merengebied slapen we elke nacht in een tentje op telkens een ander van de eilandjes die in de meren liggen en het beeld van haar nog immer maagdelijke spleetje staat me helder voor
ogen. Na die prille vrijpartij, toen Ro in de logeerkamer moest slapen en Maaike met mij het bed deelde, is deze week de intieme kennismaking voortgezet. Twee aan elkaar geritste slaapzakken vormen ons bed en
avond aan avond kruipen we daar in ons blootje in en vrijen we met elkaar.

“Doe je broekje eens uit” roep ik uit boven het geluid van de golven tegen de romp.
Niet eens meer verbaasd door zo’n opmerking staat ze op, waarbij ze het roer tegen haar been in de correcte stand houdt. Nonchalant trekt ze de lussen uit de bandjes op haar heupen en sierlijk valt het  stukje textiel
van haar billen tussen de voeten. Wanneer ze gaat zitten legt ze het broekje naast zich in de kuipkast, zet haar voeten weer terug naast het blok en zie ik haar vrouwelijkheid lichtrood voor me opvlammen.
Minutenlang verlustigen mijn ogen zich aan het schouwspel dat deze tiener me biedt. Negentien jaar pas, negen jaar jonger dan ik, maar in de tijd dat we elkaar kennen zijn we volledig vertrouwd geraakt met elkaar.
Ongegeneerd stelt Maaike haar intimiteit aan me tentoon en mijn ogen laven zich aan dat uitzicht.

De strakke billen van Maaike drukken licht geplet op de crèmekleurige doft. Het begin van de vrijwel gesloten bilspleet is net te zien en tussen haar dijen schittert het spleetje dat het begin van haar liefdesholte vormt.
Alles krijg ik te zien: de twee dunne lipjes en de huidplooi waarin ze samensmelten, onderaan bij de bilspleet. Van boven het kokertje van haar klit, met het driehoekje onderaan waar de kleine schaamlippen in lijken te
verdwijnen. En natuurlijk de grote schaamlippen, die als rossige wallen de tunnel van genot omsluiten en overlopen in haar venusheuvel die opbolt naar de buik. Zelfs de stoppeltjes waar haren zijn weggeschoren
ontkomen niet aan mijn blik. De haartjes die er nog wel zijn vormen een driehoek boven Maaikes genotcentrum en het lijkt of een pijl naar haar tunneltje wijst. Die invitatie kan ik niet weerstaan. Ik weet hoe dat roompotje
aanvoelt en smaakt en ik wil me niet langer beheersen.

Terwijl ik de fokkenschoot in de klem vastzet, richt ik me op en op handen en knieën kruip ik met mijn hoofd tussen de dijen en geef gehoor aan de roep van het kutje. Maaike komt me tegemoet door een been op de
doft tegen het tegenoverliggende gangboord te zetten en zich volledig voor me te openen. Ik zie de dunne schaamlipjes ontsluiten en het grotje zich openen. Een hand op mijn achterhoofd trekt me vastberaden naar die
opening en zodra ik mijn lippen tegen het donkere gaatje druk, proef en ruik ik Maaike zoals ik haar ken: fris en zacht.
Ik steek mijn tong zo ver die reikt in het geopende ovaaltje en draai hem rond. Met mijn neus tegen haar knopje, krul ik mijn tong omhoog en omlaag en zijwaarts, om waar ik dat kan de binnenkant van Maaike te
proeven. Dan sper ik mijn mond wijd open en ‘hap’ zoveel mogelijk van wat er tussen haar benen zit naar binnen. Als ik mijn mond sluit trek ik mijn onderlip naar boven, veeg mijn eigen speeksel mee omhoog en neem
het knopje tussen mijn lippen. Maaike kreunt zachtjes.

Met mijn lippen dwars over de ovale opening en de punt van mijn tong tegen het opbollende pareltje, plaag ik haar tot haar adem stokt. Dan zuig ik het bolletje hard in mijn mond en met holle wangen trek ik Maaike tot
een orgasme.
Zodra ze komt laat ik haar los en sleep hard drukkend mijn tong van onder tot boven door haar spleet, lik haar vocht op en stimuleer haar klitje. Elke keer als mijn tong bruusk over het bobbeltje sleept, krampt de buik van
Maaike en terwijl ik haar zo lik, kijk ik omhoog.

Met haar hoofd in de nek doorstaat ze mijn gelebber en doet ze moeite om haar benen wijd te houden en niet van genot mijn hoofd er tussen te knellen. Pas als het haar echt teveel is duwt ze me weg en klemt ze haar
dijen tegen elkaar, een eigen hand ertussen. De vingers van die hand duwen op haar klit en verlengen de ontlading.
Ik ga terug op mijn plek zitten en zie hoe Maaike met draaiende ogen het gevoel na het orgasme uitzit. Haar dijen houdt ze stijf tegen elkaar met haar hand tegen haar onderbuik, net nog in de haartjes.
“Jezus!” verzucht ze na enige tijd en dat zegt alles.

Wanneer ze haar dijen weer opent, zie ik het kutje glinsteren van haar vocht en mijn speeksel. Maaike steekt twee vingers in haar kutje en wanneer ze deze er soppend uittrekt, buigt ze naar me toe en houdt ze die
vingers voor mijn gezicht. Eerst snuif ik de geur op en open dan mijn mond. Maaike schuift de vingers over mijn tong ver naar achteren, waarna ik mijn lippen eromheen vouw en wellustig de vingers afzuig, alsof het de
stijve van Roland is.
De lucht van het kutsap dwarrelt mijn neus binnen, terwijl mijn tong het zout waarneemt. Maaikes intieme aroma en de vingers in mijn mond maken me nog geiler dan ik al ben en ik schuif een hand in mijn broekje. De
middelvinger zoekt mijn dampende gleuf en als ik die vinger tussen de lippen door mijn lichaam inschuif, voel ik hoe dik gevuld met bloed die lippen zijn.
Maaike laat zich niet onbetuigd. Ze schuift een vinger onder het kruis van mijn broekje en tast naar mijn spleet. Net als ikzelf duwt ze een vinger bij me naar binnen. Terwijl ze diep in me doordringt, wrijf ik fel over mijn
knopje en het kan niet lang uitblijven of ik kom klaar in mijn bikini.
Bronstig gezucht borrelt vanuit uit mijn keel omhoog en de vingers van Maaike ontsnappen aan mijn wijd geopende mond.

Terwijl ik lig te schokken onder mijn zelf veroorzaakte orgasme, trekt Maaike me onderuit tot ik op mijn rug in de kuip lig. Mijn broekje verdwijnt naar mijn knieën en ze vouwt mijn benen gesloten tegen mijn borsten. Zelf
kan ik niet meer makkelijk bij mijn kut, maar Maaike maakt dat meer dan goed.
Ze duwt met een hand in de knieholten mijn benen hard tegen mijn borsten. Van de andere hand glippen vingers bij me naar binnen en ik voel hoe die de kutlippen opensperren. Haar tong wringt zich ertussendoor of
schuurt over mijn knopje en omdat ik blijf komen, is al mijn aandacht alleen maar gericht op mijn onderbuik.

Met gesloten ogen beleef ik het genot dat Maaike me geeft als ze me leegzuigt, voor ze naast me komt liggen en een arm over me heen legt. We laten de gevoelens die we bij elkaar hebben opgewekt wegebben,
voordat de werkelijkheid zich weer aandient. We waren toch aan het zeilen?
Verbouwereerd richt ik me schielijk op, maar dat blijkt onnodig.
De slimmerik!
Volledig gefixeerd op de vingers van Maaike in mijn mond en de gewaarwordingen in mijn kut, heb ik niet gemerkt dat Maaike voor ze me begon te beffen, de boot recht in de wind heeft gedraaid. De zeilen killen, maar
vangen geen wind en we liggen zo goed als stil. Blijkbaar ben ik een goede leermeester.

Mijn hoofd steekt bij het rondkijken net boven het gangboord uit en 50 meter achter ons zie ik een antieke houten tjalk aan komen zeilen. De boeg is geblutst door jarenlange dienst. Nog net kunnen we onze broekjes
aantrekken voor de werkelijk schitterende schuit op nog geen 5 meter langs vaart. Een dozijn of zo jonge zeeverkennertjes zwaait enthousiast naar ons en wij zwaaien terug.
Het is maar goed dat we op tijd uit onze verdoving ontwaakten, anders hadden die knulletjes nog eens een heel ander schouwspel dan twee jonge vrouwen in bikini gezien. En ze raken nu al zo opgewonden.
De schipper van de platbodem steekt zijn duim op ten teken van groet en roept.
“Kom op dames, doe eens wat. Er moet gezeild worden!”
De man moest eens weten wat we zojuist gedaan hebben.
De bruine zeilen van de tjalk passeren en verdwijnen gestaag uit zicht. Weemoedig kijk ik de schuit na. Herinneringen komen bovendrijven.

3

Het zwaard aan stuurboordzijde glimt in de zon, dik in de blanke lak. De boomdikke mast torent stoer als een fallus omhoog en de stomp van de boegspriet priemt recht vooruit. 'Vrouwe Agneta' staat in wit gegutste
letters op het naambord. Schepen hebben vaak vrouwennamen, maar ik zie er vooral veel mannelijke vormen aan.
IJzeren beslag rondom de mast vormen de bevestigingspunten voor de stagen die de mast overeind houden. De blokken waar de vallen doorheen lopen, vallen waarmee giek en gaffel en de zeilen gehesen worden,
hangen aan dat beslag, dat wit afsteekt tegen de gouden glans van het hout. De nerven van de eens kaarsrechte boomstam schitteren, versterkt door met eindeloos geduld aangebrachte lagen bootlak.
Het houtwerk van de romp en het zwaard roept beelden op aan mijn opa en zijn scheepswerf. Geur is een sterke katalysator voor herinneringen en hoewel de boot verder en verder van ons verwijdert, associëren mijn
hersenen de schuit met de geur van hout dat geschaafd wordt. Blanke krullen vallen uit de bovenkant van een schaaf op de grond en ik wentel me erin. De houtkrullen grijpen in mijn haar als vlokken in een sneeuwbui. Ik
ruik sinds lang weer eens de geur van doorweekt hout, na maanden in het havenwater, dat in de juiste vorm buigt door het vuur eronder en het zware gewicht dat aan een uiteinde hangt.

Een nieuwe geur verdrijft de vorige: de geur van grenen dat stooft in de zon, op de kade, naast de boot. Alles vormt een herinnering aan een onbezorgde jeugd. Herinneringen aan mijn lievelingsopa en zijn werf met al
dat speelgoed: onaf hout, resthout, nutteloos hout, maar materiaal met een ongelooflijk appèl in de fantasiewereld die het spel van een klein meisje is.
Ruim twintig jaar geleden, ik was zeven, stapelde ik de blokjes hout in het stookhok op tot een muur en creëerde mijn eigen besloten wereldje, weg van de blikken van de timmerlui die zwoegden in de zon op warme
dekken. Mijn illusieve wereld.
Opa kwam vol verwondering kijken naar zijn kleine meid en wat die uitspookte. De liefde op zijn gezicht staat me nog altijd bij.
Achter die barok gestapelde muur van houtjes ontdekte ik de mogelijkheden van mijn lichaam. Het kale spleetje, strak van de jeugd, werd een ding op zich. Ik had een toilettasje meegenomen om mee te spelen. Overal
lagen rondhoutjes. Er was geen broertje of zusje om iets mee te doen, om met elkaar te ontdekken, dus vermaakte ik mezelf, maar dat was ik gewend.

Eerst speelde ik een alledaags spel, maar dat duurde niet lang.
Mijn korte rokje schoof omhoog, onbedoeld, ergens tijdens mijn spel, en ik zag mijn wit met roze onderbroekje. Die dag daagde het voor het eerst. Voor de eerste keer in mijn leven stak ik mijn hand met een seksuele
bedoeling in mijn broekje, onder het door het vele wassen uitgelubberde elastiek.
Met mijn voetjes opgetrokken en het rokje op mijn buik trok ik het broekje van mijn billen over mijn spillebeentjes tot op mijn enkels. Met de rug tegen de wand van het houthok zakte ik onderuit en bewonderde dat
wonderbaarlijke ding tussen die sprieterige benen. Pas kort daarvoor begon ik te ontdekken dat er meer mee kon dan plassen.
Voorzichtig stak ik een vingertje naar binnen tot die niet meer verder kon en haalde hem er uit. Nieuwsgierig rook ik er aan. Ik was net naar de wc geweest en mijn vinger rook naar de plas die in de porseleinen bak
kletterde.
Geconcentreerd tot het uiterste staarde ik naar wat mijn handen tussen mijn benen ontdekten, verrast door de diepte van dat spleetje en opgewonden door de nieuwe vondst.
Warmte omhulde de wijsvinger die zich kromde en kriebelde aan de huid in het holletje. Een einde had ik niet gevoeld en nieuwsgierig hoe ver de opening reikte pakte ik een stokje.

Begeesterd en onweerstaanbaar nieuwsgierig, schoof ik het in het spleetje. Het was dun en het ging gemakkelijk. Steeds verder schoof het tot het niet verder kon en ik in mijn buik het ergens tegenaan voelde komen.
Verbaasd zag ik hoe ver het houtje naar binnen stak. Veel verder dan ik met mijn vinger kon komen.
Gebiologeerd door die ontdekking haalde ik het naar buiten en rook eraan. Weer die lucht van plas, dit keer vermengd met de geur van het hout.
In het toilettasje zag ik de borstel waarmee ik elke ochtend mijn bruine lokken borstelde en zonder er bij na te denken greep ik ernaar.
Het houten handvat van de haarborstel was breder dan het stokje. Lang aarzelde ik niet, want mijn ontdekkingsdrift maakte een onbeheersbare drang in me los. Ik zette het afgeronde eind tegen mijn spleetje en
probeerde het naar binnen te duwen. Dat ging niet zo makkelijk als het houtje en ik deed er wat spuug op.
Met twee vingers trok ik mijn lipjes uit elkaar en met moeite kon het handvat een stukje naar binnen. Ik hijgde van opwinding toen het dikste deel tenslotte tussen mijn lipjes schoof en langzaam voelde ik het handvat
verder naar binnen glijden, tot de borstelharen tegen mijn huid kwamen en ik niet verder kon. Wat was ik trots op mijn ontdekking! Ben ik daar al mijn maagdenvlies verloren?

Het handvat was korter dan het houtje, maar veel dikker en ik voelde hoe mijn jonge poesje eromheen spande. Schuchter haalde ik het heen en weer, waardoor het handvat gladder werd en het steeds makkelijker ging.
Met rode konen van mijn branie ging de hand met de borstel steeds sneller heen en weer, voor ik te ver ging en het handvat er pardoes uitfloepte.
Wild enthousiast van alles wat ik in dat houthok ontdekte wist ik van geen ophouden. Ik zakte nog verder omlaag tot ook mijn billen vrijkwamen. Daar zat nog een gaatje en wie weet, kon ook daar wat in. Als ik ziek was
stopte moeder de thermometer tussen mijn billen en ik wist hoe lekker dat aanvoelde. Die thermometer was dun, maar misschien kon er net als bij mijn voorste gaatje ook wel iets dikkers in.
Ik wilde een vinger in het gaatje tussen mijn billen stoppen, maar dat ging bijna niet. Zelfs als ik hard duwde lukte het me niet goed en teleurgesteld richtte ik me weer op. Mijn blik viel op de tube tandpasta in het
toilettasje en een kinderlijk idee ontsproot aan mijn brein.
Kinderen doen voor volwassenen onbevattelijke dingen. Ik toen ook.

Met twee vingers draaide ik de dop van de tube en kneep een streepje tandpasta op een vingertop. Mijn benen hield ik zo wijd mogelijk en ongeremd door gedachten aan gevolgen smeerde ik met jeugdige
ontdekkingsdrang het witte spul uit over mijn spleetje. Hu, dat was koud en wat zag dat er raar uit, dat witte spul over die plooitjes. Het deed geen pijn, het begon te gloeien. Vlug kneep ik nog wat meer pasta op mijn
vingers en smeerde het over het gleufje en nu ook tussen mijn billen, over het gaatje daar. De sterke geur van pepermunt overheerste opeens de reuk van het hout rondom me en toen was ik helemaal wit van onderen.
De vingers waarmee ik het goedje uitgesmeerd had waren glad en voor ik het wist glibberde er eentje in het holletje, waar kort daarvoor nog het stokje en het handvat van de borstel gezeten hadden, de vinger wit van al
de tandpasta die op mijn kutje zat.
Van binnen gloeide het nog harder dan van buiten en toen begon ik het eng te vinden.
Vlug deed ik mijn witte vingers af aan het broekje en gooide alle spullen in het toilettasje. Net toen ik mijn broekje aan het ophijsen was, zag ik het hoofd van opa om de hoek van het muurtje.

“Carlijn, je moet boven komen, we gaan theedrinken” zei hij en ik zag aan zijn ogen dat wat ik aan het doen was, geen geheim meer was. Ik wist niet wat hij precies gezien had, maar mijn hoofd werd vuurrood en ik
probeerde te doen alsof er niets aan de hand was. Opa reageerde niet, maar mijn twijfel bleef.
Jarenlang had ik alleen een vermoeden dat hij het wist. Dat hij, hoewel hij nog maar net om de hoek had gekeken en in dat korte moment dat ik mijn broekje nog niet helemaal om mijn billen had, hij mijn witte spleetje
had gezien. Samen met de pepermuntgeur moest het voor hem duidelijk zijn geweest wat voor spel ik had zitten spelen.
Alsof er niets voorgevallen was stak hij zijn hand uit en pakte de mijne. Met mijn handje stevig in zijn ruwe knuist geklemd liep ik met hem mee.

“Ga eerst maar naar de wc en kom dan naar boven.”
Ik hoorde geen veroordeling in zijn stem, een stem die precies als anders klonk.
Hij bracht me naar de wc in de werkplaats, waar ik anders nooit op mocht en liep toen door.
Dankbaar voor die kans waste ik me extra goed af van onderen en met de handdoek die door de werklieden werd gebruikt om de handen te drogen, wreef ik mijn spleetje droog. Niet alle geur van de tandpasta was
weg, maar ik poetste mijn tandjes om te verdoezelen dat ik het op een heel andere plek had gebruikt.
Dat ik naar die wc in de werkplaats mocht, maakte me later duidelijk dat opa het geweten heeft, maar nooit maakte hij er een opmerking over. Toen niet, bij mijn ouders in de woonkamer, maar ook later niet, toen ik
puberde.

4

Mijn opa is er niet meer en wat hij toen gezien heeft nam hij mee in zijn graf.
Ik vergeet nooit zijn laatste avond en de woorden die hij tegen me fluisterde.
Hij lag in bed en ik stond gebogen over hem heen. Kuste hem en een wang drukte tegen de zijne, ongeschoren en diep ingevallen. Zijn eeltige werkhanden lagen lam op de deken. Handen die altijd bezig waren
geweest en waarvan twee vingertopjes misten.
“Carlijn, binnenkort zul je me moeten missen en ik jou, maar ik blijf van je houden. Voor altijd.”
Snotterend schudde ik zacht mijn hoofd. Een ontkenning.
“Je mag niet doodgaan opa. Ik wil dat je bij me blijft” huilde ik.
“Dat gaat niet Carlijntje. Ik heb een mooi leven gehad en het is goed geweest. Ik zal je oma en je moeder en jou nooit vergeten, jullie blijven mijn liefste meiden. Echt voor altijd. Als je aan me blijft denken is dat goed.
Dan zal ik altijd bij je zijn.”

Terwijl de tranen me over mijn wangen stroomden, sloeg ik mijn armen krachtiger om zijn hals en snikte onbedaard.
“Nee, opa, ik laat je niet gaan.” Het was het egoïsme van een kind.
“Het kan niet anders Carlijn. Beloof me dat je altijd jezelf zult blijven. Wees gerust eens bang, maar laat je daar nooit door tegenhouden en ontdek de wereld en alles wat daar mooi aan is. Geniet zoals ik dat ook gedaan
heb en laat je nooit door je angsten tegenhouden. Ik weet hoe je bent en wat je allemaal onderneemt. Blijf dat doen, zodat je op een dag, als je oud bent zoals ik, en je voelt dat je gaat sterven, terugkijkt op een mooi
leven met mensen waar je van houdt. En dat je kunt zeggen dat je alles gedaan hebt wat je kon om je leven tot een feest te maken, waard om geleefd te worden. Ik ga binnenkort naar de Heer. Het moet daar mooi zijn.
Maak jij je eigen aardse hemel. Voor mij en voor jezelf.”
En toen sprak hij de laatste woorden, woorden die me diep troffen en voor eeuwig bij me blijven: Vergeet nooit dat houten muurtje in mijn stookhok.”
Toen pas wist ik het zeker.
Lieve, lieve opa, wat was je een bijzondere en wijze man.

De volgende ochtend overleed opa. Ik was er niet bij, helaas. Ik kwam te laat. Zijn dood liet een grote leegte achter in mijn leven, maar ook een onbeschrijfelijke liefde en levensvreugd. Meer nog dan mijn eigen vader
betekende hij alles voor me. Een stokoude man, ik het jonge meisje. Wat heeft hij me veel wijsheid meegegeven. Nooit veroordeelde hij wat ik deed, maar moedigde aan. Vertrouwde. Ik voel me zó verwant met zijn
genen.

“Zullen we daar gaan eten?” hoor ik Maaike vragen, onwetend van de overweldigende emoties die mijn gedachten bij me losmaken.
Ik knik, probeer mijn vochtige ogen te verbergen.
“Laten we dat maar doen, ja”, stem ik in, maar voel een wens om opa’s graf te bezoeken.
Maaike loeft de boot op tot op de sliplijn. Het aanleggen verloopt al net zo gladjes als het zeilen zelf.